“LE NOZZE DI FIGARO”

Eleonora Buratto (La Contessa) en Marianne Crebassa (Cherubino) (Foto: Monika Rittershaus)

Eleonora Buratto (La Contessa) en Marianne Crebassa (Cherubino) (Foto: Monika Rittershaus)

Le Nozze di Figaro. Opera van Wolfgang Amadeus Mozart op een libretto van Lorenzo Da Ponte. Gecreëerd in het Burgtheater te Wenen op 1 mei 1786. Gebaseerd op de komedie “La folle journée, ou le Mariage de Figaro” van Beaumarchais. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 6 september 2016.

Il Conte di Almaviva: Stéphane Degout
La Contessa di Almaviva: Eleonora Buratto
Susanna: Christiane Karg
Figaro: Alex Esposito
Cherubino: Marianne Crebassa
Marcellina: Katherine Goeldner
Bartolo: Umberto Chiummo

Nederlands Kamerorkest
Koor van De Nationale Opera
Muzikale leiding: Ivor Bolton
Regie: David Bösch

 

“Ik kan aan deze opera niets politieks ontdekken,” aldus de nog niet zo lang geleden  overleden dirigent Nikolaus Harnoncourt. Desalniettemin werd “Le Nozze di Figaro” in recente jaren door regisseurs van een hedendaagse politieke lading voorzien en  “verplaatst” naar bijvoorbeeld een psychiatrisch ziekenhuis, naar de Trump Tower in New York of naar een Ingmar Bergman-achtige hel. Gelukkig is deze opera niet meer en vooral niet minder dan een briljant getoonzette 18e-eeuwse komische opera, met groteske persoonsverwisselingen en spectaculaire, verrassende wendingen.  Het is Mozart’s meest humoristische werk en “Le Nozze” staat dan ook steevast in de jaarlijkse mondiale top tien van meest opgevoerde opera’s. De schier onontwarbare liefdesintriges die zich tijdens  deze “folle giornata” in het paleis van Graaf Almaviva ontspinnen, zijn dankzij de heren Mozart en Da Ponte universeel hilarisch. Een briljante komedie waarin ook plaats is voor diepere gevoelens van genegenheid.

In de versie van regisseur Bösch die op 6 september bij De Nationale Opera in Amsterdam in première ging kwamen de komische aspecten voortreffelijk aan bod. De voorstelling was aangekondigd als “eigentijds”, maar in feite werd braaf het libretto gevolgd (bravo!) en bestond het eigentijdse uit de niet echt storende  toevoeging van bepaalde rekwisieten.

Wij zagen op het toneel de trofeeën van het moderne regietheater, dit keer in de vorm van een haardroogkap, een strijkijzer, een afstandsbediening, een hometrainer en het nec plus ultra van de moderne operaregie: de rolstoel!

Deze laatste moeten wij maar beschouwen als de valuta waarmee Bösch zijn lidmaatschap van de Club der Eigenzinnige Regisseurs voldoet. De regie zelf was vermakelijk, met enkele zeer grappige en enkele minder grappige vondsten, en met maar één ernstige uitglijer, waarover later. Na de “geënsceneerde ouverture” (houd daar eens mee op!) presenteerde zich een droomcast van eminente zangers, die deze “Nozze” tot een overweldigende gebeurtenis maakten. Stéphane Degout zette een voortreffelijke Graaf neer, vol nuance en wanneer nodig met de nodige power. De Gravin werd vertolkt door Eleonora Buratto, die een voortreffelijke techniek paart aan een aangenaam timbre, haar “Porgi amor” was een juweeltje. Christiane Karg was een wat koele Susanna, die wat sluwheid en flirterigheid miste, maar haar “Deh vieni, non tardar” was helder en sprankelend. De veelzijdige Alex Esposito nam de rol van Figaro voor zijn rekening en deed dat met veel charme, energie en een grote dosis acteertalent. Voor mij was de revelatie van de avond  Marianne Crébassa als Cherubino. Wat een prachtige mezzo, die met haar orgelachtige, gekruide tonen in de canzonetta “Voi che sapete” vibraties van intens genoegen door de zaal deed gaan. Ook de bijrollen werden sterk ingevuld, vooral door Katherine Goeldner, die een karaktervolle Marcellina neerzette. Ze vormde een perfect trio met Umberto Chiummo als Bartolo en Krystian Adam als Basilio, beiden uitstekend. Een betere –en een beter acterende–  cast is voor “Le Nozze” haast niet denkbaar. De trio’s en septetten waren van een zelden gehoorde schoonheid.

Mozart componeerde een opera met unieke ensembles, nieuwheid van melodieën en een rijke en gevarieerde orkestratie, en dirigent Ivor Bolton deed met het Nederlands Kamerorkest op voortreffelijke wijze wat hij moest doen: Mozart laten spreken c.q. horen.

“Le Nozze di Figaro” is een eind-goed-al-goed opera. Jammer dat regisseur Bösch zijn vermakelijke regie toch weer policor moest besluiten en het niet kon nalaten de gravin een geweer op het hoofd van de graaf te laten zetten. Een even goedkope als detonerende ingreep.

Dit schoonheidsfoutje daargelaten was deze “Nozze” van De Nationale Opera een prachtige, muzikaal overweldigende voorstelling. Een klassieker in wording.
Er zijn nog voorstellingen op 8, 11, 13, 15, 18, 21, 23 en 27/9/2016.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 7 september 2016)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

4 Comments

  1. Dick schreef:

    Deze lovende recensie maak mij nieuwsgierig – ik zou er een reisje naar Amsterdam voor willen wagen.

  2. Truus Blenderman en Cor de Wit schreef:

    Wat een waardevolle recensie. Door omstandigheden konden wij niet naar de Generale maar daar hebben we iemand blij mee kunnen maken. Na het lezen van dit commentaar van iemand met wie we vaak op één lijn zitten, gaan we toch maar eens kijken naar een voorstelling.

  3. kersten schreef:

    Heb deze DNO-productie nog te goed (gelukkig, want de recensie is zeer veelbelovend) maar ik wil Opera Gazet hierbij graag feliciteren met de vernieuwde lay-out, geheel in overeenstemming nu met de zoals altijd bijzonder aangenaam leesbare recensie door Olivier Keegel!

  4. fred coeleman schreef:

    Dat is een groot compliment voor dno; dus ik ga eind vd maand zeker gaan kijken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *