OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN WILDBAD

Festival Rossini in Wildbad

Vijf “avond- of namiddagvullende” opera’s bijwonen op drie dagen! Wij deden het vroeger al, maar daarvoor moesten wij naar een wereldstad als Londen of New York trekken. Dit jaar was het dus ook mogelijk in Wildbad, waar de organisatoren ervoor gezorgd hadden dat de bezoekers een maximum aan muzikale evenementen konden bijwonen met een minimum aan verblijfkosten. Wel ging dat gepaard met een niet steeds even comfortabele uurrooster: “Demetrio e Polibio” begon al om kwart na elf ’s morgens.

“BIANCA E GERNANDO”

Opera van Vincenzo Bellini op een libretto van Domenico Gilardoni, gebaseerd op “Bianca e Fernando alla tomba di Carlo IV, duca di Agrigento”, een toneelstuk van Carlo Roti. Gecreëerd in het Teatro di San Carlo te Napels op 30 mei 1826. Bijgewoonde première door “Rossini in Wildbad” in de Trinkhalle te Wildbad op 15 juli 2016.

Silvia Dalla Benetta (Foto: Rossini in Wildbad)Na “Adelson & Salvini (1825) is "Bianca e Gernando" de tweede opera die Bellini componeerde, maar de eerste die geschreven werd in opdracht van een operahuis: het Teatro di San Carlo te Napels. Aangezien de koning van Napels “Ferdinando” heette, moest de naam van de titelheld veranderd worden in “Gernando”. Het succes opende voor Bellini de weg naar een grote operacarrière en gaf hem ook de gelegenheid om de opera te bewerken en buiten Napels te laten opvoeren met de oorspronkelijk titel “Bianca e Fernando”. Het is deze nieuwe versie met deze titel die het meest bekend is, maar in Wildbad werd geopteerd voor de “Urfassung”.

Het programmaboekje duidt deze voorstelling aan als “Moderne Erstaufführung in konzertanter Form” en het is bijna niet te geloven dat dit jeugdwerk al die jaren onopgevoerd is gebleven. De opera loopt over van de mooie melodieën en biedt aan de zangers een dankbaar pallet van aria’s, duo’s en ensembles.

Antonio Fogliani liet het orkest Virtuosi Brunenses uitbundig musiceren en de solisten ongeremd alle registers opentrekken. De opera is aan de heroïsche kant, vooral de heldhaftige eerste acte, en verdraagt wel wat krachtpatserij. Het is echter niet de Bellini die wij kennen van de mooie cantilenes en de smachtende duo’s. Die kregen wij pas te horen in de tweede acte met het duet tussen Bianca en haar vertrouwelinge Eloise. Het was ook een van enige momenten in de opera dat er wat rustig gemusiceerd werd en dat is toch wel jammer. Wat bravoure en fortissimi zijn onmisbare ingrediënten van het Italiaanse belcanto, maar als zij constant gedurende een vol uur op je afgevuurd worden, ervaar je het tenslotte als lawaai.

Wij kregen een schaar goede zangers te horen waarbij vooral de sopraan Silvia Dalla Benetta ons bekoorde. Zij bracht een voortreffelijke, geëngageerde vertolking van de in tweestrijd geraakte Bianca. Haar heldere stemvoering en haar zilveren timbre maakten haar het lichtpunt van deze voorstelling. Maxim Mironov is een geregelde gast in Wildbad (Maometto Secondo, I Briganti, Ricciardo e Zoraide). Hij heeft de juiste lichte tenorstem voor de rol van Gernando. Hij kon ook wel wat hoge noten ten beste geven en die zelfs ongepast lang aanhouden, wat nogal onprofessioneel overkwam. Naar onze smaak klonken deze hoge noten ook niet mooi en te schril, maar daar was het merendeel van de toeschouwers het beslist niet mee eens, te oordelen aan het uitbundig applaus dat hem te beurt viel.

Veel bravoure en geweld kregen wij ook te horen van de bariton Vittorio Prato in de rol van de valse Filippo, een rol die hem wel op het lijf geschreven bleek. De welluidende, warme bas Luca Dall’Amico kwam als de gevangen Hertog Carlo pas in de tweede acte aan bod, maar hij had een bijzonder mooie aria te zingen, een tweede en laatste rustpunt na het duet Bianca-Eloise in deze toch wel onstuimige opera. Het verhaal van “Bianca en Gernando” vertoont wel wat gelijkenis met “I Masnadieri”(1847) van Verdi en “I Briganti” (1836) van Mercadante. De rol van Carlo werd destijds gecreëerd door de beroemde bas Luigi Lablache en het is opmerkelijk dat hij de rol van de driemaal gevangene vader in elk van deze drie opera’s zong.

Maxim Mironov (Foto: Askonas Holt)De kleine rollen klonken meer dan verdienstelijk: de sonore bas Zong Shi voor Clemente, de zalvende alt Mar Campo voor Eloise, de vleiende mezzo Marina Viotti voor Viscardo en Gheorghe Vlad voor Uggero.
Het koor Camerata Bach zong alert en met veel kern.

De uitvoering verliep in een strikt verouderde vorm: elke zanger met zijn neus in de partituur. Wij hebben al meer geëngageerde concertante uitvoeringen van opera’s meegemaakt, waarbij de zangers hun partituur geregeld negeerden en hun rol wat beleefden. Een dame die de rol van een man toebedeeld krijgt, zou hier niet in een soireekleed moeten pronken zoals Marina Viotti, maar zich mannelijker moeten voordoen. Niet voor niets noemen de Duitsers het een “Hosenrolle”. Het zijn misschien details, maar het maakt het verschil uit tussen een steriel concert en een beleefde opera-uitvoering. Het kost niets meer, maar het vraagt wel meer inzet van de zangers.

Het publiek was uitermate opgetogen met deze uitvoering en wij vonden het applaus & bravogeroep wat “overdone”.

Er is nog een voorstelling op 23 juli 2016.

G.M. (Gepubliceerd op 20/7/2016)

Foto's van boven naar onder:

1) Silvia Dalla Benetta (Foto: Rossini in Wildbad)
2) Maxim Mironov (Foto: Askonas Holt)

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

“IL CONTE DI MARSICO”

Klavieropera van Giuseppe Balducci. Gecreëerd te Napels in 1839. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” in het Kurtheater te Wildbad op 10 juli 2016. Bijgewoonde opvoering op 16 juli 2016.

NIl Conte di Marsico - Serena Saenz Molinero als Chiara en Karina Repova als Gualtiero. (Foto: Toni Bofill)a “I “Gelosi” (2006), “Boabdil, Re di Granata” (2007) en “Il noce di Benevento” (2011) is dit de vierde opera van Balducci die een wederontdekking beleeft in het Kurtheater te Wildbad.
In Napels (1817) leerde Balducci de Familie Capece Minutolo kennen: de Markies, een gewezen Veldmaarschalk, diens vrouw Matilde en de drie dochters Paolina, Adelaide en Clotilde. Na korte tijd namen de Capece Minutolos de jonge muzikant als een zoon/broer in de familie op. Hij werd muziekleraar van de drie begaafde dochters, die zich als bekwame musiciennes ontwikkelden: zij zongen, speelden klavier en harp en componeerden. Voor hen en hun vriendinnen componeerde Balducci vijf salonopera’s waaronder “Il Conte di Marsico” en ook de andere drie opera’s die in Wildbad opgevoerd werden. De moeilijkheidsgraad van deze salonopera’s werd aan het niveau van opleiding van de leerlingen aangepast. “Il Conte di Marsico” werd geschreven voor zes meisjes/leerlingen (die dus ook de mannenrollen moesten vertolken), een klein vrouwenkoor en begeleiding van drie piano’s.

De korte inhoud gaan wij niet proberen na te vertellen. In het programmaboekje waren niet minder dan vijf bladzijden nodig om dit te ontwarren. Het is alleszins een verhaal gesitueerd in de dertiende eeuw en het gaat over families die twisten over het gezag van domeinen, liefde, afgunst, haat en tenslotte verzoening.

Il Conte di Marsico - Serena Saenz Molinero als Chiara, Karina Repova als Gualtiero en Mar Campo als Ruggiero. (Foto: Toni Bofill)De meisjes waarvoor het werk geschreven werd, moeten al niet meer zo piepjong geweest zijn – ofwel hadden zij al zware stemmen- want naast twee sopranen hoorden wij ook twee mezzosopranen en twee contra-alten.

Het is goed aan te horen dat de drie piano’s ook de originele partituur vormen, want zij klinken bijna ideaal als stembegeleiding. Naast enkele bijzonder melodieuze aria’s en ensembles, waren het vooral twee langoureuze duo’s in de tweede acte die écht om van te snoepen waren. Twee stemmen die mooi samensmolten met op de achtergrond de zachtjes borrelende, amper hoorbare piano’s. Deze piano’s waren discreet in de zijvleugels van het toneel opgesteld, speelden niet te luid en overstemden nooit de zangers. Een verdienste die toekomt aan Achille Lampo, Davide Bertolello en Federico Piccolo.

Het solistenteam viel op door haar homogeniteit, geen uitblinkers en ook geen tegenvallers. Wij noemen dan ook in een adem de sopranen Serena Saenz Molinero (Chiara) en Paula Sanchez-Valverde (Maria), de mezzo’s Karina Repova (Gualtiero) en Marina Viotti (Lucia) en de twee contra-alten Mae Hayashi (Agnese) en Mar Campo (Ruggiero).

De regie van Jochen Schönleber spitste zich toe op poetsgerief: emmers voor de helmen, vuilblikken voor de zwaarden, droogrekken voor de schilden en een Nilfisk stofzuiger als de ultieme bekroning.

Il Conte di Marsico - Mar Campo als Ruggiero en Marina Viotti als Lucia. (Foto: Toni Bofill)Wij beleefden veel plezier aan deze kleinschalige productie, een gastoptreden van het Teatre de Sarrià Barcelona in samenwerking met de Opera van Florence en de Maggio Musicale Fiorentino.

Er is nog een voorstelling op 23 juli 2016.

G.M. (Gepubliceerd op 20/7/2016)

Foto’s van boven naar onder:

1) Serena Saenz Molinero als Chiara en Karina Repova als Gualtiero.
2) ISerena Saenz Molinero als Chiara, Karina Repova als Gualtiero en Mar Campo als Ruggiero.
3) Mar Campo als Ruggiero en Marina Viotti als Lucia.

Copyright foto's © Toni Bofill.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

“SIGISMONDO”

Opera van Gioacchino Rossini op een libretto van Giuseppe Maria Foppa. Gecreëerd in het Teatro La Fenice te Venetië op 26 december 1814. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” in de Trinkhalle te Wildbad op 14 juli 2016. Bijgewoonde opvoering op 16 juli 2016.

Sigismondo - Margarita Gritskova als Sigismondo, Maria Aleida als Aldimira en Marcell Bakonyi als Zenovito. (Foto: Patrick Pfeiffer)Na de triomfantelijke ontvangst van “Tancredi” en “L’Italiana in Algeri” was Rossini een megaster geworden aan het Italiaanse operafirmament en het publiek verwachtte bij de creatie van “Sigismondo” in het legendarische Teatro La Fenice dan ook iets evenwaardig. Maar dat was niet zo. De eerste tegenvaller was de verwarde inhoud van de opera. Het libretto voor dit melodrama van Giuseppe Foppa vertelt het verhaal van de vermeend gekke Poolse koning Sigismondo die door de Iago-achtige Ladislao, zijn eerste minister, is wijs gemaakt dat zijn vrouw Aldimira, de dochter van de Boheems/Hongaarse koning Ulderico hem ontrouw is geworden en in afwachting van haar terechtstelling van het hof wordt verbannen. Gelukkig ontdekt Sigismondo de machinaties van Ladislaos op tijd en kan hij zich met zijn vrouw verzoenen. Het publiek kreeg kop noch staart aan dit verhaal van een gekke koning met zijn waanideeën, zijn vrouw, die naar verluidt dood is, maar springlevend blijkt te zijn, het lot van de Polen en nog veel meer. Op zich vinden wij het verhaal nochtans niet zo ingewikkeld: het is gewoon “Geneviève de Brabant” met andere namen en een andere locatie. Zo ingewikkeld kan het toch niet zijn, aangezien Offenbach de stof gebruikte voor een operette.

Maar ook de muziek bekoorde niet meteen en de fans van Rossini waren teleurgesteld dat hun idool hier ook muziek had gebruikt van enkele vroegere opera’s, terwijl zij iets volledig nieuw verwacht hadden. De première was dan ook een flop.

Het Rossini-Festival in Wildbad heeft betere herinneringen aan “Sigismondo”. Zij brachten de “Deutsche Erstaufführung” in 1995 met een sterbezetting en zetten voor het eerst het werk op CD. Dit zorgde voor een wereldwijde erkenning van het festival.

Sigismondo - Kenneth Tarver als Ladislao en Margarita Gritskova als Sigismondo. (Foto: Patrick Pfeiffer)Ook voor deze productie werd een sterke bezetting samengebracht en de voorstelling die wij bijwoonden kunnen wij met veel superlatieven beschrijven. Natuurlijk had het nog beter gekund, in de eerste plaats voor de bezetting van de titelrol. De mezzosopraan Margarita Gritskova hoorden wij in 2014 als Ottone in “Adelaide di Borgogna” en het viel toen op hoe onstuimig zij met haar rijke vocale middelen omging. Zij heeft daar blijkbaar de tol voor betaald, want terwijl de souplesse en de trefzekere hoogte nog aanwezig zijn, heeft de stem aan warmte verloren en zijn er geregeld onaangename scherpe trekjes waar te nemen.

De ster van de avond was voor ons de Cubaanse sopraan Maria Aleida in de rol van de onfortuinlijke echtgenote Aldimira. Voor haar vertolking kunnen wij slechts superlatieven gebruiken: een prachtig geleide stem met een kristalheldere hoogte!
De tenor Kenneth Tarver als de gluiperige Ladislao was natuurlijk ook een vaste waarde. Hij imponeerde door de feilloze vocale acrobatieën die eigen zijn aan de Rossini-stijl en de “aisance” waarmee hij die wist te brengen. Indrukwekkend was ook de bas Marcell Bakonyi in de rollen van zowel de pleegvader van Aldimira, Ulderico, als van de échte vader Zenovito.
De sopraan Paula Sanchez-Valverde en de tenor César Arrieta deden wat van hun verwacht werd in de kleine rollen van Anagilda en Radoski.

Het inleidende koor van de tweede acte, dat Rossini terug zou gebruiken als introductiekoor in “Il barbiere di Siviglia”, vroeg iets te veel souplesse van het Camerata Bach koor. Het ensemble is onmiskenbaar beter als zij unisono veel decibels mogen produceren.
Antonino Fogliani liet de Virtuosi Brunenses dynamisch spelen in de snelle gedeelten en rijk expressief in de langzame lyrische bladzijden.

Sigismondo - Margarita Gritskova als Sigismondo en Maria Aleida als Aldimira. (Foto: Patrick Pfeiffer)De enscenering van Jochen Schönleber was niet veel zaaks. Het geheel speelde zich af in stuntelig getimmerde decors, met verplaatsbare spiegelwanden en weinig esthetische kostuums. Wij hebben op al de jaren dat wij het Rossini Festival in Wildbad bijwonen nog nooit een enscenering gezien die NIET naar onze tijd of een ander onjuist tijdperk verplaatst werd. Maar laat ons niet te kieskeurig zijn, in Pesaro was de recente productie van “Sigismondo” nog smakelozer. Daar speelde het geheel zich af in een gekkenhuis!

Er is nog een voorstelling op 24 juli 2016.

G.M. (Gepubliceerd op 20/7/2016)

Foto’s van boven naar onder:

1) Margarita Gritskova als Sigismondo, Maria Aleida als Aldimira en Marcell Bakonyi als Zenovito.
2) Kenneth Tarver als Ladislao en Margarita Gritskova als Sigismondo.
3) Margarita Gritskova als Sigismondo en Maria Aleida als Aldimira.

Copyright foto's © Patrick Pfeiffer

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

“DEMETRIO E POLIBIO”

Opera van Gioacchino Rossini op een libretto van Vincenzina Vigano-Mombelli. Voor het eerst opgevoerd in privékring te Bologna. Eerste professionele opvoering in het Teatro Valle te Rome op18 mei 1812. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” in het Kurtheater te Wildbad op 9 juli 2016. Bijgewoonde opvoering op 17 juli 2016.

Demetrio e Polibio - Victoria Yarovaya als Siveno, Sofia Mchedlishvili als Lisinga en Luca Dall’Amico als Polibio. (Foto: Patrick Pfeiffer)Elke operaliefhebber weet dat Mozart een wonderkind was en dat hij zijn eerste opera al componeerde toen hij amper twaalf jaar was. Maar ook Rossini was een wonderkind. Doorgaans wordt aangenomen dat zijn operacarrière in 1810 begon met “La Cambiale di matrimonio”. Rossini was toen al 18 jaar oud en dus in feite geen wonderkind meer. Maar voor “Demetrio e Polibio” zette Rossini zich al aan het werk in 1806, op zijn veertiende dus, en de partituur werd voltooid in 1808. De jonge Rossini had het geluk bevriend te zijn met de bijzonder kunstminnende familie Mombelli, van wie hij de opdracht kreeg om deze opera te schrijven. Domenico Mombelli, de vader, was een meer dan gemiddelde tenor. Moeder Vincenza noemde zich een “schrijfster” en de dochters Ester en Marianne waren respectievelijk een sopraan en een alt. Vader Mombelli hoefde alleen maar een bas in te huren en hij had een compleet operagezelschap waar hij bij zijn vrienden mee kon uitpakken.

Er zijn slechts vier solisten in deze opera, maar zelfs op deze jeugdige leeftijd wist Rossini al hoe hij die vocaal tot het uiterste van hun mogelijkheden kon drijven door de partituur te sieren met hoge noten voor de sopraan en de tenor, veel acrobatieën voor de mezzo en sonore, dynamische coupletten voor de bas.

De zangers die wij hier hoorden voldeden grotendeels aan deze eisen. Sofia Mchedlishvili (hoe kan ze ooit beroemd worden met zo een naam!) was een voortreffelijke Lisinga, een lichte sopraanstem met een goede coloratuurvaardigheid, vrije hoogte, maar met een iets te metalliek timbre. Wij dachten onwillekeurig aan Franse sopranen als Geori Boué, Mady Mesplé, Annick Massis die helemaal hetzelfde stemtype hebben.
Een revelatie was de mezzosopraan Victoria Yarovaya als Siveno, een rijke stem, zeer soepel, warm en goed geleid. Zij is nog bijzonder jong en wij kunnen maar hopen dat zij dat goddelijk orgaan niet onkundig zal behandelen, dan zullen wij beslist nog van haar horen.
Luca Dall’Amico is een bas zoals wij die graag horen: donker, soepele hoogte en veel mordant in zijn voordracht. Hij imponeerde als Polibio en liet er absoluut geen twijfel over bestaan dat hij de regerende koning was.
César Arrieta stak wat bleekjes af tegen deze sterke tegenspelers. Het is een tenor die het juiste stemtype heeft voor de rol van Eumene. Hij zingt probleemloos al de hoge noten, maar hij komt wat onzeker over en is niet steeds kordaat in zijn voordracht.

Demetrio e Polibio - César Arrieta als Eumene en Victoria Yarovaya als Siveno. (Foto: Patrick Pfeiffer)Het Camerate Bach koor klonk slagvaardig naar behoren als een groep militairen en de Virtuosi Brunenses speelden, onder leiding van Luciano Acocella, iets te luid naar onze smaak voor de kleine zaal van het Kurtheater.

Nicola Berloffa verplaatste het gegeven naar onze tijd en stak het ganse ensemble in militaire uniformen. De zoveelste actualisering naar het heden met, voor Wildbad, het als het ware obligate gebruik van vuurwapens.

Er is nog een voorstelling op 22 juli 2016.

G.M. (Gepubliceerd op 20/7/2016)

Foto’s van boven naar onder:

1) Victoria Yarovaya als Siveno, Sofia Mchedlishvili als Lisinga en Luca Dall’Amico als Polibio.
2) César Arrieta als Eumene en Victoria Yarovaya als Siveno.

Copyright foto's © Patrick Pfeiffer.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

“LE COMTE ORY”

Opera van Gioacchino Rossini op een libretto van Eugène Scribe en Charles-Gaspard Delestre-Poirson. Gecreëerd in de Salle Le Peletier door de Opera van Parijs op 20 augustus 1828. Bijgewoonde première door “Rossini in Wildbad” in de Trinkhalle te Wildbad op 17 juli 2016

Le Comte Ory - Karina Repova als Isolier, Sara Blanch als de gravin en Mae Hayashi als Ragonde. (Foto: Paul Secchi)Het libretto van Eugène Scribe en Charles-Gaspard Delestre-Poirson is een adaptatie van een komedie die zij reeds schreven in 1817. Zij offreerden de tekst aan Rossini die deze echter te kort vond voor een avondvullende opera. Op zijn verzoek werd de inleidende scene met de eremiet bijgevoegd, waarna hij zich aan het werk kon zetten. Het “componeren” was echter overwegend een adaptatie van de drie jaar vroeger geschreven “Il viaggio a Reims”, een gebruik dat niet nieuw was voor Rossini, maar hier toch wel wat buitensporig gebruikt. De librettisten waren vervuld van schaamte dat zij meegewerkt hadden aan zo’n zelfplagiaat en weigerden hun naam te laten afdrukken op het libretto.
Zij hadden niet zo kieskeurig moeten zijn, want Rossini’s vloeiende en geestige adaptatie van de tekst was een voltreffer. De opera zit vol spitsvondigheden en blijft constant boeien. De muziek die ontleend werd aan “Il viaggio a Reims” – qua inhoud een incoherente warboel - is beslist in een dramatisch sterker werk terechtgekomen.
Niet minder dan Berlioz vond “Le Comte Ory” Rossini’s beste opera.
De rol van de graaf, een dodend hoge tenorpartij die bij de creatie gezongen werd door Adolphe Nourrit, domineert de ganse opera.

Al bij de inleidende cavatine “Que les destins prospères” door Gheorghe Vlad moesten wij vaststellen dat deze rol hier niet optimaal bezet was. De partij is echt iets te hoog gegrepen voor deze lichte tenor, die misschien wel het juiste stemtimbre heeft, maar niet de juiste techniek en ook niet genoeg resonantie om die hoogstandjes mooi tot hun recht te laten komen. Dat was bijzonder jammer want de mezzo Karina Repova, die wij de dag ervoor zeer verdienstelijk hoorden in “Il Conte di Marsico” was ook hier een zeer mooie, vlotte Isolier. De gouden palm ging echter naar de gravin, schitterend gezongen door Sara Blanch, een coloratuursopraan met een adembenemende souplesse en stralende hoogte. Een naam om te onthouden!

Le Comte Ory - Dirigent Luciano Acocella. (Foto: Paul Secchi)Wij waren minder opgetogen met de Raimbaud van Roberto Maietta, een bariton met een uitstekende techniek, makkelijke hoogte, maar helaas met een wat droge stem en wel erg weinig uitstraling.
Bijzonder goed waren de nevenpartijen, met veel inzet gezongen door Shi Zong (de gouverneur), Mae Hayashi (Ragonde) en Serena Sàenz Molinero (Alice).

De voorstelling werd aangekondigd als concertant/halfscenisch. Dat was absoluut een understatement. Enkel het koor had soms een partituur bij de hand. De solisten droegen een aangepaste kledij en acteerden als bij een volwaardige scenische opvoering. Meer zelfs: de actie verliep als een wervelwind en het aanstekelijke enthousiasme van de solisten was ook waarneembaar bij het koor dat zich kostelijk scheen te amuseren en de Virtuosi Brunenses die energiek en temperamentvol speelden onder de leiding van Luciano Acocella.

Een voorstelling waar wij eerlijk gezegd niet zoveel van verwachtten, bleek een meeslepende Rossini-avond te worden. Belcanto vuurwerk dat aansloeg door de geestdrift van de vertolkers en, ondanks de vocale tekortkomingen langs mannelijke zijde, ons op het puntje van onze stoel bracht.

Le Comte Ory - Gheorghe Vlad Vlad als Le Comte Ory. (Foto: Paul Secchi)De gepubliceerde foto’s werden genomen bij een niet gekostumeerde repetitie en zijn absoluut niet representatief voor hetgeen wij op de scène zagen.

Er is nog een voorstelling op 22 juli 2016.

G.M. (Gepubliceerd op 20/7/2016)

Foto’s van boven naar onder:

1) Karina Repova als Isolier, Sara Blanch als de gravin en Mae Hayashi als Ragonde.
2) Dirigent Luciano Acocella.
3) Gheorghe Vlad Vlad als Le Comte Ory.

Copyright foto's © Paul Secchi.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND