“FIDELIO”

Fidelio

David Pomeroy (Florestan) en Emma Bell (Leonore) (Foto:© Paul Leclaire)

Fidelio oder Die Eheliche Liebe, opera van Ludwig van Beethoven. Libretto van Joseph Sonnleithner en Friedrich Treitschke naar Jean Nicolas Bouilly. Eerste uitvoering op 20 november 1805 in het Theater an der Wien in Wenen. Première van deze productie door de Oper Köln in Zaal 1 van het Staatenhaus op 11 juni 2017. Bijgewoonde voorstelling op 29 juni 2017.

Don Fernando: Lucas Singer
Don Pizarro: Samuel Youn
Florestan: David Pomeroy
Leonore: Emma Bell
Rocco: Stefan Cerny
Marzelline: Ivana Rusko
Jaquino: Martin Koch

Chor der Oper Köln & Gürzenich-Orchester Köln
Dirigent: Alexander Rumpf
Regie: Michael Hampe

Muzikaal:
Scenisch:

FIDELIO ALS FIDELIO

“Ihre Oper gefällt mir – daher werde ich sie in Musik setzen!”, aldus zou Beethoven tot de inmiddels vergeten componist Ferdinand Paer gesproken hebben na het bijwonen van Paers opera Leonora. Of deze opera werkelijk een rol heeft gespeeld bij het componeren van Beethovens enige opera, is onduidelijk. Feit is dat Beethoven zich in datzelfde jaar, 1804, aan een taaie operaklus zette die zich op hetzelfde libretto van Jean-Nicolas Bouilly baseerde. In 1805 vond de première van Beethovens Fidelio (Leonore) plaats in het Theater an der Wien. Herzieningen vonden al snel plaats, in 1806, en later nog eens in 1814. Al met al drie versies en vier ouvertures. Geen wonder dat je het dan als componist liever bij één opera laat.

De verschillende versies van deze “reddingsopera” vertellen zo ongeveer hetzelfde verhaal.  Leonore heeft zich vermomd als mannelijke gevangenisbewaker, genaamd Fidelio. Ze slaagt erin om haar echtgenoot Florestan, politiek gevangene, te redden uit de klauwen van de wrede gouverneur Don Pizarro. Vervolgens leeft het echtpaar  nog lang en gelukkig.

De première in 1805 werd een ramp, de herziene versie, met een aangescherpt libretto, had in 1806 meer succes. De met veel moeite tot stand gekomen laatste herziening in 1814 bracht Beethoven eindelijk het grote succes dat hij verwacht had. Een niet gering aandeel in het succes had Georg Friedrich Treitschke, librettist/regisseur en directeur van het Theater an der Wien. Hij pakte op verzoek van Beethoven de zwakke plekken in het libretto aan, waarvoor de componist hem innig dankbaar was: “(…) ich versichere Sie, lieber Treitschke, die Oper erwirbt mir die Märtirkrone; hätten Sie nicht sich so lieb Mühe damit gegeben und so sehr vorteilhaft alles bearbeitet, wofür ich Ihnen ewig danken werde … Sie haben dadurch noch einige gute Reste von einem gestrandeten Schiffe gerettet.”

 

STAATENHAUS

De Keulse Opera is momenteel “tijdelijk” gehuisvest in het naargeestige Staatenhaus am Rheinpark, dat als Gestapo-hoofdkwartier niet zou misstaan. Wat een ellende. Hoog improvisatiegehalte, beroerde akoestiek, orkest in een ondiepe bak (hoofden orkestleden staken boven de Bühne uit), plastic leuningloze stoeltjes, en met de op het dak tikkende regen in een prominente akoestische rol. Maar goed, bij het kwartet “Mir is wunderbar” is al deze rampspoed weer snel vergeten.  Men had voor acht voorstellingen in juni en juli een vocaal kanon in stelling gebracht: Emma Bell als power Leonore. Wij kennen Bell nog van een concertante Fidelio-uitvoering in 2014, in het Amsterdamse Concertgebouw, waar zij toen diepe indruk maakte.  Viel nu behoorlijk tegen. Zij heeft niet meer een echt jonge stem, en het leek wel of ze deze avond niet gedisponeerd was. Stem was aan de zwakke kant, met heel lelijke, ongecontroleerde uithalen.

Het duet met Florestan was dan wel weer een opleving. De Canadese tenor David Pomeroy, een befaamde Pinkerton, was met zijn krachtige, dramatische stem, gepaard aan een uitstekend acteertalent, een voortreffelijke Florestan. Extreem dramatisch, maar prachtig!  Ik gebruik het woord één keer: kippenvel.  Minder te spreken was ik over de Koreaanse bariton Samuel Youn, een vaste kracht in Keulen. Zijn weinig overtuigende Don Pizarro kwam nogal obligaat over, terwijl de uitspraak (nog steeds) te wensen overlaat. Marzelline werd vertolkt door de mij onbekende Ivana Rusko: een sensatie! Voor mij de ster van de avond. Een wat rijpere Marzelline, maar haar soms kloeke, soms klokjesachtige, soms romige stem ontroerde. Uitstekend actrice ook. Stefan Cerny was een prima, verrassend jonge Rocco en  Lucas Singer, ook een vaste kracht in Keulen, een competente Don Fernando.

OUDE ROT

Opmerkelijk aan deze voorstelling was de regie. Als een dove ernaar had gekeken, had hij er toch Fidelio uitgehaald: een novum in de dagen van het schrikbewind des regisseurstheaters, en dat nog wel in Duitsland! Uiteraard was de Duitse pers er als de kippen bij om de uitvoering als “te conventioneel”, “te oubollig”, “te ingestudeerd” (sic!) “te braaf” en uiteraard “te weinig spannend” te bestempelen. Maar wij ervoeren een librettogetrouwe (tegenwoordig vervangen door de onzinnige term “traditioneel”)   uitvoering waarin op aantrekkelijke, dramatisch geheel verantwoorde en meeslepende en respectvolle wijze het verhaal werd verteld. Niet meer en niet minder.  Voor zover de naargeestige en primitieve omstandigheden in het Staatenhaus dat natuurlijk toelieten.  Verantwoordelijk voor deze aangename ervaring was de 82-jarig oude rot in het vak Michael Hampe, oud-intendant van de Kölner Oper, wiens fabelachtige enscenering van Cimarosa’s   Il matrimonio segreto in 1979 de gehele operawereld op zijn kop zette.  “Meine Idee ist das Werk“, verklaarde Hampe niet lang geleden. Vijf simpele woorden waarmee op onweerlegbare wijze het deficiet van 40 jaar ijdele, snobistische, denigrerende en respectloze, “eigentijdse en spannende” moderniseringsmanie wordt weerlegd.  Toch had de oude meester in een opwelling van terminaalfobische aandrift nog een aardigheidje voor de mensen bedacht. Alleen Leonore en Florestan werden bevrijd, de rest van het tableau de la troupe kon het bevrijde echtpaar slechts minzaam nawuiven om zich voor de rest van hun leven toch geknecht te weten. Die ingreep  gunnen we meneer Hampe.

Het werd dus een “ouderwetse”, klassiek gekostumeerde opera-avond, zonder idioterieën, met enkele goede tot zeer goede stemmen en met een Gürzenich-Orchester Köln dat ons onder leiding van Alexander Rumpf, ondanks de beroerde akoestiek,  op een transparante orkestklant trakteerde vol van subtiel opgebouwde climaxen en dynamische variatie.

Op dit moment is nog niet te zeggen wanneer het tijdelijk onderkomen, het Staatenhaus, vaarwel gezegd kan worden. De renovatie van het operagebouw in de Altstadt was oorspronkelijk voorzien voor 2015, maar het project kampt met gigantische tegenslagen en mismanagement. Het eind is nog niet in zicht.

Onduits.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 30/6/2017)

Er zijn nog voorstellingen op 1 en 5 juli 2017.

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

1 Comment

  1. Mauricio Fernandez schreef:

    Wat jammer dat Bell niet meer is wat zij geweest was maar zo gaat dat soms helaas. Over Paers Leonora: ik denk dat de oude Ludwig zich dadelijk heeft laten inspireren door deze opera, dat hoor je vooral in de eerste versie, Leonore dus (vind ik sowieso een betere opera dan Fidelio!). De eerste aria van Paers Leonora heeft ook een uitgebreide partij voor de hoorn maar iha praten wij over totaal verschillende werelden. Pikant (sic) detail: Beethoven had een partituur van Paers Leonora in zijn bezit, deze werd na zijn dood gevonden blijkbaar. Voor de geïnteresseerden in Paers Leonora, er bestaat voor zover ik weet slechts een oude opname uit de jaren 70 olv Peter Maag met Ursula Koszut in de hoofdrol, nog te beluisteren op Youtube. Persoonlijk hoop ik ooit dit stuk op de Bühne te kunnen zien…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *