“WER EIN LIEBCHEN HAT GEFUNDEN”

Die Entführung aus dem Serail

Koor van de Nationale Opera. (Foto: Michel Schnater)

„Die Entführung aus dem Serail“, Singspiel van Wolfgang Amadeus Mozart op een libretto van J. Gottlieb Stephanie jr., gebaseerd op „Belmonte und Constanze“ van Georg Friedrich Bretzner (1780). Voor het eerst opgevoerd in het Burgtheater in Wenen op 16 juli 1782. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 13 januari 2017.

Konstanze: Lenneke Ruiten
Belmonte: Paul Appleby
Osmin: Peter Rose
Blondchen: Siobhan Stagg
Pedrillo: David Portillo
Bassa Selim: Steven Van Watermeulen
Kalasjnikov: LR-300 Colt M4 karabijn

Nederlands Kamerorkest
Koor van De Nationale Opera
Muzikale leiding: Jérémie Rhorer
Regie: Johan Simons

Muzikaal:
Scenisch:

PUB QUIZ! Op de site van de Nationale Opera staat de vraag: “Wat maakt Die Entführung aus dem Serail relevanter dan ooit?“ (Antwoord aan het eind van de recensie.)

Die Entführung aus dem Serail

Kostanze (Lenneke Ruiten) en Bassa Selim (Steven van Watermeulen) (Foto: Michel Schnater)

Die Entführung aus dem Serail

Belmonte (Paul Appleby) en Osmin (Peter Rose) (Foto: Michel Schnater)

Die Entführung aus dem Serail

Blonde (Siobhan Stagg) en Osmin (Peter Rose) (Foto: Michel Schnater)

Die Entführung aus dem Serail

Kostanze (Lenneke Ruiten) (Foto: Michel Schnater)

Die Entführung aus dem Serail

Osmin (Peter Rose) en Belmonte (Paul Appleby) (Foto: Michel Schnater)

Die Entführung aus dem Serail

Bassa Selim (Steven van Watermeulen) en leden van koor Nationale Opera. (Foto: Michel Schnater)

Die Entführung aus dem Serail

Osmin (Peter Rose) (Foto: Michel Schnater)

Die Entführung aus dem Serail

Pedrillo (David Portillo) en Osmin (Peter Rose) (Foto: Michel Schnater)

ANTWOORD OP QUIZVRAAG. “Wat maakt Die Entführung aus dem Serail relevanter dan ooit?“ Het goede antwoord is: MOZART. 

 

Als “Die Entführung aus dem Serail” uw lievelingsopera is, zit u in Amsterdam goed. De Nationale Opera heeft haar Liebchen gevonden. Maar liefst vier keer werd deze opera sinds het in gebruik nemen van Het Muziektheater op het programma gezet. Houdt u toevallig meer van opera’s als “Andrea Chénier”, “L’amico Fritz”, “Fedora” of “Adriana Lecouvreur”, dan zit u bij De Nationale Opera minder goed. Deze opera’s staan op de Index. Zo wordt de bezoeker van DNatO op prettige wijze bij de hand genomen, en mag hij in 2019 zelfs genieten van de peperdure Stockhausens Sound Art-productie “Aus Licht”. De Nationale Opera lijkt een dierentuin zonder traditionele olifanten, conservatieve nijlpaarden, oubollige leeuwen en gedateerde tijgers, waar nu een torenhoge uitkijktoren gebouwd gaat worden om het park “op de internationale kaart te zetten”. Maar dit, onder excuses aan Mozart, geheel ter zijde.

Het verhaal

De eerste uitvoering van de “Entführung” vond plaats in het Weense Burgtheater, op 16 juli 1782, onder leiding van Mozart zelf. Het verhaal is gepikt uit het libretto van “Belmont und Constanze, oder Die Entführung aus dem Serail” van C. F. Bretzner. Het libretto werd door Mozart en Johann Gottlieb Stephanie ingrijpend veranderd, vooral om de opera komischer te maken voor het Weense publiek. “Oosters” (“Türkisch”) was hip in die dagen en er komt dan ook een flinke portie „türkische Musik“ in deze opera voor. „Die Sinfonie, den Chor im ersten Akt, und den schluß Chor werde ich mit türckischer Musick machen“, schrijft Mozart aan zijn vader op 1 augustus 1781. Het is mede daardoor een redelijk populaire opera geworden, vol komische momenten maar toch ook met momenten van verstilling. Belmonte is op zoek naar zijn verloofde Konstanze die met haar personal assistant Blondchen wordt vastgehouden door de pasja Bassa Selim. Pedrillo, de knecht van Belmonte, werkt nu als tuinman van de pasja en vertelt Belmonte dat Bassa Selim een oogje heeft op Konstanze. Pedrillo stelt Belmonte aan de pasja voor als een Italiaanse architect. Osmin, Hoofd Facilitaire Dienst van het Turkse Haremwezen, is zelf nogal gecharmeerd van Blondchen, die hem uitstekend weet te bespelen. Het plan van Belmonte om Konstanze te bevrijden mislukt echter, tot grote vreugde van Osmin. Bassa Selim betoont zich een heer van stand en schenkt Belmonte en Konstanze hun vrijheid. Everybody happy. Behalve Osmin, die uit zijn vel springt van woede.

Politiek drama

Kortom, een aardig hoewel soms wat erg simpel en langdradig verhaal met amoureuze verwikkelingen, komische noten, momenten van verstilling, een feel-good Turkse heerser en een happy end. Het feit dat de opera in Turkije speelt en doorspekt is met “Turkse” muziek, moeten we vooral met de ogen van die tijd bezien: Turkije, het Turkse en Oosterse, was populair in de 18e eeuw! Dat dit episodische verhaal (nu) zou gaan “over de botsing tussen West en Oost, tussen conflicterende normen en waarden”, zoals in een interview met regisseur Johan Simons werd gezegd, is wederom een staaltje van koffietafelpraat nadat de regisseur het hem toekomende brood op de plank had aangesneden. “In de vaak moeizame verhoudingen tussen ‘Oost’ en ‘West’ is het thema vergeving onverminderd actueel,” aldus De Nationale Opera. Daar zou ik tegenover willen plaatsen dat het redden van je moppie uit de klauwen van een schaap in wolfskleren (van me wijf afblijve!), van universele en eeuwige actualiteit is. Ook de aankondiging dat deze opera een “politiek drama” is, doet mij denken aan de folkloristische jaren 70 waarin met Afghaanse jassen uitgedoste “marxistische” studenten oeverloos discussieerden, en om de drie zinnen braaf verklaarden dat “alles politiek is”. Als de Entführung aus dem Serail “politiek drama” is, dan is het boodschappenlijstje van m’n buurvrouw een ecologisch manifest.

Deze Entführung is een herneming uit 2008, maar volgens de regisseur zijn coupures gemaakt ten opzichte van 8 jaar geleden “omdat we de islam nu beter kennen”. De reikwijdte van deze uitspraak zijn voor de operawereld niet te overzien. Waarschijnlijk gaan “La Bohème” en “La Traviata” geheel op de schop wegens de medische doorbraken die we sindsdien hebben gezien. “Omdat we de vliegende tering nu beter kennen”, als het ware….  Johan Simons heeft ten opzichte van zijn versie van 2008 enkele “politieke signalen” geplaatst. Want, zo las ik in de NRC,  Simons is “dé man om van Mozarts soms wat belegen 18de-eeuwse monologen schurend muziektheater te maken”. (“Schurend” is het nieuw stokpaardje van de cultureel boven ons gestelden.) “Het is keihard werken de boodschap te vertalen naar de beleving van nu,” aldus Simons. Deze sisyfusarbeid heeft o.a. geresulteerd in het introduceren van een Noble Savage en het schrappen van de uitroep „bij Allah!”. Het is een geruststellende gedachte dat er zo goed voor ons gezorgd wordt.

Cast en miscast

Het politieke drama werd opgeleukt door muziek van W.A. Mozart. Die Entführung bevat enkele wonderschone aria’s. Belmonte opent de eerste acte met “Hier soll ich dich denn sehen” en bezingt zijn geliefde in “O wie ängstlich, o wie feurig”.  Helaas kon de in Armani-pak gestoken Belmonte van tenor Paul Appleby mij maar matig bekoren. Hij is geen lyrische hoge tenor, die voor deze rol nodig is. Zijn wisselingen in dynamiek zijn onbeheerst en er zijn ook intonatie-dingetjes. Bij “Wenn der Freude Tränen fließen” ging Appleby op pijnlijke wijze door een kwalitatieve ondergrens heen. Een miscast.
“Wer ein Liebchen hat gefunden” en “Ha, wie will ich triumphieren” zijn de highlights van Osmin, die werd vertolkt door Peter Rose (niet in Armani-pak maar in een authentiek Turks harembewakerskostuum), die zonder ooit vulgair te worden onmiskenbare humoristische kwaliteiten en een indrukwekkende theaterpersoonlijkheid heeft. Het is geen Kurt Moll, Franz-Josef Selig of Willard White, maar zijn muzikaliteit en acteervermogen zijn van de bovenste plank; de laagste tonen van deze verfijnde bas kwamen er echter wat bescheiden uit. Niet de kelderbas die je op zo’n moment zou wensen. “Ha, wie will ich triumphieren” mocht van mij ook iets minder statisch.

Konstanze heeft twee razend moeilijke aria’s “Traurigkeit ward mir zum Lose” en “Marten aller Arten”. Lenneke Ruiten had er moeite mee, met de zuiverheid en met het volume. Ik vraag me af of Konstanze en Ruiten de gelukkigste combinatie in operaland is. Is Lenneke Ruiten wel een dramatische coloratuursopraan? Ik miste naast volume een zekere Mozartiaanse gracieusheid en onbevangenheid. Hoewel Lenneke Ruiten bij vlagen mooi zong, met perfecte coloraturen, raakte ze me niet. Over die coloraturen nog even het volgende: het had regisseur Simons, die blijkens een interview in Het Parool erg had moeten wennen aan het “ge-ôhôhôhôh” in de opera, een leuk en fris idee geleken om de coloraturen van Konstanze te koppelen aan de seksuele handelingen die deze ‘Grab ‘em by the pussy’ Bassa Selim met haar uitspookte. Dat was misschien één keer een “aardige vondst”, maar de tweede keer zeer onleuk, en de derde keer irritant. Oom Johan die drie keer op een avond dezelfde mop vertelt. Het was trouwens toch raadselachtig waarom deze Konstanze steeds aan het vozen is met en zich liet bepotelen door de onderdrukker aan wie zij wil ontsnappen. Een pijnlijke beginnersfout maakte duidelijk dat Simons een relatieve nieuwkomer is in operaland. In de laatste akte legt hij Osmin een LR-300 Colt M4 Karabijn in de hand, terwijl zelfs de dirigent van operakoor Ons Zang Genoegen uit Winschoten weet dat in operaland uitsluitend Kalasjnikovs worden gebruikt.

De rol van Blondchen is voor een lyrische coloratuursopraan die behoorlijk hoog en behoorlijk laag moet gaan; de rol werd innemend maar enigszins bedaagd vertolkt door de Australische Siobhan Stagg, over wie Christa Ludwig zei dat Stagg de mooiste stem had die zij ooit gehoord had. Daar kan ik mij iets bij voorstellen, bij Stagg hoorde ik wel degelijk Mozart! Stagg, die soms niet zo soepel met het Duits omging, zette een prima Blondchen neer, hoewel ze misschien ietsjes “te oud” is voor deze rol. Hoe zou deze Entführung geklonken hebben als Stagg en Ruiten van rol gewisseld hadden?
De Amerikaanse tenor David Portillo voldeed ruimschoots als de in een Engels tweed kostuum gestoken Pedrillo. Portillo bracht met de serenade “Im Mohrenland gefangen war ein Mädchen hübsch und fein” het nodige tenorplezier in deze voorstelling. Bassa Selim is een (langdradige) spreekrol, die zowel 8 jaar geleden als deze keer door de Belgische (?) acteur Steven Van Watermeulen op zich werd genomen. Een Belg, waarom? The Lord moves in mysterious ways maar de Lord kan nog een puntje zuigen aan de mysterious castings van De Nationale Opera. In feite waren drie belangrijke rollen gemiscast: de Konstanze van dienst is geen dramatische coloratuur, Blondchen (die in de boventiteling steeds “Blonde” werd genoemd) is te oud en Belmonte is geen lyrische hoge tenor. Nogal wat vocale bedenkingen dus, waar dan weer tegenover staat dat het kwartet “Ach Belmonte, ach mein Leben” erg fraai vertolkt werd en een hoeveelheid hoognodige Mozartiaanse vreugde over de zaal uitstrooide.

Orkest en decor

Het decor was saai. Het eerste half uur werd afgewikkeld op twee stoelen bij gesloten doek, vrijwel de gehele rest in een pietepeuterig en kneuterig decor, daar waar een van de grootste Bühnes van Europa ter beschikking staat.
Het voortreffelijke Nederlands Kamerorkest stond onder de verfrissende leiding van de vooral in de ouverture prachtig kleurende Franse dirigent Jérémie Rhorer (“Mozart will change your life”), die zijn debuut bij DNatO maakte. Deze ouverture was een juweeltje, hoewel die weer eens werd verstoord door een “grappige vondst”. Soms werd ook de balans tussen solisten en orkest nogal verstoord, en dat was jammer. Of de solisten zongen te zacht, of het orkest speelde te hard, het is maar hoe je het bekijkt.
Hoe dan ook, óp naar de volgende Entführung.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 14/1/2017)

Er zijn nog voorstellingen op 15, 18, 21, 24 en 26/1/2017.

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

15 Comments

  1. Fred coeleman schreef:

    Helemaal mee eens ; kan gebeuren bij première dat een zanger iets nerveus mag zijn ; maar goede casting is soms lastig

  2. Truus Blenderman en Cor de Wit schreef:

    Ik ben het er ook helemaal mee eens. Ik denk niet dat het orkest te hard was, de solisten hadden te kleine stemmen. Jammer dat Pedrillo zo weinig te zingen heeft; David Portillo heeft een comfortabele hoogte. Wat betreft het decor: deed me denken aan de zelfgemaakte decors bij een amateuroperettevereniging. Het was weer amusant om te lezen.

  3. Hans van Verseveld schreef:

    Ben het echt niet helemaal met je eens. Ik zag de generale en was verrukt van zo’n schitterende Konstanze van Lenneke Ruiten. Terecht dat deze sopraan met Konstanze naar de Scala gaat. Loepzuivere koloraturen stonden als een huis en werden met veel overtuigingskracht gezongen. Belmonte zong zijn rol lyrisch en met voldoende schoonheid in de hoogte. Blijft natuurlijk voor een tenor altijd een probleem, dat het recente verleden met Fritz Wunderlich nog steeds de standaard is voor Mozart tenoren. Zijn spel en het Armani-pak (wat kan dat nou schelen?) waren absoluut niet verkeerd! Over Pedrillo en Blondchen kunnen wij het wel eens worden. Portillo’s grote aria na de pauze vond ik bepaald geniaal vertolkt en bedenk, dat dat een hondsmoeilijke aria is. Osmin van Peter Rose had bij de generale onvoldoene laagte hetgeen fnuikend is in deze partij, maar vooruit verder zong hij de rol met verve.
    Ach ja en dan de productie van die wereldberoemde meneer Simons: Vooral het laatste tafereel zullen we maar met de mantel der liefde bedekken. Zoveel grauwheid, waar is dat voor nodig. Niet om aan te zien en waarom??

  4. Rolinda Slagter schreef:

    Paul Korenhof, Opus Klassiek:

    “Met een opeenvolging van drie contrasterende, soms hondsmoeilijke aria’s vóór de pauze is Konstanze een veeleisende rol waartegen Lenneke Ruiten niet altijd opgewassen bleek. In ‘Ach ich liebte’ leek haar resonans wederom te klein voor Het Muziektheater, ‘Traurigkeit ‘ voegde daar pijnlijke intonatieproblemen aan toe en ‘Martern aller Arten’ vraagt niet alleen om meer persoonlijkheid en meer vocale bravoure, maar ook om meer kern en volume. Toen zij in het slotdeel zelfs moeite kreeg om boven het orkest uit te komen, verwachtte ik al half en half dat zij zich na de pauze zou laten verontschuldigen met een verwijzing naar het januariweer of de griepgolf, maar dat gebeurde niet.”

  5. Rolinda Slagter schreef:

    Ik citeer Korenhof (uiteraard) omdat ik het met hem, en met Keegel, eens ben. Lenneke Ruiten heeft niet het juiste stemtype en is derhalve een ongelukkige keuze voor Konstanze. Helaas was dat duidelijk te horen.

  6. Thom Janssen schreef:

    “Lenneke Ruiten is the main reason to see Dutch National Opera’s Die Entführung aus dem Serail” en “Lenneke Ruiten’s technical wizardry alone justifies the production’s revival, and her acting makes her peppery, stressed-out Konstanze utterly convincing. Her slender soprano has a fragile quality, but twists, loops and stretches without a hint of fraying. She tinged the sadness of “Traurigkeit” with nervous desperation and combined stunning technique with temperament in the showstopper “Martern aller Arten”.”

    (https://bachtrack.com/review-entfuhrung-ruiten-rose-rhorer-dutch-national-opera-january-2017)

    Ik ben er bij geweest, en heb als professioneel musicus helaas ook geen onzuiverheden gehoord (net als veel orkestleden en dirigent van deze opera).

    Zo horen we blijkbaar allemaal wat anders. Er zijn nogal wat grote kranten met soortgelijke positieve recensies. Negatief in de wereld staan is misschien niet altijd objectief.

  7. Pieter K. de Haan schreef:

    Beste heer Janssen, dat is het grote probleem met recensies: per definitie subjectieve indrukken worden als objectief verkocht!

  8. Ray W. schreef:

    Daar zijn ze weer eens, de onuitroeibare vooroordelen over recensenten:
    – Een negatieve recensie betekent dat de recensent “negatief in de wereld staat” (negatieveling, zuurpruim etc.) !
    – Een recensent pretendeert de waarheid in pacht te hebben c.q. “als objectief te verkopen wat subjectief is” !

    Wat een treurige clichés. Van hetzelfde kaliber als de platitude dat een recensent wel een “mislukte muzikant” moet zijn.

    De niet-gehoorde intonatieproblemen even daargelaten: de een hoort ze wel of meent ze te horen, de ander hoort ze niet of wil ze niet horen. Daar moeten we ons maar niet druk om maken. Korenhof meent o.m. dat de stem van Lenneke Ruiten te weinig volume heeft voor deze rol, Keegel vraagt zich af of Lenneke Ruiten wel de dramatische coloratuursopraan is waar een Konstanze om vraagt. Zeer legitieme opmerkingen. Het is de taak van een operarecensent zijn/haar observaties onder de aandacht van zijn/haar lezers te brengen.

    Dat een operarecensent zijn/haar recensie “als objectief verkoopt”, is onzin. Subjectiviteit is dermate vanzelfsprekend en logisch met de fenomenen “recensent” en “recensie” verweven, dat het memoreren ervan voor de ervaren lezer van een bevreemdende overbodigheid is. Keegel schrijft: “Hoewel Lenneke Ruiten bij vlagen mooi zong, met perfecte coloraturen, raakte ze me niet.”
    Is dat subjectiviteit “als objectief verkopen”? Lariekoek.

    Een tikje sneu is het om de integriteit van de recensent in twijfel te gaan trekken als zijn recensie je niet bevalt. Dan staat de recensent ineens “negatief in de wereld”. Flauw, onvolwassen, en vooral onprofessioneel.

    • Thom Janssen schreef:

      Helemaal mee eens.
      Maar waar ik (en veel musici/zangers) wel een probleem mee hebben is dat sommige recensenten het nodig vinden andere recensenten aan te vallen op hun beoordelingsvermogen (zie de uiterst positieve recensie in de Volkskrant, waar Olivier Keegel op reageert, zijn post op facebook (een recensie uit het Noord Hollands Dagblad (ook positief), met de begeleidende tekst “De tijd waarin operazangers vooral zingen is voorbij”, aldus Hans Visser. Die indruk zou je kunnen krijgen na deze Entführung”, waar hij ook duidelijk maakt dat de recensent blijkbaar niet kan beoordelen of de zangers wel of niet kunnen zingen). Ik vind het prima als iemand een negatieve recensie schrijft, maar dit komt nogal laatdunkend (zelfs een beetje agressief) over naar de mensen die wel hebben genoten, en het wel goed vonden. Die mogen dat blijkbaar niet, of kunnen het niet goed beoordelen.
      Dat komt op mij over als negatief in de wereld staan.

      • Thom Janssen schreef:

        Overigens geeft het reageren op andere recensies aan dat deze recensent blijkbaar inderdaad denkt de waarheid in pacht te hebben

        • Olivier Keegel schreef:

          Op persoonlijke titel: Onder het Volkskrantartikel stelde ik een vraag, namelijk of de recensent hetzelfde was opgevallen als mij was opgevallen. Mijn opmerking bij de recensie van het Haarlems Dagblad was een privéreactie op de krankzinnige stelling “De tijd waarin operazangers vooral zingen is voorbij”. (Ik denk dat menig operazanger ook niet snel zal instemmen met die stelling.) Dat je die indruk zou kunnen krijgen na deze Entführung verwijst naar de m.i. (mijns inziens!) belabberde casting.
          Het als privépersoon reageren op recensies heeft niets te maken met “de waarheid in pacht hebben”, maar met dialoog, oftewel de uitwisseling van gedachten. Lullen over opera, als het ware. Ik vind het ontroerend dat meneer Janssen voor zijn naasten opkomt, maar hij is een tikkeltje onredelijk. Het zij hem vergeven. Lenneke Ruiten is een fantastische zangeres. Echt. En een uitmuntend vibrerende Paul-Witteman-op-zijn-nummer-zetster.

  9. Pim schreef:

    Op deze discussie is slechts één antwoord en je vindt het in “Opera Gazet” zelf: http://operagazet.be/educatieve-paginas/henderson/

    Ik herhaal hier de tekst:

    W.J. Henderson, a graduate of Princeton University who not only had studied the theory of music but also had taken extensive singing lessons, was the most distinguished music critic in the United States. He spoke with tremendous authority and set standards that made little allowance for differences of opinion.

    Of singing: “If it is out of tune, it makes no difference who ‘thinks’ that he thinks it is not. The only question is, ‘can you hear it or can’t you?’
    Whether an orchestra is out of tune, whether it is out of balance, whether its tone is coarse and vulgar, whether the men are playing with precision and accuracy, whether the strings are poor or the brass blatant are not matters of opinion at all. These are matters of fact and due to be reported upon by persons trained to hear them. Whether a singer has a voice equalized throughout, whether the lower tones are white and somber, whether her coloratura is broken, spasmodic and labored, whether her cantilena is marred by inartistic phrasing, whether she sings out of tune or not, whether she sings the music according to the score or according to her own caprices – these are not matters of opinion, they are matters of fact.

    In short, nothing is more clearly known than the results which technique in performance can attain, and the only question that can ever be raised about a critical report is, ‘Did the man hear correctly?’ If it can be shown that he is in the habit of hearing incorrectly, then he is unfit for the business as a color blind man would be for the calling of art critic.

    W. J. HENDERSON in “Sun”, 2 February 1908.

  10. Regis Goossens schreef:

    Geheel eens met Ray. Hebben we een keer een recensent die onderhoudend, ja zelfs zeer humoristic schrijft, en ONDERBOUWT waarom hij de sopraan van dienst een minder geslaagde keuze vind, is het wéér niet goed. Hou toch op zeg. Lees de recensie over Annemarie Kremer eens, en beweer dan nog dat deze recensent “negatief in de wereld staat”? If you can’t stand the heat, get out of the kitchen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *