OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN DRESDEN

“DER FLIEGENDE HOLLÄNDER”

Semperoper DresdenOpera van Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd in de Hofoper te Dresden op 2 januari 1843. Bijgewoonde voorstelling door de Sächsische Staatsoper in de Semperoper te Dresden op 21 september 2015.

Der fliegende Holländer - Markus Marquardt als Holländer en Marjorie Owens als Senta. (Foto: © Matthias Creutziger)Na de onstuimige ouverture van "De vliegende Hollander" die onmiskenbaar een storm op zee suggereerde, ging het doek open voor een begrafenis in een desolaat landschap. De muziek viel voor verschillende minuten (die wel eindeloos aanvoelden) volledig stil om de hersenkronkels van regisseur Florentine Klepper in beeld te brengen. Wie er begraven werd is onduidelijk, maar het jonge roodharige meisje dat tot het einde van de opera zal blijven rondlopen, was volgens het programmaboekje de kleine Senta. Daarna verhuizen wij onmiddellijk naar een pub voor zeemannen. Geen schip dus, ondanks de duidelijke verwijzingen in tekst en muziek. In de tweede akte wordt er niet gesponnen, maar aan de lopende band bevallen. Alle dikbuikige vrouwelijke koorleden gaan beurtelings op een bed liggen om een pop van tussen hun benen te toveren. Het duo tussen Senta en de Hollander was even een verpozing tussen deze zinloze warboel, maar daarna nam Florentine terug het roer over en de onzin ging door tot het einde van de opera.

Muzikaal was dit ook een weinig traditionele “Holländer”. Dirigent John Fiore hield er eigenzinnige tempi op na. Soms tergend traag en bijna onhoorbaar, te lange rustpauzes, dan weer opgewekt en uitbundig. Echt spannend was zijn lezing echter nooit.

Der fliegende Holländer - Marjorie Owens als Senta en koor (Foto: © Matthias Creutziger)Vocaal werd de opera duidelijk gedomineerd door de Senta van Marjorie Owens, een sopraan met een stralende hoogte en precies gevoerde stem. Misschien had zij iets meer dramatische expressie mogen hebben, zeker in haar openingsaria. Markus Marquardt is een Hollander zoals wij die graag horen: een donkere basbariton, die de tragiek en de kwelling uitstraalt van de verdoemde zeeman. Blijkbaar was hij echter niet te best bij stem, want ondanks zijn degelijke prestaties in de eerste twee bedrijven, geraakte hij bij het slot even in de problemen.

Wij waren minder opgetogen met de tenors: Simeon Esper was een weinig opzienbarende stuurman en Bernhard Berchtold een kleurloze Erik. Ook de Daland van Michael Eder was aan de zwakke kant. Aan Elisabeth Wilke hebben wij goede herinneringen zoals haar fraaie Dorabella in "Cosi fan tutte" en Olga in “Eugen Onegin”. Dat is natuurlijk uit het lang vervlogen DDR-tijdperk en haar Mary is nog slechts een schaduw van wat zij geweest is.

De tragiek van de operavoorstelling ging die avond verder tot buiten de muren van de Semperopera. Een massale betoging tegen het onzinnige vreemdelingenbeleid van Duitsland en Europa, met plakkaten als “Deutschland wird ausgeMerkelt”, maakte duidelijk dat het merendeel van de bevolking het helemaal niet eens is met het tuttelbeleid voor al die pseudo-vluchtelingen.

Der fliegende Holländer - Georg Zeppenfeld als Daland, Marjorie Owens als Senta en koor. (Foto: © Matthias Creutziger)Er zijn dit speeljaar voor “Der fliegende Holländer” geen voorstellingen meer voorzien, maar deze productie zal ongetwijfeld de volgende speeljaren nog opgevoerd worden.

G.M. (Gepubliceerd op 26/09/2015)

Foto's van boven naar onder:

1) Markus Marquardt als Holländer en Marjorie Owens als Senta.
2) Marjorie Owens als Senta en koor.
3) Georg Zeppenfeld als Daland, Marjorie Owens als Senta en koor.

Copyright foto's © Matthias Creutziger.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“MATHIS DER MALER”

Semperoper DresdenOpera van Paul Hindemith (muziek en libretto). Gecreëerd te Zürich op 28 mei 1938. Première van deze productie door de Sächsische Staatsoper in de Semperoper te Dresden op 1 mei 2016. Bijgewoonde voorstelling op 10 mei 2016.

Mathis de Maler - Markus Marquardt (Mathis) en Herbert Lippert (Hans Schwalb) (Foto © Jochen Quast)Hindemith identificeerde Matthias Grünewald, de schepper van het beroemde Isenheimer Altaar in Colmar, met zijn schilder Mathis die sinds 1511 hofschilder en bouwmeester van de aartsbisschop van Mainz was. Te midden van de hervormingsstrijd en de boerenopstand vraagt Mathis zich af of hij zich zal engageren in de burgeroorlog of zich verder aan zijn kunst zal wijden. Dit conflict tussen artistieke roeping en politiek engagement staat centraal in de opera. Uiteindelijk spoort de kardinaal hem aan om weer te gaan schilderen omdat daar zijn ware roeping ligt. Dit was ook het credo van Hindemih zelf, zodat deze opera als een politieke stellingname tegen het nationaal-socialisme werd opgevat en pas in 1946 in Duitsland kon gecreëerd worden. In 1934 was Hindemith al een gevierde componist, maar dat weerhield Goebbels er niet van hem als een “atonalen Geräuschemacher” (een atonale lawaaimaker) te betitelen.

Een stellingname die, zelfs in de grauwe dertiger jaren, absoluut niet gefundeerd was, want zowel de symfonische muziek als de opera’s van Hindemith werden algemeen gewaardeerd. Bij het beluisteren van deze opera kan men niet anders dan getroffen worden door de orkestrale rijkdom van de partituur en dat was bij deze opvoering in Dresden zeker het geval. De Staatskapelle ontplooide onder de temperamentvolle muzikale leiding van Simone Young een mooie bronzen klank, met voortreffelijke strijkers en virtuoze blazers.

Mathis de Maler - Markus Marquardt (Mathis) en Annemarie Kremer (Ursula) (Foto © Jochen Quast)Ook de solisten deden weinig voor elkaar onder. Wij vermelden in de eerste plaats Markus Marquardt, die een sterk dramatische Mathis neerzette. Het is een nogal droge basbariton met weinig warmte, maar met een precies gevoerde stem en een schitterende hoogte, een beetje als zijn Dresdner voorganger Theo Adam.
Bijzonder mooi was Annemarie Kremer als Ursula, een jeugdige sopraan die ons bekoorde door haar heldere stem en haar stralende hoogte. Ook de sopraan Emily Dorn als Regina en de mezzo Christa Mayer als Gräfin Helfenstein hadden fraaie momenten.

Tenors klinken vaak nogal schreeuwerig in Duitse opera’s van rond deze periode (wij denken aan de opera’s van Schreker, Zemlinsky…) en dat was hier geen uitzondering. John Daszak als Albrecht von Brandenburg bracht een voortreffelijk geëngageerde vertolking van de kunstminnende en naar verzoening strevende kardinaal, maar dat weerhield hem er niet van om onze oren soms flink op de proef te stellen. Ook Herbert Lippers als Hans Schwalb, Tom Martinsen als Wolfgang en Gerald Hupach als Sylvester produceerden weinig lyrische tenorgeluiden, maar wij moeten toegeven dat hun zangpartij daar zich niet écht toe leende.

Bassen en baritons vallen gemakkelijker in de smaak. Wij werden vooral getroffen door de sonore bas Michael Eder in de rol van Riedinger. Ook veteraan Matthias Henneberg als Lorenz en Hans-Joachim Ketelsen als Truchsess mochten er zeker zijn.
Het Staatsopernchor Dresden gaf met veel overtuigingskracht en decibels gestalte aan de over godsdienst twistende volksgroepen en boerenopstandelingen.

Mathis de Maler - Sächsischer Staatsopernchor, Michael Eder (Riedinger) en Tom Martinsen (Wolfgang) (Foto © Jochen Quast)De enscenering van een opera is vaak een hoofdstuk apart, al zien al die pogingen tot hernieuwing er de laatste jaren soms meer verouderd uit dan een traditionele regie. Honderden opera’s met een historische achtergrond hebben wij in absurd geactualiseerde ensceneringen moeten ondergaan. Van honderden opera’s lazen wij de inhoud in het programmaboekje, om achteraf te moeten vaststellen dat zich op de scène iets volkomen anders afspeelde. Jochen Biganzoli vormde met deze “Mathis der Maler” geen uitzondering. Moderne kledij, schilderijen van moderne meesters, katholieken, protestanten en boeren die door hun kledij amper van elkaar te onderscheiden waren, vuurwapens voor de opstandelingen, enz.. Er werd wel intensief geacteerd, een onmiskenbaar voordeel van het moderne regietheater!

Er zijn dit speeljaar nog enkel voorstellingen op 15 en 20 mei 2016, maar deze productie zal beslist de volgende speeljaren hernomen worden.

G.M. (Gepubliceerd op 12/5/2016)

1) Markus Marquardt (Mathis) en Herbert Lippert (Hans Schwalb)
2) Markus Marquardt (Mathis) en Annemarie Kremer (Ursula)
3) Sächsischer Staatsopernchor, Michael Eder (Riedinger) en Tom Martinsen (Wolfgang)

Copyright foto’s © Jochen Quast.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“LE NOZZE DI FIGARO”

Semperoper DresdenOpera van Wolfgang Amadeus Mozart op een libretto van Lorenzo da Ponte, gebaseerd op het blijspel van Beaumarchais. Gecreëerd in het Altes Burgtheater te Wenen op 1 mei 1786. Première van deze productie door de Sächsische Staatsoper in de Semperoper te Dresden op 7 september 2015. Bijgewoonde voorstelling op 11 mei 2016.

Le Nozze di Figaro - Christoph Pohl (Il Conte d'Almaviva), Emily Dorn (Susanna) en Zachary Nelson (Figaro). (Foto © Matthias Creutziger)Er zijn drie categorieën egotrippers die in theater/operaprogrammaboekjes onder de noemer “regisseur/choreograaf” vallen. De eerste categorie omvat de regisseurs met een visie, laat ons ze de school van Peter Sellars noemen. Hun visie is vaak absurd, maar ze wordt consequent tot het einde van de opera doorgevoerd en er kan een zekere logica in zitten. (Wij denken aan Mozart’s drie Da Ponte opera’s waarbij de boven/ondertiteling zelfs geactualiseerd werd om ze met de toestanden op de scène te verzoenen)
De tweede categorie is deze van Peter Konwitschny, Calixto Bieito en hun volgelingen. Het is de gevaarlijkste van de drie categorieën: soms hebben ze een bepaalde visie, maar die wordt zelden uitgewerkt. Ze spotten met de muziek en maken “opera” belachelijk. Het publiek choqueren is hun voornaamste drijfveer.
De derde categorie is in feite de zwakste van de drie. Het zijn de would-be regisseurs met als enig doel het werk op een “andere” manier te brengen, zonder dat zij zelf weten waar dit toe leidt.

Johannes Erath, die voor de Semperoper deze “Nozze di Figaro” ensceneerde, behoort duidelijk tot de derde categorie. De man weet werkelijk niet waar hij naartoe wil. De eerste acte ging volledig in een gechargeerde commedia dell’arte stijl. Gelukkig veranderde dat vanaf de tweede akte, anders hadden wij waarschijnlijk de voorstelling niet uitgezeten. Vanaf de tweede akte schenen wij wel naar een volledig andere enscenering overgestapt te zijn. Figaro had zijn Harlekijn-pakje omgewisseld voor de strenge, zwarte outfit van een begrafenisondernemer. De gravin leek met haar hoge pruik op Marge Simpson en Cherubino was een toreador.
Le Nozze di Figaro - Zachary Nelson (Figaro), Emily Dorn (Susanna), Sarah-Jane Brandon (La Contessa d'Almaviva), Christoph Pohl (Il Conte d'Almaviva), Alexander Hajek (Antonio) en Sabine Brohm (Marcellina) (Foto © Matthias Creutziger)De decorbouw beantwoordde helemaal niet aan de eisen van de actie, zo fungeerde in de tweede akte één deur als de ingang tot de kamer van de gravin en als de deur van het cabinet waar Cherubino zich verbergt. Kan het nog dommer en/of meer tegendraads?

Als een regie te idioot is, sluiten wij doorgaans onze ogen en proberen wij van de muziek te genieten, maar daar hadden wij bij deze voorstelling ook geen boodschap aan. Dirigent Omer Meir Wellber dirigeerde als een bezetene en vloog als een TGV door de partituur, zonder aandacht te schenken aan de details en aan de synchronisatie van de orkestrale spitsvondigheden met deze van de tekst.

Tenslotte was deze voorstelling ook vocaal geen hoogvlieger. Zowel Evan Hughes (Figaro) als Boaz Daniel (Graaf Almaviva) hadden droge, donkere baritonstemmen zonder een greintje humor. Wij kregen wel een bijzonder mooie Suzanna te horen: de Chileense Carolina Ullrich, een verrukkelijke sopraan die sprankelende en hemelse noten produceerde. Ook de gravin van Barbara Senator was uitstekend en haar aria’s vormden enkele zeldzame écht genietbare momenten van deze voorstelling.

Le Nozze di Figaro - Christoph Pohl (Il Conte d'Almaviva), Alexander Hajek (Antonio), Sarah-Jane Brandon (La Contessa d'Almaviva) en Emily Dorn (Susanna) (Foto © Matthias Creutziger)Maar daarmee hadden we het ook gehad, want de rest van de bezetting was maar zus en zo. Een metallieke, kille Cherubino van Jelena Kordic, een veel te luide Marcellina van Sabine Brohm en een stijlloze Bartolo van Matthias Henneberg.

Al bij al een voorstelling die de Semperoper onwaardig is en die wij moeilijk kunnen aanbevelen.

Er zijn nog voorstellingen op 3, 10, 23 juni, 16 en 22 juli 2016.

Foto’s van boven naar onder, met de bezetting van de première:

1) Christoph Pohl (Il Conte d'Almaviva), Emily Dorn (Susanna) en Zachary Nelson (Figaro)
2) Zachary Nelson (Figaro), Emily Dorn (Susanna), Sarah-Jane Brandon (La Contessa d'Almaviva), Christoph Pohl (Il Conte d'Almaviva), Alexander Hajek (Antonio) en Sabine Brohm (Marcellina)
3) Christoph Pohl (Il Conte d'Almaviva), Alexander Hajek (Antonio), Sarah-Jane Brandon (La Contessa d'Almaviva) en Emily Dorn (Susanna)

Copyright foto's © Matthias Creutziger.

G.M. (Gepubliceerd op 12/5/2016)

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND