“INDRUKWEKKENDE MAAR BEZOEDELDE PRINS IGOR”

Prins Igor

Koor van de Nationale Opera en Prins Igor (Ildar Abdrazakov) (Foto: Matthias Baus)

Prins Igor, opera in vier akten met proloog, geschreven en gecomponeerd door Alexander Borodin. De opera werd na de dood van de componist (1887) bewerkt en aangevuld door Nikolai Rimski-Korsakov en Alexander Glazoenov. Eerste opvoering vond plaats in St. Petersburg, in 1890. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 7 februari 2017.

Jaroslavna: Oksana Dyka
Kontsjakovna: Agunda Kulaeva
Vladimir Igorevitsj: Pavel Cernoch
Prins Igor Svjatoslavitsj: Ildar Abdrazakov
Prins Galitski/Khan Kontsjak: Dmitri Ulyanov
Ovloer: Vasily Efimov
Skoela: Vladimir Ognovenko
Jerosjka: Andrei Popov

Rotterdams Philharmonisch Orkest
Koor van de Nationale Opera
Muzikale leiding: Stanislav Kochanovsky
Regie en decor: Dmitri Tcherniakov

Muzikaal:
Scenisch:

Prins Igor

Kontsjakova (Agunda Kulaeva) en Vladimir Igorevitsj (Pavel Cernoch) (Foto: Matthias Baus )

Prins Igor

Prins Igor (Ildar Abdrazakov), Vladimir Igorevitsj (Pavel Cernoch) en Kontsjakova (Agunda Kulaeva) (Foto: Matthias Baus )

Prins Igor

Prins Igor (Ildar Abdrazakov), Prins Galitski (Dmitri Ulyanov) en Vladimir Igorevitsj (Pavel Cernoch) (Foto: Matthias Baus )

Prins Igor

Jaroslavna (Oksana Dyka) en Prins Galitsky (Dmitri Ulyanov) (Foto: Matthias Baus )

Prins Igor

Prins Galitski (Dmitri Ulyanov) en Koor van de Nationale Opera. (Foto: Matthias Baus )

Prins Igor

Jaroslavna (Oksana Dyka) (Foto: Matthias Baus )

Prins Igor

Kontsjakovna (Agunda Kulaeva) en Vladimir Igorevitsj (Pavel Cernoch) (Foto: Matthias Baus )

Prins Igor

Kontsjakova (Agunda Kulaeva) (Foto: Matthias Baus )

Dat De Nationale Opera een gelukkige hand heeft als het gaat om Russische opera’s, werd vorig seizoen, maar ook in de voorgaande jaren (Boris Godoenov, Jevgeni Onjegin), weer eens bewezen door de zeer geslaagde uitvoeringen van Chovansjtsjina  en Pique Dame. De schrijnende combinatie van een muzikaal geslaagde uitvoering en een bedenkelijke regie is helaas een ook vaak voorkomende, zo niet kenmerkende eigenschap van diezelfde Nationale Opera. Bij Borodins Prins Igor, drie jaar geleden in de MET in première gegaan, was het niet anders.
Alexander Borodins Prins Igor is een historische opera, een heldenepos.   Het is ongetwijfeld Borodins belangrijkste werk, hij werkte er 18 jaar aan, maar maakte de opera niet af. Zijn vrienden  Rimski-Korsakov en Aleksandr Glazoenov voltooiden Prins Igor op basis van de aantekeningen die Borodin had achtergelaten. Borodin behoorde tot het zogenaamde “Machtige hoopje” van componisten die weinig muzikale achtergrond hadden; behalve Balakirev, die nog enig muzikaal onderricht genoten had. Cui, Moessorgski en Rimski-Korsakov waren militairen en Borodin was chemicus en medicus.
Prins Igor is, ik herhaal het nog maar eens, een heldenepos en handelt over een militaire campagne tegen vijandige stammen. In het Amsterdamse Muziektheater was het weer het spreekwoordelijke feest voor het oor, met fijne solisten en het beste operakoor ter wereld, het koor van De Nationale Opera. Voeg daarbij het onder leiding van Stanislav Kochanovsky onberispelijk en warmbloedig meeslepend spelende Rotterdams Philharmonisch Orkest (voor al uw Russisch repertoire), en we kunnen Prins Igor bijschrijven bij die vrij lange lijst van succesvolle Russische opera’s van DNatO.

Oorlog is slecht voor u

Echter. Regisseur Dmitri Tcherniakov, die Tristan und Isolde al eens in een hotel en een onderzeeboot had gesitueerd en Aida als Balkanoorlog zag, deed weer ontzettend zijn best om een fijne opera-avond zo problematisch mogelijk te laten verlopen. Een 12e-eeuws heldenepos werd omgetoverd tot de 20e-eeuwse Eerste Wereldoorlog, waarin de zielenroerselen van De Mensch Igor centraal stonden. Dus dat werd veranderen in de volgorde van het verhaal, snijden in de completerende, maar essentiële bijdragen van Glazoenov en Rimski-Korsakov (de schitterende door Rimski-Korsakov gecomponeerde ouverture viel onder Tcherniakovs sloophamer), knoeien met recitatieven, en muziek toevoegen uit een andere Borodin-opera ter wille van het door maestro Tcherniakov gewrochte Concept. Kortom, het bekende narcistische sloopwerk zoals dat van door concepten en visies bezochte regisseurs wordt verwacht. Jean Cocteau schreef ooit dat de regisseur die het oorspronkelijke werk niet respecteert, niet meer is dan een verloskundig arts die denkt dat hij de vader is. Voordeel was dat Tcherniakovs mutilerende ingrepen een beetje stiekem en dus niet überstorend waren en ze zullen misschien zelfs  niet iedereen opgevallen zijn; er waren geen kalasjnikovs, en de toneelbeelden, vooral de desperate laatste akte, waren op zichzelf niet onfraai. De regisseur had eenvoudigweg wat verbeteringen in (het thema van) de opera aangebracht waar Borodin, Rimski-Korsakov en Aleksandr Glazoenov overheen hadden gekeken.

Waar gaat het verhaal echt over. Het gaat terug op een 12e-eeuw epos over de onbesuisde campagne van een jonge Russische prins tegen naburige Mongoolse stammen. De campagne mislukt, de prins wordt gevangen genomen, maar hij ontsnapt en doet de gelofte om het Russische volk te verenigen tegen zijn gezamenlijke vijand. Van dit verhaal blijft niet veel heel, het wordt getransformeerd tot een deprimerend psychodrama en een wel heel simplistisch anti-oorlogsmanifest. U moet namelijk weten: oorlog, dat is niet best! Daar hoort geen opgewekte ouverture bij, dus die werd geschrapt. Daarvoor in de plaats kregen we een groot bord met de tenenkrommende tegeltjestekst:  “Het ontketenen van een oorlog is de beste manier om aan jezelf te ontsnappen.” Qua diepzinnigheid vergelijkbaar met de aforismen van Malle Jodocus van de Tempelberg.

12e-eeuw wordt 20e-eeuw

Als het doek opgaat, is het even raden in welke tijd we ons bevinden. De dames zijn  gekleed in onbestemde, bruine ton-sur-ton kleding.  Prins Igor, zijn soldaten en hovelingen lijken rechtstreeks uit het Kremlin afkomstig en Igors vrouw, prinses Jaroslavna, draagt een lange, bruine middeleeuwse jurk. Haar broer, prins Galitsky, is gekleed in een blauw tambour-maître uniform met een rode streep.  Skoela is een dronken deserteur maar ziet er in zijn grijze pak, witte overhemd en das meer uit als de voorzitter van de hockeybond.
Naast het paleis/de vergaderzaal c.q. kazerne is er maar één ander toneelbeeld in deze productie, een papaverveld.  Dat betekent dat elke scène in die zaal of tussen de papavers, symbool voor oorlogsslachtoffer van de Eerste Wereldoorlog,  plaatsvindt, en dat zorgt voor een verwarrende enscenering. Waar is het Polowetzer kamp met de Polowetzer krijgers? Het publiek vangt slechts kort een glimp op van de Polowetzer maagden, die zijn gekleed in wazige witte (want maagd) hemden. De meest bekende muziek in de opera, de Polowetzer dansen (u weet wel, ‘Stranger in Paradise’) werd off-stage gezongen door de vrouwenstemmen in het koor, terwijl in witte pyjama gestoken dansers -mijn buurvrouw had het over “teletubbies”- zich als dartele veulens door het opiumveld bewogen. Wij meenden zelfs enkele cancan-gilletjes te horen. Uiteraard gelardeerd met de steeds belerender en dus irritanter wordende projectiebeelden van dood en verderf.

De beroemde totale zonsverduistering vindt binnenshuis plaats, door het dimmen en weer aanfloepen van het licht, een goedkoop trucje dat je op de feestelijke afscheidsavond van basisschool De Vossenburcht in Spankeren zou verwachten.  De lijst met mismatches tussen de muziek/tekst en de actie op het podium is schier oneindig. Het soldatenkoor zingt over glorie en eer op het slagveld, maar staat erbij als een verzameling deplorables die in de melaatsenkolonie van Ben Hur niet zouden misstaan. De boodschap is overduidelijk: Oorlog Is Een Vreselijk Iets. Daarom ook geprojecteerde zwart-wit beelden van een bloedig slagveld als de Polowetzer maagden over de liefde zingen. Wij hebben hier waarschijnlijk te maken met een beoogd “schrijnend effect”. En Khans dochter, Kontsjakovna, zingt over de vallende avond in een zonovergoten papaverveld.  Kortom, het was qua regie weer zo’n avond van  “Snap je dat nou, juffrouw Snip? Als je mij nou, juffrouw Snap!”

Gouden momenten

Meer dan genoeg nu over de regie, Nicht diese Töne, sondern laßt uns angenehmere anstimmen!  Want muzikaal was er oneindig veel te genieten – een multifunctionele copy & paste statement als het om De Nationale Opera gaat. De onbetwiste ster van de avond was de charismatische bas-bariton Ildar Abdrazakov.  Hoewel hij niet over een grote (maar wel prachtige) stem beschikt, straalt hij des te meer passie en overtuiging uit. Ildar Abdrazakov is een ernstig geval van de juiste, zeg maar gerust allerbeste man op de juiste plaats die erin slaagt de muziek van Borodin naar een nog hoger niveau te tillen. Er is op dit moment nauwelijks een Prins Igor te bedenken die Abdrazakov qua stem, podiumaanwezigheid en acteerprestaties naar de kroon kan steken. De aria “Ni sna ni otdycha”, waarin de gevangen genomen en naar zijn vrouw verlangende Prins Igor vol schuldgevoel naar het moment verlangt waarop hij wraak kan nemen op de Polowetzers, is een van de Gouden Momenten ooit in het Amsterdamse Muziektheater.  Waar het goud voor Ildar Abdrazakov was,  was het platina voor het Koor van de Nationale Opera. Het verhaal wordt eentonig, maar de wijze waarop dit koor keer op keer een exceptionele prestatie levert, is indrukwekkend. De mannelijke koorleden waren als de soldaten van Prins Galitsky op hun allerbest, terwijl de vrouwelijke koorleden met de Polowetzer Dansen ons een inkijkje gaven in de muzikale voorkeur van Onze Lieve Heer. Grote, grote klasse.

Oksana Dyka gaf een levendige vertolking van Prinses Jaroslavna. Zij beschikt over een grote stem met helaas onaangenaam scherpe kantjes. Naarmate de voorstelling vorderde, werd de stem steeds schriller waarbij het punt “gewoon niet mooi” angstig dicht genaderd werd. Bas Dmitri Ulyanov, was overtuigend als prins Galitsky en Khan Kontsjak (dubbelrol). De man beschikt over een indrukwekkende laagte en een enorm volume; naar verluidt werd er buiten het Muziekgebouw meegeluisterd. Jammer dat de regie hem in de derde akte neerzette alsof hij zich in Anatevka dan wel Der Zigeunerbaron bevond. De tenor van Pavel Cernoch (Vladimir) matchte uitstekend met de fraai resonerende stem van de voortreffelijke mezzo Agunda Kulaeva’s (Kontsjakovna). Betreurenswaardig was dat zij hun liefdesduet in aanwezigheid van Prins Igor moesten zingen. Een bizar trio. De Ovloer van Vasily Efimov was enigszins onstabiel en plaatste zich daarmee in de categorie “moet beter kunnen”.

Het was echter de finale die nog een rampzalige maar gelukkig wel welluidende verrassing voor ons in petto had. Deze opera eindigt normaliter met een feestelijk koor waarin de Prins gefeliciteerd wordt met zijn ontsnapping. Feestelijk koor? Dat kan natuurlijk niet, dus werd het vervangen door een koor uit een andere opera van Borodin met sombere beelden van dood en verderf, terwijl de zwaar gedeprimeerde Prins zich al struikelend een weg over het puin op het podium baant. Het pathetische luide gejammer onderstreepte voor de 321e keer: oorlog is geen pretje, mensen!
Drie uur Borodin is ondanks de prachtig geïnstrumenteerde muziek, een behoorlijke zit. Desalniettemin: deze Prins Igor is een must-go. Al was het alleen maar voor Ildar Abdrazakov en het Koor van De Nationale Opera.

Er zijn nog voorstellingen op 10, 13, 17, 20, 23 en 26/2/2017.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 8/2/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

3 Comments

  1. Fred Coeleman schreef:

    Dat is een prima recensie, bijna helemaal mee eens, het koor was fantastisch, wel lastig om in de zij kant van het toneel te moeten wurmen en daar ook nog op tijd in te zetten. Ildar Abdrazakov is de Prins Igor, geen twijfel mogelijk. Oksana Dyka had geloof ik een meer donkerrode robe aan, maar dat terzijde, zij zong mijn inziens top, ligt misschien ook aan de plek (bijna in de orkestbak!), ik heb genoten, ook van het Rotterdam Philharmonisch Orkest, en jammer dat Anita Rachevilishi er niet bij was, want dan had zij de show gestolen.

  2. Otto schreef:

    Een heldenepos 180 graden draaien in de richting van een anti-oorlog manifestatie, dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden, namelijk grove discrepanties. Wanneer zijn we eindelijk eens van die regisseurswaanzin verlost? Gelukkig was het muzikaal prachtig.

  3. Ray W. schreef:

    Inderdaad, goede solisten en een afschuwelijke regie (niet altijd) is een kenmerk van de opera in Amsterdam. Zoals Riccardo Muti zei over regie: “The first track of directing is music, but nowadays they commit everything to some imbecile who turns the libretto upside down and invents some abominable cock-and-bull-story, downgrading the music to a soundtrack.”

    Regisseurs sollen met het libretto, en dus met het oorspronkelijke kunstwerk en met de componist, ten faveure van hun eigen ideeën i.e. ten faveure van hun eigen emplooi. Opmerkelijk dat dit maar steeds weer gepikt wordt. De Kleren van de Keizer!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *