JOSEPHINE – HOER OF SLAVENDRIJFSTER ?

Kaiserin Josephine

Franz Lehár Orchester © Foto Hofer

Kaiserin Josephine, operette van Emmerich Kálmán (1882-1953) op een libretto van Paul Knepler und Géta Herczeg. Première op 18 januari 1936 in het Züricher Stadttheater. Bijgewoonde voorstelling (half-scenisch) te Bad Ischl, Léhar Festival, op 12 augustus 2017.

Napoleon Bonaparte: Vincent Schirrmacher
Josephine Beauharnais: Miriam Portmann
Eugen Beauharnais: Konstantin Zeilner
Paul Barras: Paul Schmitzberger
Talleyrand: Alois Walchshofer
Hippolyte Charles: August Schram
Herzogin von Aiguillon: Dorothea Buchinger

Franz Lehár Orchester
Chor des Lehár Festivals Bad Ischl

Muzikale leiding: Marius Burkert
Regie: Leonard Prinsloo

Muzikaal:
Scenisch:

Kaiserin Josephine

Vincent Schirrmacher en Miriam Portmann © Foto Hofer

Kaiserin Josephine

Roman Martin (Korporal Bernard) en Theresa Grabner (Juliette) © Foto Hofer

Kaiserin Josephine

Miriam Portmann en Vincent Schirrmacher © Foto Hofer

Kaiserin Josephine

Miriam Portmann en Ensemble © Foto Hofer

Kaiserin Josephine

August Schram, Miriam Portmann en Paul Schmitzberger © Foto Hofer

Kaiserin Josephine

Miriam Portmann, Giuseppe Preims en Vincent Schirrmacher © Foto Hofer

Begin jaren 90 had ik een interview met Danny Newman, perschef van en drijvende kracht achter de Lyric Opera of Chicago. Wij bespraken de toen al hevig vigerende debilisering van opera-uitvoeringen  (u weet wel, Don Giovanni is “eigenlijk” homoseksueel, Il Trovatore “verplaatst” naar de Balkanoorlog, etc. etc.), een dwaling van gecorrumpeerde elleboogwerkers en hun misleide volgelingen,  later samengevat met de emetische term “Regietheater”, in terminale vorm met de toevoeging “voor Mensen van Nu”.  Newman hield mij voor dat de focus bij opera een penduleachtige beweging is: van componist naar zanger, van zanger naar dirigent, van dirigent naar regisseur… Ik vermoed en hoop vurig dat de slinger weer in beweging is gekomen. Meer en meer dirigenten zoals, Muti en Jansons, weigeren mee te werken aan aperte onzin op het operatoneel. Muti hierover: “The first track of directing is music, but nowadays they commit everything to some imbecile who turns the libretto upside down and invents some abominable cock-and-bull-story, downgrading the music to a soundtrack.” Ook 90% van de operazangers heeft een bloedhekel aan Regietheater, dat hen degradeert tot zingende decorstukken, maar zij zwijgen in de meeste gevallen: er moet wel brood op de plank komen. Opera en operette zijn episodische kunstvormen, waar toneelregisseurs met hun  verlichte maar onnozele fikken af moeten blijven. Goede regisseurs, zoals Ruggero Raimondi en Lawrence Dale, hebben vrijwel altijd een achtergrond in het operavak.

Léhar Festival

Een steunpilaar van de librettogetrouwe uitvoering is het jaarlijkse operettefestival in Bad Ischl (sinds 1961), het Bayreuth van de operette, waar dit jaar Die lustige Witwe, Saison in Salzburg en Kaiserin Josephine worden opgevoerd. Sinds 2004 werd voor de naam “Lehar-Festival Bad Ischl” gekozen, vernoemd naar de ereburger Franz Léhar. Kaiserin Josephine (1936) is een van de laatste operettes van Emmerich Kálmán (1882-1953). Tijdens de uitvoering in Bad Ischl sprak ik met zijn dochter Yvonne Kálmán. Zij reist, in haar eigen woorden “voor de kunst van haar vader” en bezoekt zoveel mogelijk de premières  van alle Kálmán-operettes overal ter wereld. Kaiserin Josephine had zij nog nooit live bijgewoond, deze uitvoering in Bad Ischl in 2017 was haar eerste keer. Het deed mevrouw Kálmán een traantje wegpinken. Overigens was zij zeer te spreken over de uitvoering door het Franz Lehár Orchester en de solisten. En daarin stond zij zeker niet alleen. Want het werd een spectaculaire uitvoering die bol stond van pure kwaliteit. Welk een grof schandaal toch dat de socialistische staatssecretaris Rick van de Ploeg de professionele operette in het jaar 2000 op de zwarte lijst van Entartete Kunst heeft geplaatst omdat er geen “jonge mensen” (waar die allemaal voor misbruikt worden!) en allochtonen kwamen. Hoe dan ook, de uitvoering van Kaiserin Josephine werd een overrompelende ervaring. Er was een muzikaal bataljon in de vorm van het Franz Lehár Orchester in stelling gebracht. Vijftig man sterk, uniek voor operettebegeleiding. En de hoofdrollen, Josephine Beauharnais en de jonge Generaal Napoleon Bonaparte, konden niet beter bezet zijn.

Aanklacht tegen slavernij

Het verhaaltje stelt, zoals bij alle operettes en opera’s, niets voor. Generaal Napoleon Bonaparte wordt verliefd op de jonge, maar armlastige Josephine Beauharnais. Men trouwt. Generaal moet op veldtocht in Italië, echtgenote blijft liever in Parijs om de bloemetjes buiten te zetten (voor Weststellingwerfers: een hoer dus). Alles goed gekomen. Generaal en zijn Josephine uiteindelijk keizer en keizerin van Frankrijk geworden. Hoera. Aan deze uiterst prozaïsche kapstok heeft Kálmán meesterlijke muziek gehangen, met gepuccinifeerde orkestrale elementen binnen een deels Traviata-light thematiek. Thema’s die niet geactualiseerd werden, noch verbinding zochten met de thema’s van de zgn. “Mensen van Nu”. En zo hoort het ook. Kunst/muziektheater dient de toehoorder een ervaring te bieden die buiten het alledaagse ligt, mee te nemen naar een werkelijkheid die niet de zijne, niet zijn alledaagse is. Anders kunnen we net zo goed de tv aanzetten.

Bijzonder verheugend ook dat deze Kaiserin Josephine over Kaiserin Josephine ging, en niet over de slavernij. Had best gekund. Uit liefde voor zijn Joséphine herriep  Napoleon Bonaparte namelijk de afschaffing van de slavernij. Joséphines familie bezat uitgestrekte suikerrietplantages, waarvoor zij 500 slaven hielden. Dit is overigens de reden dat het standbeeld van Joséphine op Martinique regelmatig onthoofd wordt. Ik geef u op een briefje: mocht Kaiserin Josephine ooit naar Nederland komen (not), dan zal het een aanklacht tegen de slavernij zijn.

Sublieme solisten

Terug naar de voorstelling, die, zoals gezegd, van de allerhoogste kwaliteit was. Het was een half-scenische regie, een concept waar ik meer en meer enthousiast over ben, zeker als het zo fantasievol wordt gedaan als in Bad Ischl. Wat een subliem gebruik van slechts enkele rekwisieten, maar ook van de ruimte: voor-, zij- en achtertoneel, en de zaal. Perfecte choreografie en uitgekiende belichting en gebruik van projectie, schitterende kostuums en een voortreffelijk koor. Het was alleen voor het oog al een feest. En dan moest het oor nog komen. Ik noemde reeds het door een voortreffelijk koor ter zijde gestaan Franz Léhar Orchester met zijn fantastische koperpartij, dat onder leiding van Marius Burkert de ene zwierige wals na de andere pittige mars eruit gooide. De kersen op de taart waren echter de vertolkers van Bonaparte en Josephine. Vincent Schirrmacher (Bonaparte) heeft een (ik gebruik het woord niet graag) “strot” die de bravourearia’s in deze operette met schijnbaar gemak over het voetlicht bracht, en dat met een 50 man sterk orkest achter je dat zich op gelijke hoogte bevindt. De orkestfortissimi begroette hij als een vriendelijke vlinder op zijn revers. De man zong krachtig en prachtig. Zijn ongekende volume stond een galante benadering geenszins in de weg. Niet voor niets is Schirrmacher ook in de opera actief. Hij zingt “net zo makkelijk” een Rodolfo, Calaf of Manrico. Josephine Beauharnais werd vertolkt door Miriam Portmann, die ook over een  krachtig en prachtig gekleurd stemgeluid beschikt, alsmede een superieure tekstbehandeling. De warmte van haar stem blijft in alle registers behouden. Helaas, en uiteraard, konden niet alle bijrollen dit zeer hoge zangniveau benaderen. Het prominent aanwezige orkest zat menige comprimario nogal in de weg. Un petit bémol: de gesproken teksten, daar had de bijl wel in gemogen. Bijna drie uur operette is wel erg lang als een (te) groot gedeelte met niet bijzonder briljante tekst wordt gevuld.

Kaiserin Josephine in Bad Ischl: een triomf van kwaliteit – en van gezond verstand.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 14/8/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

2 Comments

  1. Ray W. schreef:

    Verrukkeluk. Onbekende opera besproken, Regietheater nog maar weer eens aangepakt, en Spanga nog even op de korrel genomen. 🙂

  2. Truus Blenderman schreef:

    Na het lezen van deze recensie ben ik helemaal jaloers dat wij dit jaar niet op reis konden om in het buitenland onze geliefde operettes te aanschouwen. We hebben al diverse mooie productie hier gezien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *