OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN LUIK

“LA GRANDE-DUCHESSE DE GEROLSTEIN”

Opéra Royal de WallonieOpéra bouffe in drie bedrijven van Jacques Offenbach op een tekst van Henri Meilhac en Ludovic Halévy, voor deze productie bewerkt door Stefano Mazzonis di Pralafera. Het werk werd voor het eerst opgevoerd in het Théâtre des Variétés te Parijs op 12 april 1867. We woonden op 22 december 2013 een voorstelling bij door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège.

La Grande-Duchesse de Gérolstein - Lionel Lhote als Boum, Alexise Yerna als La Grande-Duchesse en Sébastien Droy als Fritz. (Foto: Jacques Croisier)Er zijn nog weinig zekerheden in het leven maar voor de melomaan is er op zijn minst nog deze: de Luikse opera voert tijdens de eindejaarsfeesten steevast een operette op. Dit jaar werd opnieuw gekozen voor een Frans werk en dat vinden we een goed idee. In het verleden werd wel eens geopteerd voor een vertaalde versie van een anderstalig werk en dat is in de praktijk zelden een voordeel.

De carrière van Offenbach, ook wel de “Mozart van de Champs-Elysées” genoemd, was op zijn minst opmerkelijk. Aanvankelijk componeerde hij eerder beperkte muzikale komedies waarin hij zijn tijdgenoten parodieerde. Met zijn gevoel voor melodie en satire wist hij niet alleen het grote Parijse publiek voor zich te winnen maar ook de toenmalige hoogwaardigheidsbekleders. En dat kan tellen vermits net met hen de draak gestoken werd in de toneelwerken die Offenbach schreef. Dit geldt zeker ook voor “La Grande-Duchesse de Gérolstein”, een van Offenbach’s rijpere en betere werken, waarin vooral de oorlogszucht van Napoleon III en de fascinatie voor uniformen van keizerin Eugénie op de korrel genomen worden.

 La Grande-Duchesse de Gérolstein - Lionel Lhote als Boum, Sébastien Droy als Fritz en Patricia Fernandez als La Grande-Duchesse. (Foto: Jacques Croisier)Hoe breng je een werk waarvan de humor aan een bepaalde tijd gebonden is vandaag op het toneel? Ondertussen zijn we 150 jaar en 2 wereldoorlogen verder, waardoor het ook niet evident meer is oorlog als een spel voor machthebbers te zien. Regisseur Stefano Mazzonis di Pralafera heeft hiervoor een originele oplossing gevonden die wat ons betreft zeer werkbaar was. Hij verplaatst de actie naar de keuken van een groot restaurant dat meedoet aan een kookwedstrijd “La guerre des chefs”. Kan het nog actueler, in deze tijd waarin de televisiekijker bedolven wordt onder de kookwedstrijden? De tekst van de dialogen werd voor de gelegenheid wat aangepast maar het verhaal bleef behouden. De enscenering voldoet verder aan de verwachtingen voor een eindejaarsoperette: zang afgewisseld met dans, scherpe dialogen en (soms wat flauwe) grappen. Een tevreden publiek werd aan het slot bovendien nog verrast op de “can-can” uit “Orphée aux Enfers" van Jacques Offenbach.

Ook muzikaal verliep alles zoals je het van dit soort voorstellingen mag verwachten. Een homogeen en idiomatisch stel solisten waarvan een enkele misschien eerder gecast was omwille van de het acteerwerk dan voor het vocale, een koor dat zich erg schijnt te vermaken, een balletgroep die voor de nodige actie zorgt en als ster van de avond een minuscuul hondje dat de lachers in de zaal op zijn hand (poot) kreeg.

3) La Grande-Duchesse de Gérolstein - Patrick Delcour als Puck, Lionel Lhote als Boum, Roger Joakim als Redbul en Patricia Fernandez als La Grande-Duchesse. (Foto: Jacques Croisier)Alles bij elkaar een erg amusante, pretentieloze voorstelling die net datgene biedt wat een publiek in opperbeste stemming brengt. Ideaal voor de feestdagen!

Er zijn nog een voorstelling op 26, 27, 28, 29, 31 december 2013 in Luik en op 5 januari 2014 in Charleroi.

H.D. (Gepubliceerd op 26 december 2013)

Foto's van boven naar onder:

1) Lionel Lhote als Boum, Alexise Yerna als La Grande-Duchesse en Sébastien Droy als Fritz.
2) Lionel Lhote als Boum, Sébastien Droy als Fritz en Patricia Fernandez als La Grande-Duchesse.
3) Patrick Delcour als Puck, Lionel Lhote als Boum, Roger Joakim als Redbul en Patricia Fernandez als La Grande-Duchesse.

Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“FIDELIO”

Opéra Royal de WallonieOpera in twee bedrijven van Ludwig van Beethoven op een libretto van Josef Sonnleithner naar het toneelstuk “Léonore ou l’amour conjugal” van Jean-Nicolas Bouilly. Het werk kende een drietal versies. De definitieve versie ging op 23 mei 1814 in première in het Weense Kärtnertortheater. We woonden op 4 februari 2014 een voorstelling bij door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège.

 Fidelio - Jennifer Wilson als Leonore, Franz Hawlata als Rocco en Cinzia Forte als Marzelline. (Foto: Jacques Croisier)Gek dat een groot componist als Beethoven slechts één opera schreef. Mogelijk zit de moeilijke ontstaansgeschiedenis van "Fidelio" daar voor iets tussen. Beethoven had niet minder dan drie versies en vier ouvertures nodig alvorens zijn opera, bijna tien jaar na de première van de oerversie, succes kende. Sindsdien is het werk deel gaan uitmaken van het standaardrepertoire hoewel het aantal opvoeringen de laatste decennia toch wel duidelijk gedaald is. Maar eigenlijk geldt dit voor de meeste Duitse romantische componisten. Wie heeft ooit een opera gezien van Spohr of Marschner?

Muziekdirecteur Paolo Arrivabeni koos voor de definitieve versie, dus met de Fidelio-ouverture en zonder toevoeging van de Leonore 3 middenin de opera, zoals wel vaker gebeurt. Het orkest van de Opéra Royal de Wallonie speelde onder zijn leiding een verzorgde voorstelling, maar we misten toch wat warmte. Arrivabeni wil duidelijk zijn horizon wat verruimen in de richting van Duitstalige werken maar wat ons betreft is zijn interpretatie van het Franse en Italiaanse repertoire sterker.

Waarschijnlijk is de verminderde belangstelling voor "Fidelio" te wijten aan een duidelijk voelbaar gebrek aan dramatiek. Hoewel de geschiedenis van Leonore die als man in een gevangenis gaat werken om haar echtgenoot te bevrijden zeker wel potentieel heeft, valt hier in de muziek slechts af en toe iets van te merken. De regie van Mario Martone, geïmporteerd uit Turijn, slaagt er helaas ook niet in om een zekere saaiheid te vermijden. De decors zijn vrij traditioneel met de binnenplaats van een gevangenis in het eerste bedrijf en een metalen constructie als kerkergewelf in het tweede.
Fidelio - Finale van de eerste akte. (Foto: Jacques Croisier)Problematischer vonden we de plaatsing van Florestan’s cel in een alkoof aan de linkerkant van het toneel. Een groot deel van het tweede bedrijf speelt zich daar af waardoor mensen op de balkons aan die kant vermoedelijk een kwalitatief mindere beleving hadden. Het feit dat de gebeurtenissen op de tegenoverliggende wand geprojecteerd werden, was een schrale troost. We hadden in elk geval meer verwacht van Martone die ons in Pesaro onvergetelijke voorstellingen presenteerde van "Torvaldo e Dorliska" en "Matilde di Shabran", producties die overigens ook verkrijgbaar zijn op DVD en/of BD.

Muzikaal was de voorstelling in elk geval van een behoorlijk niveau. Jennifer Wilson als Leonore/Fidelio is een vocale orkaan die zich in het eerder kleine theater van Luik wat lijkt in te houden. Zoran Todorovich, die zich blijkbaar ook aan het oriënteren is naar het Duitse repertoire, gaf een voor zijn doen zeer genuanceerde vertolking van Florestan. Don Pizarro, de slechterik van dienst, werd met voldoende autoriteit gezongen door de Duitse bariton Thomas Gazheli. We waren duidelijk iets minder begeesterd door zijn landgenoot Franz Hawlata als Rocco die niet enkel wat tekortschoot in het lagere register, maar wiens stem duidelijk over haar hoogtepunt is. Verzorgde vertolkingen ook van Cinzia Forte als Marzelline en Yuri Gorodetski als Jaquino. Schitterende prestatie van het koor van de Opére Royal de Wallonie.

Fidelio - Thomas Gazheli als Don Pizarro, Franz Hawlata als Rocco en Jennifer Wilson als Leonore. (Foto: Jacques Croisier)Alles samen een uitvoering die niet onaangenaam was, maar die moeilijk de zwakkere aspecten van de opera kon verbloemen.

Er zijn nog voorstellingen op 8 en 11 februari 2014.

H.D. (Gepubliceerd op 6 februari 2013)

Foto’s van boven naar onder:

1) Jennifer Wilson als Leonore, Franz Hawlata als Rocco en Cinzia Forte als Marzelline.
2) Finale van de eerste akte.
3) Thomas Gazheli als Don Pizarro, Franz Hawlata als Rocco en Jennifer Wilson als Leonore.

Copyright foto's © Jacques Croisier.


TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“AIDA”

Opéra Royal de WallonieOpera in een vier bedrijven van Giuseppe Verdi op een libretto van Antonio Ghislanzoni. De wereldpremière had plaats in de Opera van Caïro op 24 december 1871. We zagen een voorstelling door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège op 5 april 2014.

Aida - Kristin Lewis als Aida en Massimiliano Pisapia als Radames. (Foto: Jacques Croisier)Hoewel het nieuwe operatheater in Caïro reeds in 1869 ingehuldigd was met een voorstelling van “Rigoletto”, wilde Ismail Pasha, de toenmalige Egyptische heerser, een evenement met meer luister opzetten. En hoe kon dat beter dan met de première van een nieuwe opera van Verdi, op dat moment al enkele decennia de toonaangevende Italiaanse componist. Verdi was zelf niet aanwezig op de première en was nogal ontstemd over de manier waarop de Egyptenaren de zaak aanpakten. Vooral het feit dat bij de voorstelling enkel hoogwaardigheidsbekleders aanwezig waren en geen echte operaliefhebbers, was hem een doorn in het oog. Daarom beschouwde de componist de eerste voorstelling in het Teatro alla Scala te Milaan op 8 februari 1872 als de echte wereldpremière.

Oppervlakkig gezien zal “Aida” voor het grote publiek wel steeds de opera met de exotische triomfmars blijven. Nochtans is het niet correct om het werk af te schilderen als een “grand-opéra”. Waar het echt om draait zijn de menselijke passies en de innerlijke conflicten van de personages. Radames en Aida moeten kiezen tussen hun land en hun liefde, Amneris moet de veroordeling van de man die ze liefheeft al dan niet tegenhouden. Al deze sterke gevoelens worden door Verdi op magistrale wijze vertoond.

De kwestie van de triomfmars komt ook terug wanneer het gaat over de regie: moet de vroeger gebruikelijke pracht en praal ook op het toneel gebracht worden? De meningen hierover zijn verdeeld met aan de ene kant een Zeffirelli die enkele jaren geleden nog een visueel verbluffende productie verzorgde in Milaan. Aan de andere kant van het spectrum staat de enscenering van Peter Konwitschny in Antwerpen, waar de triomfmars met een quasi leeg toneel gespeeld werd. Regisseur Ivo Guerra kan blijkbaar geen keuze maken en dat is natuurlijk de slechtste optie. In een traditioneel maar spectaculair decor van Giullio Achilli lopen de koorleden tijdens de triomfmars rond in cirkels. Het ballet is een amateuristisch aandoende gelegenheid. Voor de rest is er weinig te beleven op het toneel.

Aida - Pierre Gathier als Farao, Massimiliano Pisapia als Radames, Nino Surguladze als Amneris, Luciano Montanaro als Ramfis, Kristin Lewis als Aida en Mark Rucker als Amonasro. (Foto: Jacques Croisier)Daarmee hebben we eigenlijk geraakt aan het zwakke punt van deze productie van “Aida” die de Opéra Royal de Wallonie in samenwerking met de Opera van Bordeaux aan het publiek voorschotelde. We zijn niet steeds een fan van het moderne regietheater maar wanneer een “traditionele regie” enkel betekent dat de zangers opkomen, hun bijdrage leveren op het voortoneel en vervolgens opnieuw verdwijnen dan passen we. Het principe van “stand and deliver” (of, minder mooi gezegd, “park and bark”) is toch al enkele decennia voorbijgestreefd. We kunnen ons niet herinneren wanneer we nog zo’n statische voorstelling bijwoonden.

Gelukkig is de partituur van Verdi ijzersterk en dus bestand tegen een nietszeggende regie. Zonder te zeggen dat de voorstelling op dat punt slecht was, bleef het muzikale niveau toch ook wat achter op wat we de laatste tijd gewoon zijn in de Opéra Royal de Wallonie. Zo waren de tempi van muziekdirecteur Paolo Arrivabeni wat aan de langzame kant. Erg ongewoon onder zijn leiding waren bovendien een aantal duidelijk hoorbare ongelijkheden in de koorpassages. Het orkest speelde dan weer foutloos.

De Italiaanse tenor Massimiliano Pisapia is een lyrische Radames die toch voldoende volume ontwikkelt om boven het orkest te komen, al zingt hij af en toe met twee stemmen. De openingsaria “Celeste Aida”, een bekend struikelblok zo aan het begin van de voorstelling, werd wat ongenuanceerd gebracht ,maar in het tweede deel van de voorstelling werd zijn bijdrage steeds sterker.

Het beste element in de cast was ongetwijfeld de Georgische mezzo Nino Surguladze als Amneris. Zij heeft een mooi projecterende, romige stem die af en toe indrukwekkend kan uithalen. De taferelen waarbij zij betrokken was vormden de werkelijke hoogtepunten van de voorstelling. Minder gelukkig waren we dan weer met de prestatie van de sopraan Kristin Lewis in de titelrol. De stem klinkt onaangenaam scherp en in de hoogte zijn ernstige intonatieproblemen hoorbaar, wat zeker in een rol als die van Aida een groot minpunt is.

Aida - Nino Surguladze als Amneris en Luciano Montanaro als Ramfis. (Foto: Jacques Croisier)De Amerikaanse bariton Marc Rucker en de Italiaanse bas Luciano Montanaro zijn gevestigde waarden in Luik en deden wat van hen verwacht mocht worden, net als Roger Joakim die inviel als farao.

“Aida” blijft natuurlijk een schitterende opera en hoewel de voorstelling in Luik verre van perfect was, toonde het publiek na afloop zijn enthousiasme.

Er is nog één voorstelling op 11 april 2014.

H.D. (Gepubliceerd op 7 april 2014)

Foto's van boven naar onder:

1)
Kristin Lewis als Aida en Massimiliano Pisapia als Radames.
2) Pierre Gathier als Farao, Massimiliano Pisapia als Radames, Nino Surguladze als Amneris, Luciano Montanaro als Ramfis, Kristin Lewis als Aida en Mark Rucker als Amonasro.
3) Nino Surguladze als Amneris en Luciano Montanaro als Ramfis.

Copyright foto's © Jacques Croisier.


TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“MARIA STUARDA”

Opéra Royal de WallonieOpera in twee bedrijven van Gaetano Donizetti op een libretto van Giuseppe Bardari, gebaseerd op “Maria Stuart”, een toneelstuk van Friedrich Schiller. De eerste opvoering had plaats te Napels op 18 oktober 1834 onder de naam “Buondelmonte”. We waren op 18 mei 2014 aanwezig bij een voorstelling door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège.

Maria Stuarda - Elisa Barbero als Elisabetta en Martine Reyners als Maria Stuarda. (Foto Jacques Croisier)Donizetti was dol op opera’s over al dan niet bestaande monarchen en vanuit dat opzicht was de Tudor-dynastie een gedroomd onderwerp. De rivaliteit tussen de anglicaanse Elisabeth I van Engeland en de katholieke Mary Stuart van Schotland sprak tot de verbeelding van het negentiende-eeuwse Italiaanse publiek. Dat Mary Stuart daar steevast als martelares wordt beschreven heeft waarschijnlijk meer met de katholieke achtergrond van Italië te maken dan met accurate geschiedschrijving. Overigens zouden de Tudors nog in een drietal andere opera’s van Donizetti opgevoerd worden: “Anna Bolena” (1830) en “Roberto Devereux” (1837), samen met “Maria Stuarda” gerekend tot de “Tudor-trilogie”, maar ook het totaal onbekende “Elisabetta al castello di Kenilworth” (1829) gaat over dezelfde familie.

Het hoeft niet te verbazen dat Donizetti problemen kreeg met de censor. Om te beginnen bevat de opera aan het einde van het eerste bedrijf een scheldscène tussen Elisabeth en Mary. Een monarch die de andere aanspreekt als “vuile bastaard” en “hoer” was in de vroege negentiende eeuw ondenkbaar. Maar ook de slotscène, waarbij Mary op het toneel biecht bij Talbot lag moeilijk. Donizetti werd dan ook gedwongen om zijn werk te herschrijven tot “Buondemonte” en onder die titel ging het uiteindelijk in 1834 in première. Uiteindelijk kon “Maria Stuarda” toch onder zijn eigenlijke titel op 28 december 1835 in première gaan te Milaan, waar de censuur blijkbaar minder streng was. Mede door een solistenduo (waaronder Maria Malibran) in slechte vorm, verdween het werk na enkele voorstellingen in een paar minder belangrijke Italiaanse operahuizen in een lade, tot het in 1958 opnieuw van onder het stof gehaald werd.

Maria Stuarda - Elisa Barbero als Elisabetta, Pietro Picone als Lord Guglielmo en Ivan Thirion als Roberto de Leicester. (Foto Jacques Croisier)Het was een verrassing dat de Opéra Royal Wallonie deze opera opnieuw en in een nieuwe productie op het repertoire nam. Immers, het werk werd er enkele seizoenen geleden nog opgevoerd met Patrizia Ciofi en Marianna Pizzolato. We dachten tijdens de voorstelling die we nu hoorden met weemoed terug aan de eerdere productie. We kunnen begrijpen dat een intendant af en toe een jongere solist een kans wil geven, maar hij zou er toch over moeten waken dat een minimum kwaliteitsniveau gehaald wordt door alle solisten. Enkel de Italiaanse mezzo Elisa Barbero voldeed in de rol van Elisabetta aan onze verwachtingen met een goed projecterende en soepele stem.

Regisseur Francesco Esposito zorgde voor een klassieke, verzorgde maar af en toe wat statische enscenering. Bepaalde taferelen zoals de confrontatie tussen Elisabeth en Mary of de finale misten op die manier wat dramatiek maar over het algemeen was het een aangenaam schouwspel waarbij vooral de sfeervolle belichting van Daniele Naldi opviel.

De voor ons onbekende Aldo Sisillo toonde zich aan het hoofd van het orkest van de Opéra Royal de Wallonie een subtiele dirigent die op geen enkel moment de zangers overstemde. Het koor werd door de regisseur meestal aan de zijkant geplaatst en kwam daardoor wat minder over in de zaal.

Maria Stuarda - Elisa Barbero als Elisabetta en Martine Reyners als Maria Stuarda. (Foto Jacques Croisier)“Maria Stuarda” is een schitterend werk maar verdraagt het niet opgevoerd te worden met solisten die minder dan perfect zijn. Op dat punt kwam de voorstelling te Luik echter een pak te kort. En dat zijn we in dat theater niet gewoon. Wij rekenen op een flinke revanche.

Er zijn nog voorstellingen op 20, 22 en 24 mei 2014.

H.D. (Gepubliceerd op 20 mei 2014)

1) Elisa Barbero als Elisabetta en Martine Reyners als Maria Stuarda.
2) Elisa Barbero als Elisabetta, Pietro Picone als Roberto de Leicester en Ivan Thirion als Cecil.
3) Elisa Barbero als Elisabetta en Martine Reyners als Maria Stuarda.

Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË