“WOZZECK BIJ CIRCUS ELLEBOOG”

Wozzeck

Morschi Franz (2e Handwerksbursche) en Scott Wilde (1e Handwerksbursche) (Foto: Ruth Walz)

 

Wozzeck. Opera van Alban Berg (muziek en libretto) gebaseerd op het onvoltooide drama Woyzeck van Georg Büchner. Gecreëerd in de Staatsopera van Berlijn op 14 december 1925. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 18 maart 2017.

Wozzeck: Christopher Maltman
Tambourmajor: Frank van Aken
Andres: Jason Bridges
Hauptmann/Der Narr: Marcel Beekman
Doktor: Willard White
1. Handwerksbursche: Scott Wilde
2. Handwerksbursche : Morschi Franz
Marie: Eva-Maria Westbroek
Margret: Ursula Hesse von den Steinen
Mickey Mouse:  anonymus
Minnie Mouse:  anonymus

Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor van De Nationale Opera
Muzikale leiding: Marc Albrecht
Regie: Krzysztof Warlikowski

Muzikaal:
Scenisch:

Wozzeck

Christopher Maltman (Wozzeck) en Marcel Beekman (Der Hauptmann) (Foto: Ruth Walz)

Wozzeck

Christopher Maltman (Wozzeck), Eva-Maria Westbroek (Marie) en Frank van Aken (Tambourmajor) (Foto: Ruth Walz )

Wozzeck

Christopher Maltman (Wozzeck) en Jason Bridges (Andres) (Foto: Ruth Walz )

Wozzeck

Eva Maria Westbroek (Marie) en Jacob Jutte (kleine Wozzeck) (Foto: Ruth Walz )

Wozzeck

Eva Maria Westbroek (Marie) en Jacob Jutte (kleine Wozzeck) (Foto: Ruth Walz )

Wozzeck

Ballroom kinderen (Foto: Ruth Walz )

Wozzeck

Christopher Maltman (Wozzeck) (Foto: Ruth Walz )

Wozzeck

Christopher Maltman (Wozzeck) en Eva-Maria Westbroek (Marie) (Foto: Ruth Walz )

Wozzeck

Christopher Maltman (Wozzeck) en Jason Bridges (Andres) (Foto: Ruth Walz )

Niets is gemakkelijker dan zo te schrijven dat geen mens het begrijpt; niets is moeilijker dan belangrijke gedachten zo uit te drukken dat ieder mens ze begrijpt.

Schopenhauer

Het is uiterst onwaarschijnlijk dat het Nederlandse Cocktail Trio, dat in 1967 een vrolijke hit had met het door Louis Davids gecomponeerde “Leve de Opera”, de opera Wozzeck op het oog had. Noch fluiten de spreekwoordelijke slagersjongens (wie kent ze niet) op hun niet minder spreekwoordelijke slagersfietsen de populairste deuntjes uit deze opera van Alban Berg. Want Wozzeck is nogal van de sombere en de macabere: een beklemmend samenspel van tonale en atonale muziek, soms behoorlijk dissonant en op andere momenten juist zeer consonant, vol leidmotieven. Ook vindt er behoorlijk wat Sprechgesang (melodieus spreken) plaats, een lastige techniek voor de modale operazanger. Berg baseerde dit expressionistische werk op basis van het onvoltooide boek van de proto-marxist Georg Büchner uit 1837, Woyzeck. Büchner had op zijn beurt weer inspiratie geput uit een waar gebeurde misdaad: een dolgedraaide kapper die zijn vrouw had vermoord.

SYNOPSIS

Wozzeck -in deze productie vertolkt door Christopher Maltman, een schitterende bariton die alles in huis heeft wat nodig is voor deze rol en ook nog een begenadigd acteur is- is een soldaat in een kleine stad in Duitsland, omstreeks 1820, die door zijn meerderen wordt uitgebuit en mishandeld. Door alle vernederingen en de verschrikkingen op het slagveld wordt hij langzamerhand compleet paranoïde. Als Wozzeck thuis komt en ontdekt dat zijn vriendin Marie, vertolkt door Eva-Maria Westbroek in absolute topvorm, een verhouding heeft, slaan de stoppen door bij deze social outcast, het prototype van een loser, een psychisch wrak in een psychisch ontwrichte en immorele wereld. In een vervreemde, meedogenloze  samenleving vol valse moraal komt de tot waanzin gedreven Wozzeck tot de moord op zijn minnares Marie. Dit speelt zich af in de derde akte. Tijdens de laatste van de vijftien scenes speelt een aantal kinderen het spelletje “Ringel, ringel, Rosenkranz” op straat voor Maries huis. Na een intermezzo van het orkest komt er een meisje aanrennen met het nieuws dat Marie dood is. Het nieuws lijkt compleet aan Maries kind, dat met een hobbelpaardje speelt, voorbij te gaan. De kinderen verwijderen zich om het lijk te gaan bekijken, maar Maries kind blijft doorhobbelen: “Hopp hopp, Hopp hopp”. Een luguber einde, waarbij vergeleken je de films van Ingmar Bergman op één lijn kan stellen met The Aristocats van Walt Disney.

De opera kent drie aktes en vijftien fragmentarische scenes, en de veertien scenes die voorafgaan aan het beschreven creepy einde zijn al evenmin erg vrolijk, hoewel hier en daar een vleugje humor te ontdekken valt. Allereerst zien we Wozzeck in de kamer van de Hauptmann, die door hem geschoren wordt en die hem allerlei verwijten naar het hoofd slingert. De Hauptmann wordt vertolkt door een geweldig op dreef zijnde Marcel Beekman, die niet minder dan een wereldprestatie levert. Zijn fantastisch versatiele buffo tenor is just what the docter ordered. De tweede scene is op een open veld. Wozzeck, door waanvoorstellingen geteisterd, schreeuwt het uit dat het veld vervloekt is. Daarna bevinden we ons in het huis van Marie. Er komt een militaire optocht aan. In de vierde scene laat Wozzeck proeven op zich uitvoeren door de Doktor, en in de laatste scene van de eerste akte wordt Marie gestrikt door een Tambour-maître. De rol van Tambour-maître is in deze productie toebedeeld aan de imposant acterende Frank van Aken, die er met zijn heldentenor wel raad mee weet. Een bijzonder sterke vertolking.

In de tweede akte denkt Marie na over haar zonde. In scene twee maken de sadistische Doktor en de Hauptmann Wozzeck belachelijk om het overspel van zijn vrouw. In scene drie wil Wozzeck zijn vrouw te lijf maar zij weert hem af en in scene vier fluistert de dorpsgek Wozzeck een luguber visioen in (“Blut. Ich riech’ Blut.”).  Aan het slot van de tweede akte wordt Wozzeck mishandeld door de Tambour-maître. Wozzeck zakt in elkaar.

In akte drie heeft Marie het te kwaad met haar geweten en leest zij in de bijbel om troost te vinden. Ze beticht zichzelf van slechtheid, hopend troost te vinden in het geloof. In de tweede scene: de moord! In het bos haalt Wozzeck een mes tevoorschijn waarmee hij Marie doodsteekt. (Ernstig manco van de regie: geen bloed te zien!) Scene drie: in een bar danst Wozzeck met de buurvrouw van Marie; zij merkt dat hij bloed aan zijn handen heeft. In de voorlaatste scene vindt de psychotische Wozzeck  het lijk van Marie en het mes.  Als hij het bloed van zich af wil wassen verdrinkt hij. De Doktor, een prachtige basso buffo rol van de Jamaicaans-Britse Sir Willard White (69!), en de Hauptmann komen aangelopen. Volgt de hierboven beschreven ontregelende slotscene.

WOZZECK AS IS

Dit is in het kort de inhoud van de opera, van belang om de versie die wij in Amsterdam voorgeschoteld krijgen in perspectief te plaatsen. Kijk eens naar de verfilming, op DVD verkrijgbaar, die in 1970 werd gemaakt onder regie van Joachim Hess. Toni Blankenheim is in elke vezel de Wozzeck zoals je je hem die voorstelt. Het is een brave soldaat Svejk die in een macabere nachtmerrie is beland. Bruno Maderna leidt het Philharmonisches Staatsorchester Hamburg. Juist het medium film kan als geen ander het libretto tot in detail vastleggen: een modderig bospad is hier een modderig bospad, een open rietveld is een open rietveld, de studeerkamer van de Doktor is de studeerkamer van de Doktor, een straat is een straat, de binnentuin van een herberg is de binnentuin van een herberg en een kazerneslaapzaal is een kazerneslaapzaal. Het resultaat is overweldigend. Een beeld van de periferie van de samenleving dat tegelijkertijd op onbarmhartige wijze diezelfde samenleving aan de kaak stelt. De beelden van deze film zijn van een uiterst morbide realiteit die  het midden houdt tussen het magisch realisme van Carel Willink en The Night Of The Living Dead van George A. Romero. En dat is ook niet verwonderlijk. De naar de keel grijpende muziek van Berg is dermate veelomvattend dat een quasi-alledaagse, naturalistische setting, een setting naar de letter van het libretto, de ideale component is om van Wozzeck een organische eenheid, een totaalkunstwerk, te maken van klank en beeld. Wozzeck is as is al moderner dan modern. Een typisch geval van “niets meer aan doen”. En strik eromheen.

MICKEY EN MINNIE MOUSE

Daar denkt regisseur Warlikowski anders over. De Nationale Opera had weer eens een spraakmakend theatervernieuwer opgeduikeld, de Pool Krzysztof Warlikowski, een notoir generator van boegeroep. Wat hij deze keer op het toneel bij elkaar fantaseerde, deed mij ernstig twijfelen aan mijn financiële bijdrage aan de actie “Help de Polen de Winter door” uit 1985. Voor Warlikowski is, zo verklaarde hij, de centrale vraag wat er met het jongetje gaat gebeuren. Een bizarre aanname, de opera heet Wozzeck en niet Maries Sohn. Het lijkt er echter meer op dat Warlikowski zich heeft laten inspireren door de Doktor uit Wozzeck: “Oh! meine Theorie! Oh mein Ruhm! Ich werde unsterblich! Unsterblich! Unsterblich.” Maar allez, Wozzeck draait dus om de toekomst van het jongetje. En dat hebben we geweten. De koters bevolkten de Bühne als een ware muizenplaag, uit alle hoeken en gaten kwamen de Chuckies tevoorschijn. Wij kregen van de regisseur bovendien een geheel zelf verzonnen en raadselachtig voorspel cadeau, waarin de kids op Zuid-Amerikaanse muziek in een stijldanscompetitie verwikkeld waren.  Uiteraard werd er een tekst geprojecteerd, de conditio sine qua non van het eigentijds muziektheater. (En ja, de rolstoel was ook present.) Dat Berg zelf niet aan deze poespas gedacht heeft, mag hem ernstig aangerekend worden. Gelukkig hebben we de theatervernieuwer nog om Berg hierin  te corrigeren.

Wat Warlikowski over het hoofd gezien heeft, is dat Wozzeck een soldaat is. Dat er militairen in de opera optreden, o.m. een Hauptmann en een Tambour-maître. Wozzeck werd bij Warlikowski een indefiniet personage met een dinner jacket/kelnersjasje, de figuur van de Hauptmann een kruising tussen Ronnie Tober en Gerard Jolink en de Tambour-maître een strak in het pak gestoken millennial. De opera uit de militaire setting halen had uiteraard weer krankzinnige discrepanties met het libretto tot gevolg. Marie zingt voor zich heen “Soldaten, Soldaten sind schöne Burschen!” maar er is in de hele opera geen soldaat te bekennen. Ik moet de zonderling nog meemaken die genietend van zijn ijsje verzucht “heerlijk, zo’n patatje”. Goed, geen soldaten dus, maar, zoals gezegd, kinderen! Veel kinderen! Ik had gehoopt dat ik tussen de aktes mijn ontluikende kinderhaat de kop zou kunnen indrukken, maar nee, het doek was nog niet gesloten of daar kwam weer zo’n kwaadaardige kabouter, om voor het doek met microfoon in het Hollands (?) een of ander filosofisch bedoeld rijmelarijtje als toegevoegd tussenspel ten beste te geven.
Mede door deze juveniele overpopulatie ontstond op het immens groot gehouden toneel af en toe regelrechte chaos. Een Poolse Landdag, om in stijl te blijven… Elke intimiteit in deze voorstelling ontbrak, en wat nog kwalijker was: elke beklemming ontbrak. En juist voor deze opera is dat funest. Toegegeven, in de derde akte werden Mickey en Minnie Mouse (I kid you not) ten tonele gevoerd, en er ging een RILLING door de zaal….

IJZERSTERKE CAST

De Wozzeck in Amsterdam is een productie met een ijzersterke cast waarin het Nederlandse aandeel met Eva-Maria Westbroek, Frank van Aken en Marcel Beekman een prestatie van wereldformaat levert. Binnen het gekozen concept wordt tevens sterk geacteerd. Ook de overige rollen zijn optimaal ingevuld en het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Albrecht, die een hechte band smeedt met de solisten, levert de superieure kwaliteit die wij al heel lang van dit orkest gewend zijn. Fantastisch zo gedetailleerd als dit orkest en deze dirigent de partituur tot leven wekken. De ijdele regisseur Warlikowski slaagt er met zijn gekunstelde en geforceerde regie gelukkig niet in deze overweldigende muzikale ervaring te bederven.

Er zijn nog voorstellingen op 21, 23, 26/3, 4, 6 en 9/4/2017. Als u gaat, doet u Mickey en Minnie Mouse dan de groeten?

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 19/3/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

15 Comments

  1. fred coeleman schreef:

    Helemaal mee eens

  2. Richard schreef:

    Ik heb zowel de première bijgewoond als de film de film van Joachim Hess met Toni Blankenheim als Wozzeck gezien. Inderdaad, de rechttoe rechtaan benadering van de film werkt duizend maal beter (aangrijpender) dan al dat overbodige en storende gedoe van Warlikowski. Eens met Keegel: de cast maakt alles goed.

  3. Pim schreef:

    De productie van Hamburg (1972) met Toni Blankenheiim is te zien op Youtube: https://www.youtube.com/watch?v=rHFFPyU41_0

    in HD kwaliteit en Engels ondertiteld!

  4. Truus Blenderman schreef:

    Wat heb je dit weer raak geschreven. En ik ben zo blij dat ik toch niet helemaal gek ben, ik had n.l. dezelfde ervaring. Cor en ik liggen helemaal gevloerd van je hilarische maar o zo rake beschouwing. Goeie solisten en prachtig orkest, jammer, jammer, jammer.

  5. Sharon schreef:

    Weer een regie-miskleun van De Nationale Opera. Wanneer houdt het eens op?

  6. Paul de Vries schreef:

    Hoi Olivier,

    Met stijgende bewondering en veel plezier lees ik je opera recensies, wist ik veel dat je dat ook allemaal in je mars hebt.
    Van jouw ervaring en inzicht maak ik graag gebruik om mijn tekort aan kennis over opera te verhogen, met uw welnemen.

    Hoop je binnenkort weer eens te treffen voor frisse drank en bijpraat.

    Groet van mij.

  7. Marianne Koopman schreef:

    Ik ga er nogt naartoe. En ga ook de oudere versie op YouTube bekijken. Ondertussen dank ik je voor je verhelderende betoog. Zoveel kennis, zoveel inzicht, zoveel Bildung.,

  8. Marieke Boot schreef:

    Als orkestlid heb ik zeer goede herinneringen aan onze vorige productie van Wozzeck in de regie van Willy Decker. Ik ben het grotendeels eens met de recensent. Topzangers, wij in de bak presteren naar behoren en verder veel overbodigs op het toneel. Geef mij maar het gele huisje van de vorige productie….

  9. Tom van der Wel schreef:

    Ik bezocht Wozzeck gisteren. Bij de opening draaide een dame voor mij zich in staat van verwarring om “ben ik wel bij Wozzeck”. Waarop ik zei “Ja, hoor dat staat in ieder geval op mijn kaartje.”
    Ik ben geen kenner, heb wel wat opera’s gezien en kan er vaak van genieten. We zaten nagenoeg in de orkestbak op 2 meter van de contrabassen. Fascinerend om te zien en horen hoe muziek en zang in elkaar grepen. Ik heb mij dus niet verveeld. Dit in tegenstelling tot mijn buurman die zeker een half uur heeft liggen pitten.Knappe prestatie bij dit volume. Ik begrijp de kritiek op de regie, vond de kinderen aanvankelijk wel schattig. Maar dat is niet zo toepasselijk als je iets duisters wil neerzetten. Overigens wel ooit op de middelbare school het toneelstuk gelezen en gezien.

    • Conus schreef:

      Met de opmerking over de “schattige kinderen die niet zo toepasselijk als je iets duisters wil neerzetten” slaat u de spijker op de kop. Bravo.

  10. Ton Milani schreef:

    De recensies van heer Keegel zijn zo lezenswaard. Het knappe is dat hij met zoveel humor zijn terechte kritiek weet te verwoorden. Heel erg jammer dat hij niet vooraf zo’n kritiek kan schrijven. Nu schrikken zijn recensies me altijd af. Ik ben nl allergisch voor die arrogante regisseurs.

  11. Natacha de Casparis schreef:

    Mee eens! Bij zo’n mooie opera zoveel onnodige en storende extra regie-‘ideeën’ toevoegen. Doodzonde!

  12. Piet Degeling schreef:

    Ik heb de voorstelling niet gezien, maar als ik deze recensie lees, dan zou ik juist heel graag naar deze voorstelling willen gaan. Eindelijk een regisseur die om durft te denken, die een eigen interpretatie geeft van een opera die altijd moeilijk, pijnlijk en zwaar was. Ik denk dat de componist van deze opera vol lof zou zijn over deze voorstelling. Gedurfd, anders, spraakmakend, risicovol. Goed zo DNO, blijf dat doen, buiten al gebaande paden treden, en blijf ons weten te verassen, ons voor hst hoofd te stoten, tegendraads te zijn. Opera moet van nu zijn, niet van de vorige eeuw!

    • Ken schreef:

      “Eindelijk een regisseur die om durft te denken, die een eigen interpretatie geeft (…)”. Kostelijk!

      Het woord “eindelijk” (!) doet mij vermoeden dat u in de amusementsindustrie werkzaam is of de laatste 30 jaar Het Muziektheater in Amsterdam niet heeft bezocht. 🙂

  13. Peter Zwaga schreef:

    Naast de parallelle samenleving is er sinds een flink aantal jaren (ooit ingezegend door Peter Sellars) een parallelle opera. Er lopen egels door en groeien paddestoelen in de kapperszaak, je kunt verdrinken in een aquarium. ‘Soldaten’ blijken staand en zittend ‘in de kazerne’ te kunnen slapen. De dokter en de Hauptmann staan stil terwijl de eerste harder loopt dan de tweede. Als je niet in het parallelle gedeelte zit dan ben je als kijker verloren. De avond ging nu over de tere kinderziel en niet over de wanhoop van Wozzeck en Marie. Orkest speelde bij vlagen mooi maar het had wat ‘Bergser’ gekund maar misschien werd wel gevraagd als een parallel orkest te spelen. Titelrol prachtig gezongen als kapper. Westbroek soms teveel vibrato werd allengs beter. De Hauptmann jammer maar helaas. De dokter mooie stem van White, maakte wel rommel op het toneel. Wozzeck is met 15 verschillende scenes moeilijk in beeld te brengen maar nu bleef het teveel steken in een ‘Gesamtkunstwerk’ in de slechte uitleg van het woord.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *