“CARMINA BURANA”

Sarah Peire

Sarah Peire

Carmina Burana, scenische cantate (?) van Carl Orff, gecreëerd in de Opera van Frankfurt op 8 juni 1937.
Rhapsody in Blue, compositie voor klavier en orkest van George Gershwin, gecreëerd in de Aeolian Hall te New York op 12 februari1924.
Concert door deCHORALE in de Koningin Elisabethzaal te Antwerpen op 22 april 2017.

Sarah Peire (sopraan)
Teun Michiels (tenor)
Emilio Marcucci (bariton)
Jef Neve (piano)

Het orkest La Passione, deCHORALE en Kinderkoor Carmina
Dirigent: Paul Dinneweth.

Carl Orff is een buitenbeentje. Hij behoort tot geen enkele school, meer zelfs, hij is de enige moderne componist die een volledig eigen plaats inneemt. Aanvankelijk was hij meer geïnteresseerd in pedagogie dan compositie. Hij stelde een “Schulwerk” samen, een methode voor muzikaal groepswerk voor kinderen en rijpere jeugd waarin de improvisatie een belangrijke rol speelt en waarbij vooral gestreefd wordt naar de ontwikkeling van ritmisch gevoel door het aanwenden van allerhande slaginstrumenten.

Carmina Burana was zijn eerste theatercompositie en meteen zijn grootste succes. Hij breidde het werk uit tot een trilogie met Catulli Carmina en Trionfo di Afrodite maar de twee bijkomende luiken zijn slechts een flauw afkooksel van zijn opus 1 en worden maar zelden uitgevoerd. Zelf hebben wij de trilogie slechts één keer volledig weten opvoeren: in de Opera van Gent in 1968!
Carmina Burana is op alle fronten thuis: in de concertzaal, scenisch in de opera, in een imposante lijst films en zelfs in publiciteitsspots (met vooral het koor “O Fortuna”).

Er zijn heel wat opnames op CD/DVD, maar geen enkele overtreft de oude DVD opname (1975) van de Bayerische Rundfunk o.l.v. Kurt Eichhorn, subliem in beeld gebracht door Jean-Pierre Ponnelle en met een eersteklas bezetting: Hermann Prey, Lucia Popp en John van Kesteren. Integraal te beleven op Youtube.

Zoals Paul Dinneweth het duidelijk formuleert in het programmaboekje, vraagt het werk het uiterste van de menselijke stem: beproevend voor de hoge stemmen, ritmisch zeer uitdagend, met een extreem gebruik van verschillende articulaties, heel veel tekst (vaak Latijn in middeleeuwse uitspraak!) en een grote bezetting met veel stemontdubbelingen. Wat Le Sacre du Printemps betekent voor een orkest, is Carmina Burana voor een koor.

Het was dan ook met een zeker scepticisme dat wij ons naar de gloednieuwe Koningin Elisabeth begaven voor de uitvoering van dit koorwerk. Maar wij werden aangenaam verrast, in de eerste plaats door Paul Dinneweth zelf. Zijn enthousiaste benadering gaf een uistekend idee van de enorme kracht en vaart van deze muziek, die hij dynamisch in de snelle gedeelten en rijk expressief in de langzame lyrische bladzijden weergaf.

Het Orkest La Passione, het voltallige koor van deCHORALE en het Kinderkoor Carmina reageerden trouwens zeer alert op zijn intenties, waarbij het orkest toch een graadje trefzekerder was dan het grote koorensemble. Aan volume ontbrak het alleszins niet en al vanaf het inzetkoor “O Fortuna’”, werden wij meegesleept door het onweerstaanbare ritme van deze muziek.

Helaas waren de solisten niet van hetzelfde kaliber. De bariton Emilio Marcucci mag er natuurlijk zijn, hij acteerde alsof hij al jaren met deze partij vertrouwd is, maar in feite was dat niet zo. Hij heeft een mooi kernachtig timbre maar het ontbrak hem aan soepelheid en ook in de hoge regionen klonk hij wat krampachtig.

De sopraan komt pas tegen het einde aan bod. Sarah Peire, in een strak rood avondkleed, kwam als een wondermooie geliefde het podium opgewandeld, maar de betovering vervaagde toen zij “Sinque sine socio” (Zij die geen minnaar heeft) inzette en verdween volledig bij de wanhopige krachtinspanning die zij daarna moest leveren om de hoogste noten te bereiken. Ondanks haar heldere sopraanstem en haar voorbeeldige articulatie is zij een misbezetting. Al is het een kleine rol, hier is een sopraan nodig met de stemvereisten van een Koningin van de Nacht (Die Zauberflöte) of van een Zerbinetta (Ariadne auf Naxos).

De tenor heeft slechts de coupletjes te zingen van de zwaan terwijl zij gaar gebraden wordt. Teun Michiels  zong die uitstekend maar in falset waardoor de verkrampte angst van de zwaan niet optimaal tot haar recht kwam.

Vooraf werd Rhapsody in Blue uitgevoerd met Jef Neve aan de piano. Hier zat wel degelijk de juiste man op de juiste plaats. Hij is meer een jazzpianist dan een klassiek geschoolde, maar hij beheerste zijn partij onmiskenbaar en hij straalde een aanstekelijk enthousiasme uit.
Ook hier verraste het orkest o.l.v. Paul Dinneweth door de schwung, de voortreffelijke individuele technische beheersing (de klarinet!) en een perfecte ensembletechniek.

Toch wel een mooie avond, ondanks de tekortkomingen van de vocale solisten.

G.M. (Gepubliceerd op 23/4/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *