OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN FRANKFURT

"EZIO"

Oper FrankfurtOpera in drie bedrijven van Christoph Willibald Gluck op een libretto van Pietro Metastasio. De eerste opvoering had plaats in het Teatro Nuovo te Praag in 1750. Dertien jaar later ging in Wenen een volledig herwerkte versie in première. We woonden op 7 december 2013 een voorstelling van de Praagse versie bij in de Oper Frankfurt.

Max Emanuel Cencic als Valentiniano, Paula Murrihy als Fulvia en Beau Gibson als Massimo. (Foto: Barbara Aumüller)Weinig librettisten hebben zo hun stempel gedrukt op de opera als Pietro Metastasio (1698-1782). Als geen ander kon hij teksten schrijven die voor hun tijd best wel spannend waren en, nog belangrijker, perfect toepasbaar waren op de heersende conventies van de opera seria in de achttiende eeuw. Zo diende elk libretto een gedefinieerd aantal hoofdpersonages te bevatten die onderling een strenge hiërarchische verhouding hadden voor wat betreft het aantal aria's die ze te zingen kregen, voorwaar geen sinecure!

De zowat 28 libretti die Metastasio schreef werden in het totaal meer dan 800 keer op muziek gezet en van "Ezio" alleen al zijn er 44 vertoningen bekend, gaande van Porpora over Händel en Mozart tot zelfs Mercadante. Het verhaal handelt over de Romeinse generaal Ezio, ook bekend uit Verdi's opera "Attila", die na zijn overwinning op de Hunnen terugkeert naar Rome en daar het slachtoffer wordt van de intriges van keizer Valentinianus. Deze laatste heeft schrik van de populariteit van Ezio en zal deze vermoorden. In de opera echter zal de keizer gered worden van een moordaanslag door de dood gewaande Ezio, een typisch Metastasiaanse deus ex machina en allen leven nog lang en gelukkig.

Muzikaal dateert de opera uit Gluck’s vroege periode en zijn we nog ver verwijderd van de reformopera's die de componist later zijn faam zullen bezorgen. In plaats daarvan krijgen we de traditionele afwisseling aria-recitatief die zo kenmerkend is voor de barok. Tegelijkertijd toont Gluck zich hier reeds als een man van het theater. Waar bijvoorbeeld Händel de tekst van Metastasio serieus inkort om het werk muzikaal interessanter te maken, houdt Gluck eraan de tekst quasi volledig te behouden in functie van het drama. Gevolg is dat, waar we gewend zijn dat aria's met elkaar verbonden worden door recitatieven, het bij "Ezio" eerder de recitatieven zijn die aan elkaar gezongen worden door aria's.

Sonia Prina als Ezio en Sofia Fomina als Onoria. (Foto: Barbara Aumüller)De Oper Frankfurt had voor deze voorstellingenreeks beroep gedaan op een paar solisten van wereldniveau, met in de twee belangrijkste rollen zangers die de opera ook voor cd opnamen. De contratenor Max Emanuel Cencic is een van de belangrijkste zangers in zijn vak. Hij zingt de rol van Valentiniano met vuur en een schitterende techniek en hoogte. Enkel wat volume betreft weet hij af en toe wat minder te imponeren, iets wat typisch is voor de stemsoort. De Italiaanse alt Sonia Prina is al even indrukwekkend in de titelrol, met een aartsmoeilijke, virtuoze aria in het tweede bedrijf. De andere rollen werden op indrukwekkende wijze vertolkt door solisten uit het ensemble van de Oper Frankfurt. De Ierse mezzo Paula Murrihy was een gepassioneerde Fulvia, de geliefde van Ezio, en de Amerikaanse tenor Beau Gibson een geloofwaardige Massimo.

Dirigent Christian Curnyn stond aan het hoofd van het Frankfurter Opern- und Museumorchester. Hoewel niet op oude instrumenten gespeeld, wist Curnyn toch een echt barokgeluid op te wekken waarbij hij er angstvallig voor waakte de niet al te grote stemmen van de solisten te overstemmen.

De regie van Vincent Boussard was minimalistisch en toch boeiend. Het toneelbeeld wordt gedomineerd door hoge witte wanden die verplaatst kunnen worden en waarop geprojecteerd wordt. Als decorstukken zijn er enkel een bank en, in het tweede deel, enkele beelden van keizer Valentinianus. In dit gesloten kader bewegen zich de protagonisten, hetgeen leidt tot een spannend intiem drama.

Zoals bij elke onbekende opera die we zien, rijst achteraf de vraag of het werk wel de moeite waard is om opgevoerd te worden. Ondanks de grote kwaliteit van de voorstelling die we zagen, hebben we wat "Ezio" betreft toch onze twijfels. We zijn niet echt barokfanaten maar hoorden in het verleden al muziek die meer tot onze verbeelding sprak. En dan zijn er de ellenlange recitatieven! Meer dan de helft van de opera bestaat uit recitatieven, met een uitschieter van meer dan tien minuten. Een modern publiek heeft het hier ongetwijfeld moeilijker mee dan de tijdgenoten van Gluck en Metastasio.

V.l.n.r.: Beau Gibson als Massimo (liggend), Paula Murrihy als Fulvia (zittend), Sonia Prina als Ezio, Max Emanuel Cencic als Valentiniano (zittend) en Sofia Fomina als Onoria. (Foto: Barbara Aumüller)We zagen de laatste voorstelling van deze productie.

H.D. (Gepubliceerd op 9/12/2013)

Foto's van boven naar onder:

1) Max Emanuel Cencic als Valentiniano, Paula Murrihy als Fulvia en Beau Gibson als Massimo.
2) Sonia Prina als Ezio en Sofia Fomina als Onoria.
3) V.l.n.r.: Beau Gibson als Massimo (liggend), Paula Murrihy als Fulvia (zittend), Sonia Prina als Ezio, Max Emanuel Cencic als Valentiniano (zittend) en Sofia Fomina als Onoria.

Copyright foto's © Barbara Aumüller.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

OEDIPE"

Oper FrankfurtOpera in vier bedrijven van George Enescu op een libretto van Edmond Fleg naar de gelijknamige tragedie van Sophokles. Het werk werd op 13 maart 1936 gecreëerd in de Salle Garnier te Parijs. We zagen op 8 december 2014 de première van een nieuwe productie door de Oper Frankfurt van een bewerking door Hans Neuenfels.

Oedipe - Simon Neal als Oedipus en Katharina Magiera als de Sphinx. (Foto: Monika Rittershaus)De trouwe lezers van dit forum hebben ongetwijfeld al opgemerkt dat we de Oper Frankfurt een warm hart toedragen. Het huis brengt elk seizoen een gevarieerd programma met bekend en minder bekend repertoire. De voorstellingen zijn steeds van hoge kwaliteit hoewel zelden echte grote namen op de affiche staan. Maar vooral kan het theater rekenen op de steun van een trouw publiek dat mee gaat in de repertoirekeuze. Welk gezelschap kan een werk als "Ezio" van Gluck zeven keer voor een vol huis spelen? En waar nog wordt de inleiding bijgewoond door enkele honderden toeschouwers?

Heeft dit schitterende publiek de voorstelling verdiend die het op 8 december voorgeschoteld kreeg? Om onbekende en ronduit onbegrijpelijke redenen werd schandaalregisseur Hans Neuenfels, bekend van o.a. de "Ratten-Lohengrin" in Bayreuth, verantwoordelijk gemaakt voor deze productie van "Oedipe". Hij besloot dat het werk van Enescu niet voldeed in de vorm die de componist afleverde en begon de partituur aan te passen aan zijn regieconcept. Zowat 40% van de muziek werd geschrapt, waarbij het volledige vierde bedrijf verdween. Bepaalde stukken tekst werden door solisten gedebiteerd. En omdat Enescu ooit gezegd moet hebben dat de verstaanbaarheid van de tekst van primordiaal belang is, werd gekozen voor een nieuwe, Duitse vertaling. Vermoedelijk werd hierbij over het hoofd gezien dat deze woorden uitgesproken werden toen boventiteling in de opera nog uitgevonden moest worden. Hoe dan ook, we voelden ons op zijn minst misleid omdat dergelijk gedrocht ons aangekondigd werd als een opera van Enescu.

Oedipe - Simon Neal als Oedipus en Tanja Ariane Baumgartner als Jokaste. (Foto: Monika Rittershaus)De arme Enescu, een naar Frankrijk uitgeweken Roemeense vioolvirtuoos, had o.a. door de eerste wereldoorlog niet minder dan 25 jaar nodig om zijn enige opera af te werken. Hierdoor heeft zijn muziek heel wat verschillende invloeden ondergaan. Toch kan de partituur best beschreven worden als laatromantisch. Het stuk ervan dat we in Frankfurt te horen kregen was in elk geval sterk dramatisch en van een soort ruwe schoonheid. Wat het extra spijtig maakt dat ons zoveel muziek onthouden werd.

Los van het regieconcept dat draaide rond de vraag of de mens sterker is dan het lot, met andere woorden het raadsel dat de sfinx Oedipus voorlegt, werden we getrakteerd op een interessante en intense regie. Het verhaal speelt zich af in een decor van metershoge schoolborden volgeschreven met wiskundige formules. In deze grijze wereld komen de personages prachtig tot leven. Op een enkele uitzondering na, wanneer Creon urineert op Oedipus, blijft het allemaal aan de brave kant.

Muzikaal liet de voorstelling weinig te wensen over. Dirigent Alexander Liebreich, van wie we niet begrijpen hoe hij zich akkoord kon verklaren met de verminking van de partituur, leverde aan het hoofd van het Frankfurter Opern- und Museumsorchester een spannende vertolking van Enescu's muziek. In de hoofdrol leverde de Engelse bariton Simon Neal een ijzersterke prestatie. De talrijke andere rollen werden op voortreffelijke wijze vertolkt door leden van het ensemble van de Oper Frankfurt. Opmerkelijk vonden we Katharina Magiera als de sfinx en Kihwan Sim als Phorbas.

Oedipe - Simon Neal als Oedipus (links zittend), Vuyani Mlinde als de hogepriester (vooraan in het midden), Tanja Ariane Baumgartner als Jokaste en Hans-Jürgen Lazar als Laios (beiden achteraan in het midden) (Foto: Monika Rittershaus)Alles bij elkaar een voorstelling die ons met gemengde gevoelens achterliet om wille van de vrijheden die het regisseursteam zich veroorloofde. We hopen de opera ooit in gunstiger omstandigheden en vollediger te kunnen zien om ons een correct beeld te vormen van Enescu's kunst.

Er zijn nog voorstellingen op 12, 18, 22, 28 december 2013, 3 en 5 januari 2014.

H.D. (Gepubliceerd op 10/12/2013)

Foto’s van boven naar onder:

1) Simon Neal als Oedipus en Katharina Magiera als de Sphinx.
2) Simon Neal als Oedipus en Tanja Ariane Baumgartner als Jokaste.
3) Simon Neal als Oedipus (links zittend), Vuyani Mlinde als de hogepriester (vooraan in het midden), Tanja Ariane Baumgartner als Jokaste en Hans-Jürgen Lazar als Laios (beiden achteraan in het midden)

Copyright foto's © Monika Rittershaus.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

"THE TEMPEST"

Oper FrankfurtOpera in drie bedrijven van Thomas Adès op een libretto van Meredith Oakes naar het gelijknamige toneelstuk van William Shakespeare. De wereldpremière vond plaats in The Royal Opera House te Londen op 10 februari 2004. We zagen op 7 februari 2014 een voorstelling in de Oper Frankfurt.

The Tempest - In de boot v.l.n.r Sungkon Kim (Sebastian), Simon Bailey (Gonzalo), Michael McCown (Antonio; staand) en Richard Cox (Alonso). ( Foto: Monika Rittershaus)Eigenlijk is het aantal opera's gebaseerd op toneelstukken van William Shakespeare hoegenaamd niet in verhouding tot zijn belang als auteur. Het lijkt wel of hij de voorbije eeuwen als ouderwets en ongeschikt werd beschouwd en vaak werden zijn werken verminkt, denken we maar aan het libretto van Rossini's "Otello". Meredith Oakes respecteert in haar bewerking van "The Tempest" de oorspronkelijke tekst maar zorgde wel voor een wat meer geconcentreerd libretto.

Regisseur Keith Warner volgt in zijn interpretatie het standpunt dat Thomas Campbell halfweg de negentiende eeuw innam. Zijn theorie, gebaseerd op het vermoeden dat "The Tempest" Shakespeare's laatste werk was, bestond erin dat Prospero eigenlijk Shakespeare zelf moest voorstellen. Het vertrek van Prospero van zijn eiland en het verlies van zijn magie zou dan symbool staan voor het verval en einde van het Elisabethaanse theater (in de tekst kan zelfs een verwijzing gevonden worden naar het Globe Theatre) en de terugkeer van de auteur naar zijn geboortestreek. Warner zet Prospero dan ook geregeld achter een typemachine om dit perspectief te illustreren al is het niet steeds duidelijk of het personage de handeling zelf stuurt, dan wel zijn observaties noteert.
Het toneelbeeld wordt beheerst door een open kubus die Prospero's magie symboliseert. Verder zit de enscenering vol spectaculaire verrassingen, zonder dat de personenregie verwaarloosd wordt. Er wordt met mate en goede smaak gebruik gemaakt van videoprojecties van de hand van Bibi Abel. Een voorwaar schitterend schouwspel!

The Tempest - Vooraan v.l.n.r. Magnus Baldvinsson (Stefano), Cyndia Sieden (Ariel), Christopher Robson (Trinculo), Peter Marsh (Caliban; aan de voet van de palmboom) en Sungkon Kim (Sebastian; rechts staand) alsmede Ensemble (achteraan). (Foto: Monika Rittershaus)Thomas Adès wordt aanzien als misschien wel de belangrijkste hedendaagse componisten en sommigen noemen zijn naam zelfs in één adem met die van Benjamin Britten. Adès maakt in zijn muziek gebruik van verschillende stijlen en sommige personages worden muzikaal verbonden aan zo'n stijl. Het voorspel beeldt een storm uit en dan ligt een verwijzing naar Verdi's "Otello" natuurlijk voor de hand. Maar is dit soort van beschouwingen geen voer voor musicologen eerder dan voor een operabezoeker die uit is op een avond verstrooiing? En daar wringt voor ons een beetje het schoentje. We hoorden geen enkele mooie melodie. De zangers worden continu tot aan (en soms over) hun vocale mogelijkheden gebracht. Vooral de hoge stemmen worden door Adès slecht behandeld en de zang klinkt dan ook vaak erg onaangenaam. Bovendien is een uitschuiver hier en daar onvermijdelijk. De “Verdiaanse” orkaan aan het begin van de opera had meer weg van een briesje. Wat er ook van zij, de opera had bij zijn creatie in Londen een overweldigend succes dus misschien laten we onze persoonlijke smaak een beetje te veel doorwegen in ons oordeel.

Zoals steeds in de Oper Frankfurt was ook deze voorstelling van de "The Tempest" van een hoog muzikaal niveau. De Amerikaanse sopraan Cyndia Sieden wordt in de rol van Ariel tot de hoogste regionen van haar stem gevoerd en brengt het er uiteindelijk nog goed van af, al is ze vaak onhoorbaar. Haar landgenoot de bariton Brian Mulligan is een charismatische Prospero met een muzikaal idioom dat sterk aanleunt bij Alban Berg. Onze landgenoot Yves Saelens schittert als Ferdinand al heeft hij het af en toe wat moeilijk. Zijn duet met Prospero's dochter Miranda, de Finse mezzo Jenny Carlstedt, was het muzikale hoogtepunt van de voorstelling. De talrijke andere rollen werden bezet met leden van het gezelschap van de Oper Frankfurt.

Het Frankfurter Opern- und Museumsorchster speelde vol overtuiging onder de leiding van Sian Edwards.

The Tempest - Adrian Eröd (Prospero) en Claudia Mahnke (Miranda). (Foto: Monika Rittershaus)De voorstelling die we bijwoonden was de laatste in een reeks hernemingen van een productie uit het seizoen 2009-2010. Misschien was het wat ambitieus om dergelijk werk twee keer te geven want tijdens onze voorstelling was de zaal voor zeker een derde leeg. Erg ongebruikelijk voor de Oper Frankfurt, maar wat ons betreft niet geheel onverwacht voor een werk dat zuiver muzikaal niet zo veel te bieden heeft.

H.D. (gepubliceerd op 9 februari 2014)

Foto’s van boven naar onder:

1) In de boot v.l.n.r Sungkon Kim (Sebastian), Simon Bailey (Gonzalo), Michael McCown (Antonio; staand) en Richard Cox (Alonso).
2) Vooraan v.l.n.r. Magnus Baldvinsson (Stefano), Cyndia Sieden (Ariel), Christopher Robson (Trinculo), Peter Marsh (Caliban; aan de voet van de palmboom) en Sungkon Kim (Sebastian; rechts staand) alsmede Ensemble (achteraan).
3) Adrian Eröd (Prospero) en Claudia Mahnke (Miranda).

Copyright foto's © Monika Rittershaus.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

"DIE GESPENSTERSONATE"

Oper FrankfurtKameropera in drie bedrijven van Aribert Reimann op een tekst van de componist in samenwerking met Uwe Schendel, naar een werk van August Strindberg. De creatie vond plaats in het Hebbel-theater te Berlijn op 25 september 1984. Bijgewoonde voorstelling door de Oper Frankfurt in het Bockenheimer Depot op 8 februari 2014.

Die Gespenstersonate - Alexander Mayr (Der Student Arkenholz) en Barbara Zechmeister (Das Fräulein). (Foto: Wolfgang Runkel)Strindberg is een van de grootste Zweedse auteurs die het litteraire leven in zijn land gedurende zowat vier decennia beheerste. Zijn levensloop is alles behalve onbesproken. Behalve drie mislukte huwelijken had Strindberg verschillende periodes dat hij in een depressie verkeerde. In zekere zin maken zijn werken deel uit van zijn genezingsproces omdat hij zo bepaalde frustraties van zich af kon schrijven.

Eén van de dromen die Strindberg al vrij vroeg koesterde was die van het "intieme theater" waarbij opvoeringen op zeer kleine schaal, met slechts enkele tientallen toeschouwers opgevoerd zouden worden. In 1907 werd zijn droom gerealiseerd maar reeds in 1910 ging het theater op de fles, niet in het minst omdat Strindberg resoluut weigerde werken van andere auteurs op te voeren. "Die Gespenstersonate" is geschreven voor een uitvoering in dergelijke omstandigheden en het is dan ook logisch dat Reimann het toneelstuk bewerkte tot een eerder kleinschalige kameropera.

In "Die Gespenstersonate" komt één van Strindberg's favoriete thema's terug: schuld en boete. In de opera komt de argeloze student terecht in een huis vol bizarre bewoners die allen de last van hun verleden meetornen en uiteindelijk de tol van hun daden zullen moeten aanvaarden. Dit alles speelt zich af in een wat absurde setting wat meteen ook de titel verklaart.

Die Gespenstersonate - Dietrich Volle (Direktor Hummel) en Anja Silja (Die Mumie). (Foto: Wolfgang Runkel) De voorstelling vond plaats in het Bockenheimer Depot, een oude bedrijfshal met beperkte toneeltechnische mogelijkheden. Niet voor het eerst stellen we vast dat dergelijke beperkingen een boost kunnen geven aan de creativiteit van een regisseur en dat is in dit geval niet anders. De regie van William Sutcliffe is ronduit geniaal in zijn eenvoud. In het eerste bedrijf wordt gebruik gemaakt van een maquette van het huis waar de hele tijd over gesproken wordt. Aan het begin van het tweede bedrijf barst dit huis als het ware open en verschijnt een standbeeld. Ondertussen komen rekwisieten het toneel op wat enorm bijdraagt tot de spookachtige sfeer. Enig nadeel is dat het toneel zich bevindt tussen twee tribunes. Om de akoestische problemen die deze opstelling met zich meebrengt op te lossen, wordt discreet gebruik gemaakt van versterking. Normaal zijn we daar niet zo'n voortsander van maar toegegeven, in deze situatie werkt het uitstekend.

De muziek van Aribert Reimann is niet bepaald gemakkelijk. De compositie is vaak atonaal en er zijn geen aria's of ensembles in de strikte zin van het woord. De hele voorstelling drijft voort op een soort "Sprechgesang" waarbij de menselijke stem soms over haar grenzen getild wordt. Dit geldt in de eerste plaats voor de rol van de student Arkenholz waarin de jonge Oostenrijkse tenor Alexander Mayr blijk geeft van durf - wat in zekere zin niet volstaat want tegen het einde van de voorstelling begon de vermoeidheid hem duidelijk parten te spelen. Onvermoeibaar was de Duitse bariton Dietrich Volle die als Direktor Hummel ook door zijn spel een moeilijk te evenaren prestatie neerzette. Opmerkelijk was de aanwezigheid van Anja Silja in de rol van de mummie, een rol die vooral bestaat uit het imiteren van een papegaai en bij de creatie gezongen werd door Martha Mödl.

Die Gespenstersonate - Björn Bürger (Bengtsson), Anja Silja (Die Mumie) en Hans-Jürgen Schöpflin (Johansson). (Foto: Wolfgang Runkel)Dirigent Karsten Januschke verdedigde Reimann’s partituur met aplomb en geestdrift en werd daarin gevolgd door het kamerensemble van het Frankfurter Opern- und Museumsorchester.

Een verfrissend werk in een schitterende regie. Een aanrader voor wie open staat voor iets nieuw, al is het te hopen dat er een herneming komt want de voorstelling die we zagen was de laatste uit de reeks.

H.D. (gepubliceerd op 9 februari 2014)

1) Alexander Mayr (Der Student Arkenholz) en Barbara Zechmeister (Das Fräulein).
2) Dietrich Volle (Direktor Hummel) en Anja Silja (Die Mumie).
3) Björn Bürger (Bengtsson), Anja Silja (Die Mumie) en Hans-Jürgen Schöpflin (Johansson).

Copyright foto's © Wolfgang Runkel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND