“FALSTAFF”

Falstaff

Christa Ratzenböck als Mrs. Quickly, Myung Joo Lee als Alice , Martha Hirschmann als Meg Page en Fenja Lukas als Nannetta. (Foto © Patrick Pfeiffer)

“Falstaff”, opera van Giuseppe Verdi op een libretto van Arrigo Boïto naar de toneelstukken “The Merry Wives of Windsor” en “King Henry IV” van William Shakespeare. Gecreëerd in het Teatro alla Scala te Milaan op 9 februari 1893. Première van deze productie in het Landestheater te Linz op 16 september 2016. Bijgewoonde voorstelling op 21 september 2016.

Sir John Falstaff: Federico Longhi
Ford, Alices Gatte: Martin Achrainer
Fenton: Iurie Ciobanu
Dr. Cajus: Pedro Velázquez Díaz
Bardolfo: Sven Hjörleifsson
Pistola: Nikolai Galkin
Mrs. Alice Ford: Myung Joo Lee
Nannetta, Alices Tochter: Theresa Grabner
Mrs. Quickly: Christa Ratzenböck
Mrs. Meg Page: Martha Hirschmann

Bruckner Orchester Linz
Chor des Landestheaters Linz
Dirigent: Dennis Russell Davies
Regie: Guy Montavon

Na de flop van “Un giorno di regno” in 1840 was Verdi niet geneigd om nog een komische opera te schrijven. Wel schreef hij enkele komische scènes in zijn verder tragische opera’s zoals de finale uit de tweede akte van “Un ballo in maschera”. Met Fra Melitone uit “La forza del destino” creëerde hij een komisch karakter van geheel nieuwe snit. Uiteindelijk (méér dan 50 jaar later) werd Verdi overhaald door het briljante libretto van Boito, waarin de plot van Shakespeare’s “The merry wives of Windsor” gecombineerd is met de Falstaff scènes uit “Henry IV”. Na wat geprotesteerd te hebben dat hij op zijn gevorderde leeftijd geen hele opera meer zou kunnen schrijven, liet Verdi zich overtuigen door de immer trouwe Boito en begon hij aan wat hun laatste samenwerking zou worden.

De partituur van “Falstaff” is een wonder van subtiele instrumentale effecten, een weerspiegeling van de tekst van Boito. De opera staat bol van de scherpzinnige orkestrale details. “Falstaff” is een opera die je herhaaldelijk moet beluisteren om alle geheimen van de partituur te ontrafelen. De componist had nu eindelijk de vrijheid om te componeren als de muze hem goed gezind was. Geen theater zat achter hem aan wat betrof de eerste opvoeringsdatum en hoogst waarschijnlijk waren er zelfs geen opmerkingen van de prima donna’s. Deze opera straalt muziek uit van een toondichter die wist dat er geen volgende opera zou volgen, een oude man, maar met een gouden hart voor de muziek. Verdi bleef trouw aan het ideaal van de Italiaanse operastijl, met de nadruk op de menselijke stem, terwijl het orkest bevrijd werd van een loutere begeleidingsopdracht.

We waren benieuwd hoe het werk in Linz zou opgevat worden. Wat ons opviel was het ontbreken van het Italiaanse temperament bij de verschillende protagonisten. Alleen de bariton Frederico Longhi in de rol van Sir John Falstaff overdonderde de rest van de cast, wat volledig paste bij zijn personage. De sopraan Myung Joo Lee liet een fijne vertolking horen als Mrs. Alice Ford, maar zij was weinig prominent aanwezig in haar rol.

Haar dochter Nannetta, gezongen door de sopraan Therese Grabner, was een regelrechte ramp. Geen enkele hoge noot werd correct weergegeven en dat deed pijn aan onze oren.

Haar geliefde Fenton werd vertolkt door de lichte tenor Iurie Ciobanu, die meer stemvaardigheid in zijn partij wist te leggen. De bariton Martin Achrainer in de rol van Ford was een goede tegenpartij van Falstaff. Mrs Quickly gezongen door de mezzosopraan Christa Ratzenböck “poitrineerde” regelmatig en bezat totaal geen “presence” als intrigante. De mezzosopraan Martha Hirschmann in de rol van Meg Page paste bij de andere dames, ze liet een stem horen die eveneens niet groot klonk.

De muzikale leiding was in handen van Dennis Russell Davies, een dirigent waar wij steeds bewondering voor gehad hebben. De man heeft ooit in de Staatsoper van Stuttgart de operatrilogie van Philip Glass gepromoot en gedirigeerd, maar “minimal music” is helemaal iets anders dan de muziek van Verdi. Het orkest van het Landestheater Linz klonk wat futloos, zeer fijn en soms amper hoorbaar, met nu en dan een felle uitbarsting. Er was geen greintje Italiaanse sfeer, waardoor er al vlug verveling optrad. De orkestrale spitsvondigheden kwamen amper tot hun recht en de humor sloeg niet over naar het publiek. Zelfs het overbekende ”Reverenza” miste zijn effect.

Daarbij kwam dan ook een regie in “schuifkes”. Na elke scène ging het doek toe en moest er gewacht worden tot de nieuwe decorbouw voltooid was. En dit in een hypermodern operagebouw! Guy Montavon verplaatste de actie naar de tijd van Verdi zelf, de industriële revolutie van het einde van de negentiende eeuw. Ford was een industrieel en alles speelde zich af in zijn fabriek. Falstaff sliep buiten de muren van het fabrieksgebouw. Zijn meubilair beperkte zich tot een bed en een wc. Aan een kapstok hing een kousenband en een vrouwenstring waar hij af en toe aan rook. In de tweede akte waren we binnen de fabriekshal met allerlei touwen en katrollen, een groot bureel en een chesterfield zetel. Een weinig aantrekkelijke plaats voor een galant rendez-vous!
De laatste akte waren we op de kermis met de nodige attracties. Uiteindelijk wordt Falstaff als clown opgevoerd en belachelijk gemaakt. Maar zoals het deze titelfiguur betaamt, heeft hij het laatste woord, maar niet in deze regie. Guy Montavon moet het libretto nog eens goed lezen.

Het Musiktheater van het Landestheater Linz is een overdonderend gebouw zowel binnen als buiten. We vragen ons af of de akoestiek van deze betonnen kolos wel optimaal is. Verder waren de nodige snufjes aanwezig zoals een schermpje in de rug van elke stoel waar de tekst tweetalig, in dit geval Duits of Italiaans, kon gevolgd worden. In feite een storend element voor de bezoekers die hun huiswerk gemaakt hebben.

Er zijn nog voorstellingen tot 28/2/2017.

P.T. (Gepubliceerd op 23/9/2016)

 

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *