“DER FLIEGENDE HOLLÄNDER”

“Der fliegende Holländer”, opera van Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd te Dresden op 2 januari 1843. Bijgewoonde première door Operaballet Vlaanderen in de Vlaamse Opera te Antwerpen op 20 oktober 2016.

Der fliegende Holländer

Dmitry Ulyanov als Daland en matrozenkoor (Foto: Annemie Augustijns)

Der Holländer: Iain Paterson
Senta: Liene Kinca
Erik: Ladislav Elgr
Daland: Dmitry Ulyanov
Mary: Raehann Bryce-Davis
Der Steuermann: Adam Smith

Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen
Koor Opera Vlaanderen
Dirigent: Cornelius Meister
Regie: Tatjana Gürbaca

De volledige ouverture van “Der fliegende Holländer” met gesloten doek, zonder projecties en zonder afleiding, zonder een storende, geacteerde voorgeschiedenis: het was jaren geleden dat wij nog van dat voorrecht mochten genieten. Bovendien bruisend, overweldigend en trefzeker gedirigeerd door de jonge Cornelius Meister.
Deze traditionele inzet was echter geen voorbode van een verder conventionele enscenering. Tatjana Gürbaca! Zij is een uitgesproken product van de vroegere DDR, leerlinge aan de Hochschule für Musik Hanns Eisler met cursussen bij Ruth Berghaus and Peter Konwitschny. Wij lazen zorgvuldig haar gesprek met dramaturg Piet De Volder in het programmaboekje. Zij heeft blijkbaar de dogma’s van het communisme niet volledig van zich kunnen afwerpen want haar betoog over het tot doem bestemde kapitalisme lijkt zo uit een van de proletarische DDR pamfletten te komen. De Hollander en Daland zijn voor haar in de eerste plaats zakenlui. De eerste heeft met zijn talloze zeereizen een fortuin vergaard, terwijl de andere het niet zo breed heeft en op winst belust is. De verkoop van zijn dochter – zonder haar zelfs vooraf te raadplegen – maakt van Daland dan ook een pragmatische nihilist. Er komt geen liefde bij te pas en het is zuiver een handelsverdrag.

Daar heeft Gürbacka het natuurlijk bij het juiste eind. De Hollander zag er dan ook niet uit als een onheilspellende, demonische figuur, maar veeleer als een rustige handelsman wiens rijkdom hem niet gelukkig heeft gemaakt. Zijn berustende gemoedstoestand contrasteerde fel met die van Daland en vooral met die van de matrozen, die geen enkele verpozing gegund waren. Als zij met het inzetkoor aan Daland om hun arbeidsloon smeken, zien zij er uit als de bedelaars die in “La Forza del Destino” bij Fra Melitone voor de soep staan aan te schuiven. Als de Hollander hun daarna pakken geld toegooit gaan zij nog feller tekeer. Het mag echter allemaal niet baten. Daland ziet bij het slot van de opera in dat geld op zich geen heil brengt en steekt zijn aanvankelijk zo begeerde bankbiljetten in brand.

Maar wat gebeurt er intussen met Senta? Die is verloofd met Erik, hier niet de sullige jager die twee middelmatige aria’s te zingen heeft, maar een echte mannelijke rivaal voor de Hollander. Tot het einde toe blijft hij voor haar vechten en de keuze van Senta is bij het slot van de opera niet echt duidelijk.

Een verdedigbare visie. Maar waarom die striptease van Senta en de Hollander tussen hun duo in de tweede akte? Het besmeuren van aangezichten met (hier zwarte) verf schijnt wel een nieuwe trend te zijn van het moderne regietheater. Dat is toch nodeloze effect jagerij dat het concept helemaal niet ten goede komt.

Met zijn welluidende, tragisch geladen baritonstem was Iain Paterson een zo goed als ideale Hollander. Hij is gezegend met prachtige stemmiddelen, met een voortreffelijke hoogte en met grote dramatische gaven Vooraf werd aangekondigd dat hij te kampen had met een verkoudheid, maar daar was niets van te merken. Jammer dat de Senta van Liene Kinca wat onaangenaam klonk, niet in staat de figuur vocaal te karakteriseren. Zij heeft een voorkeur voor forte’s die de dirigent in feite flink had kunnen afremmen. Haar Elisabeth in “Tannhäuser” vorig jaar was ook al een teleurstelling en wij betreuren het dat de Vlaamse Opera daar niet de juiste conclusies uit getrokken heeft.

Ladislav Elgr is een meer krachtige tenor dan wij voor Erik gewoon zijn en dat paste hier uitstekend bij het regieconcept. Zijn dwingende persoonlijkheid deed echter vergeten dat de stem in de hoogte soms onaangenaam scherp klonk en wij misten het zalvende tenorgeluid waar de rol muzikaal om vraagt.
Daland was de opschepper die het personage hier moest zijn, een vocale, onsubtiele krachtpatser. Ook hier had de dirigent deze bravoure-uitingen wat kunnen temperen. Hoe dan ook, hij wist dramatisch gelijke tred te houden met de Hollander en met het onstuimige koor.
Een bijzondere vermelding verdient de tenor Adam Smith die tekende voor een levendige, heldere en sonore stuurman. Ook de Mary van Raehann Bryce-Davis klonk zeer verdienstelijk al had haar personage hier helemaal geen functie te vervullen.

“Last but not least”, het koor dat kernachtig en slagvaardig zong, tot op de honderdste seconde synchroon bleef bij de stuwende ritmiek en dit terwijl het ook nog aan een hels tempo moest acteren. Grote klasse!
Wij waren ook te vinden voor de forse aanpak van Cornelius Meister, die zijn orkest energiek liet musiceren, met juist gedoseerde tempi. Aan innerlijke spanning en grote adem mankeerde het alleszins niet.

Een voorstelling met ups en downs die ons vooral zal bijblijven voor de schitterende Hollander en het fenomenale koor.

Er zijn nog voorstellingen op 23, 26, 29/10, 2 en 4/11/2016 in de Opera van Antwerpen en op 15, 18, 20 en 22/11/2016 in de Opera van Gent.

G.M. (Gepubliceerd op 22/10/2016)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

3 Comments

  1. Olivier schreef:

    DER FLIEGENDE HOLLÄNDER: CARNAVAL IN GENT

    Bij de Opera van Vlaanderen viert de humor hoogtij. Zou je denken. Als je er de volstrekt potsierlijke Höllander zou hebben bijgewoond, die voor de verandering weer eens over het verderfelijke kapitalisme ging. Denk kapitalist in kapitalistenpak (nog net geen hoge hoed en sigaar) strooiend met bankbiljetten.
    Muzikaal was het slecht tot verontrustend slecht, behalve het koor. Wanneer het tenminste niet als zombies over het toneel hoefde te kruipen of ten prooi was aan diverse spasmodieën die beurtelings door rabies en een venijnige beet van de tarantula-spin leken te zijn veroorzaakt. Senta maakte een paar onzekere passen op het glibberige pad der intonatie; Erik ging er op zijn beurt finaal onderuit. De Holländer van dienst (vervanging) was geen Höllander maar had meer de uitstraling van een streetcorner-werker. Het orkest was bleek, de hoorns konden hun prominente rol niet aan. En kan iemand eens aan regisseurs vertellen dat Wagner de spinnewielen ook in de muziek laat horen, en dat je dan geen schoonmaakploeg op het toneel aan het werk moet zetten?

  2. http://www./ schreef:

    I really couldn’t ask for more from this article.

  3. You’re a real deep thinker. Thanks for sharing.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *