Operavoorstellingen in Amsterdam

“ROMEO ET JULIETTE” - BERLIOZ DANSEND HET GRAF IN.

De Natnionale OperaDramatische symfonie van Hector Berlioz op een libretto van Emile Deschamps. Gecreëerd te Parijs op 24 november 1839. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 15 april 2016.

Muzikale leiding: Kazushi Ono. Regie en choreografie: Sasha Waltz. Orkest: Nederlands Philharmonisch Orkest. Koor: Koor van De Nationale Opera. Dansers: Het Nationale Ballet. Alt: Alisa Kolosova. Tenor: Benjamin Bernheim. Bas: Paul Gay.

Roméo et Juliette - Benjamin Bernheim (tenor solo), danser van Het Nationale Ballet en het koor van De Nationale Opera. (Foto: De Nationale Opera)Weinig draagt meer bij aan het romantische beeld van de kunstenaar dan zijn (m/v) muze. Richard Wagner had zijn Mathilde Wesendonck, Salvador Dalí zijn Gala en Bob Dylan zijn Sara. Minder bekend is de muze van Hector Berlioz. In 1827 bezocht de componist een voorstelling van Shakespeare’s “Romeo en Julia” in het Parijse Odéon-theater, waar hij hevig verliefd werd op de Ierse actrice Harriet Smithson. Ze zou een bepalende rol in zijn leven spelen. Ze huwden, kregen een kind, maar Harriet Smithson raakte al snel aan lager wal. Haar carrière was in het slop geraakt, de looks waren op Brigitte Bardot-achtige wijze dramatisch achteruitgegaan en ook haar gezondheid was niet al te best. Reden voor Berlioz een splinternieuwe muze aan te schaffen, namelijk Marie Recio, een operazangeres. Hoe dan ook, die avond in september 1827, toen Berlioz de voorstelling van “Romeo en Julia” bijwoonde, vormde indirect de aanleiding voor Berlioz’ compositie “Roméo et Juliette”. Ook de opera “I Capuleti e i Montecchi” van Bellini heeft een belangrijke rol gespeeld in Berlioz’ compositie. Berlioz had Bellini’s opera gezien en was teleurgesteld in het ontbreken van het plot en in de muzikale sfeer. Met andere woorden: dat moest beter kunnen! En zo schreef Berlioz in 1839, met financiële hulp van Niccolo Paganini, de koorsymfonie “Roméo et Juliette” (1839). Zijn librettist Emile Deschamps was razend enthousiast en schreef aan Berlioz: "Dit wordt iets unieks. Een libretto voor een symfonie! Een orkest dat de opera zelf representeert! En dankzij jou zal het allemaal betoverend worden en tegelijkertijd volstrekt uniek.”

Roméo et Juliette - Alisa Kolosova (contralto solo) en dansers van Het Nationale Ballet. (Foto: De Nationale Opera)Het zevendelige werk is geschreven voor een orkest van 100 man (m/v) en een koor van gelijke grootte. Er zijn drie solisten, maar die vertegenwoordigen niet Romeo of Juliette, want die volharden in een hardnekkig stilzwijgen, wat opmerkelijk is voor titelhelden. Overigens wel een ingreep die ik voor de meeste musicals van harte wil aanbevelen, maar dit ter zijde. Tweederde van de partituur is puur instrumentaal. Immers, "de verhevenheid van deze liefde zou worden beperkt door woorden”, aldus Berlioz.

Op 15 april jl. vond de door Bekende Nederlanders geteisterde première van deze koorsymfonie –dirigent Kazushi Ono heeft het liever over een oratorium- plaats in het Amsterdamse Muziektheater: een gezamenlijke productie van De Nationale Opera en Het Nationale Ballet. Is deze symfonie dan balletmuziek? Nou nee, de belangrijkste Shakespeare-scènes liggen bij het orkest; het orkest vertelt ons alles al, en dat behoeft in het geheel geen visualisatie, maar de in Amsterdam gepamperde choreografe Sasha Waltz heeft toch gemeend er een grotesk ballet op te moeten plakken. Met een abominabel resultaat. Berlioz’ muziek is, o wonder, toch vooral om (alleen) naar te luisteren, en de bonte kermis die Sasha Waltz op het podium tevoorschijn tovert, irriteert in feite alleen maar en is op zijn minst gezegd totaal overbodig. Waltz gaf overigens zelf in een interview toe dat het wel een onsje minder had mogen zijn. Ook legt Waltz midden in de symfonie (!) Berlioz minuten lang het zwijgen op als Roméo in een ellenlange danssolo beseft dat Juliette hem ontvallen is. Dat mag mevrouw Waltz echt nooit meer doen. Samengevat: wás deze Roméo et Juliette maar als oratorium uitgevoerd! Gewoon in een concertzaal, zoals Berlioz dat ook nadrukkelijk bedoeld had. Dan waren bijvoorbeeld de irriterende bijgeluiden die zo’n ballet maakt, ons bespaard gebleven - de tederste Berlioz-momenten werden ontsierd door gekraak van het podium, stampende voeten en gehijg van de dansers en een hoogst irritant luid gerommel met kiezelstenen. In een oratorium had bij voorbeeld ook het koor in deel 1 niet in de orkestbak hoeven plaats te nemen, wat ook geen gelukkige ingreep bleek.

Roméo et Juliette - Paul Gay (Le Père Laurence - Basse), Vito Mazzeo (Le Père Laurence, koor van De Nationale Opera en dansers van Het Nationale Ballet. (Foto: De Nationale Opera)Het gedeeltelijk als Vliegende Non uitgedoste koor van de Nationale Opera was dit keer nu eens niet de kwalitatieve steunpilaar van de voorstelling; het leek zich niet goed raad te weten met deze koorpartij. Van de solisten moesten we het ook niet echt hebben. Alt Alisa Kolosova produceert wel fraaie tonen, maar ze zong nogal vlak en met weinig passie. Tenor Benjamin Bernheim, die om niet bij het ballet uit de toon te vallen ook enige danspasjes mocht maken, was verhalend sterk en had een prettig, typisch “Frans” geluid. Bas Paul Gay had uit solidariteit met zijn balletcollega’s z’n shirt uitgetrokken maar zijn behaarde torso scoorde op de Michelangelo-schaal aanzienlijk slechter dan de modellijven van de balletbengels. Hij vertolkte de rol van Père Laurence en deed dat bekwaam, waar dan ook alles wel mee gezegd is. Het Nederlands Philharmonisch Orkest speelde onder leiding van dirigent Kazushi Ono nogal plichtmatig en futloos - en incidenteel ongelijk, en geloof het of niet: vals. De hartstochtelijke Berlioz leek gekweld te worden door ernstige verlegenheid. Roméo et Juliette bij de Nationale Opera mishandelt Berlioz ten faveure van een grotesk en onsamenhangend schouwspel dat in het tweede bedrijf van “La Bohème” niet zou misstaan. Geen succes.

Roméo et Juliette - James Stout (Roméo) en Igone de Jongh (Juliette) (Foto: De Nationale Opera)Er zijn nog voorstellingen op 20, 21, 24, 25, 28 april en 1 mei 2016.

Olivier Keegel. (Gepubliceerd op 19/4/2016) keegel@operagazet.be

Foto's van boven naar onder:

1) Benjamin Bernheim (tenor solo), danser van Het Nationale Ballet en het koor van De Nationale Opera. 2) Alisa Kolosova (contralto solo) en dansers van Het Nationale Ballet. 3) Paul Gay (Le Père Laurence - Basse), Vito Mazzeo (Le Père Laurence, koor van De Nationale Opera en dansers van Het Nationale Ballet. 4) James Stout (Roméo) en Igone de Jongh (Juliette)

Copyright foto's © De Nationale Opera.




"DON GIOVANNI"

De Natnionale OperaOpera van Wolfgang Amadeus Mozart op een libretto van Lorenzo Da Ponte. Gecreëerd in het Graaf Nostic Nationaal Theater te Praag op 29 oktober 1787. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 7 mei 2016.

Don Giovanni - Christopher Maltman als Don Giovanni. (Foto: Marco Borggreve)Don Giovanni: Christopher Maltman. Il Commendatore: Mika Kares. Donna Anna: Sally Matthews. Don Ottavio: Juan Francisco Gatell. Donna Elvira: Véronique Gens. Leporello: Adrian Sampetrean. Masetto: Iurii Samoilov. Zerlina: Sabina Puertolas. Muzikale leiding: Marc Albrecht. Orkest: Nederlands Kamerorkest. Koor: Koor van De Nationale Opera. Regie: Claus Guth.

“Zeg Giovanni waar gaat gij henen?” “Naar het bos! Naar het bos!” Althans in de opvatting van Claus Guth, die zijn cinematografisch geïnspireerde regie van “Don Giovanni” overgoten heeft met een ruime dosis Roodkapje-saus. We weten immers sinds Roodkapje dat een bos behoorlijk griezelig kan zijn, en in het Amsterdamse muziektheater is een donker woud geplant, waar je elk ogenblik “De Rovers” van Schiller zou verwachten. Twee aktes lang naar een verzameling boomstammen kijken blijkt trouwens een zeer eentonige exercitie. Maar goed, het enge bos herbergt dus een vervaarlijk monster. En dat monster heet Don Giovanni. Een regelrechte thriller, zo had regisseur Carl Guth deze acht jaar oude productie nog voor de première in Salzburg aangekondigd. In Salzburg werd overigens de "Weense" versie gebruikt. Die is in Amsterdam omgewisseld voor de reguliere versie, waarin “Il mio tesoro” in ere is hersteld. Terug naar de bloederige thriller. Bloederig, want Giovanni probeert drie-en-een half uur te voorkomen dat hij dood gaat aan een gapende wond die hem preliminair is toegebracht door de Commendatore. Over de wond wordt merkwaardigerwijs door de protagonisten met geen woord gerept, en dat is ook niet verwonderlijk want er staat niets over in het libretto. Maar om dit soort minor details maakt een modern, open-minded publiek zich natuurlijk niet meer druk.

Don Giovanni - Adrian Sampetrean als Leporello en Véronique Gens als Donna Elvira. (Foto: Marco Borggreve)Achter de vrouwtjes aan met een gapende buikwond van Amfortas-achtige proporties, ik geef het je te doen. Suspense te over. Derrick und Der Fick im Wald! Het enge bos wordt gelukkig enigszins vermenselijkt door een blijkbaar slecht onderhouden want stomende automobiel (“Ottavio, hol schon mal den Wagen!”) en een bushalte die zich niet aan een weg maar midden in het bos bevindt. Er kwam de hele avond dan ook geen bus voorbij. Kortom, Sevilla is even heel ver weg.

Kettingrookster Donna Anna is in deze productie bijzonder horny en kan nauwelijks van de Don afblijven, waardoor haar felle beschuldiging waarin ze Don Giovanni als de moordenaar van haar vader aan de kaak stelt, enigszins vreemd overkomt. Zoals gezegd, de discrepanties tussen regie en libretto zijn slechts een issue voor de fossiele operaliefhebbers onder ons, een uitstervend ras… En het viel eigenlijk nog wel mee met de regie: geen ijskasten, geen kalasjnikovs, geen rolstoelen, maar dan wel weer een automobiel, een van de allereerste en grootste clichés van het regietheater. De versie van Claus Guth heeft echter wel één meesterlijk sterk punt, namelijk de figuur van Don Ottavio. ’s Mans spreekwoordelijke saaiheid lag vroeger altijd in de categorie “verzekeringsagenten en brugwachters”, maar deze Don Ottavio, puik vertolkt door de Argentijnse tenor Juan Francisco Gatell die een elegante en prachtig gefraseerde “Dalla sua pace” ten beste gaf, slaat alle records van verstikkende saaiheid. Hier zien wij de penningmeester van de Nijmeegse Vereniging van Aquariumhouders. Bravo voor de regisseur! Minder bravo is de irriterende gewoonte om belangrijke aria’s op de rug te laten zingen. Dit keer waren “Là ci darem la mano“ en “Deh vieni alla finestra” het slachtoffer. Medeslachtoffers: Christopher Maltman en het publiek. Maltman is natuurlijk een meesterlijke Giovanni-playboy, een van de allerbeste Dons van dit moment. Een schitterende bariton die fysiek alles heeft wat nodig is voor deze rol en bovendien een begenadigd acteur is. Met zijn wat hoog afgestelde bariton gaf hij in rugligging toch nog een prachtige vertolking van “Deh vieni alla finestra”. Don Giovanni - Sally Matthews als Donna Anna en Juan Francisco Gatell als Don Ottavio. (Foto: Marco Borggreve)De rol van Donna Anna is voor een dramatische (Mozart-)coloratuursopraan, en daarmee belanden we meteen bij het grootste probleem van deze uitvoering. Sally Matthews als Donna Anna is een miscast. Zij ontbeert de dramatische kwaliteiten voor de rol en als zij haar best doet in “Or sai chi l'onore” klinkt ze lelijk schel. Ook zou het enorm helpen als haar dictie wat helderder zou zijn. En haar coloraturen, mensenlief…. In “Forse un giorno il cielo ancora” zijn ze te pijnlijk om aan te horen.

De drugverslaafde Leporello van de met een rijke stem bedeelde Adrian Sampetrean is een nogal luguber type met een hoogst merkwaardige motoriek, een kruising tussen een spastische Pierrot en Freddy Mercury in zijn allerlaatste nadagen. Het waarom van deze merkwaardige figuur ontging mij volledig. Mika Kares (Commendatore) en Iurii Samoilov (Masetto) deden daarentegen op voortreffelijke wijze wat van hen verwacht werd. Véronique Gens was een zeer geslaagde en overtuigende Donna Elvira, terwijl Sabina Puertolas als Zerlina er nauwkeurig voor zorgde dat zij met haar prettige sopraanstem vooral niet buiten de lijntjes kleurde. Op Matthews na een cast waar je een puike "Don Giovanni" mee neerzet.

Speciale vermelding verdient het uitmuntend spelende Nederlands Kamerorkest onder leiding van Marc Albrecht. Een geweldig idee om de ouverture weer eens zonder tierelantijnen, dus met gesloten doek te spelen. Ik geloof niet dat Mozart beter gespeeld kan worden, Albrecht bracht een heerlijke Harnoncourtiaanse pittigheid. Alle tempi volkomen natuurlijk, dynamisch perfect gebalanceerd, en fraaie, fraaie, zéér fraaie klanken uit de orkestbak. Geweldig stel muzikanten, dat Nederlands Kamerorkest. Meesterlijk.

Don Giovanni - Sally Matthews als Donna Anna en Christopher Maltman als Don Giovanni. (Foto: Marco Borggreve)En zo gingen we muzikaal behoorlijk tevreden maar visueel enigszins verveeld naar het slot van deze "Don Giovanni". De slotscene met de Commendatore behoort er een van onheilspellende beklemming te zijn, maar was nu een knusse en met romantische sneeuw opgeleukte picknick, met een onbetekenend ruzietje over de afwas. En kent u die mop van het sextet “Questo è il fin di chi fa mal/e de’ perfidi la morte/alla vita è sempre ugual” dat deze opera besluit? Kent u niet? Dat sextet kwam niet! Per decreet van de regisseur. Want Da Ponte mag dan een begenadigd librettist geweest zijn, en Mozart een geniaal componist, regisseur Claus Guth is natuurlijk God zelf.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 9/5/2016) keegel@operagazet.be

Er zijn nog voorstellingen op 10, 15, 18, 21, 24, 26 en 29/5/2016.

1) Christopher Maltman als Don Giovanni. 2) Adrian Sampetrean als Leporello en Véronique Gens als Donna Elvira. 3) Sally Matthews als Donna Anna en Juan Francisco Gatell als Don Ottavio. 4) Sally Matthews als Donna Anna en Christopher Maltman als Don Giovanni.

Copyright foto's © Marco Borggreve.




“BRILJANTE PIQUE DAME MET EEN VLEKJE”

De Natnionale OperaOpera van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski op een libretto van Modest Tsjaikovski. Gecreëerd in het Mariinsky Theater te St. Petersburg op 19 december 1890. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 9 juni 2016.

Pique Dame - Alexey Markov (Graaf Tomski), Andrii Goniukov (Soerin), Andrey Popov (Tsjekalinski) en Misha Didyk (Herman). (Foto: De Nationale Opera)Wat zou librettist Modest Tsjaikovski gevonden hebben van de “Pique Dame” die op 9 juni in het Amsterdamse Muziektheater in première ging? Zou zijn mond open gevallen zijn van verbazing over het sublieme Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Mariss Jansons en de voortreffelijke solisten en het prachtige koor? Of zou hij compleet in verwarring gebracht zijn doordat hij ineens zijn broer Pjotr Iljitsj Tsjaikovski op de Bühne aantrof, een gedachte zo bizar dat hij er in zijn meest gedurfde hersenspinsels niet opgekomen zou zijn? Want wat was er eigenlijk mis met zijn eigen libretto? Hij had er van vele kanten toch veel lof voor gekregen. Componist Nikolay Klenovsky, die aanvankelijk de opera zou componeren, schreef: "Het libretto is buitengewoon aantrekkelijk. De prinses lijkt in haar melancholie op Tatiana en Vera is een flapuit, een echte Olga in Onegin. Hermann is energiek en impulsief. De graaf is een ijskoud personage.”

Ook de broer van Modest, “onze” Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, vond na een aanvankelijke aarzeling het libretto dermate interessant dat hij in 1889 besloot zelf de opera “Pique Dame” te componeren. Pjotr Iljitsj: “Het libretto is al geschreven door niemand minder dan mijn broer Modest. Ik heb het libretto gelezen en vond het geweldig.” De componist nam dan ook actief deel aan de verdere productie van de opera. De scène aan de oever van de rivier de Neva, voor het winterpaleis, is op zijn instigatie toegevoegd, omdat anders de hele derde acte zonder vrouwen zou zijn. Illustratief voor het belang dat Pjotr Iljitsj aan het libretto hechtte is te vinden in de brief aan zijn broer uit 1890: "Je hebt een uitstekend libretto geschreven, maar er zijn ook enkele tekortkomingen, zoals breedsprakigheid. Verder is het uitstekend, je kunt wel zien dat je verstand van muziek hebt, en dat is uitermate belangrijk voor een librettist." Ten slotte was Pjotr Iljitsj zelf betrokken bij het schrijven van een voorwoord bij het libretto.

Svetlana Aksenova (Lisa) en Misha Didyk (Herman). (Foto: De Nationale Opera)Welnu, dit met zoveel zorg en liefde tot stand gebrachte libretto werd op 9 juni vakkundig om zeep geholpen door regisseur Stefan Herheim, die had bedacht dat de opera over Pjotr Iljitsj zelf ging. Er kwam dus “een Tsjaikovski” op het toneel, die weliswaar geen noot zong, maar wel voortdurend aanwezig was. Geen beste combinatie voor een opera. Hij werd karikaturaal neergezet als componist die zich zowel voor als achter de piano fanatiek kweet van zijn componistentaak. Achter de piano gaf hij een verbluffende Ton Koopman imitatie en voor de piano was hij de beste dirigentenparodie sinds Danny Kaye. Uiteraard leverde de nooit voorziene Bühne-aanwezigheid van Pjotr Iljitsj tal van geforceerde, onduidelijke situaties en ongerijmdheden op, en het kereltje begon na verloop van tijd enorm te irriteren. Het verhaal waar het eigenlijk om draait, sneeuwde behoorlijk onder. Over het hoe en waarom wordt men niet veel wijzer. Regisseur Herheim in het magazine Odeon: “Het geheim van de drie kaarten dat ze probeert te beschermen, staat symbool voor de vloek van de rigide, liefdeloze wereld waarin zij, Lisa en Herman gevangen zitten. Ernstige zotteklap dus. In datzelfde Odeon wordt Herheim door dirigent Jansons subtiel op zijn nummer gezet: “Verbeeldingskracht is prima, zolang die verbonden blijft met de intenties van de componist.”

Gelukkig viel er heel wat te genieten. Uitzonderlijk veel te genieten, eigenlijk. Hoewel we weer eens op een toneelstukje vóór de ouverture werden getrakteerd (nooit een goed idee), was de ouverture zelf om van te smullen. Concertgebouworkest met Jansons in Tsjaikovski, hoe kan het ook anders, zou je zeggen. En dan de solisten: zonder uitzondering van het allerhoogste niveau, qua stem dan, niet zozeer qua acteren. Voeg daarbij het wederom ijzersterke koor van De Nationale Opera, de prachtige toneelbeelden en belichting en de fraaie regievondsten (ja, die waren er ook), en het is niet moeilijk te verklaren waarom de uitvoerenden zeer luid en zeer terecht bejubeld werden door het Amsterdamse publiek. Na “Chovanshchina” wordt Amsterdam in korte tijd op een tweede voortreffelijke Russische opera getrakteerd. Als we dat eens met Verdi mochten beleven!

Vladimir Stoyanov (Vorst Jeletski), Svetlana Aksenova (Lisa) en Larissa Diadkova (Gravin). (Foto: De Nationale Opera)Terug naar “Pique Dame” zelf. In de eerste akte raakt Hermann bekend met het bestaan van een geheim, dat in handen is van de Gravin, het geheim van de drie kaarten. In dezelfde acte wordt hij verliefd op Lisa; hij dreigt zelfmoord te plegen als zij hem niet te woord staat. In Het Muziektheater was de Hermann van dienst Misha Didyk. Het succes van “Pique Dame” is sterk afhankelijk van de persoonlijkheid van de tenor, die bijna de gehele opera op het podium staat. Deze Oekraïense zanger is momenteel de Hermann aller Hermannen, een rol die hij zingt van Kinshasa tot Winnipeg. Met een ongekend krachtig en helder stemgeluid zet Didyk de geobsedeerde Hermann als geen ander neer. In andere uitvoeringen van “Pique Dame” had ik soms het gevoel dat zijn zanglijn enigszins te lijden had onder de kracht van zijn stem, maar daar was nu geen sprake van. Eenvoudigweg superieur gezongen.

In de tweede akte dwingt Hermann de Gravin om het geheim van de drie kaarten te onthullen. De gravin weigert en Hermann bedreigt haar met een pistool, waarop de gravin sterft van schrik. Lisa ziet nu wat voor vlees ze met Hermann in de kuip heeft en zet hem de deur uit. In Akte III vraagt Lisa om verzoening. De geest van de Gravin verschijnt: als Hermann met Lisa trouwt, zullen de drie kaarten (de drie, de zeven en de aas) hem geluk brengen. Aan de oever van de rivier de Neva zingt Lisa haar aria “Uzh polnoch blizitsya”, in Amsterdam vertolkt door Svetlana Aksenova die in maart van dit jaar nog te horen was als Emma in “Chovanshchina”. Ik vond Aksenova de ster van de avond. Wat een prachtige lange, expressieve lijnen! Wat een warm timbre dat niet alleen via de oren maar door alle poriën van de toehoorder lijkt te worden opgenomen. Haar prachtige stem resoneert niet alleen in haar eigen lichaam maar ook in dat van de luisteraar. De door Aksenova zo briljant vertolkte Lisa is bereid om Hermann te vergeven. Hermann heeft meer interesse in het casino en Lisa springt in de Neva. In het casino gaat het prima, Hermann loopt lekker binnen. Hermann gaat “all-in” op zijn derde kaart, de aas, maar als hij de kaart omdraait is het schoppenvrouw. Hermann krijgt een psychose en steekt zichzelf neer. Stervende vraagt hij om vergeving: “Knjaz'! Knjaz', prosti menja!”

Vladimir Stoyanov (Vorst Jeletski) en Svetlana Aksenova (Lisa). (Foto: De Nationale Opera)Concluderend kunnen we vaststellen dat De Nationale Opera het seizoen besluit met een unieke productie van ongekend hoge kwaliteit. En Stefan Herheim brengen we de woorden van Jean Cocteau in herinnering: “Le metteur en scène qui ne respecte pas l’oeuvre n’est qu’un accoucheur qui se prend pour le père”!

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 11/6/2016) keegel@operagazet.be

Foto’s van boven naar onder :

1) Alexey Markov (Graaf Tomski), Andrii Goniukov (Soerin), Andrey Popov (Tsjekalinski) en Misha Didyk (Herman). 2) Svetlana Aksenova (Lisa) en Misha Didyk (Herman). 3) Vladimir Stoyanov (Vorst Jeletski), Svetlana Aksenova (Lisa) en Larissa Diadkova (Gravin). 4) Vladimir Stoyanov (Vorst Jeletski) en Svetlana Aksenova (Lisa).

Copyright foto's © De Nationale Opera)




“EVA MARIA WESTBROEK SCHENKT EIGEN PUBLIEK FRAAI CADEAU”

De Natnionale OperaWie op 29 juni 2016 het Jubileumconcert van de Nederlandse Opera bijwoonde, hoefde niet bang te zijn dat hij de laatste tram miste. En de fietsers hoefden zich niet om hun achterlicht te bekommeren. Want het was bij daglicht erin, en bij daglicht er weer uit. Om 8 uur beginnen, een pauze om 8:30 h (!) en einde concert om 21:30 h. Een verlate matinee als het ware. De vogeltjes zongen nog.

Jubileumconcert - Eva Maria Westbroek. (Foto: Hans van den Bogaard)Maar ze zongen niet zo mooi als Eva Maria Westbroek, de ster van dit concert dat het operaseizoen in Amsterdam afsloot. Een seizoen dat langs de hoge toppen van “Chovansjtsjina” en door de diepe dalen van “Roméo et Juliette” ging. Eva Maria Westbroek is Nederlands enige internationale superdiva van dit moment, in de traditie van Gré Brouwenstijn en Cristina Deutekom. Des te opmerkelijker -en beschamender- dat de zaal niet vol was op deze avond. Het heeft iets typisch Hollands: steen en been klagen dat er zo weinig Nederlandse operazangers in eigen land optreden, maar als men dan de kans heeft om de sensationele Westbroek live mee te maken, blijft men liever thuis bij moeder de vrouw om een potje te scrabbelen. Als een megaster op eigen bodem optreedt, wil ik een run op plaatskaarten zien! Slaapzakken voor de kassa’s! Toegangskaarten die op de zwarte markt tegen dubbele prijs verkocht worden! Operaliefhebbers met bordjes: “Wie heeft er ALSTUBLIEFT een kaart voor mij?”. Opstootjes bij de ingang omdat men illegaal probeert binnen te sluipen! Niets van dat alles, wellicht ook veroorzaakt doordat DNO haar gasten afscheepte met een (kostbaar) vluggertje van anderhalf uur.

Toch hadden de spreekwoordelijke thuisblijvers het al even spreekwoordelijke ongelijk. Want het werd een parel van een avond. Ingeleid door de ouverture van “Rienzi” gespeeld door het voortreffelijke Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van de immer meeslepend dirigerende Marc Albrecht. Dit orkest behoort ongetwijfeld tot de wereldtop. Daarna zong Westbroek “Va, ma soeur… Adieu, fière cité” uit de vijfde acte van “Les Troyens”. Ik sta niet vooraan in de rij van Berlioz-liefhebbers, maar deze avond wel, vanwege de adembenemende interpretatie van Eva Maria Westbroek. Zij onderstreepte maar weer eens dat een krachtige, dramatische stem geen “harde” stem hoeft te zijn. Met haar indrukwekkende optreden schaart zij zich moeiteloos onder de groten Crespin en Baker. Niet onvermeld mag blijven dat de aria besloten werd door een pianissimo dat ons bij zal blijven als de Moeder Aller Pianissimi.

Jubileumconcert - Eva-Maria Westbroek met Marc Albrecht en het Rotterdams Philharmonisch Orkest (Foto: Hans van den Bogaard)Na een half uur was het dus pauze, en daarna mocht het Rotterdams Philharmonisch Orkest nog even uitpakken met de Sluierdans uit “Salome”, waarna het absolute hoogtepunt van de avond meteen het einde van de avond was: Salome’s Schlussgesang, u weet wel, met het hoofd van Johannes de Doper. Salome komt triomfantelijk vertellen dat zij eindelijk de mond van Johannes de Doper heeft gekust. Helaas geen van bloed druipend hoofd dit keer, maar wel een wederom spectaculair en aangrijpend optreden van Westbroek, die bewees dat zij eigenlijk een lyrische en dramatische sopraan tegelijkertijd is. Opera op z’n aller allerbest. Er was door Pierre Audi een “mise-en-espace” ontworpen (goed gedaan, Pierre!) die Eva Maria tot heel dicht bij het publiek bracht. Het resultaat was indrukwekkend.

De toejuichingen na afloop van het concert werden nog dezelfde avond geregistreerd door het National Hurricane Centre.

Olivier Keegel. (Gepubliceerd op 30/6/2016)

keegel@operagazet.be

Foto’s van boven naar onder:

1) Eva Maria Westbroek. (Foto: Hans van den Bogaard) 2) Eva-Maria Westbroek met Marc Albrecht en het Rotterdams Philharmonisch Orkest (Foto: Hans van den Bogaard)

Copyright foto's © Hans van den Bogaard.

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *