DE OPERA IN DE TWINTIGSTE EEUW & DE OPERA IN ANDERE LANDEN

Sydney Opera House

Sydney Opera House

Jules Massenet

Jules Massenet

Richard Strauss

Richard Strauss

Alban Berg

Alban Berg geschilderd door Arnold Schönberg

Modest Moussorgsky

Modest Moussorgsky door Ilja Repin

Benjamin Britten

Benjamin Britten

DE OPERA IN FRANKRIJK EN IN ITALIË IN DE TWINTIGSTE EEUW

In Frankrijk vindt men in Jules Massenet een figuur die alle wisselende stijlen het best weerspiegelt.  In zijn jeugd schrijft hij ouderwetse Opéras Comiques en historische Grands Opéras met “Hérodiade” en “Le Roi de Lahore”. Hij vertegenwoordigt het lyrische genre met “Manon” en “Werther” en schrijft een volkomen veristische Franse opera “La Navarraise”. Maeterlinck’s invloed is merkbaar in zijn latere “Jongleur de Notre Dame” en vooral “Griseldis”. Gustave Charpentier en Claude Debussy hebben met één opera elk een invloed gehad die zich ver over de Franse grenzen uitstrekt: “Louise” en “Pelleas et Mélisande”. Bij de eerste zijn zelfs al surrealistische elementen te herkennen, hoe naturalistisch zijn werk op het eerste gezicht ook lijkt. Een nadeel van deze twee werken en hun grote invloed was dat in de Franse opera het woord weer te veel gaat overheersen en vooral de zangstem van minder belang wordt. Muzikaal ligt het zwaartepunt in het orkest. Waar de zangers zich steeds aanpassen aan het repertoire (terwijl de oude componisten schreven voor de zangers) was het resultaat dat de hoge Franse zangcultuur gaandeweg een dieptepunt bereikte waaruit zij nog niet verlost is. Het is heden ten dage haast onmogelijk een opera van Rossini of Meyerbeer geheel met Franse krachten te bezetten daar men de techniek en stijl hiervoor verloren schijnt te hebben.

In Italië vertegenwoordigden Giacomo Puccini, Pietro Mascagni en Umberto Giordano de laatste grote generatie van operacomponisten. Na hen zijn er slechts weinig opera’s geschreven die repertoire gehouden hebben. Men wacht vergeefs op een nieuwe krachtige figuur die de leiding zal nemen.

DE OPERA IN DUITSLAND IN DE TWINTIGSTE EEUW

Een dergelijke figuur trad wel in Duitsland op, hoewel hij van dezelfde generatie was als Puccini en Mascagni. Richard Strauss had reeds een grote reputatie als symfonisch componist toen hij op zijn veertigste jaar de opera veroverde. Hij is een der weinigen die evenals een Verdi, Donizetti, Rossini, Massenet, Puccini (om slechts enkelen te noemen) een heel levenswerk aan levensvatbare opera’s naliet. Zijn “Salome” en “Elektra” zijn een merkwaardige synthese van verisme en van een nieuwe legendarische stroming. Zijn “Der Rosenkavalier” was zelf het begin van een nieuwe richting en werd de meest opgevoerde opera van de twintigste eeuw. Naast hem stonden slechts kleinere figuren, die echter allen wel één of meer werken schreven die zich staande hielden: Eugen d’Albert, Max von Schillings, Hans Pfitzner, Erich Wolfgang Korngold.
Evenals in Italië bleek ook hier deze generatie voorlopig de laatste productieve geweest te zijn. Nadien zijn Alban Berg’s “Wozzeck” en “Lulu”  vrijwel de enigen die repertoire gehouden hebben. Schönberg’s en Hindemith’s experimentele opera’s trokken kortstondig de aandacht. Carl Orff poogde een nieuwe richting in te slaan door het ritme belangrijker te maken dan het woord en de zang en gaat daarin even dogmatisch te werk als Wagner met zijn theorieën.
De laatste jaren worden ook de opera’s van Franz Schreker en Alexander von Zemlinsky terug opgevoerd.
Opera’s van Hans Werner Henze, Giselher Klebe, Volker David Kirchner e.a. worden geregeld in Duitsland opgevoerd maar kregen geen toegang tot het vaste internationale operarepertoire.

DE OPERA IN ANDERE LANDEN

In Rusland was de opera -als overal elders- eerst Italiaanse import geweest. De eerste opera in de Russische taal werd door een Italiaan gecomponeerd: “Cephalos en Procris”, 1755. Hoewel Michail Glinka algemeen beschouwd wordt als de stichter van de Russische nationale school, bezat Rusland al een nationale operatraditie die tachtig jaar oud was, toen in 1836 diens “Leven voor de Tsaar” werd opgevoerd. Door hem echter kreeg de Russische opera een markanter nationaal karakter en een grotere allure. Alexander Dargomisjky, Modest Moussorgsky, Alexander Borodin, Peter Tsjaikowski en Nikolai Rimski-Korssakow zetten in de vorige eeuw deze traditie voort en maakten de Russische opera tot een waardevol onderdeel van het internationale repertoire, al moest het tot de twintigste eeuw duren voor hun werken buiten Rusland naar waarde geschat werden. Van de twintigste-eeuwers heeft Igor Strawinsky zijn werken op dit gebied buiten Rusland geschreven en zelfs ten dele in andere talen (Oedipus Rex: Latijn, The Rake’s Progress: Engels, Le Rossignol: Frans). Sergei Prokofjev volgde de lijn van zijn voorgangers met meerdere waardevolle aanwinsten. Het oeuvre van Dmitri Sjostakowitsj is op operagebied beperkt gebleven.

De Tsjechische nationale school begint pas met Bedrich Smetana en komt, evenals de Russische reeds onmiddellijk tot bloei. Antonin Dvorák en Leos Janácek zijn de grootste meesters met en na Smetana. Van de generaties na hen zijn slechts weinig werken tot het internationale repertoire doorgedrongen.
De bijdrage van Polen tot het internationale repertoire beperkt zich vrijwel tot Stanislaw Moniuszko’s “Halka”.

In Spanje -waar ook de Italiaanse opera een grote invloed had en heeft- kreeg de opera buffa de overhand. Hier ontwikkelde zich een eigen operettestijl, de Zarzuela, waarin een enorm repertoire ontstond. Het genre bleef echter tot Iberië beperkt en is daarbuiten weinig bekend geworden. Werkelijke Spaanse opera’s zijn betrekkelijk zeldzaam. Tomas Breton’s “La Dolores” (1895) was een der eerste. Isaac Albéniz, Enrique Granados en Manuel De Falla schreven elk slechts één of twee werken in dit genre en zij werden niet gevolgd door een figuur die de Spaanse opera verder een markant aangezicht gegeven heeft.

Engeland kende met Henry Purcell en John Blow een vroege, maar helaas zeer korte operabloei. Händel schreef veel opera’s terwijl hij in Londen verbleef, maar als een echte Engelsman kunnen wij hem moeilijk beschouwen. Arthur Sullivan werd beroemd door de operetta’s die hij in samenwerking met W.S. Gilbert schreef, maar zijn opera’s hebben nooit een doorbraak gekend. Slechts met Benjamin Britten geraakte de Engelse opera terug buiten de Angelsaksische grenzen. De opera’s van Michael Tippett, Ralph Vaughan Williams en William Walton worden in Engeland van tijd tot tijd wel eens opgevoerd.
Hoewel Zweden ook een zeer oude operacultuur heeft, zijn toch opvallend weinig Scandinavische werken  internationaal bekend geworden. De Noor Edvard Grieg, de Fin Jean Sibelius en de Deen Carl Nielsen hebben weinig of geen opera’s gecomponeerd. Finland heeft zich geprofileerd met Joonas Kokkonen, Aulis Sallinen en Einojuhani Rautavaara. De Zweedse, Noorse en Deense werken zijn van strikt lokale betekenis gebleven.
Hetzelfde moet gezegd worden van Nederland, waar uit de negentiende eeuw geen enkel werk zich heeft staande gehouden en de twintigste ook opvallend weinig van waarde heeft voortgebracht.
Ook België leverde niet veel bijdragen tot het universele repertoire. Toch had Vlaanderen in ieder geval een representatieve en waardevolle figuur in Jan Blockx, wiens werken ook in Frankrijk en zelfs in Amerika zijn opgevoerd.

Amerika zelf leverde pas met Gershwin’s volksopera “Porgy and Bess” een werk dat in Europa opzien wekte. Ook de werken van Gian-Carlo Menotti (die echter een geboren Italiaan is, wiens eerdere “Amelia al Ballo” nog op Italiaanse tekst gecomponeerd was) zijn internationaal veelvuldig opgevoerd, ook in Nederland en België. De werken van vroegere datum, van Charles Wakefield, Howard Hanson, Walter Damrosch, Reginald De Koven, Deems Taylor, en anderen, bleven van strikt lokale betekenis.  Samuel Barber’s “Vanessa” en de opera’s van Leonard Bernstein hebben de grenzen wel overschreden.

Deze bladzijden werden grotendeels ontleend aan “Elseviers Groot Operaboek” van Leo Riemens. (Uitgave van 1959)

Lees ook:
“De opera in de negentiende eeuw”
“Het orkest en de dirigent, de operadirecteur en de regisseur”

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone