“LA TRAVIATA”- GEWELDIGE ZANG, POVERE REGIE

La Traviata

Diana Damrau (Violetta), Placido Domingo (Giorgio Germont) en Charles Castronovo (Alfredo Germont) (Foto © Wilfried Hösl)

La Traviata, opera van Giuseppe Verdi op een libretto van Francesco Maria Piave. Gecreëerd in het Teatro La Fenice te Venetië op 6 maart 1853. Bijgewoonde voorstelling door de Bayerische Staatsoper in het Nationaltheater te München op 27 en 29 juni 2017

Violetta Valéry: Diana Damrau
Flora Bervoix: Rachael Wilson
Annina: Alyona Abramowa
Alfredo Germont: Charles Castronovo
Giorgio Germont: Placido Domingo

Bayerisches Staatsorchester
Chor der Bayerischen Staatsoper

Dirigent: Andrea Battistoni
Regie: Günter Krämer

Muzikaal:
Scenisch:

Twee compleet uitverkochte voorstellingen van La Traviata tijdens het Münchense Opera Festival van juni 2017. Een begerige mensenmassa op het bordes, wanhopig zwaaiend met bordjes “Ticket Wanted”. Hoe kan het ook anders als Placido Domingo na een afwezigheid van meer dan 15 jaar terugkeert naar München.

De 76-jarige voormalige tenor, nu bariton, is een plaatsje opgeschoven in de Traviata-familie, van Alfredo naar Giorgio Germont. Als Violetta was Sonya Yoncheva gepland, maar die werd ziek en vervangen door Münchens darling Diana Damrau.

In beide voorstellingen kon Damrau mij helaas niet volledig overtuigen. In piano-passages was haar stem weliswaar prachtig in evenwicht, met heldere hoge tonen, maar wanneer er meer volume geboden was, werd de stem scherp, schril, overdone. Qua acteren zagen we een adhd Violetta, die mij eerder deed denken aan een hysterische huisvrouw die de bonte was met de witte was verwisseld had dan aan een gevoelige courtisane. Toegegeven, Damrau deed op haar manier haar uiterste best om Violetta’s karakter vorm te geven, in grote delen was het redelijk geloofwaardig. Ze legde zonder twijfel haar ziel en zaligheid in deze rol. In de laatste scène, als Violetta wacht op Alfredo’s terugkeer, ontroerde Damrau in haar pijnlijke wanhoop. Toch prefereer ik een meer fragiele, een meer kwetsbare Violetta, met een empathischer stem en voorkomen.

Tenor Charles Castronovo zorgde voor twee solide, maar niet wereldschokkende Alfredo’s. Hij leek moeite te hebben zich in de cast te profileren, het was allemaal wat bleekjes en vlakjes. Zijn stem heeft een baritonale touch en klonk op de een of andere manier alsof de rem erop stond. Maar als het erom ging, bleken er toch wel degelijk goudgerande klanken aan de haag zijner tanden te kunnen ontsnappen. Zijn “De’ miei bollenti spiriti” werd op beide dagen voortreffelijk gezongen.

Uiteraard moeten wij diep ontzag hebben voor alle zangers die de gewijde grond naast Placido Domingo durven te betreden. Deze Spaanse krachtcentrale met meer dan 50 betrouwbare dienstjaren heeft nu eenmaal een unieke podiumaanwezigheid. Toen Onze Lieve Heer bezig was met het uitdelen van charisma, moet Placido vooraan hebben gestaan.

Zijn Giorgio Germont was geen boze, witte man, maar eerder een vrij opgewekte vader uit de categorie “niet boos maar verdrietig”. Zijn bariton heeft nog steeds een tenoraal timbre, en dat is in deze rol, in deze opvatting, geen nadeel. Het middenregister is krachtig met een geweldig spectrum van kleuren en gradaties. Afgezien van een paar momenten waarin hij wat meer extra adem nodig had dan vroeger, was zijn zang niet minder indrukwekkend dan 20, 30 jaar geleden. Er waren minuten lange ovaties na zijn duet met Violetta, “Pura siccome un angelo”, en vooral na zijn “Di Provenza il mar, il suol”. The old man still got it! Deze ‘oude man in een bijrol’ was weer eens de beste op het podium.

De op één na beste bevond zich naar mijn smaak in de orkestbak: de jonge Italiaanse dirigent Andrea Battistoni. Slechts 30 jaar oud, maar in zijn directie zeer volwassen. De piano passages waren bijna transcendentaal teder, terwijl hij het orkest gecontroleerd kon laten ontploffen wanneer nodig. De uiterst beweeglijke Battistoni (“rubber Andrea”) dirigeerde met verve en met intens begrip van partituur en emoties. Ondanks een klein foutje hier en daar, denk ik dat Battistoni een supertalent is, waarvan we in de toekomst zeker meer kunnen verwachten.

Kudos ook voor de zangers in de kleinere rollen: Rachael Wilson (Flora), Alyona Abramowa (Annina), Galeano Salas (Gaston, Vicomte) en Kristof Klorek (Doctor Grenvil).

Maar absoluut geen kudos voor regisseur Günter Krämer. Wat een onmogelijke regie (toneelbeeld: Andreas Reinhardt). Het was vlees noch vis, geen “moderne”  regisseursellende, maar ook niet volledig librettogetrouw. Een zwarte achtergrond met felrode deuren in de eerste acte, een zilveren muur, een soort verwaarloosde opslagruimte, en zinloze gordijnen die het publiek het zicht op de handeling ontnamen, dat was het schabouwelijke decor voor deze romantische opera. Triest om te zien, maar ook een belediging voor de zangers die in die hoge, brede en lege ruimte met een slechte akoestiek te kampen hadden. De kostuums (door Carlo Diappi) deden op de een of andere manier denken aan de jaren 1920, het koor was opgedragen om met idiote, persiflage-achtige bewegingen rond te springen. De stierenvechters waren veroordeeld om zich te bekwamen in een soort van “synchrone skigymnastiek” (waarom?!). Verdi delfde weer eens het onderspit.

Met meer dan 30 minuten (1ste avond) resp. 20 minuten (2e avond) ovaties voor de zangers gaf het publiek uiting aan zijn innige tevredenheid. Met een regie van wat meer niveau zou van gelukzaligheid sprake zijn geweest…

Er zijn dit speeljaar nog voorstellingen op 25 en 28/7/2017.

Gabi Eder / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 4/7/2017)

 

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *