“TRISTAN UND ISOLDE: DONKER, KIL EN SFEERLOOS”

Tristan und Isolde

Evgeny Nikitin als Kurwenal, Nina Stemme als Isolde en Ekaterina Gubanova als Brangäne. (Foto: Ken Howard/Metropolitan Opera)

“Tristan und Isolde”, opera van Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd in het Hoftheater te München op 10 juni 1865. Productie van de Metropolitan Opera te New York, wereldwijd in bioscoopzalen vertoond op 8 oktober 2016.

Isolde: Nina Stemme
Brangäne:  Ekaterina Gubanova
Tristan:  Stuart Skelton
Kurwenal:  Evgeny Nikitin
König Marke:  René Pape
Melot: Neal Cooper
Ein junger Seemann: Tony Stevenson
Ein Hirt: Alex Richardson
Ein Steuermann: David Crawford

Metropolitan Opera Orchestra & Chorus
Dirigent: Simon Rattle
Regie: Mariusz Trelinski

Tristan und Isolde

Nina Stemme als Isolde en Ekaterina Gubanova als Brangäne. (Foto: Ken Howard/Metropolitan Opera)

Tristan und Isolde

Stuart Skelton als Tristan en Nina Stemme als Isolde. (Foto: Ken Howard/Metropolitan Opera)

Tristan und Isolde

René Pape als Koning Marke and Stuart Skelton als Tristan. (Foto: Ken Howard/Metropolitan Opera)

Voor operaliefhebbers die traditionele ensceneringen in het hart dragen is de Metropolitan Opera in New York tot nu toe een veilige thuishaven geweest. Gerard Mortier noemde het gezelschap ooit “een museum”, terwijl hijzelf in hoog tempo de subsidies van de Munt verbraste aan regie-experimenten. Rijke subsidieringen waar opera-intendanten kwistig mee omspringen bestaan in de USA niet en de smaak van het publiek wordt categoriek boven de hersenkronkels van regisseurs gesteld. De (te) vele zinloze ensceneringen waar de operahuizen in onze contreien mee overspoeld worden, noemen ze in de USA gewoonweg “Eurotrash”. Wij waren dan ook verwonderd dat deze duistere, gemoderniseerde “Tristan und Isolde” van Mariusz Trelinski uit Warschau geïmporteerd werd om het nieuwe speeljaar te openen. Niet dat Trelinski in de MET een onbekende is. Vorig jaar regisseerde hij er “Het Kasteel van Blauwbaard” van Bartok en “Jolanthe” van Tschaikowki, maar daar viel niet veel aan te verprutsen.

Zoals het nu tot in den treure gebruikelijk is, werd deze “Tristan und Isolde” naar onze tijd verplaatst. Een oorlogsschip was het decor voor de eerste akte. Een commandokamer en een grote opbergruimte van vaten met chemische producten waren de door de geliefden uitgekozen plaatsen voor hun romantisch rendez-vous in de tweede akte. Tristan droeg een militair uniform en Isolde zag er met haar strenge, zwarte gabardine uit als een agent van de Stasi. Pas tegen het einde van hun dromerig samenzijn, deed zij haar jas uit om zich eindelijk in een meer vrouwelijk gewaad te tonen. Tristan bracht het niet verder dan zijn das uit te doen…
In de derde akte voerde Tristan zijn doodstrijd in een al even streng militair, sfeerloos decor, nog steeds in uniform.
Maar er waren ook positieve elementen in deze enscenering. Projecties met close-ups, abstracte video-animaties die de sfeer ten goede kwamen. Het meest opvallend was echter de spontane, natuurlijke manier waarop geacteerd werd, waardoor zelfs de scenisch lange monotone eerste akte boeiend werd.

Vocaal was de trekpleister van deze voorstelling de Isolde van Nina Stemme en daar werden wij niet teleurgesteld. Met haar als steeds beheerst en precies gevoerde stem, haar differentiatiekunst en haar intelligente voordracht imponeerde de zangeres al direct. Alle noten stonden er feilloos, zonder te forceren en het is sinds Birgit Nilsson geleden dat wij nog zo’n mooie Isolde hoorden. Misschien was iets meer warmte het personage nog ten goede gekomen.

Stuart Skelton kon als Tristan maar moeilijk tred houden met zo’n overweldigende Isolde. Hij zong met veel overgave, maar de stem heeft weinig “body”, klinkt iets geforceerd en te metalliek in de hoogte. Ook de licht getimbreerde mezzo van Ekaterina Gunabova was hier niet ideaal voor Brangäne, die naast de bijzonder heldere Isolde van Nina Stemme, een meer contrasterend, warmer geluid had moeten weergeven. Technisch was haar interpretatie echter volmaakt met steeds zuivere intonaties, een toonbeeld van stijl, smaak, intelligentie en goede dictie.

René Pape is een vaste waarde in opera’s van Wagner en zijn warme basstem in de lange monoloog van Koning Marke aan het einde van de tweede akte was een zalvende, warme verpozing in deze verder nogal kille omgeving.
De enige echte teleurstelling kwam van Kurwenal. De bariton Evgeny Nikitin, die wij nochtans kennen als een meer dan verdienstelijke Ruprecht in “De Vuurengel” (Prokofiev) en zelfs als een goede Wotan in “Das Rheingold”, klonk onzeker met een twijfelachtige hoogte en een onstabiel legato.

Simon Rattle is niet meteen de dirigent die wij voor “Tristan und Isolde” zouden uitkiezen, maar wij werden aangenaam verrast door de mooie, gecultiveerde klanken die hij aan het orkest wist te ontlokken. Iets meer stuwende kracht was welkom geweest. Wie vertrouwd is met de uitvoering van de “Liebestod” met Wilhelm Furtwängler, zal beslist begrijpen wat wij bedoelen.

Voor lezers die de filmvoorstelling gemist hebben zijn er downloads op het Internet te vinden.

G.M. (Gepubliceerd op 18/10/2016)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *