“CHARLOTTE SALOMON” & “MISS HAVISHAM’S WEDDING NIGHT

Charlotte Salomon

Ensemble (Foto: Bettina Stöß)

“Charlotte Salomon”, opera van Marc-André Dalbavie op een libretto van Barbara Honigmann (delen in het Frans vertaald door Johannes Honigmann). Voor het eerst opgevoerd door de Salzburger Festspiele op 28 juli 2014. Première van deze productie door het Theater Bielefeld op 14 januari 2017. Bijgewoonde voorstelling op 29 januari 2017.

Charlotte Salomon: Jana Schulz
Charlotte Kann: Marie-Belle Sandis
Paulinka Bimbam: Nohad Becker
Amadeus Daberlohn: Daniel Pataky
Herr Knarre: Olaf Haye
Frau Knarre: Evelyn Krahe
Franziska Kann: Katja Starke
Doktor Kann: Evgueniy Alexiev
Prof. Klingklang: Caio Monteiro
Propagandaminister: Lianghua Gong

Biefelder Opernchor
Bielefelder Philharmoniker
Dirigent: Alexander Kalajdzic
Regie: Mizgin Bilmen

Muzikaal:
Scenisch:

Charlotte Salomon (Berlijn, 16 april 1917 – Auschwitz, 10 oktober 1943) was een Joods-Duitse schilderes. Als kind van geassimileerde Joodse ouders groeide zij op in Berlijn. Haar vader was arts. Haar moeder pleegde zelfmoord toen Charlotte negen was. Haar latere stiefmoeder was zangeres.
In september 1936 werd Salomon toegelaten tot de kunstacademie. Toen zij een prijs won, kwam aan het licht dat ze Joods was en moest ze de kunstacademie verlaten.

In 1939, na de “Kristallnacht”, vluchtte ze naar haar grootouders in Zuid-Frankrijk. Op advies van een arts begon Salomon te schilderen. Zo ontstond de reeks van meer dan 1300 autobiografische gouaches “Leben? oder Theater?”. Dit omvangrijke expressionistische kunstwerk rondde ze in 1942 af.
In het Vichy-Frankrijk waren Joden niet veilig. Samen met haar echtgenoot Alexander, een Joodse vluchteling uit Oostenrijk, werd ze op 24 september 1943 opgepakt en naar Auschwitz getransporteerd waar ze op 10 oktober 1943 werd vermoord.

De opera volgt deze korte biografie tamelijk nauwgezet, maar het personage van Charlotte wordt dubbel vertolkt: een Duits gesproken rol voor de “creatieve” Charlotte Salomon en een door mezzosopraan in het Frans gezongen rol voor Charlotte Kann, in feite een “fictieve creatie van zichzelf”. Niet duidelijk? Voor ons ook niet en voor de voorstelling die wij bijwoonden kwam er nog bij dat de oorspronkelijk gezongen Charlotte Kann (Hasti Molavian) ziek was en vervangen werd door de mezzosopraan Marie-Belle Sandis, die de rol vanuit een loge naast het podium zong, terwijl het personage geacteerd werd door regisseur Mizgin Bilmen.

De opera begon ook helemaal niet naar onze zin. Een eindeloze proloog zonder zang, zonder orkest en zonder boventiteling, waar de toneelspeelster Jana Schulz de desperate zielstoestand van de in Frankrijk verbannen Charlotte op het publiek afvuurde. Het werkte flink op onze zenuwen en wij waren meer dan blij toen het orkest en de zangers eindelijk aan bod kwamen.

Het geduld dat wij hadden moeten uitoefenen werd echter rijk beloond, want er viel muzikaal heel wat te beleven. Wij werden vooral geboeid door de donkere orkestkleur, de steeds prominent aanwezige harp en de meesterlijke orkestratie. Er werd ook op magistrale wijze een fragment van Carmen ingevoegd, duidelijk herkenbaar en toch helemaal anders. Het bruidskoor uit Der Freischütz, in zijn oorspronkelijke vorm een braaf koortje, werd hier een overweldigende climax. Subliem, zonder meer!
Ook vocaal werden wij verrast, in de eerste plaats door de keuze van vier mezzosopranen voor de leidende vrouwelijke rollen: Marie-Belle Sandis als Charlotte Kann, Katja Starke als Franziska Kann, Evelyn Krahe als Frau Knarre en vooral de sublieme Nohad Becker als de stiefmoeder Paulinka Bimbam.
Bij de mannen domineerden de baritons: Evgueniy Alexiev als Doktor Kann en Olaf Haye als Herr Knarre. De keuze van deze lage stemmen completeerde voortreffelijk het reeds donkere klankbeeld van het orkest. Enkel de tenor Daniel Pataky zorgde als Amadeus Daberlohn voor een kontrast.

De Bielefelder Philharmoniker wist deze donker, aards, georkestreerde partituur met enkele bijtend, scherp geëtste trompetclimaxen, doeltreffend te verklanken onder de steeds alerte leiding van Alexander Kalajdzik.

Voor de enscenering van Mizgin Bilmen waren wij ook te vinden, al was die soms wat rommelig. Er werd efficiënt gebruik gemaakt van video en live projecties die boeiden door hun inventiviteit en hun technische vaardigheid. De personages zagen er uit als getekende, gegraveerde figuren die als het ware ontsnapt waren uit het oeuvre van Charlotte.

Mochten wij in Bielefed wonen , zouden wij beslist nog een volgende voorstelling van deze opera bijwonen.

Er zijn nog voorstellingen op 8, 18/2 en 31/3/2017

G.M. (Gepubliceerd op 2/2/2017)


“MISS HAVISHAM’S WEDDING NIGHT”

Miss Havisham’s wedding night, monodrama van Dominick Argento op een libretto van Olon-Scrymgeour, gebaseerd op een personage uit “Great Expectations” van Charles Dickens. Gecreëerd door The Minnesota Opera op 1 mei1981. Bijgewoonde voorstelling in “The Loft” van het Theater Bielefeld op 29 januari 2017.

Miss Havisham: Melanie Kreuter
Klavier: Anahit Ter-Tatshatyan
Regie: Michael F. Britsch

Muzikaal:
Scenisch:

Dickens baseerde de episode met Miss Havisham op een waar fait-divers dat plaats vond in Sydney in 1856. Daar werd de 28-jarige Eliza Donnithorne, de dochter van een rechter, door haar verloofde George Cuthbertson op de dag van het huwelijk in de steek gelaten. Miss Donnithorne verbood haar gasten het huwelijksbanket verder te benutten en haar bedienden mochten de tafels niet afruimen. Alles bleef jarenlang onaangeroerd staan en ook de huisdeur werd nooit afgesloten voor het geval de bruidegom toch nog onverwacht zou opdagen. Ze droeg haar bruidskleed tot het einde van haar leven. Hetzelfde overkomt Miss Havisham.
Argento’s monodrama speelt zich ’s nachts af in de sinds jaren onaangeroerde kamer waar vele jaren ervoor het huwelijksfeest had moeten plaatsvinden. Zij mijmert en fantaseert over haar toestand. Horloges werden stilgelegd, de vensters werden afgedekt, zij heeft gezworen nooit haar huis te verlaten of haar bruidskleed uit te doen. Zij draagt slechts één schoen. De andere had zij nog niet aan toen ze het onheilspellende bericht van haar bruidegom ontving. Gevangen in tijd en ruimte, dwingt ze zichzelf het beleefde steeds opnieuw te voltrekken om zo een weg uit deze benarde situatie te vinden.

De opvoering vond plaats in de Loft van het Theater Bielefeld, een ruimte die niet groter is dan een livingroom. Er waren 18 toeschouwers die plaats genomen hadden op losse stoelen rond kleine tafeltjes, langs de muren van het zaaltje. In de ruimte tussen het publiek, zong en acteerde de sopraan Melanie Kreuter als de onfortuinlijke Miss Havisham. Zij zong met veel overgave en met een heldere, goed gearticuleerde voordracht, maar vaak te luid. De gesproken monologen waren dan weer meermaals gefluisterd en voor ons onduidelijk. Zij betrok vaak de toeschouwers in haar monoloog, deelde bruidsboeketjes en briefjes uit en richtte zich geregeld familiair tot één persoon, alsof die deel uitmaakte van de huwelijksgasten. Het viel helemaal niet op dat het geheel duidelijk geregisseerd was door Michael F. Britsch.
Het klavier, bespeeld door Anahit Ter-Tatshatyan (wat een naam!) was de enige muzikale begeleiding.

Deze amper vijftig minuten durende opera was voor ons niet nieuw. Hij werd in 1987 gepeeld in Antwerpen, door de Vlaamse Kameropera en was nu een uitstekende aanvulling na de namiddagvoorstelling van Charlotte Salomon.

Er is nog een voorstelling op 13/2/2017.

G.M. (Gepubliceerd op 2/2/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *