OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN FRANKFURT

“L’ORONTEA”

Oper FrankfurtOpera in een proloog en drie bedrijven van Antonio Cesti op een tekst van Giacinto Andrea Cicognini. Het werk werd voor het eerst opgevoerd in Innsbruck tijdens de winter van 1656, vermoedelijk met de componist in de rol van Alidoro. We woonden op 14 februari 2015 een voorstelling bij de door de Oper Frankfurt.

 L’Orontea - Guy de Mey als Aristea, Sebastian Geyer als Creonte, Xavier Sabata als Alidoro (liggend), Matthias Rexroth als Corindo en Paula Murrihy als Orontea. (Foto: Monika Rittershaus)Barokopera’s van vóór Händel worden niet zo vaak opgevoerd, zeker niet door een regulier operagezelschap en in scenische vorm. Het getuigt dan ook van enige moed van de Oper Frankfurt om deze “L’Orontea” op de bühne te brengen.

Antonio Cesti (1623 - 1669) was een veelzijdig man. Behalve componist was hij ook priester, zanger (tenor) en organist. Hij schreef een tiental opera’s in een stijl die over het algemeen eerder geschikt lijkt voor het kamertoneel dan voor de hedendaagse grote operahuizen. Zijn ervaring als zanger zorgde ervoor dat zijn muziek honing is voor de stem. Zijn opera “L’Orontea” kende heel wat hernemingen en staat daarom bekend als één van de succesvolste composities uit het midden van de zeventiende eeuw.

Als zanger componeerde Cesti natuurlijk uitstekend voor de stem, wat maakt dat de solisten allemaal erg ontspannen de voorstelling kunnen doorkomen en zich meer focussen op het uitbeelden van hun personage. Recitatieven en aria’s (meestal eerder arioso’s) vloeien vaak in een doorgecomponeerde vorm in elkaar over. Wel vonden we dat de zowat 30% - 70% verhouding tussen aria’s en recitatieven af en toe onze verveling opwekte.

 L’Orontea - Juanita Lascarro als Tibrino en Xavier Sabata als Alidoro. (Foto: Monika Rittershaus)De uitdaging voor de hedendaagse regisseur bestaat er in om dergelijk werk te brengen op een manier die een modern publiek weet te boeien. Walter Sutcliffe slaagt hier wonderwel in met een kleurrijke regie waarbij hij kan rekenen op een stel uitstekende zangers-acteurs. Hij trekt resoluut de kaart van de komedie waardoor het personage van Gelone aan belang wint, ook en vooraal door de uitzonderlijke prestatie van Simon Bailey die blijk geeft van een ongewoon gevoel voor humor en timing, maar ook muzikaal uitmuntend is – zelfs wanneer hij een aria in falset moet zingen. Enig punt van kritiek is misschien dat de humor in de voorstelling af en toe balanceert op de grens van het platvloerse, echter zonder dat deze grens ooit overschreden wordt.

De uistekende cast voor de uitvoering die we zagen, bestond vrijwel volledig uit solisten uit het eigen ensemble van de Oper Frankfurt. Enkel de contratenor Xavier Sabata gasteerde in de rol van Alidoro en we vonden hem met zijn transparante stem en gebrek aan volume het zwakste element in de voorstelling, ook al is zijn techniek feilloos en heeft hij niet het scherpe geluid van veel van zijn stemvakgenoten.
Niets dan lof over de andere solisten, zoals de Ierse sopraan Paula Murrihy in de titelrol en Luise Adler als haar rivale Silandra. Onze landgenoot Guy de Mey zong de rol van Aristea, de moeder van Alidoro en deze keuze stond garant voor een aantal hilarische situaties.

Dirigent Ivor Bolton staat bekend als een specialist voor dit soort muziek en zijn leiding is dan ook feilloos van begin tot einde.

 L’Orontea - Vooraan: Xavier Sabata als Alidoro, Paula Murrihy als Orontea, Louise Alder als Silandra en Matthias Rexroth als Corindo. (Foto: Monika Rittershaus)Laten we eerlijk zijn: we trokken met enige tegenzin naar deze voorstelling. Barokmuziek, het voor onze oren soms onaangename geluid van contratenoren, eindeloze recitatieven… Het zegt ons niet zoveel. Maar eens te meer heeft de Oper Frankfurt ons kunnen verbazen met een voorstelling van zeer hoog niveau die blijkbaar ook het deel van het publiek dat geen onvoorwaardelijke fan is van dit repertoire kan verleiden. Een hele prestatie!

Wie deze productie nog wil zien kan nog terecht in de Oper Frankfurt op 20, 22 februari, 7 en 13 maart 2015.
De voorstelling die we zagen, werd opgenomen voor CD.

H.D. (Gepubliceerd op 16/2/2015)

Foto's van boven naar onder:

1) Guy de Mey als Aristea, Sebastian Geyer als Creonte, Xavier Sabata als Alidoro (liggend), Matthias Rexroth als Corindo en Paula Murrihy als Orontea.
2) Juanita Lascarro als Tibrino en Xavier Sabata als Alidoro.
3) Vooraan: Xavier Sabata als Alidoro, Paula Murrihy als Orontea, Louise Alder als Silandra en Matthias Rexroth als Corindo.

Copyright foto's © Monika Rittershaus.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“DIE PASSAGIERIN”

Oper FrankfurtOpera in twee bedrijven, acht tonelen en een epiloog van Mieczyslaw Weinberg naar de gelijknamige roman van Zofia Posmysz. De scenische creatie had plaats op het festival van Bregenz op 19 juli 2010. We woonden op 28 maart 2015 een voorstelling bij in de Oper Frankfurt.

Die Passagierin. Peter Marsh (Walter), Tanja Ariane Baumgartner (Lisa) en Sara Jakubiak (Marta). (Foto: Barbara Aumüller)Het is moeilijk zich voor te stellen wat Zofia Posmysz, overlevende van het uitroeiingkamp Auschwitz, voelde toen ze tijdens een bezoek aan Parijs geconfronteerd werd met de stem van een gevreesde bewaker van het concentratiekamp waar ze verbleef. Het ging uiteraard om de stem van iemand anders maar de impact van deze gebeurtenis op de Poolse journaliste was zo groot dat ze het gebeuren van zich af moest schrijven. Eerst gebeurde dat in de vorm van een radiohoorspel, later een roman die tenslotte verfilmd werd. Voor haar verhaal koos Posmysz de enge ruimte van een schip waar Lisa, de echtgenote van de nieuw aangestelde Duitse ambassadeur voor Brazilië en voormalig bewaakster in Auschwitz, in een andere passagier een vrouw meent te herkennen uit het kamp. Aanvankelijk kan ze dit moeilijk geloven en lijdt de hele situatie tot een aantal flashbacks (en een bekentenis aan haar man die niet op de hoogte was van Lisa’s verleden), maar uiteindelijk blijkt het inderdaad om de ex-gevangene Marta te gaan.

Als regisseur, werkend voor een Duits theater, zal het voor Anselm Weber zeker niet evident geweest zijn om dit stuk te ensceneren. Kiezen voor een volledig tekstgetrouwe weergave is in regietheatermiddens “not done”, maar een recent en gevoelig thema als de holocaust abstract voorstellen is dat evenmin. Uiteindelijk koos Weber ervoor om het verhaal volledig af te laten spelen op het schip, waarbij de taferelen in het “nu” (rond 1960) op de dekken spelen en de flashbacks in het ruim plaats vinden. Een geslaagde benadering waarbij dankzij het draaipodium de overgang tussen de verschillende scènes vlot in elkaar overlopen – wat zeker bijdraagt aan de dramatische spanning. De kampscènes op zich zijn gepast realistisch.

Die Passagierin. Sara Jakubiak (Marta), Tanja Ariane Baumgartner (Lisa) en Ensemble. (Foto: Barbara Aumüller)Het zal niet toevallig zijn dat Mieczyslaw Weinberg, een tijdens de tweede wereldoorlog naar Rusland gevluchte jood, geïnteresseerd was in deze stof. Niet alleen verloor hij zijn ganse familie tijdens de Holocaust, ook in de Sovjetunie was hij als jood herhaaldelijk in gevaar. Zo werd zijn schoonvader vermoord door Beria, de gevreesde baas van de geheime diensten, en was hij in 1953 zelf op zijn executie aan het wachten toen Stalin onverwacht stierf en de politiek andere zorgen had dan de executie van een onbeduidend individu. Ook de steun van Dmitri Shostakovich zal Weinberg mogelijk af en toe geholpen hebben. De componist zelf beschouwde “Die Passagierin” als de belangrijkste van zijn zeven opera’s. Desondanks heeft hij het werk nooit weten uitvoeren daar hij in 1996 overleed en de eerste productie pas plaats vond in 2010 tijdens het festival van Bregenz. In 2006 was het werk wel al concertant opgevoerd in Moskou.

Weinberg vindt voor “Die Passagierin”, dat overigens gezongen wordt in een zestal verschillende talen, de exacte muzikale taal om het drama te begeleiden. Avant-gardistisch, soms atonaal en af en toe mooi melodisch met citaten uit de volksmuziek of van bekende componisten als Beethoven en Brahms, weet hij met zijn muziek een grote dramatische spanning op te bouwen die ook de toeschouwer die minder ervaring heeft met moderne opera aan de stoel gekluisterd houdt. Overigens was Weinberg een veelschrijver. Hoewel hij als operacomponist slechts de laatste jaren enige aandacht geniet, is heel wat van zijn orkestmuziek op CD opgenomen. Het volstaat zijn naam in te geven bij onlinewinkels als Amazon om een beeld te krijgen van het oeuvre dat Weinberg achterliet.

Die Passagierin. Rechts zittend: Tanja Ariane Baumgartner (Lisa) en Chor der Oper Frankfurt. (Foto: Barbara Aumüller)Zoals steeds werden we ook muzikaal verwend in Frankfurt, in de eerste plaats door het Frankfurter Opern- und Museumorchester dat onder leiding van Leo Hussain een beklijvende vertolking gaf van de complexe partituur. De solisten, die allemaal deel uitmaken van het reguliere gezelschap van de Oper Frankfurt, waren uitmuntend in hun uitbeelding en hun zang. De Amerikaanse dramatische sopraan Sara Jakubiak was een geëngageerde Marta die moeiteloos uitsteeg boven de orkestklanken. Haar tegenspeelster Lisa werd prachtig vertolkt door de Duiste mezzo Tanja Ariane Baumgartner, terwijl de tenor Peter Marsh de juiste toon vond als haar echtgenoot Walter. Voor de talloze kleinere rollen mocht zowat het hele gezelschap van de Oper Frankfurt opdraven en het feit dat iedereen hier feilloos presteerde zegt iets over de kwaliteit van deze groep.

We waren zeer onder de indruk toen we na de voorstelling de zaal verlieten. Uiteraard omwille van het onderwerp van de opera, maar ook door de muziek van Weinberg die voor altijd een plaats in ons hart veroverd heeft.

Er zijn dit seizoen geen voorstellingen meer in Frankfurt maar de productie wordt hernomen in het najaar 2017. Wie zo lang niet kan wachten, kan op reis naar de Wiener Musikwochen waar de Oper Frankfurt volgend jaar te gast is of de Blu Ray aanschaffen die in 2010 in Bregenz opgenomen werd.

Die Passagierin. Anna Ryberg (Katja), Jenny Carlstedt (Vlasta), Sara Jakubiak (Marta) en Ensemble. (Foto: Barbara Aumüller)H.D. (Gepubliceerd op 31 maart 2015)

Foto’s van boven naar onder:

1) Peter Marsh (Walter), Tanja Ariane Baumgartner (Lisa) en Sara Jakubiak (Marta).

2) Sara Jakubiak (Marta), Tanja Ariane Baumgartner (Lisa) en Ensemble.

3) Rechts zittend: Tanja Ariane Baumgartner (Lisa) en Chor der Oper Frankfurt.

4) Anna Ryberg (Katja), Jenny Carlstedt (Vlasta), Sara Jakubiak (Marta) en Ensemble.

Copyright foto's © Barbara Aumüller.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“EURYANTHE”

Oper FrankfurtGrote heroïsch-romantische opera in drie bedrijven van Carl Maria von Weber op een tekst van Helmina von Chézy. Het werk werd voor het eerst gespeeld in het Kärtnertortheater te Wenen op 25 oktober 1823. De voorstelling die we bijwoonden vond plaats in de Oper Frankfurt op 3 mei 2015.

Euryanthe - Erika Sunnegardh (Euryanthe) en James Rutherford (Lysiart) Vooraan: Chor und Extrachor der Oper Frankfurt. (Foto: Monika Rittershaus)Carl Maria von Weber is bij operaliefhebbers uiteraard bekend voor “Der Freischütz”, een werk dat steevast deel uitmaakt van het standaardrepertoire. Dat neemt niet weg dat de componist, die overigens reeds op negenendertigjarige leeftijd overleed, toch een tiental opera’s op zijn palmares heeft. Een paar ervan zijn verloren gegaan maar de laatste drie, naast “Der Freischütz” en “Euryanthe” is er ook nog “Oberon”, zijn zeker de moeite waard om opgevoerd te worden.

In “Euryanthe” creëert Weber een eigen klankbeeld waarbij hij op prachtige wijze muziek voor het “goede” koppel Adolar-Euryanthe laat contrasteren met de begeleiding van het “slechte” koppel Lysiart-Eglantine. Ook is er sprake van eenvoudige Leidmotieven, is er een vermenging van realistische en bovennatuurlijke elementen en is de opera als een van de eerste Duitse werken doorgecomponeerd. Weber was op zoek naar de ideale combinatie van muziek, zang en drama. Het hoeft dan niet te verbazen dat Wagner, die zowat tien jaar oud was toen “Euryanthe” in première ging, hier de mosterd haalde.

Uiteindelijk is de opera wat in de vergeethoek geraakt, mogelijk door het zwakke libretto van Helmina con Chézy. Muzikaal zijn er zeker mooie momenten, zoals het jachtkoor in het derde bedrijf, maar algemeen bleven we toch een beetje op onze honger zitten, zeker voor een opera die zowat drie uur muziek bevat.

Zoals steeds, is de productie van de Oper Frankfurt zeer verzorgd en zelfs spectaculair, dat laatste vooral dankzij de indrukwekkende decors van Heike Scheele. Het verhaal speelt zich af in een balzaal in de jaren zestig. In de zaal is een podium waarop sommige van de minder realistische taferelen zich afspelen. Dit laatste heeft het evidente nadeel dat de zangers zich vaak achteraan op de scène bevinden, hetgeen samen met de grote open ruimte die gecreëerd werd, de zangers alles behalve helpt om over het orkest uit te komen.
Euryanthe - James Rutherford (Lysiart), Eric Cutler (Adolar) en Statisterie der Oper Frankfurt. (Foto: Monika Rittershaus)Regisseur Johannes Erath ziet de weddenschap tussen Lysiart en Adolar als een schaakspel en dat thema komt dan ook voordurend terug: de bodem van de balzaal is een schaakbord, de koristen (met vetkuif !) gedragen zich als pions… Alles ziet er spektakelrijk uit, maar waar de enscenering in het eerste bedrijf nog een verband had met het verhaal van de opera, werd de relevantie van het getoonde steeds kleiner.

Onze aandacht voor deze productie van “Euryanthe” werd eigenlijk vooral gewekt door de aanwezigheid van de Amerikaanse tenor Eric Cutler. We hoorden deze man een aantal keer in belcantowerken en wilden graag horen hoe hij verder geëvolueerd is in zijn carrière. Zoals dat dan meestal gaat, was de man ziek en vervangen door de Oostenrijker Bernhard Berchtold, ook een oude bekende. Helaas behoort Berchtold tot de grote groep lichte lyrische tenoren die zich geroepen voelen om het zwaardere repertoire aan te pakken. Het resultaat is, net zoals in deze “Euryanthe”, meestal verre van geslaagd en zorgt voor een potentiële inkorting van de carrière van de betrokken zanger. En frustratie bij de toeschouwers omdat de stem niet over het orkest geraakt.

Ter verdediging van Berchtold dient gezegd dat Weber niet mild is voor zijn solisten. Dramatische aria’s met zware orkestbegeleiding en dan nog af en toe coloraturen, het brengt wel meer zangers tot aan (en soms over) de grens van hun vocale mogelijkheden. Zo hadden ook beide sopranen, de Zweedse Erika Sunnegardh en de Amerikaanse Heidi Melton, het niet onder de markt. Een aantal onzuiverheden bij de eerste en toch wel wat intonatieproblemen bij de tweede werden evenwel gecompenseerd door een dramatisch engagement dat hun onmogelijke personages bijna geloofwaardig maakte. Enkel de Engelse bariton James Rutherford scheen hier allemaal geen last van te hebben en wist met zijn kernachtige stem alle valstrikken van de partituur te ontwijken.

 Euryanthe - James Rutherford (Lysiart) en Heidi Melton (Eglantine). (Foto: Monika Rittershaus)Het koor speelt een belangrijke rol in “Euryanthe” en de koristen verdienen alle lof voor hun zang en hun spel in deze productie. Het Frankfurter Opern- und Museumorchester speelde feilloos onder de leiding van Roland Kluttig.

We zagen een spectaculaire uitvoering van een opera waarvan we niet echt overtuigd zijn dat hij de moeite waard is om te spelen. Het feit dat Wagner zich erdoor liet inspireren lijkt als motivatie alleszins wat mager. Enkele prachtige muzikale vondsten in een partituur van drie uur lijkt ons ook onvoldoende. Maar alle lof voor de Oper Frankfurt om het toch geprobeerd te hebben.

We zagen de laatste uitvoering van de reeks.

H.D. (Gepubliceerd op 4 mei 2015)

1) Erika Sunnegardh (Euryanthe) en James Rutherford (Lysiart) Vooraan: Chor und Extrachor der Oper Frankfurt.
2) James Rutherford (Lysiart), Eric Cutler (Adolar) en Statisterie der Oper Frankfurt.
3) James Rutherford (Lysiart) en Heidi Melton (Eglantine).

Copyright foto's © Monika Rittershaus.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“DIE ÄGYPTISCHE HELENA”

Oper FrankfurtOpera in twee bedrijven van Richard Strauss op een libretto van Hugo von Hofmannsthal. De wereldpremière had plaats in de Semperoper te Dresden op 6 juni 1928. We woonden op 4 mei 2015 een voorstelling bij de door de Oper Frankfurt.

Die Ägyptische Helena - Andreas Schager (Menelas), Ricarda Merbeth (Helena), Stefan Soltesz (Dirigent) en het Frankfurter Opern- und Museumsorchester. (Foto: Barbara Aumüller)Die Ägyptische Helena” is een van de minst opgevoerde werken van Richard Strauss en na deze voorstelling begrijpen we ook waarom. Muzikaal bevindt het werk zich niet op het niveau van verschillende andere opera’s van de componist. Het absurde libretto, waarbij Menelaus en Helena van Troje een koppel blijven en de Troyaanse oorlog beleven in een droom, is moeilijk in scène te zetten. Maar bovenal zijn de hoofdrollen vrijwel onzingbaar en dus vrijwel onmogelijk te bezetten.

Een bijzonderheid bij de creatie in Dresden: Maria Jeritza waarvoor Strauss de titelrol schreef, wou de rol niet zingen omdat de Opera van Dresden haar niet genoeg betaalde. De rol werd daarom gecreëerd door Elisabeth Rethberg. Jeritza zong de rol kort daarna in Wenen en later ook in New York, waar wel genoeg geld voorhanden was.

Het voorgaande doet de vraag rijzen waarom solisten überhaupt in deze opera gecast willen worden. Zowat 80% van de tijd wordt forte en fortissimo gespeeld en gezongen. De zangers leveren een uitputtingslag tegen het orkest die ze nooit kunnen winnen. Maar toch wist de Oper Frankfurt naar gewoonte een bezetting bijeen te brengen die het stuk recht kan doen. We denken hierbij in de eerste plaats aan de Oostenrijkse tenor Andreas Schager die met zijn Wagnerstem met stralende hoogte een onvergetelijke en doorleefde interpretatie gaf van Menelaus.
2) Die Ägyptische Helena - Andreas Schager (Menelas), Stefan Soltesz (Dirigent), Brenda Rae (Aithra) en het Frankfurter Opern- und Museumsorchester. Achteraan v.l.n.r. Anna Ryberg (Erster Elf), Katharina Ruckgaber (Zweiter Elf), Nina Tarandek (Dritter Elf), Maria Pantiukhova (Vierter Elf) en Damenchor der Oper Frankfurt. (Foto: Barbara Aumüller)Tot het laatste moment bleef hij de onmenselijke tessituur van zijn rol de baas wat hem een staande ovatie opleverde bij het overigens niet zo talrijk opgekomen publiek. Een naam om te onthouden! Iets minder inlevingsvermogen, maar met een sterke sopraanstem met stralende hoogte leverde ook de Duiste sopraan Ricarda Merbeth een glansprestatie in de titelrol. Brenda Rae was een lyrische Aithra en de Engelse bariton Simon Neal was een luxebezetting in de rol van Altair. Alle kleine rollen waren perfect bezet met zangers van de Oper Frankfurt waarbij de jonge Russische mezzo Maria Pantiukhova ons opviel als een opkomend talent.

Stefan Soltesz, die het werk al dirigeerde in het Aaltotheater te Essen staat bekend als een specialist in het genre en bracht het Frankfurter Opern- und Museumorchester tot een spectaculaire vertolking van de partituur.

De vraag blijft of, ondanks de hoge kwaliteit van de voorstelling, “Die Ägyptische Helena” het opvoeren waard is. We zijn geneigd deze vraag eerder negatief te beantwoorden. We vonden twee uur lang naar deze luide, soms oorverdovende muziek luisteren eerder een opgave dan een plezier. Maar ieder zijn smaak uiteraard.

Die Ägyptische Helena - Andreas Schager (Menelas), Ricarda Merbeth (Helena), Stefan Soltesz (Dirigent), Brenda Rae (Aithra) en het Frankfurter Opern- und Museumsorchester. Achteraan v.l.n.r. Anna Ryberg (Erster Elf), Katharina Ruckgaber (Zweiter Elf), Nina Tarandek (Dritter Elf), Maria Pantiukhova (Vierter Elf) en Damenchor der Oper Frankfurt. (Foto: Barbara Aumüller)We zagen de tweede en laatste concertante uitvoering van het werk.

H.D. (Gepubliceerd op 6 mei 2015)

1) Andreas Schager (Menelas), Ricarda Merbeth (Helena), Stefan Soltesz (Dirigent) en het Frankfurter Opern- und Museumsorchester.

2) Andreas Schager (Menelas), Stefan Soltesz (Dirigent), Brenda Rae (Aithra) en het Frankfurter Opern- und Museumsorchester. Achteraan v.l.n.r. Anna Ryberg (Erster Elf), Katharina Ruckgaber (Zweiter Elf), Nina Tarandek (Dritter Elf), Maria Pantiukhova (Vierter Elf) en Damenchor der Oper Frankfurt.

3) Andreas Schager (Menelas), Ricarda Merbeth (Helena), Stefan Soltesz (Dirigent), Brenda Rae (Aithra) en het Frankfurter Opern- und Museumsorchester. Achteraan v.l.n.r. Anna Ryberg (Erster Elf), Katharina Ruckgaber (Zweiter Elf), Nina Tarandek (Dritter Elf), Maria Pantiukhova (Vierter Elf) en Damenchor der Oper Frankfurt.

Copyright foto's © Barbara Aumüller.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

"VIER OPERA’S VAN BOHUSLAV MARTINU"

Oper FrankfurtBohuslav Martinu (1890-1959) geldt naast Leos Janacek als de belangrijkste Tsjechische componist van de twintigste eeuw. Maar waar de opera’s van Janacek eigenlijk nooit echt van het toneel verdwenen en vandaag zelfs een meer dan gemiddelde populariteit genieten, is Martinu eerder een nobele onbekende. De laatste jaren verschijnt zijn naam opnieuw iets vaker op de speelplannen, vooral met zijn opera “The Greek passion”. In totaal componeerde Martinu niet minder dan 400 werken waarvan 16 opera’s.

Julietta - Boris Grappe (Verkäufer von Erinnerungen), Juanita Lascarro (Julietta) en Kurt Streit (Michel) (Foto: Barbara Aumüller)Martinu, de zoon van een torenwachter en daardoor de “hoogstgeborene” onder alle componisten, woonde achtereenvolgens in Praag (waar hij van het conservatorium vloog), Parijs, de Verenigde Staten en Zwitserland, wat maakt dat hij opera’s schreef in verschillende talen en stijlen. Net hierin ligt een groot verschil met zijn tijdsgenoot Janacek wiens muziek erg gelinkt blijft aan de Tsjechische ziel.

Het was de overtuiging van Martinu dat de opera op sterven na dood was en nieuwe impulsen nodig had om te overleven. Zijn eigen bijdragen hieraan zijn het bannen van grote emoties en het introduceren van het absurde in zijn werken. Muzikaal leunt hij meest aan bij het neo-classicisme met citaten van andere componisten maar ook vanuit het lichtere genre, zoals het Franse chanson.

De eerste (avondvullende) opera die we op 13 juli 2015 in de Oper Frankfurt bijwoonden, was de drieakter “Julietta” uit 1937. Hier exploreert Martinu de grens tussen droom en werkelijkheid door Michel, een man die op zoek is naar een meisje dat hij ooit hoorde zingen. De bewoners in het stadje waar hij terecht komt kunnen zich niets herinneren dat langer dan tien minuten geleden gebeurde, wat leidt tot absurde situaties. Uiteindelijk wordt Michel deel van zijn eigen droomwereld. Regisseur Florentine Klepper volgt het libretto erg trouw in mooie decors van Boris Kudlick

Muzikaal draaide de ganse voorstelling om het personage van Michel, in Frankfurt fenomenaal vertolkt door de tenor Kurt Streit, een man die we met een gans ander repertoire associëren. Andere protagonist was het Frankfurter Opern- und Museumsorchester dat naar goede gewoonte onder leiding van Sebastian Weigle op hoog niveau presteerde. De tussenkomst van de andere solisten, allemaal van het ensemble van de Oper Frankfurt, was eveneens meer dan verdienstelijk.

Les Larmes du couteau - Elizabeth Reiter (Eleonora) en Katharina Magiera (Mutter) (Foto: Monika Rittershaus)De eenakter Les larmes de couteau” die we twee dagen later in het Bockenheimer depot zagen als deel van een drieluik, sluit zich thematisch en muzikaal uitstekend aan bij “Julietta”. Dit werk werd gecomponeerd in 1928 maar pas voor het eerst gespeeld in 1969. Nochtans is duidelijk te horen dat de componist in zijn tweede opera nog niet de knepen van het vak beheerst zoals tien jaar later in “Julietta”. Het absurde verhaal draait om een dochter die verliefd is op een gehangene. Regisseur Beate Baron zorgt voor een abstracte regie waarbij de hoofdrolspeelsters zich onder een rood doek bevonden waar enkel hun hoofd uitstak. Vooral bariton Sebastian Geyer liet zich met vocaal aplomb opmerken in dit weinig interessante werk.

Alexandre bis” was naar onze (conservatieve) smaak alleszins het meest gelaagde werk van de vier. Min of meer gebaseerd op Italiaanse opera buffa met een ernstig en komisch koppel en een verhaal dat licht verwijst naar Mozart’s “Cosi fan tutte” maar ook muzikaal toegankelijker door het gebruik van melodieën en aria’s, was het duidelijk genietbaarder dan de andere door het dadaïsme beïnvloede opera’s. De aanwezigheid van een zingend portret was een interessant idee van de componist en werd door regisseur Beate Baron op verstandige manier in de regie geïmplementeerd. Mezzosopraan Katharina Magiera, maar vooral de bas Thomas Faulkner, lid van de operastudio, lieten zich hier positief opmerken.

Alexandre bis -Thomas Faulkner (Das Portrait), Anna Ryberg (Armande) en Sebastian Geyer (Alexandre) (Foto: Monika Rittershaus)Het meest Tsjechische van de opera’s die we zagen was ongetwijfeld “Komedie op de brug” uit 1937. De handeling vertelt over twee koppels die in oorlogstijd midden op een brug vast komen te zitten omdat hen aan beide zijden doorgang geweigerd wordt. Beate Baron koos hier voor een uitbeelding in “tableaux vivants” in traditionele klederdracht wat de voorstelling toch wat langdradig maakte. Opnieuw waren het Thomas Faulkner en Katherina Magiera die de voorstelling droegen.

Wat ons betreft, zijn de opera’s van Martinu misschien wel interessant als symbool voor de tijd waarin ze geschreven zijn maar weinig boeiend voor een modern publiek. Bovendien begrepen we niet goed waarom de Oper Frankfurt ervoor koos om ze te spelen in een Duitse vertaling, in een tijd waarin boventiteling gemeengoed geworden is biedt dit geen meerwaarde. Hoe dan ook, we vonden dat alle energie die duidelijk in deze voorstellingen gestoken was, beter besteed kon worden aan werken en componisten die dit meer verdienen. Al blijft dat natuurlijk een kwestie van smaak.

Komödie auf der Brücke - Ensemble (Foto: Monika Rittershaus)We woonden in de Oper Frankfurt de laatste voorstellingen bij van deze opera’s.

H.D. (Gepubliceerd op 19 juli 2015)

Foto's van boven naar onder:

1) Julietta - Boris Grappe (Verkäufer von Erinnerungen), Juanita Lascarro (Julietta) en Kurt Streit (Michel) (Foto: Barbara Aumüller)

2) Les Larmes du couteau - Elizabeth Reiter (Eleonora) en Katharina Magiera (Mutter) (Foto: Monika Rittershaus)

3) Alexandre bis -Thomas Faulkner (Das Portrait), Anna Ryberg (Armande) en Sebastian Geyer (Alexandre) (Foto: Monika Rittershaus)

4) Komödie auf der Brücke - Ensemble (Foto: Monika Rittershaus)

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND