“BEETHOVEN WAS VERHINDERD”

Fidelio oder Die Eheliche Liebe, opera van Ludwig van Beethoven. Libretto van Joseph Sonnleithner. Eerste uitvoering 20 november 1805 in het Theater an der Wien in Wenen. Bijgewoonde voorstelling in Koninklijk Theater Carré, Amsterdam, door het Orkest van de Achttiende Eeuw.

Leonore: Katrin Kapplusch
Florestan: Arnold Bezuyen
Rocco: Michael Tews
Don Pizarro: Wiebe-Pier Cnossen
Don Fernando: David Wilson-Johnson
Marzelline: Laetitia Gerards
Jaquino: Fabio Trümpy

Orkest van de Achttiende Eeuw
Rotterdam Symphony Chorus
Muzikale leiding: Jonathan Darlington
Regie: Jeroen Lopes Cardozo

Muzikaal:
Scenisch:

Fidelio

Ensemble en koor (Foto: Jan Hordijk)

Fidelio

Katrin Kapplusch (Leonore), Laetitia Gerards (Marzelline) en Michael Tews (Rocco) (Foto: Jan Hordijk)

Fidelio

Katrin Kapplusch (Leonore) en Wiebe-Pier Cnossen (Don Pizarro) (Foto: Jan Hordijk)

Fidelio

Laetitia Gerards (Marzelline), Michael Tews (Rocco) en David Wilson-Johnson (Don Fernando) (Foto: Jan Hordijk)

Fidelio

Fabio Trümpy (Jaquino), Laetitia Gerards (Marzelline), Michael Tews (Rocco), David Wilson-Johnson (Don Fernando), Arnold Bezuyen (Florestan) en Katrin Kapplusch (Leonore) (Foto: Jan Hordijk)

Jonathan Darlington

Jonathan Darlington (Foto: Tim Mattheson)

Het karakter van de met haar drie versies en vier ouvertures zo moeizaam tot stand gekomen enige opera van Beethoven Fidelio is kortweg samen te vatten als “overweldigend” en vormt weer eens het bewijs dat een al dan niet politiek opgeleukt verhaaltje dankzij briljant gecomponeerde muziek een even plezierige als  aangrijpende ervaring kan zijn. Het verhaal gaat over Leonore die als man (Fidelio) geïnfiltreerd is in de kerker van gouverneur Don Pizarro, waar de echtgenoot van Leonore, Florestan, tamelijk onvrijwillig verblijft. Florestan wordt gered en de naarling  Pizarro ontloopt zijn verdiende loon niet.

Aangrijpend was de semi-scenische uitvoering door het transparant spelende (“transparant” is their middle name)  Orkest van de Achttiende Eeuw in de regie van Jeroen Lopes Cardozo allerminst. We kregen nog maar eens een even overbodige als ongewenste scenische ouverture voorgeschoteld, waarin regisseur  Lopes Cardozo ons liet zien “wat er vooraf ging”. Het bleek de gevangenneming van Florestan te zijn, hetgeen voor menigeen niet als een schok kwam; gevangenen in een kerker melden zich zelden vrijwillig. Gevangenen en onderdrukkers waren gekleed in vrolijke, blauwe stofjassen/feestelijke circuskleding, nogal contradictoir aan het grimmige substraat van Fidelio. Visueel welden beurtelings associaties op aan de operette Viktoria und ihr Husar en aan Sissi, Schicksaljahre einer Kaiserin. Dat was vast niet de bedoeling. Het orkest speelt op zgn. “periode-instrumenten” (vroeger door sommige, inmiddels gearresteerde muziekliefhebbers, “authentieke instrumenten” genoemd) waarbij de articulatie en alle prettig knisperende Harnoncourt-momentjes het te vaak winnen van de rijke klank, die wij ons nog levendig herinneren  van de laatste Fidelio-uitvoering in het Amsterdamse Muziektheater in 2010, toen Marc Albrecht voor het Nederlands Kamerorkest stond.

HYSTERISCHE TEMPI

Wat bepaald niet meehielp was het door regisseur Jeroen Lopes Cardozo beraamde ontvoeringsplan: deze opera over echtelijke liefde (de oorspronkelijke naam is Leonore, oder Der Triumph der ehelichen Liebe) moest met geweld uit haar historische context van de Franse Revolutie worden gerukt en worden opgesloten in een onbestemde, anachronistische  “politieke omgeving”, waarbij het dit keer twee in de piste van het Amsterdamse Carré geplaatste wachttorens/duikplanktrappen waren die ons aan het denken moesten zetten. U begrijpt: onderdrukking, vrijheidsstrijd, ze zijn van alle tijden! Of beter gezegd, u begrijpt dat niet, en Jeroen Lopes Cardozo legt u dat even haarfijn uit. Opera-gerelateerde passie, woede en  liefde waren het slachtoffer van deze openbare les.

Dirigent Jonathan Darlington, de chef-dirigent van de Vancouver Opera, ging ook niet vrijuit. Met zijn onevenwichtige, door zangervijandige hysterische tempi en een gebrek aan diepgang gekenmerkte benadering was het moeilijk een lijn te ontdekken in wat hij eigenlijk met deze Fidelio wilde. Iets vrolijks voor de mensen? De dreigende en sombere sfeer die zo essentieel is voor deze opera was in geen velden of wegen te bekennen. Fidelio is één grote oceaangolf van emoties waarin je wordt ondergedompeld, niet enkele kopjes Beethoven-water die nu eens speels en dan weer venijnig in je gezicht worden gekletst.
Het binnenwandelen der gevangen die voor het eerst sinds lange tijd het daglicht weer eens zien, hoort een diep-emotioneel moment te zijn, maar leek nu meer op een ornithologische speurtocht naar de Sperwergrasmus. Wat bepaald niet meehielp was de vondst om de solisten en het orkest op één niveau, de piste, te plaatsen. Onbalans (orkest te hard, solisten te zacht) was het gevolg, zeker voor degenen die de voorstelling vanaf de zijkant bijwoonden. Zat je vanuit het toneel gezien aan de linkerkant, dan werd je ook nog in je gezicht geschenen door de Gestapo-kampverlichting. Publieksparticipatie, zullen we maar zeggen. Al deze visuele en auditieve ongemakken deden mij even terugdenken aan de legendarische opname met Otto Klemperer, Christa Ludwig, Walter Berry en Jon Vickers, die je onmiddellijk een idee geeft wat Beethoven met deze opera wilde. Maar dit ter zijde.

ROTTERDAM SYMPHONY CHORUS

Niet dat er geen prachtmomenten waren. Het met een canon beginnende “Mir ist so wunderbar” geldt als een van de mooiste kwartetten uit de operaliteratuur en kreeg van Laetitia Gerards (Marzelline), Katrin Kapplusch (Leonore), Michael Tews (Rocco) en Fabio Trümpy (Jaquino) kwalitatief het volle pond. De hierop volgende prozaïsche buffo-aria van Rocco “Hat man nicht auch Gold beineben” ademt een volledig andere sfeer en maakt dit kwartet in retrospectief zo mogelijk nog fraaier.

De rol van Florestan werd vertolkt door Arnold Bezuyen, een internationaal aan de weg timmerende Nederlandse lyrische heldentenor die over een indrukwekkend geluid beschikt. In 2011 maakte hij zijn debuut bij de Metropolitan Opera, als Loge in Das Rheingold. Dat hij als Florestan toch niet steeds kon overtuigen lag dan ook niet zozeer aan zijn stem, maar meer aan zijn geloofwaardigheid in deze rol. Florestan is een uitgemergelde gevangene, geen goed doorvoede in een keurig gestevend overhemd gestoken Lulletje Lampenkatoen met onberispelijk kapsel en bril. Bezuyen verdient beter. De sterk acterende Katrin Kapplusch heeft de rol van Leonore al vaak in Essen gezongen. En dat was te horen. Zij beschikt zonder enige twijfel over de vereiste hoog-dramatische sopraan, de hoge B in haar indrukwekkend voorgedragen “Komm, Hoffnung, laß den letzten Stern” (met verrukkelijke hoorns in de begeleiding) was over zijn behandeling door Kapplusch bijna 100 procent tevreden. Laetitia Gerards, die in 2009 de eerste prijs van het ‘Junior Deutekom Concours’ won, staat nog aan het begin van haar carrière. Zij schotelde ons een levendige, maar brave en niet bijzonder opmerkelijke Marzelline voor. Opmerkelijk was wél de voortreffelijk acterende lyrische bariton Wiebe-Pier Cnossen, die als gevangenisdirecteur Don Pizarro de duivelsmoeilijke aria “Ha! welch’ ein Augenblick!” tot een van de hoogtepunten van deze voorstelling maakte. David Wilson-Johnson werd opgevoerd als een Don Fernando die zo als burgemeester uit Swiebertje lijkt te zijn weggelopen en beschikt over onvoldoende laagte om in deze rol te kunnen overtuigen.

Een compliment gaat uit naar het Rotterdam Symphony Chorus. Hoewel uiteraard niet van het niveau van het koor van De Nationale Opera maakte dit koor, helaas in te kleine bezetting, de koorpartijen tot een feest. Het slotkoor “Wer ein holdes Weib errungen”, dat vooruitloopt op het slotkoor van Beethovens Negende, was weer eens een voorbeeld van de bijzondere relatie die Nederland lijkt te hebben met het voortbrengen van hoogkwalitatieve koren. Toen Onze Lieve Heer de koren schiep, mikte hij met zijn pijltje midden in het Nederlandse polderlandschap.

Ondanks de incidentele hoogtepunten wilde de Beethoven-vlam maar niet in de  Fidelio-pan slaan. Na het succes van semi-concertante uitvoeringen van Mozarts Die Entführung aus dem Serail, Così fan tutte en Le nozze di Figaro zal het Beethoven-experiment van het Orkest van de Achttiende Eeuw helaas niet de boeken ingaan als een overrompelende en onvergetelijke voorstelling.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 2/2/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

6 Comments

  1. Hans van Verseveld schreef:

    Ben het niet helemaal met je eens. Op mijn parterreplaats rij 3 stoel 23 was beeld en geluid prima in balans. Zeker voor opera in de piste is een goede plaats van groot belang. Over Arnold Bezuyens genereuze tenor zijn we het eens. Diep treurig, dat deze geweldige zanger niet of nauwelijks een kans krijgt in Nederland, maar vindt zeker zijn oorsprong bij het huidige ‘Regietheater’ waar iedere zanger en zangeres een ideaal figuur moet hebben en waarbij de zang door die regisseurs nogal hinderlijk wordt gevonden! Jeroen Lopes Cardozo heeft zich gelukkig niet vergrepen aan Fidelio, wat in voornoemd Regietheater nogal eens gebeurt. Het verhaal is gebleven en gezien de beperkte middelen is dat bepaald een zegen te noemen. Al met al een heerlijke Fidelio daar in Carré en dat zeg ik niet gauw, want ik blijf het een moeizaam werk vinden met schier onmogelijke vocale eisen die Beethoven aan de zangers stelt. Chapeau dus van alle medewerkers en het prachtige orkest.

  2. Ton Milani schreef:

    Hoe vaak overkomt het me niet dat ik na het lezen van de kostelijke recensies van dhr. O, Keegel niet het gevoel blij te zijn niet naar de gerecenseerde opera te zijn geweest. Kan men hem niet naar een persvoorstelling laten gaan, zodat ieder op tijd door hem gewaarschuwd kan worden? En komt zijn deskundige oordeel ook ter ore van de organisatoren?

  3. Otto v.d. Geest schreef:

    Het Orkest van de Achttiende eeuw is een van mijn favoriete orkesten, maar deze Fidelio was geen succes. Regie was kneuterig en harkerig, so NOT Beethoven; doe het dan nog minder scenisch, met historische kostuums en een ijzingwekkende belichting. Balans was inderdaad soms zoek – stemmen waren meer dan eens een instrument in het orkest geworden. En dirigent en orkest zelf….. tja, best fraai, maar geen Beethoven, althans geen Fidelio. Daar is meer voor nodig.

  4. Wiebke Göetjes schreef:

    Op verzoek, ook hier op de pagina:
    Ik moest het even laten bezinken.

    Op zich vind ik zo’n “alternatieve” voorstelling altijd wel leuk. Ik vond de regie ook wel ok, hoewel ik het wel met ‘onbeholpen’ eens ben.

    De zangers vond ik wisselen.
    Toen ik op het balkon zat kwam alleen de stem Rocco binnen, de anderen waren al verfladderd voordat ze bij ons waren, dat vond ik jammer, m.i. is dat een zangtechnisch iets. Later zat ik beneden, maar ik durf te wedden dat de stem van Arnold Bezuyen wél boven kwam. Hij zong met een mooie geconcentreerde toon die ongetwijfeld tot in de hoogste nok nog bij elkaar bleef. Zijn niet uitgemergelde voorkomen stoorde mij helemaal niet, zangers die deze zware partij goed kunnen zingen zijn zelden van de magere soort. Wel vond ik het perfekte brilletje en de schone stofjas niet zo passend voor iemand die al 3 jaar in een kerker ligt, maar goed, dat zijn peanuts.
    Nb: vroeger kwamen alle stemmen tot op het schellinkje, en het grote verschil tussen “oude” techniek en “nieuwe” techniek is dat de klanken veel geconcentreerder waren en nu vaak -om luider te zingen- op de verkeerde manier groot (échte grootte en volumen zit nou juist in die concentratie) gemaakt worden. Hierdoor zijn ze minder geconcentreerd of de concentratie wordt op de verkeerde plek gezocht en het geluid blijft niet bij elkaar en verfladdert voor het boven is. Een euvel van deze tijd naar mijn mening.
    David Wilson-Johnson die meer op de burgemeester uit Zwiebertje leek ben ik het ook mee eens. Voor mij is de stem veel te tenoraal gevoerd voor deze rol.

    Wat me naderhand echter het meeste bij bleef was een soort verbazing dat ik Fidelio haast een soort Entführung had gevonden, een Singspiel, terwijl ik daar altijd een heel ander gevoel bij heb gehad, zeker ook toen ik zelf de partij van Fidelio zong (keertje of 40 in diverse duitse theaters), en ik vroeg me af of mijn perceptie toen te ‘gewichtig’ was van/over Fidelio, of dat deze uitvoering nu een soort Fidelio “light” was geweest.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *