GUANQUN YU – DE GOUDEN STEM UIT HET OOSTEN

Guanqun Yu

Guanqun Yu (Foto: Gabi Eder)

‘La mia regina, je hebt geweldig gezongen!’ zei Montserrat Caballé tijdens een masterclass.
De wereldberoemde sopraan was heel duidelijk over de kwaliteiten van Guanqun Yu, een jonge Chinese sopraan die meer en meer furore maakt.

Yu werd in 1982 geboren als enige dochter van een winkelierster en een ingenieur. Ze groeide op in de provincie Shandong. Haar ouders hadden hoegenaamd geen interesse in klassieke muziek, maar Yu speelde accordeon, en begon steeds meer plezier in zingen te krijgen. Ze besloot om ​​muzieklerares te worden. Tijdens haar opleiding hoorde ze bij toeval een opname van Carmen, met Baltsa en Carreras, en ze was meteen gefascineerd door een soort muziek waarmee ze nooit eerder in aanraking was gekomen. Ze was vastbesloten om meer te weten te komen  over opera en ging naar het Conservatorium van Shanghai. Daar kwam ze onder de hoede van operakenner Fugen Wei, die 20 jaar in de Verenigde Staten had gewoond,  en Zhou Xiaoyan, sopraan en zangpedagoge, met als bijnaam  “De Chinese Nachtegaal”, die veel heeft betekend voor het verspreiden van Westerse opera in China. Dit tweetal heeft Yu aangemoedigd om een ​​professionele operacarrière te beginnen.

Yu kreeg een beurs en bracht enige tijd in Italië door om de Italiaanse operarollen te doorgronden. Haar eerste engagement  was bij het Young Artist Program van het Teatro Comunale di Bologna. Ze maakte haar professionele debuut als Elettra in Mozarts Idomeneo. Na het winnen van de Belvedere International Singing Competition in 2008 en het behalen van de tweede prijs bij Plácido Domingo’s “Operalia” in 2012, debuteerde ze in 2012 in de MET als Leonore in Il Trovatore. Ze keerde terug naar New York als Fiordiligi in Mozarts Cosi fan tutte.  Daarna ging het snel: Le Nozze di Figaro, Idomeneo, Don Giovanni, Pagliacci, Stiffelio, Il Trovatore, Simon Boccanegra, Otello, La Bohéme en Turandot tijdens het Festival van Bregenz.

Op 11 en 14 augustus 2017 zingt zij tijdens de Salzburger Festspiele de rol van Lucrezia Contarini in Verdi’s I due Foscari, naast Plácido Domingo als pa Foscari en Joseph Calleja als zoon Foscari. Een week voor de eerste voorstelling sprak Opera Gazet met Guanqun Yu over haar carrière, haar uitdagingen en de aankomende voorstellingen van I due Foscari, waarbij ze op korte termijn moest invallen voor de ziek geworden Maria Agresta.

Guanqun Yu

Guanqun Yu (Foto: Gabi Eder)

Guanqun Yu

Plácido Domingo, Joseph Calleja & Guanqun Yu (Foto: Gabi Eder)

Guanqun Yu

Guanqun Yu (Foto: Gabi Eder)

Guanqun Yu

Plácido Domingo & Guanqun Yu (Foto: Gabi Eder)

Guanqun Yu

Guanqun Yu (Foto: Gabi Eder)

Plácido Domingo, Guanqun Yu, Michele Mariotti & Joseph Calleja (Foto: Gabi Eder)

Guanqun Yu

Plácido Domingo, Guanqun Yu, Michele Mariotti & Joseph Calleja (Foto: Gabi Eder)

Wanneer kreeg je te horen dat je in Salzburg aan de bak moest? En wat was je reactie?

“Nog geen maand geleden. Ik was enorm opgewonden, maar ik had ook zo mijn twijfels. Ik moest binnen een dag beslissen en dat was niet eenvoudig. Ik was van plan op vakantie te gaan naar China, na bijna twee jaar van huis te zijn geweest. Eigenlijk wilde ik die rol niet zingen, omdat ik me meer op lyrische rollen wil richten. Aan de andere kant, zingen is mijn vak, en hoe kan je weigeren als je met Plácido Domingo en Joseph Calleja in Salzburg kunt optreden?”

Waarom wilde je de rol van Lucrezia Contarini eigenlijk niet meer zingen?

“Ik heb die rol al eens gedaan, in Valencia in 2013, ook samen met Plácido, maar ik heb er echt problemen mee gehad, maagproblemen nota bene. Het is een echte killer role. In veel opera’s kun je je concentreren op twee, drie aria’s en is er tijd om te ontspannen. Maar I due Foscari is een uitdaging die het uiterste van je energie vraagt. Je moet echt alles geven – met nauwelijks een pauze. Maar mijn zanglerares moedigde me aan om het toch te doen, en ik beschouw het nu als een leerproces. Het helpt me om de mogelijkheden van mijn stem nog verder te verkennen. Dus heb ik JA gezegd.”

Even over Plácido Domingo: je hebt meegedaan met zijn Operalia Concours. Hoe ging dat?

“Het was een unieke ervaring. We hebben er veel geleerd, veel nieuwe  vrienden gemaakt  en mensen uit verschillende operahuizen ontmoet. Het Operalia Concours was zonder meer een beslissend moment voor mijn carrière. Vanaf dat moment is de trein goed op gang gekomen. Ik krijg nu aanbiedingen uit de hele wereld.”

Hoe heb je je debuut in de MET, met Il Trovatore in 2012 ervaren?

“Het was natuurlijk geweldig. Is het niet de droom van elke operazanger om in de wereldberoemde  MET te staan?! Maar ik herinner me ook enkele moeilijke momenten, ook in de MET. Bijvoorbeeld in het speeljaar 2013-2014, vóór mijn officiële debuut als Fiordiligi in Cosí fan tutte, werd ik gebeld om in dezelfde rol in te vallen voor een zieke sopraan. Ik wist niet dat er nog maar weinig repetitietijd was. Toen ik ankwam, bleek dat ik maar 15 minuten podiumrepetitie had met maestro Levine. Gelukkig ging het allemaal goed. Het gaf me een heerlijk gevoel.”

Wat is jouw favoriete rol?

“Dat is altijd de rol die ik op dat moment zing. Je moet van je rol houden, anders kan je het nooit goed doen. Maar toch, Mimi in La Bohéme is wel een van mijn lievelingsrollen, omdat zij staat voor pure, onvoorwaardelijke liefde.”

Heb je zelf een favoriete zangeres?

“Ik aanbid Maria Callas! Haar frasering was perfect, en zij beleefde haar passie voor opera met elke vezel van haar lichaam. Ze zong met hart en ziel, zelfs als de stem soms ‘lelijk’ overkwam – het was een natuurlijk onderdeel van haar stem. Callas was wat je noemt “het complete pakket.” Om dezelfde reden houd ik ook van Anna Netrebko.”

Beiden zijn grote sterren met een gevestigde reputatie. Hoe zit het met de jonge zangers van nu? Met welke uitdagingen worden ze geconfronteerd, wat is het moeilijkste aan het begin van hun loopbaan?

“Aan de bak komen! Jonge zangers moeten worstelen om een contract te krijgen. Zonder een agent is het al vrijwel onmogelijk. En zelfs als een jonge zanger geëngageerd wordt, dan moet hij  nog  wachten tot hij betaald wordt. Sommige operahuizen wachten twee jaar voordat ze tot betaling overgaan. Maar een zanger moet wel zijn reizen, zijn hotels en zijn kleding bekostigen. En ook zangers moeten eten. Het valt allemaal niet mee, vooral omdat er zovéél goede jonge zangers zijn. Ik heb geluk gehad, maar dat is voor veel collega’s niet weggelegd …

Is er een bepaalde karaktertrek waarover een jonge zanger moet beschikken om te slagen?

”Absoluut: je moet vasthoudend zijn. Ook als het tegenzit en je voor enorme uitdagingen komt te staan, mag je je doel nooit uit het oog verliezen. Focus op dat doel en geef nooit op.”

Je bent een van de weinige Chinese zangers die het op de internationale podia heeft gemaakt. Is het voor zangers uit China moeilijker om een ​​internationale carrière op te bouwen dan voor Westerse zangers?

“Voor mij was het zeker moeilijk, vanwege de verschillen in cultuur en taal. Wij leren niet alleen nieuwe talen spreken, maar we leren ook een heel nieuw alfabet, met letters die in verschillende talen verschillend uitgesproken worden. Er zijn grote culturele verschillen. Er werd ons van kinds af aan geleerd om geen emoties te laten zien. Gevoelens diende je verborgen te houden. Maar in het operavak kun je alleen slagen als je geloofwaardig bent,  als zanger én als acteur! Je moet spelen en zingen vol met emotie, anders zal je geen mens overtuigen. Ik probeer me altijd aan te passen aan de Westerse cultuur, kijk veel films, praat veel met mensen om niet terug te vallen in de oude Chinese gewoontes.”

Wat waren de meest hilarische momenten die je in een opera hebt meegemaakt?

“Tijdens een repetitie voor de “Nozze” zat ik op een bed, en Figaro kwam binnen. Hij moest op mijn bed springen, dat onmiddellijk onder hevig gekraak bezweek… Gelukkig raakte niemand gewond, dus konden we erom lachen. Ander geval: bij een bepaalde productie hadden we te maken met een norse, nogal zure dirigent. Een collega-sopraan had altijd een hondje bij zich, genaamd “Maestro”. Na de uitvoering gingen de zangers samen eten. Mijn vriendin de sopraan zei: “Een momentje, even Maestro ophalen.” De tenor antwoordde gekweld: “Nééé, nééé…… NIET de maestro!”

“Ook een apart momentje was tijdens Otello in Valencia. Het toneel bestond uit een  reusachtige spiegel, die schuin 5 meter boven de vloer hing. Dat toneelbeeld van David Livermore was zonder meer spannend. Maar ik had in die setting niet gerepeteerd. Wanneer Desdemona over die spiegel naar haar slaapkamer gaat, had ik alleen sokken aan mijn voeten! Het was zó glad, en ik was zó bang eraf te glijden en een lelijke val te maken! Stressen! Op de rand van de spiegel zitten en mijn benen laten bungelen nam die stress niet weg.”

Over regie gesproken. Wat is jouw mening over het “Regietheater”?

“Er zijn moderne regies die best goed kunnen werken. La Traviata in Salzburg enkele jaren geleden met Villazon en Netrebko bijvoorbeeld. Maar soms heeft het helemaal niets meer te maken met de oorspronkelijke opera. Het is heel lastig voor ons zangers als wij ons niet kunnen inleven in het oorspronkelijke karakter omdat de aanleiding voor onze emoties door de regisseur is weggenomen of zelfs getransformeerd naar het tegenovergestelde. We voelen ons soms decorstukken ter ondersteuning van de ideeën van de regisseur. Helaas hebben velen van ons zangers geen keus, als ze tenminste willen overleven … regisseurs hebben in deze tijd veel macht. In de dagen van het belcanto was de zanger de belangrijkste persoon in een opera. Toen werd het de dirigent, en nu is het de regisseur….

Mogen we even in je privéleven duiken?

“Mijn vriend komt uit Duitsland, hij is dirigent en organist. Een relatie onderhouden is best wel moeilijk voor artiesten. We zijn zo vaak niet bij elkaar. Mijn hobby’s zijn, naast de opera, koken en films kijken. Mijn levensmotto is: “Beleef  elke dag positief, want die dag komt nooit meer terug en  je krijgt geen tweede kans om ervan te genieten.”

Wat zijn de toekomstplannen?

“Wat betreft mijn repertoire wil ik meer lyrische en Mozart-rollen zingen, en wat minder de heldinnenkant op. Ik ben christen en zou ook graag wat meer concerten met een nadrukkelijke religieuze inbreng  willen doen. Als de dag komt dat ik niet meer kan of wil zingen,  wil ik terug naar China, om daar jonge operazangers te helpen hun dromen te vervullen,  zoals ik nu mijn droom vervul. Ik wil iets terug doen omdat het lot mij zo welgezind is geweest.”

 

Gabi Eder / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 9 augustus 2017)

 

 

 

11 en 14 augustus 2017, in Salzburg: I due Foscari. Guanqun Yu in de rol van  “Lucrezia Contarini”, naast Plácido Domingo en Joseph Calleja.

Opera News schreef over haar debuut in de MET: “Yu (…) revealed a flexible, beautifully marbled soprano that trembled with emotion, along with a naturalistic acting style that was fully integrated into her singing. She turned the soaring phrases of “Tacea la notte placida” into a luscious treat, pouring her heart out about the man she loves and letting us know right out of the gate that the action would be based on authentically grand passion.”

 

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

2 Comments

  1. Fred Coeleman schreef:

    Een geweldig stuk ; tamelijk onbekende jonge verso
    Maar er werd geweldig gezongen

  2. Lieneke schreef:

    Bedankt voor het mooie interview

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *