“AURELIANO IN PALMIRA”

Aureliano in Palmira

Aureliano in Palmira (Foto: Andreas Kühn)

Aureliano in Palmira, opera van Gioacchino Rossini op een libretto getekend met G.F.R. , gebruikelijk toegekend aan Giuseppe Felice Romani, maar soms ook aan Gian Francesco Romanelli. Gecreëerd in het Teatro alla Scala te Milaan op 26 december 1813. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” in de Trinkhalle te Wildbad op 14 juli 2017. Bijgewoonde concertante uitvoering op 22 juli 2017.

Zenobia: Silvia Dalla Benetta (Sopraan)
Aureliano: Juan Francisco Gatell (Tenor)
Arsace: Marina Viotti (Mezzo)
Publia: Ana Victoria Pitts (Mezzo)
Oraspe: Xian Xu (Tenor)
Licinio: Zhiyuan Chen (Bas)
Sacerdote: Baurzhan Anderzhanov (Bas)

Dirigent: José Miguel Perez-Sierra

Juan Francisco Gatell

Juan Francisco Gatell

Marina Viotti

Marina Viotti

José Miguel Perez-Sierra

José Miguel Perez-Sierra

Deze zelden opgevoerde opera gaat over de Romeinse keizer Aureliano die met prins Arsace een strijd levert om de hand van koningin Zenobia. Het werk dateert uit 1813 en was de tweede opdracht van het Teatro alla Scala. Deze enige opera van Rossini die voor een castraat geschreven werd, slaagde er niet in het Milanese publiek voor zich te winnen. De opera verdween al vlug van het speelplan en Rossini, steeds bekommerd dat zijn pennenvruchten verloren zouden gaan, gebruikte verschillende muziekfragmenten in zijn latere Elisabetta, regina d’Inghilterra en Il barbiere di Siviglia.

De opera was zo goed als vergeten toen hij op het einde van de twintigste eeuw herontdekt werd. Het was een regelrechte puzzel en een uitdaging om de niet overeenstemmende handgeschreven copies aan elkaar te breien. Het is pas in 2014, ter gelegenheid van de opvoering van Aureliano in Palmira op het Rossini Opera Festival in Pesaro dat een definitieve versie werd vastgelegd.

Zoals voor Eduardo e Cristina de dag ervoor, hadden wij ook deze weinig opgevoerde opera liefst scenisch of semiscenisch gezien. Een pluspunt was dat Arsace een mannelijke outfit droeg en dat er tussen de protagonisten toch wat geacteerd werd, waardoor de uitvoering wat minder steriel overkwam. Maar laat ons niet te kieskeurig zijn, want er werd weer uitstekend gezongen en dat is bij een opera van Rossini toch primordiaal.

Silvia Dalla Benetta, de Cristina van de vorige dag, vertolkte nu de rol van Zenobia en zij liet er geen twijfel over bestaan dat zij niet enkel de Koningin van Palmira was, maar ook de prima-donna van deze avond! Met haar kernachtige, slanke timbre en haar voortreffelijke hoogte zong zij onvermoeid en met brio. Ook aan volume ontbrak het haar niet en haar heldere stem steeg bij momenten letterlijk zegevierend boven het orkestgeweld uit. Arsace van de mezzosopraan Marina Viotti stak wat bleekjes af tegen deze soevereine sopraan. Zij zong uitstekend, daar gaat het niet om, maar wij misten warmte en in de zo karakteristieke en wondermooie duo’s die Rossini schreef voor alt en sopraan, bleven wij toch wat op onze honger zitten.

De Romeinse keizer Aureliano werd met autoriteit gezongen door Juan Francesco Gatell, een tenor met een heldere, strakke stem en een mooi legato, maar souplesse is niet zijn sterkste kant. Hij waagt zich ook aan Rossini’s Graaf Almaviva, Don Ramiro en Belfiore en wij vragen ons af wat hij van deze rollen terecht brengt. Hij is volgens ons meer een Chris Merritt dan een Rockwell Blake. Ok zijn hoogte zat niet gemakkelijk. Had hij misschien een slechte dag?

De bas Baurzhan Anderzhanov had als hogepriester één aria te zingen in de eerste akte. Hij deed dat met veel gezag, maar het bracht hem kennelijk aan de grens van zijn mogelijkheden.

Blijkbaar omdat de opera destijds geschreven werd in opdracht van de Milanese Scala, toen al een toonaangevend gezelschap met een uitgebreid koor, bevat de opera meer koorbladzijden dan gebruikelijk bij Rossini. Het Camera Bach Chor Poznan heeft zijn grenzen: zij zingen voortreffelijk unisono en als het niet te veel souplesse vraagt. Dat was hier gelukkig het geval en het koor oogstte zelfs een open doekje na de uitgebreide koorscene in de tweede akte.

José Miguel Perez-Sierra heeft niet de schwung van Fogliani, maar het orkest werd wel strak aan de teugels gehouden en het geheel verliep mooi synchroon.

Rossini-in-Wildbad 2017 zal ons bijblijven voor de opmerkelijke keuze van de werken: in de Trinkhalle drie zelden opgevoerde serieuze opera’s van Rossini en de afwezigheid van een weinig gekend werk van een andere componist.

Tussen het uitgebreide palmares van zangers is er ook jaarlijks wel een tegenvaller, maar niet dit jaar! Er waren geen pijnlijke uitschieters.
Mooi belcanto over de ganse lijn!

G.M. (Gepubliceerd op 25/7/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *