“VAN HERBERGIER TOT ZOON VAN GOD”

Le Prophète

John Osborn als Jean de Leyden (Foto: Matthias Jung)

Le Prophète. Opera in vijf bedrijven van Giacomo Meyerbeer op een libretto van Eugène Scribe. De creatie vond plaats op 16 april 1849 in de Parijse Opéra. Première van deze productie in het Aalto Musiktheater te Essen op 9 april 2017. Bijgewoonde voorstelling op 16 april 2017.

Jean de Leyde: John Osborn
Fidès, zijn moeder: Marianne Cornetti
Berthe, Jeans verloofde: Lynette Tapia
Jonas, wederdoper: Albrecht Kludszuweit
Mathisen, wederdoper: Pierre Doyen
Zacharie, wederdoper: Tijl Faveyts
Graf von Oberthal: Karel Martin Ludvik

Essener Philharmoniker & Chor des Aalto-Theaters
Dirigent: Giuliano Carella
Regie: Vincent Boussard

Muzikaal:
Scenisch:

Le Prophète gaat over godsdienst, over wat alle godsdiensten sinds het begin van onze beschaving geweest zijn en wat zij tot het einde der tijden zullen zijn: leugen, bedrog, oplichterij, hypocrisie, verderf en tenslotte dood!

Dit ter inleiding van deze zelden opgevoerde opera van Meyerbeer die gesitueerd is in Dordrecht en Münster ten tijde van de wederdopers, zeer losjes gebaseerd op het leven van de prediker Jan van Leiden en waar al deze voormelde facetten ruim aan bod komen. De volledige inhoud van de opera leest U hier.

Regisseur Vincent Brossard heeft gelukkig het gegeven niet aangepast aan onze politiek-religieuze toestand van de laatste decennia. De verleiding moet nochtans groot geweest zijn, zeker omdat de protagonisten op het einde van de opera een paleis opblazen en zo zelf aan hun einde komen.
De opera in zijn oorspronkelijke vorm presenteren kon natuurlijk ook niet, daarom werd  maar geopteerd voor wat modieuze onzin, zoals twee ballerina’s die te pas, maar vooral te onpas de ensembles stoorden. Bakken Stauder-bier, handtassen, valiezen, regenschermen, een houten paard en andere prullaria die in deze opera niet thuishoren werden verondersteld onze aandacht alert te houden.

Er was ook een draaitoneel dat een vlot verloop van de scenewisselingen moest garanderen, maar dat lukte niet steeds en enkele keren leek het zelfs een op hol geslagen carrousel. Er waren enkele lovenswaardige pogingen om het geheel met wat humor op te fleuren zoals het ballet dat hier niet meer was dan een wederdoper die vlucht voor de vrouwelijke verleiding.

Alle pogingen ten spijt slaagde deze enscenering, met haar kale, sfeerloze decorbouw er niet in om ons een meeslepend spektakel te brengen. Maar wij geven toe dat het geen eenvoudige opgave was om deze vier en een half uur durende voorstelling (inclusief twee pauzes) boeiend te houden. Meyerbeer is tenslotte geen Richard Wagner!

Dat brengt ons bij de muziek van Meyerbeer, die natuurlijk op zich niet steeds even interessant of fascinerend is. Er zijn enkele bijzonder mooie momenten, maar wie zou er, buiten enkele fanatieke puristen, bezwaar gehad hebben dat er een uurtje routineuze muziek uitgeknipt was? Zeker uit de vijfde akte waar maar geen einde leek aan te komen.

Wat ons overhaalde om de voorstelling toch uit te zitten, waren de vocale prestaties van de zangers! Daar is het Aalto Musiktheater zeker niet tekort geschoten om een bijna ideale bezetting samen te brengen. De Amerikaanse tenor John Osborn kennen wij vooral van Rossini (Otello, Semiramide, La Donna del Lago, Guillaume Tell e.a.), maar ook als een zeer geslaagde Benvenuto Cellini in de onvergetelijke productie van Terry Gilliam in Amsterdam

Zijn slanke, welluidende tenorstem was ook als Jean een lust om naar te luisteren. Zijn geliefde Berthe was de Boliviaans-Amerikaanse sopraan Lynette Tapia (Mevrouw Osborn in het dagelijkse leven). Wij werden begeesterd door haar stralende, goed geleide stem met hemelse piano’s. Wat een verrukkelijk koppel zij samen vormen: “La Coppia degli acuti”.
Marianne Cornetti, ook al Amerikaans, heeft als Fidès in feite de grootste partij te zingen. Aanvankelijk klonk haar warme mezzo zeer vleiend, met enkele mooie forse uitstralingen, maar naar het einde toe, zeker in de eindeloze vijfde akte, speelde de vermoeidheid haar parten: de hoogte werd onzeker en de frasering verliep minder soepel.

Opvallend goed waren de drie wederdopers: de tenor Albrecht Klutszuweit en de bassen Pierre Doyen en Tijl Faveyts. Zij klonken bijzonder uitbundig, misschien iets te lawaaierig, maar dat paste wel bij hun rol van predikende bullebakken. Ook de bas Karel Martin Ludvik klonk robuust en trefzeker. Jammer dat zijn personage van heersende graaf door de gekke enscenering helemaal niet tot zijn recht kwam.

Een grote gaafheid kenmerkte de koorzang en het orkestspel onder leiding van Giuliano Carella. Dat het soms aan spanning ontbrak is zeker niet aan hem te wijten maar aan de vaak futloze muziek van Meyerbeer.

Een voorstelling die wij best kunnen aanraden, maar opgepast: het duurt vier en een half uur en de dode momenten moet je er bijnemen. Je zitvlak wordt fel op de proef gesteld en je kunt niet zoals bij een CD naar het volgende nummertje “skippen” als het je de keel uithangt. Anderzijds is het een niet te missen kans om een voorstelling van deze sporadisch gespeelde opera met een zo goed als ideale bezetting bij te wonen.

Er zijn nog voorstellingen op 23, 26, 29/4, 5, 11 en 14/5/2017.

G.M. (Gepubliceerd op 18/4/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

1 Comment

  1. Conus schreef:

    Mooie, informatieve recensie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *