“NABUCCO”

Nabucco

Giulio Pelligra als Ismaele, Leo Nucci als Nabucco en Virginia Tola als Abigaille (Foto ® Lorraine Wauters – Opera Royal de Wallonie)

“Nabucco”, opera van Giuseppe Verdi op een libretto van Temistocle Solera. Gecreëerd in het Teatro alla Scala te Milaan op 9 maart 1842. Première van deze productie door de Opéra Royal de Wallonie op 18 oktober 2016. Bijgewoonde voorstelling in het Théâtre Royal de Liège op 23 oktober 2016. Co-productie met The Israeli Opera Tel Aviv-Yafo.

Nabucco: Leo Nucci
Abigaille: Virginia Tola
Zaccaria: Orlin Anastassov
Ismaele: Giulio Pelligra
Fenena: Na’ama Goldman
Il Gran Sacerdote di Belo: Roger Joakim
Anna: Anne  Renouprez
Abdallo: Papuna Tchuradze

Orchestre et Chœurs de l’Opéra Royal de Wallonie-Liège
Direction musicale: Paolo Arrivabeni
Mise en scène: Stefano Mazzonis di Pralafera

De eerste jaren van Verdi’s carrière waren niet echt opvallend. Zijn eerste opera “Oberto, Conte di San Bonifacio” (1839) werd matig warm onthaald en zijn tweede “Un giorno di regno” (1840) werd zelfs een grote flop. Het was ook de periode dat Verdi te kampen had met tragische familiale omstandigheden: op korte tijd overleden zijn vrouw en zijn twee kinderen. Hij zat in een diepe depressie en zwoer nooit meer een opera te componeren. Het verhaal is bekend: de impresario van La Scala schoof het libretto van “Nabucco” in Verdi’s zak. Thuis gooide Verdi het libretto op tafel en het viel open bij het koor van de Joodse gevangenen “Va pensiero, sull’ali dorate”. Zijn oog viel er op en hij was meteen gefascineerd door het Bijbelse verhaal. De volgende dag zette hij zich aan het componeren. De opera was meteen een succes en het eerder genoemde koor werd keer op keer gebisseerd en werd uiteindelijk zelfs het onofficiële volkslied van Italië.

Wij deden de uitstap naar Luik niet echt om de zoveelste opvoering van “Nabucco” bij te wonen, maar meer om Leo Nucci nog eens te horen. Volgens niet altijd betrouwbare bronnen is de man nu 74 jaar en hij zingt nog geregeld de grote Verdi-rollen. Rigoletto, zijn lievelingsrol, zou hij volgens het programmaboekje al meer dan 500 keer gezongen hebben. Wij doet hem dat na?

Maar wij waren niet zo gefascineerd met wat hij in Luik als Nabucco presteerde. De eens zo romige, heldhaftige bariton heeft veel aan glans verloren. Alle noten staan er nog, maar de hoge noten worden er wat ruw uitgegooid. De stem heeft blijkbaar nog een goede steun, beeft niet, is nooit flodderig, wat nog een degelijk legato oplevert, maar anderzijds is zijn timbre niet aantrekkelijk meer, te hard, gewoonweg niet mooi. De honing die ooit uit zijn voordracht vloeide, is volkomen opgedroogd.

Zangers die er beter mee zouden ophouden: het is geen alleenstaand fenomeen. Edita Gruberova zong onlangs nog Lucrezia Borgia in München en Placido Domingo kunnen wij op 7 januari 2017 als Nabucco horen in de Metropolitan Opera (of wereldwijd live in HD in de bioscopen). Van de drie is waarschijnlijk Nucci nog het best bij stem, hoewel Domingo zich ook nog gunstig weet te profileren, maar die speelt vals want hij is van het tenorvak naar het baritonvak overgestapt!

Waar wachten impresario’s op om naar het voorbeeld van “De drie tenors” een concert te organiseren met deze drie overjarige zangers?

Vreemd dat ze in de muziekwereld steeds met zijn drie moeten zijn: K3, de drie Caballeros, de drie biggetjes (ja, die zongen ook!) terwijl komieken het steeds met twee kunnen redden: Gaston en Leo, Laurel en Hardy, Jerry Lewis en Dean Martin… De vraag is: welke naam gaan wij ze geven: “De drie veteranen”? Dat klink misschien iets te militair. Laat het ons weten als U een betere suggestie hebt?

Terug naar Nabucco! Nucci was omringd door een cast die hij als oude rot van vermaarde operahuizen zelf niet erg gewaardeerd zal hebben. Abigaille werd gezongen door Virginia Toli, een dramatische sopraan met een krachtige uitstraling, enkele mooie piano’s, maar die pijnlijk detoneerde in de hoogte. Orlin Anastassov was als Zaccaria een regelrechte kwelling om naar te luisteren. Zijn luide, zeurende basstem ging door merg en been. Was hij misschien ziek? Merkwaardig, hoe lang die aria’s worden, als ze slecht gezongen zijn…

De kleine rollen werden degelijk ingevuld: een welluidende Fenena van de Israelische mezzo Na’ama Goldman en een aangename Ismaele van de tenor Giulio Pelligra.

Het koor klonk wat rommelig, maar wist wel de harten van de toeschouwers te stelen in de hit “Va pensiero, sull’ali dorate”, waar het blijkbaar al zijn energie op toegespitst had. Wij waren maar weinig opgetogen met het trage, monotone tempo dat dirigent Paolo Arrivabeni er op nahield.
Het orkest was trouwens onder zijn leiding niet steeds even accuraat en welluidend. Wij hebben in Luik al beter gehoord.

De enscenering van Stefano Mazzonis di Pralafera was zeer traditioneel. Na al de absurde visies die wij de laatste jaren van “Nabucco” moesten ondergaan, was het zelfs even wennen. De Israëliërs waren hier effectief de onderdrukten en niet de aanbidders van Baal. Het Syrische leger was geen bende Palestijnen met bomgordels en als Nabucco in de derde akte om een zwaard vraagt, krijgt hij zowaar een zwaard toegestoken en geen Kalashnikov.

Jammer dat de personenregie toch maar middelmatig was en dat het purperen decor met een weefsel van Davidsterren weinig smaakvol was. Ook het houten paard dat over de scene gerold werd en waar Nabucco en Abigaille met de hulp van een trapje op- en af kropen vonden wij wat oubollig.

De toeschouwers zagen (en hoorden) blijkbaar geen graten in deze beperkingen en bij het slot werd iedereen hartelijk toegejuicht.

G.M. (Gepubliceerd op 25/10/2016).

Er zijn nog voorstellingen op 25, 26, 28 en 29/10/2016. De voorstellingen op 25 en 28/10 zijn met een verschillende bezetting.

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

3 Comments

  1. Kersten schreef:

    Ik ben zo vrij op te merken, los ervan of ik het al dan niet met de recensent eens ben dat Gruberova, Domingo en Nucci `er beter mee zouden ophouden`, dat ik het respectloos vind te spreken van `deze drie overjarige zangers` waar het gaat over iconen die ons zoveel hebben geschonken. Ook trouwens als het mindere goden betrof.

    • Timmermans Palmyre schreef:

      Dit heeft niets te maken met respect. Het is gewoonweg een feit: als zangers zijn ze ongetwijfeld alle drie “overjarig”. Voor de muzikale vreuge die zij ons geschonken hebben, werden zij destijds royaal betaald. Domingo ontving in zijn glorietijd 10.000 $ per avond in de Metropolitan Opera. Hij zong dus niet enkel om ons muzikaal genot te verschaffen… Zijn streven is nu blijkbaar het “Guinness Book of Records” voor het aantal gezongen rollen.

  2. W.tates schreef:

    De beste stuurlui staan aan wal!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *