“NABUCCO”

 

Nabucco

Ensemble en koor. (Photo: Marty Sohl/Metropolitan Opera)

“Nabucco”, opera van Giuseppe Verdi op een libretto van Temistocle Solera. Gecreëerd in het Teatro alla Scala te Milaan op 9 maart 1842. Productie van de Metropolitan Opera te New York, wereldwijd in bioscoopzalen vertoond op 7 januari 2017.

Nabucco: Placido Domingo
Abigaille: Liudmyla Monastyrska
Zaccaria: Dmitry Belosselskiy
Ismaele: Russell Thomas
Fenena: Jamie Barton
Il Gran Sacerdote di Belo: Sava Vemic
Anna: Danielle Talamantes
Abdallo: Eduardo Valdes

Metropolitan Opera Orchestra & Chorus
Dirigent: James Levine
Regie: Elijah Moshinsky

Muzikaal:
Scenisch:

Bij het bekijken/beluisteren van deze populaire jonge Verdi-opera, konden wij ons niet van de indruk ontdoen dat de Metropolian Opera, ondanks zijn wereldfaam, iets weg heeft van een provincietheater, waar schaamteloos geapplaudisseerd wordt als de favoriete zanger het podium betreedt en waar het hipste nummertje, zoals hier het Slavenkoor, gretig gebisseerd wordt.

Deze voorstelling was ook doordrongen van een gevoel van nostalgie: Placido Domingo, een zanger die zijn toekomst al lang achter de rug heeft nam de titelrol voor zijn rekening en muziekdirecteur James Levine zat in de orkestbak, amper nog een schim van wat hij vroeger was, in een rolstoel op een speciaal daarvoor ontworpen draaivlak. Het geheel ging in een stokoude enscenering van Elijah Moshinsky.

Maar desondanks was het toch een lovenswaardige voorstelling, waar vooral op muzikaal vlak heel wat te beleven viel. Wij waren in de eerste plaats onder de indruk van de dramatische sopraan Liudmyla Monastyrska, een kanjer van een Abigaille, die vooral imponeerde door haar strakke, kordate hoogte en feilloos legato, al had zij naar het einde toe enkele korte inzinkingen. Zij werd waardig van repliek gediend door de forse tenor Russell Thomas in de rol van Ismaele. De mezzo Jamie Barton klonk als Fenena al even overtuigend, ondanks haar wat struise verschijning.
Minder enthousiast waren wij over Dmitry Belosselskiy als Zaccaria, een sonore bas die echter geen kans zag om boven het schools noten zingen uit te komen en helaas weinig invoelvermogen had.

En dan was er natuurlijk Placido Domingo in de baritonrol van Nabucco. Hij zong de partij al in 2013 in Covent Garden en de prestatie wordt dus geen nummertje 148 op zijn lijst van gezongen rollen. (Nr. 147 was de recente Gianni Schicchi in Los Angeles – een veel betere keuze, die nog binnen zijn stemmogelijkheden ligt).

Deze lijst kan vrij bestudeerd worden op Wikipedia:
https://en.wikipedia.org/wiki/Repertoire_of_Plácido_Domingo en dat deden wij ook. Opvallend vonden wij vooral de diversiteit aan rollen en ook het feit dat hij zich in zijn prille jeugd (1957/59) aan baritonpartijen waagde, zij het in fragmenten van zarzuela’s, niet echt relevant voor zijn operacarrière.

Anno 2017 blijft er zowel van de tenor als van de bariton maar weinig over. Een mooi legato is er soms nog, en ook een flinke dosis invoelvermogen kan niet ontkend worden. Maar de hoge noten (als hij ze zingt!) zijn krampachtig en zelfs pijnlijk om te aanhoren. Als Domingo thuis in een moment van verpozing een opname van deze voorstelling beluistert, moet hij dat zelf toch ook horen en bij zichzelf zeggen: “Kom Placido, nu is het genoeg geweest. Als je absoluut het lijstje tot 150 wil aanvullen, waag je dan niet verder aan zware rollen en maak je keuze tussen de vele lichtere partijen die het baritonvak rijk is.

James Levine is een ander hoofdstuk, maar in dezelfde stijl. Ook hij heeft er een bijzonder lange carrière opzitten, is in de MET geliefd als een vader en het publiek draagt hem op beide handen. Een dirigent op zijn retour heeft het natuurlijk gemakkelijker dan een zanger, zeker als het orkest met zijn intenties vertrouwd is. Het NBC Symphony Orchestra speelde een concert zonder dirigent nadat zijn vaste leider, Arturo Toscanini, al overleden was…

James Levine liet ZIJN orkest rustig en slank musiceren, vrij ontspannen, maar toch strak genoeg in de meer heldhaftige passages. Het beroemde koor “Va pensiero sull’ ali dorate” klonk wondergaaf, wat sentimenteel, iets te traag naar onze smaak en bijna als een smartlap in de toegift.

De enscenering van Elijah Moshinsky kennen wij van de DVD-opname van de MET uit 2001: een traditioneel decor met zware piramideachtige opgestapelde stenen en trappen, indrukwekkend in de grote ensemblescènes. De kostuums waren een mengeling van stijlen waar naast de traditionele zwaar versierde kledij van de hoofdrollen, figuren opdaagden die zo te zien uit “Il Trovatore” en zelf “Die lustigen Weiber von Windsor” ontsnapt waren. Van personenregie was er maar weinig sprake.

“Nabucco” is een ijzersterk repertoirewerk dat tegen een deuk kan. De leuke deuntjes volgen zich op aan een hels tempo en zelfs met de tekortkomingen die deze voorstelling onmiskenbaar had, beleefden wij een aangename avond.

G.M. (Gepubliceerd op 17/1/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *