“AUFSTIEG UND FALL DER STADT MAHAGONNY”

Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny

Heike Wessels en koor. (Foto © Hans Jörg Michel)

Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny, opera van Kurt Weill op een libretto van Bertolt Brecht. Gecreëerd te Leipzig op 9. maart 1930. Première van deze productie in het Nationaltheater te Mannheim op 1 juli 2017. Bijgewoonde voorstelling op 19 juli 2017.

Leokadja Begbick: Heike Wessels
Fatty: Raphael Wittmer
Dreieinigkeitsmoses: Thomas Jesatko
Jenny: Laura Nicorescu
Jim Mahoney: Will Hartmann
Jack O’Brien: Uwe Eikötter
Bill: Thomas Berau
Joe, Alaskawolfjoe: Philipp Alexander Mehr
Toby Higgins: Christopher Diffey

Nationaltheater-Orchester Mannheim
Chor des Nationaltheaters Mannheim
Dirigent: Benjamin Reiners
Regie: Markus Dietz

Muzikaal:
Scenisch:

“Ik heb jullie zojuist muziek van Wagner en zijn navolgers voorgespeeld. Jullie hebben gehoord dat die muziek uit zoveel noten is gemaakt, dat ik ze niet allemaal kon spelen. Zo nu en dan hadden jullie graag met een melodie meegezongen, maar dat bleek onmogelijk. Jullie hebben ook gemerkt dat die muziek slaperig of dronken maakt, als alcohol of een bedwelmende medicijn. Maar jullie willen niet slapen. Je wilt muziek horen die men zonder uitleg kan volgen en begrijpen.” Deze woorden sprak Kurt Weill, volgens het “Berliner Tageblatt” in een lezing voor jongelui.

Het klinkt als een motto voor het oeuvre van de man die met zijn Dreigroschenoper in 1928 wereldsensatie verwekte. Het was zijn eerste samenwerking met Bertolt Brecht die haar laatste bloei zou kennen in Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny. Met zijn straatorkestje van 2 saxofoons, trompet, trombone, contrabas, banjo, piano, harmonium en slagwerk, wierp Kurt Weill een knuppel in het hoenderhok van de zgn. ernstige muziek.

Ondanks de vele tegenkantingen van de pers, het classic establishment en de ban door het Nationaalsocialisme, hielden de werken van Kurt Weill goed stand. De Dreigroschenoper staat nu vaker op het speelplan van toneelgezelschappen dan van operahuizen, maar Mahagonny heeft het zelfs tot een repertoirewerk gebracht.

Zijn communistische sympathieën ten spijt, was Kurt Weill toch zo slim om in 1935 met zijn vrouw Lotte Lenya naar de USA te emigreren en niet naar de USSR. Hij schreef daar verder opera’s waarvan Street Scene de meest bekende is, en musicals zoals Lady in the dark. Lotte Lenya maakte carrière in de filmwereld en speelde zelfs de valse rol in de James Bond film From Rossia with love (1963).

Mahagonny is het moderne Sodom en Gomorra, alles is er toegelaten, zolang er maar voor betaald wordt. De opera is slechts een opeenvolging van al de excessen en uitspattingen die eigen is aan zo’n samenleving. De stad kent slechts één zonde en daar maakt Jim Mahoney zich bij het slot schuldig aan: “er hat kein Geld!” en daarvoor wordt hij dan ook ter dood veroordeeld.
Geen wonder dat de hedendaagse operaregisseurs er zo graag hun tanden in zetten, al lijken de visies van al die egotrippers sterk op elkaar. Markus Dietz vormde absoluut geen uitzondering en het aanhoudend kontschudden van al de personages werkte na een tijdje meer slaapwekkend dan verleidelijk. Aanvankelijk deed de choreografie van de ensembles ons wat aan Bob Fosse denken (Cabaret), maar diens humor ontbrak volledig en er was een algemeen tekort aan inventiviteit en variatie.

Wij troffen het niet: de geplande Vera-Lotte Böcker (die ook op onderstaande foto’s staat) werd voor de rol van Jenny vervangen door Laura Nicorescu. Wij weten dat Weill geen Mozart is, maar Jenny heeft veruit de meeste/mooiste songs te zingen en wij vonden het bijzonder jammer dat de dame een stem zonder resonantie had, niet de minste nuancering of karakter in het personage wist te leggen en dan bovendien nog vals zong.
De krachtige, heldere tenorstem van Will Hartmann wist ons als Jim Mahoney beter te bekoren en ook Thomas Jesatko, Raphael Wittmer en Uwe Eikötter waren uitstekend gecast. Heike Wessels was een wat oppervlakkige, onbeduidende Leokadja, die helemaal niet de indruk wekte dat zij het in Mahagonny voor het zeggen had.

Niets dan lof voor het sterk acterende koor en het Nationalorchester Mannheim dat onder de vinnige leiding van Benjamin Reiners, naar Duitse smaak, nogal luid zong/speelde.

Wie denkt dat Mahagonny slechts op de Bühne bestaat, heeft het volkomen mis. Het programmaboekje geeft er uitvoerig uitleg over en wijst ons zelfs aan waar het te vinden is: in Berlijn! De “King George” is een “flatrate-bordeel” waar je voor € 99,- vanaf vier uur in de namiddag tot het morgenkrieken de volgende dag zoveel mag drinken dat je wil en zoveel mag seksen dat je kunt. De nodige drank en dames zijn in voorraad. “All-inclusive”. Wij willen de lezers de link naar het etablissement niet onthouden: klik hier!

Er zijn nog voorstellingen op 26/7, 17/9 en 12/10/2017.

G.M. (Gepubliceerd op 20/7/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

3 Comments

  1. Conus schreef:

    Belangwekkende recensie! (Op naar Berlijn,,,)

  2. Bob Zimmerman schreef:

    Geachte heer Maijeur, sta mij toe een kleine correctie in te sturen: vóór de Dreigroschenoper werkten Brecht en Weill al samen aan het zgn. Mahagonny Songspiel, het “kleine Mahagonny”, in 1927. Evenmin was “Aufstieg und Fall” hun laatste samenwerking; in de tijd van ballingschap in Parijs van Kurt Weill schreven ze, ondanks een ernstig conflict dat ontstond tijdens het werken aan genoemde opera, nog 1 prachtig muziek-theater-balletstuk samen: Die sieben Todsünden.

  3. Olivier Keegel schreef:

    Ik koester warme gevoelens voor het Roemeense volk, maar hoe Laura Nicorescu ooit op een podium is beland, is mij een raadsel. Luister eens naar deze diepe ellende: https://youtu.be/PMaok84j4hA

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *