“GESTOORDE MACBETH”

Macbeth

Scott Hendricks als Macbeth en Béatrice Uria-Monzonas als Lady Macbeth (Foto © BUhlig)

“Macbeth”, opera van Giuseppe Verdi op een libretto van Francesco Maria Piave, gecreëerd in het Teatro alla Pergola in Florence op 14 maart 1847. Gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van William Shakespeare. Première van deze productie door de Muntschouwburg in het Muntpaleis te Brussel op 13 september 2016. Bijgewoonde voorstelling op 15 september 2016.

Macbeth: Scott Hendricks
Banco: Carlo Colombara
Lady Macbeth: Béatrice Uria-Monzon
Dama di Lady Macbeth: Lies Vandewege
Macduff: Andrew Richards
Malcolm: Julian Hubbard

Symfonieorkest en koor van de Munt
Muzikale leiding: Paolo Carignani
Regie: Olivier Fredj

Tijdens de compositie van “Attila” werd Verdi zwaar ziek en op doktersadvies moest hij een rustperiode van minstens zes maanden in acht nemen. Het is gedurende deze gedwongen rust dat Verdi zich verdiepte in Shakespeare’s tragedie “Macbeth” die hij als stof voor zijn tiende opera uitkoos. Vanaf het begin zag hij het werk als verschillend van het gebruikelijke melodrama uit die tijd. De partituur bevat meer aanwijzingen voor stemkleur dan zijn andere werken. Verdi klaagde dat de stem van een bepaalde sopraan “te mooi” was voor Lady Macbeth, die naar zijn mening “in het geheel niet moest zingen”. Naar verluidt bleef hij het duet tussen Macbeth en zijn Lady repeteren tot enkele minuten voor de aanvang van de voorstelling om de gewenste stemverbuigingen te bereiken. Achttien jaar na de eerste opvoeringen in Florence paste Verdi de opera aan voor de Parijse Opéra. Hij voegde niet alleen het verplichte ballet toe, maar herzag ook enkele nummers en herschreef er zelfs volledig nieuwe bij. Dit is de versie die nu het meest opgevoerd wordt. Het feit dat de nieuwe nummers verfijnder zijn dan de oude, maakt ze niet meteen boeiender. De aria “La luce langue” b.v. komt in vervanging van een gedurfd “cabaletta”. Het kan dus verhelderend zijn om de oorspronkelijke versie van de opera op te voeren.

Voor de huidige Munt-productie werd de herziene versie opgevoerd, inclusief het ballet dat in moderne producties meestal sneuvelt, en met het originele einde uit 1847: Macbeth’s sterfscène in plaats van de overwinningshymne van het koor dat de versie van 1865 afsluit.

De voorstelling zal ons vooral bijblijven voor de vocaal prachtige Macbeth van Scott Hendricks, een uitgesproken heldenbariton met een weelderige hoogte, een iets korrelig legato dat de juiste dosis tragiek in zijn voordracht legt en die met veel brio en kernachtig zong.
Béatrice Uria-Monzon was als Lady Macbeth in feite een misbezetting. Ze mag als mezzosopraan dan wel een fenomenale hoogte hebben, de heldere, fijne staccato nootjes in de banketscène en het kille, ijzingwekkende van het personage moesten wij missen. “Te mooi, te warm” zou Verdi waarschijnlijk gezegd hebben, een Carmen die in de verkeerde opera terecht gekomen is. Wat niet weg neemt dat zij bijzonder overtuigend acteerde, een echt theaterbeest, dat hoeft geen betoog.

Een ware luxe was Carlo Colombara als Banco, een sonore, fluwelen bas die zijn aria in de eerste acte tot een hoogtepunt van de voorstelling maakte.

De tenors zijn in “Macbeth” maar stiefmoederlijk bedeeld, maar Andrew Richards slaagde er zowaar in de rol van Macduff behalve mooi ook overtuigend te laten zijn. Samen met Julian Hubbard vormden zij in de derde acte een sonoor en strijdlustig duo met koor. Het koor was trouwens ook een pluspunt in deze voorstelling, al bleef het vaak onzichtbaar, achteraan op een verhoogd podium zitten. Voor het uitgebreide klaagkoor in de vierde acte mochten zij echter tussen het publiek wandelen. Indrukwekkend voor de toeschouwers achteraan, maar qua klank niet steeds even stabiel voor het publiek waar zij tussen liepen.
Paolo Carignani heeft de hartslag van deze muziek in zijn vingertoppen en hij zorgde er voor dat alles mooi synchroon verliep.

Zoals het er nu meestal aan toegaat, werd al dat moois ontsierd door de enscenering. Olivier Fredj verplaatste het gegeven naar onze tijd en lokaliseerde de actie in een hotel-restaurant. De eerste acte was een hotellobby, met een indrukwekkend arsenaal huppelend personeel. Er kwamen geregeld ballonnen bij te pas, kinderwagens en allerlei prullaria die geen ander doel konden hebben  dan de aandacht van de toeschouwers van de muziek af te leiden. Macbeth was hier blijkbaar de hotelmanager en samen met zijn Lady betrokken zij een luxueuze suite. Niemand scheen het vreemd te vinden dat deze hotelmanager zich “koning” noemde en ook zo aangesproken werd…
Banco werd vermoord in de keuken – door het keukenpersoneel – met braadpannen en keukenmessen.
Het meest enerverend waren echter de balletten die als in een komedie dartelend over de scène zweefden. Technisch misschien mooi gedaan, maar ongepast in een tragedie van Shakespeare.

Dat het Muntpaleis niet echt een paleis is, moesten wij meermaals ervaren door storende externe geluiden. Het eerste halfuur van de vertoning werd overstemd door een continu geruis. Wij waanden ons wel in een Boeing 747. Aanvankelijk dachten wij dat het ventilatieturbines waren, maar het bleek gewoon een hevige regenbui die op de lichte dakbedekking –amper een hangar- kletterde. Er waren nog andere geluiden: sirenes en zware motoren waarvan er één op het meest ongeschikte moment denkbaar de muziek overstemde: dat verraderlijk hoge nootje op het einde van Lady Macbeth’s waanzinaria in de laatste acte.

Jammer, maar de lijdensweg is bijna ten einde. De reeks voorstellingen van “De gouden haan” in december 2016 is gepland in de gerenoveerde Muntschouwburg.

Er zijn nog voorstellingen op 18, 21, 23, 25, 27 en 29 september 2016.

G.M. (Gepubliceerd op 17/9/2016)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *