TRUMP, JOKER EN DE KU KLUX KLAN: POVERO RIGOLETTO!

Rigoletto

Federico Longhi (Rigoletto) & Hyojong Kim (Duca di Mantova) (Foto © Reinhard Winkler)

Rigoletto, opera van Giuseppe Verdi op een libretto van Francesco Maria Piave, gebaseerd op Victor Hugo’s drama Le Roi s’Amuse. De première vond plaats op 11 maart 1851 in het Teatro La Fenice in Venetië. Bijgewoonde première door het Landestheater in het Musiktheater te Linz op 4 november 2017.

Il Duca di Mantova: Hyojong Kim / Jacques le Roux
Rigoletto: Federico Longhi
Gilda: Julia Sitkovetsky
Sparafucile: Dominik Nekel
Maddalena: Jessica Eccleston
Giovanna: Vaida Raginskytė
Monterone: Nikolai Galkin

Dirigent: Martin Braun
Regie: Andreas Baesler

Muzikaal:
Scenisch:

Bravo’s voor de zangers, boegeroep voor het productieteam, zo eindigde de première van Rigoletto in het Musiktheater in Linz op 4 november 2017.

Regisseur Andreas Baesler besloot de plaats van actie naar New York te verplaatsen. De hertog van Mantua is onmiskenbaar… Donald Trump! Wij vermoeden actualiteit. Het paleis is de Trump Tower, terwijl het huis van Sparafucile blijkbaar uit de jaren 50, 60, 70 is. Een deksels originele actualisering, hoe kom je erop.

Maar eerst verschijnt Rigoletto voor een make-upspiegel, hij rust zich uit met zijn kunstmatige bult, brengt zijn clownsmake-up aan en zet zijn pruik op. Pagliacci kan beginnen! “Maar ik bedoelde Rigoletto”, moet regisseur Andreas Baesler gedacht hebben. Want na de ballroomscène verschijnt Rigoletto alleen nog in een modern kostuum en overjas, het universele camouflagepak van het regietheater.

In de balzaal (?) wordt een clowneske schoonheidswedstrijd gehouden, die, gesitueerd midden op het podium, de aandacht van het publiek afleidt van de zangers. Wat volgt is een ratjetoe aan symbolen, smakeloze insinuaties, onbeholpen verwijzingen, en een overdaad aan clichés en kitsch. Het koor is uitgedost als de Joker uit de Batman-films. Over het waarom tast men in het duister. Ook zonder die belachelijke make-up is het ons wel duidelijk wie de bad guys zijn. Daar zijn Ku Klux Klan-kostuums (wij waanden ons op de afscheidsavond van de Christelijke MAVO in Schoonebeek) in de ontvoeringsscène absoluut niet voor nodig. In de laatste scène komen er gouden maskers tevoorschijn. Moeten rijkdom en macht de keiharde realiteit maskeren? Thanks for letting us know, pal. Wij dachten echter Rigoletto te bezoeken.

 

Ontmaagding, de liefdesbaby van het regietheater

Roze teddyberen, vaste gasten inmiddels op het operatoneel, de kamer van Gilda staan voor……… haar naïeve onschuld! Ze geeft er een aan de hertog, hetgeen wij, indien de #metoo-beweging ons niet uit de droom had geholpen, hadden kunnen verwarren met een puur geval van uitlokking. Haar “Caro Nome” wordt vergezeld door witte ballonnen (kitsch, zegt u?) die uit het plafond in haar kamer neerdalen. Izze very beautiful, yes?! Maar moeten we dan ook weer eens geconfronteerd worden met de grote bloedvlek-op-witte-stof -ook vaste gast op de Bühne- van haar ontmaagding? (On- en wansmakelijk, zegt u?)

Sparafucile is een reparateur die Rigoletto een draadloze elektrische boormachine aanbiedt als dodelijk wapen. Dat is dan weer geheel volgens het libretto. Er is een soort bierbar met bioscoopstoelen uit de jaren 50, de tijd van Trump. En men kan een pornofilm (vaste gast) bekijken op een TV uit de jaren 60. Wij ontwaren Maddalena’s avonturen in de slaapkamer.

In het midden van de kamer staat een roestige auto (vaste gast) met daarop een lichtorgel uit de jaren 70; Maddalena verdwijnt met de hertog in de auto om zijn postzegelverzameling te gaan bekijken. Het lichtorgel doet ontzettend zijn best wanneer de hertog zijn “La donna e mobile” zingt. Met microfoon. Elvis-imitatie. Ocherme.

Eén ding maakte de regie ondubbelzinnig duidelijk: Povero Rigoletto, maar ook “povero Verdi”! Uiteraard boegeroep toen het productieteam na afloop “applaus kwam halen”. Heel ondankbaar, allemaal “traditionalisten” die denken dat opera voor operaliefhebbers is.

 

Goede cast

Gelukkig waren de zangprestaties, zoals zo vaak het geval is, veel beter dan de schabouwelijke enscenering. De hertog, die in Baeslers regie als de hoofdpersoon gepresenteerd werd, werd vertolkt door Hyojong Kim, finalist van Plácido Domingo’s internationale Operalia-wedstrijd, ironisch genoeg een Aziatisch gezicht met een Trump-pruik. Zijn stem heeft een prachtig timbre en hij lijkt met gemak elke noot te treffen die hij wil. Moeiteloos vult hij het met 1200 zitplaatsen uitgeruste operahuis van Linz. Kim portretteert het karakter van de hertog prima. Soms misten wij echter wat lyrische frases, kleuren en modellering in zijn overigens voortreffelijke stem, waardoor het geheel een beetje eendimensionaal werd.

Rigoletto was in handen van de Italiaanse bariton Federico Longhi. In het begin had zijn stem iets van blafferig Sprechgesang, maar later genoten wij toch van zijn gewichtige interpretatie. Hij is natuurlijk geen Leo Nucci, maar hij zette een zeer indrukwekkende Rigoletto neer die ons vooral raakte in “Cortigiani, vil razza dannata”. Het portret dat hij schetste was ontroerend tot en met de hartverscheurende finale “Ah, la maledizione”.

Gilda kreeg gestalte in de in Londen geboren Julia Sitkovetsky, een bijzonder fijne lyrische sopraan. Haar acteer- en zangprestaties overtuigden ons volledig. Ze beheerste de hoge noten – vooral in “Caro Nome” – met zo’n zuiverheid en helderheid dat het een genot was om ernaar te luisteren. Elegante coloraturas en cadenzas in combinatie met dat fantastische acteertalent vormden een waar genot. Voor haar waren er dus zeer verdiende “brava’s”.

Ook de man van de bouwmarkt, Sparafucile, leverde in de persoon van Dominik Nekel een zeer goede prestatie. Zijn grote, sonore, donkere stem vonkte onheilspellend. Zijn zus Maddalena, Jessica Eccleston, is niet alleen een spetterende verschijning, maar ook een heel goede zangeres. Wie niet onvermeld mag blijven is de kleine rol van Monterone, waaraan Nikolai Galkin met zijn rijke en krachtige stem op indrukwekkende wijze invulling gaf. Met de bijrollen en vooral met het koor zat het ook meer dan goed.

Martin Braun dirigeerde het zeer professioneel klinkende Bruckner Orchester Linz levendig maar conventioneel. Heel even liepen orkest en zangers niet gelijk in de pas, maar al met al zorgden zij met hun dirigent voor een zeer goede uitvoering.

Rigoletto in Linz schrééuwt om een concertante uitvoering.

Er zijn nog voorstellingen tot 20/3/2018.

Gabi Eder / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 5/11/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *