“TURANDOT”

Turandot

Heather Engebretson als Liu (Foto ® Lorraine Wauters – Opera Royal de Wallonie)

“Turandot”, opera van Giacomo Puccini op een libretto van Giuseppe Adami en Renato Simoni. Voltooid door Franco Alfano. Voor het eerst opgevoerd in het Teatro alla Scala te Milaan op 25 April 1926. Première van deze productie door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège op 23 september 2016. Bijgewoonde voorstelling op 25 september 2016.

Turandot: Tiziana Caruso
Calaf: José Cura
Liù: Heather Engebretson
Timur: Luca Dall’Amico
Ping: Patrick Delcour
Pong: Papuna Tchuradze
Pang: Xavier Rouillon
Le Mandarin: Roger Joakim

Orchestre et Choeurs de l’Opéra Royal de Wallonie
Dirigent: Paolo Arrivabeni
Regie: José Cura

“Turandot” is de laatste opera die Puccini componeerde en bleef onafgewerkt achter. Franco Alfano componeerde de finale naar schetsen van Puccini zelf maar bij de creatie weigerde dirigent Toscanini deze muziek te spelen, legde de voorstelling stil waar Puccini zelf gestopt was en verklaarde: “Hier eindigt de opera, die onvoltooid is gelaten, omdat de maestro op dit punt is overleden”. Hoewel het sindsdien de gewoonte is om de opera uit te voeren met de Alfano-finale (of, uitzonderlijk, de finale die Berio in 2001 componeerde) eindigde de voorstelling in Luik ook op deze plaats.

Het is ons niet duidelijk wat de motivatie van de Luikse opera was om deze “geamputeerde” versie van “Turandot” te brengen. De finale van Alfano is naar ons aanvoelen zeker niet slecht en bovendien klopt een en ander dramatisch niet echt. Door te stoppen na de dood van Liù wordt dit secundaire personage bijna verheven tot hoofdrol. Dit gaat dan ten koste van de titelfiguur die in de onvoltooide versie van de opera slechts een beperkte inbreng heeft. Wat extra jammer was omdat de ORW met Tiziana Caruso een mooie dramatische sopraan had gecast die deze moordende rol met de nodige panache en volume zong, hoewel iets meer nuancering hier en daar wel op zijn plaats was geweest.

Is het de keuze geweest van regisseur en stertenor José Cura om de opera te geven in zijn kortste vorm? Het zou kunnen. We waren niet onder de indruk van zijn prestatie waarbij ons op verschillende momenten een gebrek aan vocaal engagement, niet gezongen hoge noten (nochtans schaars in deze partituur) en getransponeerde passages opvielen. En de Alfano-finale is niet bepaald licht te zingen. Maar de eerlijkheid gebiedt ons hieraan toe te voegen dat het Luikse publiek “hun” ster met een overweldigende ovatie bedankte. Of was het omwille van de regievondst waarbij de dood van Liù verwees naar de dood van Doria Manfredi, de vermeende maitresse van Puccini? We waren in elk geval zeer onder de indruk van de finale zoals bedacht door Cura, waarbij Timur veranderde in Puccini en de regisseur zowat alle personages uit de andere opera’s van de componist laat opdraven om afscheid te nemen van de stervende componist. Knappe vondst!

Voor de rest valt de regie best te omschrijven als traditioneel met zangers die mooi vooraan hun aria’s mogen zingen en een statisch koor in een imposant eenheidsdecor dat verwijst naar de verboden stad.

De Amerikaanse sopraan Heather Engebretson, hier en daar aangekondigd als een groot talent, had het niet gemakkelijk om zich boven het orkest hoorbaar te maken maar groeide naarmate de voorstelling evolueerde en zorgde voor een vocaal mooie sterfscène. Luca Dall’Amico was een sonore Timur/Puccini. De andere rollen waren ingevuld met zangers uit het huisensemble.

Paolo Arrivabeni wist ons zoals steeds te verbazen met de mooie klanken die hij uit het orkest van de ORW haalt en het koor, een van de protagonisten in het verhaal, was zonder meer indrukwekkend.

Een mooie voorstelling die zeker het zien en het horen waard is al hadden we graag ook de finale meegemaakt.

Er zijn nog voorstellingen tot 4/10/2016.

H.D. (Gepubliceerd op 28 september 2016)

 

 

 

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *