“ÜBERJOLIGE FLEDERMAUS”

Die Fledermaus

Romina Boscolo als Prinz Orlofsky, Stephanos Tsirakoglou als Frank, Felicitas Geipel als Ida, Gloria Rehm als Adele, Peter Bording als Gabriel von Eisenstein en Netta Or als Rosalinde. (Foto: Karl Monika Forster)

“Die Fledermaus”, operette van Johann Strauss jr. op een libretto Richard Genée, naar de komedie “Le Réveillon” (1872) van Henri Meilhac en Ludovic Halévy. Duitse bewerking van Karl Haffner. Voor het eerst opgevoerd in het Theater an der Wien te Wenen op 5 april 1874. Première van deze productie in het Hessisches Staatstheater te Wiesbaden op 16 september 2016. Bijgewoonde voorstelling op 21 september 2016.

Gabriel von Eisenstein: Peter Bording
Rosalinde: Netta Or
Frank: Stephanos Tsirakoglou
Prinz Orlofsky: Romina Boscolo
Alfred: Aaron Cawley
Dr. Falke: Benjamin Russell
Dr. Blind: Erik Biegel
Adele: Gloria Rehm
Ida: Felicitas Geipel
Frosch: Lutz van der Horst

Chor des Hessischen Staatstheaters Wiesbaden
Hessisches Staatsorchester Wiesbaden
Dirigent: Michael Helmrath
Regie: Gabriele Rech

Wie bij “Die Fledermaus” onweerstaanbare associaties heeft met oudejaarsavond en een traditioneel “wienerische” uitvoering, kan beter uit Wiesbaden, en waarschijnlijk uit heel Duitsland, wegblijven. Vergeet Wenen, vergeet de late 19e eeuw. Maar hoe vergezocht de hedendaagse uitvoeringen soms ook zijn, “Die Fledermaus” is en blijft onverwoestbaar. Strauß rules! Daarvoor staat de charme van Johann Strauß’ populairste operette garant. En natuurlijk zijn parelende muziek.

Of de regie van de veelvuldig gelauwerde regisseur Gabriele Rech volledig recht doet aan Strauß’ magistrale noten, valt ernstig te bezien. De uiteraard “eigentijdse” regie (de opgevoerde stofzuiger is letterlijk een struikelblok) zit de inherente klasse van “Die Fledermaus” enigszins in de weg, legt een boertige nadruk op het hilarische en neigt zo nu en dan zelfs naar het platvloerse. Het gehele kwaliteitsspectrum der humor wordt bestreken, van aardige vondsten tot smakeloze grappen en regelrechte onderbroekenlol. Uiteraard is er bloot en (een soort) seks: geen bordeel ter wereld heeft op één avond zoveel handen op borsten en billen gezien als in de Fledermaus van regisseur Rech.

De uitvoering in Wiesbaden begint overigens alleraardigst met een terugblikkend filmpje waarin een straalbezopen Falke in Fledermaus-uitrusting langs het huidige Wiesbadense operahuis zwalkt. Hij is na een feest door Eisenstein in de steek gelaten en Falkes wraak is, zoals bekend, het thema waar “Die Fledermaus” om draait.
Naast overvloedige kolder werden we ook met enkele raadsels geconfronteerd. Er waren exercities met een pistool –een dreigende zelfmoord, een Russisch roulette– die het begripsvermogen van uw recensent ernstig te boven gingen.

De (lelijke) hysterische uitbarsting van Prins Orlovsky waarmee de opera besloten wordt, geeft ons de boodschap mee “Hier Is Meer Aan De Hand”, maar wát bleef geheel duister.

Muzikaal was er aanzienlijk meer, véél meer te genieten. Het Hessisches Staatsorchester Wiesbaden bracht onder leiding van Michael Helmrath een lichtvoetige, subtiele en nauwkeurige Strauß ten gehore. En de jonge cast was zonder meer voortreffelijk, zonder zwakke punten. Adele, indrukwekkend vertolkt door coloratuursopraan Gloria Rehm, is een revelatie, en tenor Aaron Cawley zet een geweldige Alfred neer. De Nederlandse bariton Peter Bording is de Eisenstein aller Eisensteins, hoewel ik de rol graag wat minder clownesk had gezien. Men ontkomt met moeite aan het cliché dat deze rol Bording “op het lijf geschreven is”, maar het is wel zo. Dankzij zijn krachtige maar ranke stem en fantastische acteertalent is een betere Eisenstein moeilijk voorstelbaar. Romina Boscolo doet ons op overtuigende wijze beseffen hoe intens muzikaal de rol van Prince Orlofsky is. Een indrukwekkende, altige mezzo en een belofte voor de toekomst. En Stephanos Tsirakoglou als gevangenisdirecteur Frank heeft niet alleen een heerlijke bas-baritonale warmte, maar is net als Peter Bording een voortreffelijk acteur. De Duitse tv-persoonlijkheid Lutz van der Horst (een soort Duitse Rutger Castricum van PowNed) kreeg bij wijze van celebrity support de rol van Frosch toebedeeld, en dat was een minder geslaagde trouvaille. In feite werd de rol van Frosch gewoon opgeofferd aan deze mislukte vondst. Lutz van der Horst was vooral Lutz van der Horst, die vermoeiende en licht belerende en belegen grappen debiteerde over de almacht van het internet, de consumptiemaatschappij en Tinder-gebruikers. Men schijnt niet te beseffen dat een uitermate komische operette nog geen stand-up comedy is. Bovendien mist Lutz van der Horst het allereerste begin van een theaterpersoonlijkheid en acteert hij als een houten klaas

Ondanks de voortreffelijke muzikale prestaties van orkest en solisten mist de Wiesbadener Fledermaus, door de matige regie –“Chacun à son goût” was nog nooit zo toepasselijk–  de brille en klasse om integraal als topuitvoering bestempeld te worden. Neemt niet weg dat het Hessisches Staatstheater Wiesbaden een fijne avond biedt aan de operetteliefhebber die vooral voor de muziek komt.

Er zijn nog voorstellingen op 24/9, 1, 7, 13, 26/10, 4, 11, 26/11, 10, 31/12/2016 en 8/7/2017.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 23/9/2016)

 

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

1 Comment

  1. Richard Ottenbrink schreef:

    Fijne recensie, die je een goed beeld geeft van wat je te wachten staat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *