“JEPHTHA, NOBELPRIJS VOOR ONTROERENDE SCHOONHEID”

Jephtha

Florian Boesch als Zebul, Richard Croft als Jephtha, Bejun Mehta als Hamor, Wiebke Lehmkuhl als Storgè, Anna Prohaska als Iphis, figuranten en Koor van de Nationale Opera. (Foto: Martin Walz)

“Jephtha”, oratorium van Georg Friedrich Händel op een libretto van Thomas Morell. Gebaseerd op het Bijbelse verhaal van Jephtha, Richteren 11:30-40. Voor het eerst uitgevoerd in het  Theatre Royal Covent Garden op 26 februari 1752. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 9 november 2016.

Jephtha: Richard Croft
Storgè: Wiebke Lehmkuhl
Iphis: Anna Prohaska
Hamor: Bejun Mehta
Zebul: Florian Boesch
Engel: Ana Quintans

Concerto Köln
Koor van De Nationale Opera
Dirigent: Ivor Bolton
Regie: Claus Guth

Jephtha

Wiebke Lehmkuhl als Storgè. (Foto: Monika Rittershaus)

Jephtha

Anna Prohaska als Iphis. (Foto: Monika Rittershaus)

Jephtha

Richard Croft als Jephtha. (Foto: Monika Rittershaus)

Jephtha

Richard Croft als Jephtha en Anna Prohaska als Iphis. (Foto: Martin Waltz)

Jephtha

Wiebke Lehmkuhl als Storgè. (Foto:Martin Walz )

Jephtha

Richard Croft als Jephtha, Anna Prohaska als Iphis en Koor van de Nationale Opera (Foto: Martin Walz )

Na zijn talloze operacomposities ging Händel aan de slag met het oratorium. Hij componeerde er zo’n 25 en een van de meest indrukwekkende is de voorlaatste, “Jephtha”. “Jephtha” wordt ook wel als zijn laatste oratorium beschouwd omdat het erna volgende “The Triumph of Time and Truth” eigenlijk een bewerking is van een eerdere versie. Regisseur Claus Guth maakt van “Jephtha” een opera, die als coproductie met de Opéra national de Paris op 9 november in het Amsterdamse Muziektheater in première ging.

De thematiek van “Jephtha” is bepaald niet uniek, ook in bijvoorbeeld “Iphigénie en Aulide” en “Idomeneo” moet een vader zijn kind offeren. Librettist Thomas Morell voorzag het Oudtestamentische verhaal met behulp van een deus ex machina van een happy end: de engel van dienst laat weten dat Jephtha’s dochter Iphis niet geofferd hoeft te worden nu haar vader bereid is Gods wil uit te voeren. Iphis hoeft dus niet dood, maar wordt wel veroordeeld tot eeuwige maagdelijkheid. Het is maar wat je een happy end noemt!

Pareltjes van barokmuziek

Bijna 3,5 uur Händel is, hoe fraai de muziek ook is, wellicht wat veel van het goede. Daarom was het prettig dat er ook nog wat te zien was, en er was heel veel fraais te zien, hoewel de deels moderne en deels historiserende kostuums zoals altijd iets ongemakkelijks opleverden in combinatie met muziek en tekst. Bij Claus Guth gaat “Jephtha” over “de man die er maar niet in slaagt uit de fatale cyclus van zijn leven te breken”. Had Jephtha, Händel of God zelf dit maar geweten! Guth over de transformatie van oratorium naar opera: “Jephtha schakelt voortdurend tussen individu en collectief, tussen actie en stilstand. Voor dat probleem hoop ik een esthetische oplossing te vinden. “Voor zover dat al een probleem is (met een koe de snelweg op willen, en klagen dat het beest zo langzaam is), is de regisseur er prima in geslaagd het op te lossen. De regie was in grote lijnen dik in orde en leverde zeer fraaie en indrukwekkende toneelbeelden op. Jammer –of eigenlijk meer de daad van een waanzinnige- was het inlassen van afschuwelijke elektronische geluiden om de dramatiek te ondersteunen. Dit ordinaire effect leek rechtstreeks uit een low-budget verfilming van Kuifje en Het Spookkasteel te komen. Spuuglelijk en volkomen overbodig, en in aanmerking komend voor langdurige TBS. Ook vond regisseur Guth het nodig om een zelfverzonnen einde aan de opera te breien. Iphis verhuist in de versie van Guth naar de funny farm, een wending waar geen enkele  andere basis voor is dan de eigen fantasie. Oftewel: het eigen concept! Daartoe behoort ook het eindeloze gesleep met letters en woorden, wat me heel erg deed denken aan een aanschouwelijke cursus Engels voor schoolverlaters. Een zwaktebod. Tot slot: Dubbelganger? Check! Gevechten in slow motion? Check! Maar nadrukkelijk zij nogmaals opgemerkt dat genoemde bezwaren meer dan volledig gecompenseerd werden door de manier waarop Guth het verhaal centraal stelt, respecteert en in beeld brengt, en door de uitgekiende personenregie. Wat verder zonder meer voor de regisseur pleit, is dat hij de happy-end engel met onvervalste engelenvleugels uitrust. Wij zien dat graag.

Als Iphis aan het slot van de opera met haar dubieuze lot wordt geconfronteerd, heeft Händel eerst nog enkele pareltjes van barokmuziek afgeleverd, van barokke koormuziek vooral. Hoogtepunten vinden we bijvoorbeeld aan het einde van de tweede acte, met het kwartet “O spare your daughter”, even later gevolgd door het koor, ”How dark, O Lord, are Thy decrees”’, waarin het Koor van De Nationale Opera op de inmiddels bekende wijze excelleerde. In de derde acte al weer een onvervalste tophit, “Waft her, angels, through the skies”, vertolkt door Richard Croft. Richard Croft, die ook al optrad in een met wisselend enthousiasme ontvangen door Guth geënsceneerde “Messiah”, is een solide tenor die van alle markten thuis is en probleemloos switcht van Mozart naar Wagner naar Händel. Hij is bekend om zijn fraaie, heldere geluid en elegante flexibiliteit. Toch had ik op grond van zijn reputatie veel meer van hem verwacht. Het was allemaal wat vlak en vaal, en vooral in de hoogte behoorlijk problematisch. Doodsbang als uw recensent is om weer een “citaat” te missen vermeld ik hier maar even dat de scene waarin Croft als Jephtha zijn strijdplannen (letterlijk) op tafel legt volgens mij regelrecht uit “Der Untergang” afkomstig is.

Anna Prohaska

De kettingrokende (?) machthebber Zebul werd met zeer veel overtuiging vertolkt door Florian Boesch. Een onvervalst genoegen deze man aan het werk te zien. De Iphis van Anna Prohaska is de ster van de avond, een haarscherp schot in de roos. Voortreffelijk gecast: zij is een nog overtuigender Iphis dan het bijbelse wicht zelf ooit geweest is. Prohaska heeft een bijzonder fraai timbre en in Iphis’ laatste aria, waarin zij haar lot accepteert, is van een voorbeeldige barokke, Händeliaanse schoonheid. Haar soms kloeke, soms breekbare, pure zang is just what the doctor ordered voor de rol van Iphis. Dat mevrouw Prohaska een bijzonder prettige verschijning is, is natuurlijk irrelevant, maar het stoort ook niet. De alt Wiebke Lehmkuhl, die onlangs nog in “Götterdämmerung” in Bayreuth stond, zette een aangrijpend Storché, de moeder van Iphis, neer. Haar interpretatie is enigszins aan de bescheiden kant, maar nooit zonder warmte. Countertenor Bejun Mehta neemt de rol van Hamor, de verloofde van Iphis, voor zijn rekening en doet dat op een wijze die zijn internationale faam volledig recht doet.

Het Koor van De Nationale Opera zong weer zoals maar één koor ter wereld dat kan: het Koor van De Nationale Opera! Händel nu eens niet door een numeriek uitgemergeld barokkoortje, maar in volle glorie, zonder ooit log te worden! Om maar even bij de eerste acte te blijven: het verpletterende “O God, behold our sore distress” leek door Onze Lieve Heer zelf gedirigeerd te worden, terwijl wij ook in “When his loud voice in thunder spoke” op alle dynamische niveaus de precieze en schitterende, stevige toon hoorden waarop dit topkoor ons nu al decennia trakteert.

Dirigent Ivor Bolton leverde het bewijs dat hij een van de grootste Händel-specialisten is. Samen met het Concerto Köln voorzag hij de toehoorders van onontkoombare vibes van liefde voor en begrip van deze prachtmuziek. Tussen de solisten en “de bak” bloeide iets moois op dat de grenzen van een one night stand ruim overschreed. Helaas werd de ouverture, zoals tegenwoordig bijna gebruikelijk,  scenisch verontreinigd.

Ondersteund door indrukwekkende toneelbeelden is de Amsterdamse “Jephtha” een muzikale voltreffer waarin een sublieme cast en een voortreffelijk orkest ons een magnifieke barokbelevenis in het Amsterdamse Muziektheater voorschotelen. Ik zou niet weten hoe het beter kan.

Er zijn nog voorstellingen op 11, 15, 17, 20, 24 en 27 november 2016.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 10/11/2016)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

11 Comments

  1. Richard schreef:

    Amsterdam kan trots zijn op deze productie!

  2. Truus Blenderman en Cor de Wit schreef:

    Ik was naar de generale en alhoewel Händel niet echt iets voor mij is, heb ik deze productie toch kunnen waarderen. Maar voor mij mag het wel iets korter. Mooie stemmen en goede acteurs, inderdaad geen hinderlijke regie en ik heb erg genoten van het prachtige koor. Het verhaal is wel weer een bewijs dat de leiders van de wereld nogal eens krankzinnig zijn.

  3. Irma Deutekom schreef:

    Aangezien ik Jephtha nog moet zien en horen ben ik blij met je realistische, humoristische en betrouwbare recensie.

    Je toelichting op het verhaal, de regie, het koor en de zangers is fijn om te lezen.

  4. Karina schreef:

    Aangespoord en geïinspireerd door jouw vakkundig en boeiend geschreven recensie zal ik vandaag in het verhaal van Jephtha duiken – én in de muziek van Händel, nieuwsgierig als ik ben geworden. (Overigens spreek ik bij deze de hoop uit dat die elektronische muziek waarover jij schrijft – ik kan me er alles bij voorstellen – snel iets vervangends zal worden gevonden… de stilte perhaps? Niets onheilspellender soms dan stilte.)

  5. Richard Ottenbrink schreef:

    Exact, Karina. Stiltes in plaats van dat elektronische lawaai: onheilspellender kan niet. Ik denk dat de regisseur zijn regie niet modern genoeg vond en er toen maar “iets schokkends” tegenaan gooide. 🙂

  6. Harro Peeters schreef:

    Onzinnige verwijzingen naar Kuifje, ‘langdurige TBS’ en een niet te stuiten behoefte om leuk te doen: jammer dat Operagazet wederom de hoofdredacteur van de schoolkrant naar Amsterdam stuurde.

    • Dick Enerman schreef:

      Gefeliciteerd Opera Gazet! Met de introductie van de verbaal onbeholpen, armoedige azijnzeiker Harro zijn jullie nu definitief toegetreden tot de wondere wereld van de sociale media. 🙂 De zeverende zuurpruim is een onmisbaar attribuut! Dit exemplaar komt weliswaar wat hulpeloos onder zijn steen vandaan, maar vervult als (weliswaar treurig) verschijnsel een essentiële rol als pathetische pias.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *