“ROMEO ET JULIETTE”

Romeo et Juliette

Vittorio Grigolo als Roméo en Diana Damrau als Juliette in Gounods Roméo et Juliette. (Photo by Ken Howard/Metropolitan Opera)

“Roméo et Juliette”, opera in vijf aktes van Charles Gounod. Libretto van Jules Barbier en Michel Carré, gebaseerd op “Romeo and Juliet” van William Shakespeare. Voor het eerst opgevoerd in Théâtre-Lyrique Impérial du Châtelet te Parijs op 27 april 1867.
Gehoord en gezien op 21 januari 2017 in het Tuschinski Theater te Amsterdam, rechtstreekse streaming vanuit de Metropolitan Opera New York.

Roméo: Vittorio Grigolo
Juliette: Diana Damrau
Stéphano: Virginie Verrez
Mercutio: Elliot Madore
Frère Laurent: Mikhail Petrenko

Metropolitan Opera Orchestra and Chorus
Dirigent: Gianandrea Noseda
Regie: Bartlett Sher

Muzikaal:
Scenisch:

STEAMY VITTO & HOT DIANA

Jaren lang heb ik het verschijnsel “opera in de bioscoop” gemeden. De gedachte om een Traviata in een weeë popcornlucht te moeten aanschouwen of bij een stervende Manon een zakje chips te horen openritsen stond mij behoorlijk tegen. Verder was altijd mijn motto: als het slecht is, verdoe je je tijd. Als het goed is, dan had je nondedju daar in die operazaal moeten zitten! Een lose-lose situatie dus. Maar aangezien consequentie, zoals bekend, tot de duivel leidt, bezoek ik nu toch al enkele jaren regelmatig deze operavorm voor de deplorables. En over het algemeen met groot plezier. Het is vooral: gezellig! Natuurlijk evenaart de geluidskwaliteit niet “het echte werk”. De extreme close-ups van de solisten zijn niet altijd een esthetisch genoegen, en de hyper-Amerikaanse, geëxalteerde interviews met de solisten tijdens de pauze zijn nogal irritant. Het lijkt erop dat de solist belangrijker wordt gevonden dan het operakarakter en dat werkt de impressie én het primaat van de opera zelf nogal eens tegen.
Nu ben ik hyperallergisch voor álles wat er om een concert/opera heen wordt verzonnen. Ik hoef geen inleidingen, geen giechel-interviews met Netrebko, geen toelichtingen….. Geef me de opera, c’est tout!

TIEN DAMRAUS

Er zijn van die magistrale uitvoeringen die alle bovengenoemde bezwaren in één keer van tafel vegen. Verantwoordelijken: mevrouw Diana Damrau en meneer Vittorio Grigolo.

Zij hadden al eens samengewerkt in de MET in 2015 (Manon), waarover de  New York Times schreef dat “the temperature rises nearly to boiling every time Damrau and Grigolo are on stage together.”  En dat was in twee jaar nog niet veranderd, want de vonken vlogen er weer af. Het is dat stomende vonken niet bestaan, maar als ze hadden bestaan, dan waren ze door Damrau en Grigolo uitgevonden. Een Italiaanse zanger en een Duitse zangeres die deze Franse opera tot een adembenemend spektakel van ongekende kwaliteit maakten.  Een aantal klassen beter dan de Roméo et Juliette die in 2008 in de MET roemloos ten onder ging met behulp van dirigent Placido Domingo (don’t quit your day job) en regisseur Guy Joosten.

Trump was nog geen dag president of we konden al genieten van deze magistrale uitvoering onder muzikale leiding van dirigent Gianandrea Noseda en prettig geregisseerd door Bartlett Sher. Maar hoe fraai het toneelbeeld ook was en hoe heerlijk de bedwelmende, meeslepende muziek van Gounod ook, het moet toch van het beroemde liefdespaar komen. Grigolo is als Roméo één brok passie, een vocale en fysieke held met sublieme momenten van introspectie. Damrau leek wel tien verschillende Damraus, zoals zij zich door de verschillende stadia van haar lot en emotionele toestand zong.
De vier duetten waren pareltjes en tijdens “Je veux vivre” leek Damrau per maat nog beter te gaan zingen. Wij constateren (schrijft u even mee?): een vocaal en acteerwonder. Ook bijna alle bijrollen waren prima bezet. Virginie Verrez (Stéphano) heeft een bijzonder indrukwekkende mezzo, maar Mikhail Petrenko zong wat nasaal en acteerde wat stijfjes. Elliot Madore was prima als Mercutio.

En dan nog even dit: een mooie, klassieke zwaardvechtscene zien wij niet in het “moderne muziektheater”. Is namelijk oubollig. Quod non! Deze Roméo et Juliette verraste ons met meesterlijk en overtuigend uitgevoerde zwaardgevechten.  Dus ook hier een driewerf bravo!

In maart gaat de bevallige Pretty Yende de rol van Juliette vertolken. Komt hopelijk ook weer in de bioscoop. Dan neem ik een love seat.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 24/1/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

3 Comments

  1. Truus Blenderman en Cor de Wit schreef:

    Wij hebben ook ‘ouderwets’ genoten. Wat een spektakel en in zo’n prachtig decor. Wat een stemmen en wat is het toch een heerlijke muziek. Wat betreft de close-ups: daar ben ik het mee eens. Ook de stand van de camera is wel eens irritant, veel van onderen af. Ik zie het ook het liefst als een geheel vanuit de zaal maar toch heeft het ook voordelen want je ziet de personenregie heel gedetailleerd en er werd zo goed geacteerd dat ik dat niet had willen missen. En tja, het went.

  2. Fred Coeleman schreef:

    Het was inderdaad een geweldige voorstelling , heb genoten , en zeker de twee hoofdrollen van Diana Damrau en Vittorio Grigolo waren perfect gecast en zongen heerlijk, paar kleinigheidjes in de regie konden misschien beter, maar doorsnee was de gehele opera uitstekend.

  3. Sharon Shilling schreef:

    Fijn om na de platte seksuele toespelingen in de Amsterdamse Entführung aus dem Serail nu een regisseur te treffen die weet wat erotiek is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *