OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN LUIK

“ATTILA”

Opéra Royal de WallonieOpera in een proloog en drie bedrijven van Giuseppe Verdi op een libretto van Temistocle Solera naar een boek van Zacharias Werner. De wereldpremière had plaats in het Teatro la Fenice te Venetië op 17 maart 1846. We woonden op 22 september 2013 een voorstelling bij door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège.

Attila - Michele Pertusi als Attila en Makvala Aspanidze als Odabella. (Foto: Jacques Croisier)Giuseppe Verdi is niet enkel een groot componist, ook als volksmenner heeft hij zijn sporen verdiend. Met name in zijn vroege werken sprak de componist de Italianen aan op hun vaderlandslievende gevoelens met werken als “La battaglio di Legnano”, “I Lombardi” en deze “Attila”. Resultaat is een partituur die we niet meteen zouden bestempelen als een van zijn betere werken, maar die toch heel wat meeslepende muziek bevat. Helaas mist de opera wat aan dramatische samenhang. Zo wordt in het tweede deel van de proloog de stichting van Venetië uitgebeeld, een tafereel dat ongetwijfeld het hart van het Italiaanse publiek beroerd zal hebben maar in het verhaal van de opera weinig relevantie heeft.

Regisseur Ruggero Raimondi, in zijn tijd een bekende bas en geroemd vertolker van de titelrol in “Attila”, heeft een benadering die in de eenentwintigste eeuw als excentriek omschreven kan worden: er zijn in het verhaal parallellen te vinden met het heden maar volgens Raimondi is het niet nodig om dat op het toneel te tonen. Het publiek is immers intelligent genoeg om zelf de nodige conclusies te trekken. Wat een verademing in een wereld bevolkt door “would be” regisseurs die willens nillens de vaak decadente verwezenlijkingen van hun gestoorde hersenspinsels over het onschuldige publiek uitbraken. Raimondi vertelt dan ook een verhaal van Hunnen en Romeinen, iets waar de moderne regisseur waarschijnlijk nooit aan zou denken. Misschien had de personenregie iets verzorgder gekund – vaak was er sprake van “stand and deliver” – maar “Atilla” is nu eenmaal een opera die het niet moet hebben van de actie. Voor de rest zagen we spectaculaire decors – het toneel werd beheerst door een viertal Romeinse zuilen met reliëfs – en verzorgde kostuums. Kortom, opera zoals het volgens ons bedoeld is.

Attila – Giuseppe Gipali als Foresto, Makvala Aspanidze als Odabella, Michele Pertusi als Attila en Giovanni Meoni als Ezio. (Foto: Jacques Croisier)Ook muzikaal wist de voorstelling ons zeker te bekoren, niet in het minst dankzij de bekende Italiaanse bas Michele Pertusi. Groot geworden met muziek van vooral Rossini en Bellini, geeft deze schitterende zanger een echte belcantobenadering van zijn rol en waar hij misschien niet over de dreigende diepte of het volume van bepaalde stemvakgenoten beschikt (we denken aan Paata Burchuladze in Luik in 2002) weet hij vooral te overtuigen op het vlak van stemtechniek en interpretatie. Het publiek dankte hem na de voorstelling met een grote ovatie.

De Albanese tenor Giuseppe Gipali is ook technisch nagenoeg perfect en heeft al de noten voor de rol van Foresto. Helaas is zijn stem eerder klein waardoor hij in de grotere taferelen net iets te kort komt. Dat neemt niet weg dat zijn beide aria’s tot de hoogtepunten van de voorstelling gerekend kunnen worden.

De Italiaan Giovanni Meoni is in Luik zowat de vaste bariton voor wat betreft het Verdi-oeuvre met rollen als Jago, Graaf Luna en Don Carlos di Vargas. Hij wist ons al vaker te ontroeren met zijn kernachtige, mooi getimbreerde stem. Als Ezio leek hij iets minder in vorm al moeten we er aan toevoegen dat zijn personage weinig mogelijkheden tot interpretatie gaf.

We hadden het iets moeilijker met de Georgische sopraan Makvala Aspanidze als Odabella. De rol is uitermate moeilijk, met een zeer lastige aria aan het begin van de voorstelling. Aspanidze heeft zeker de noten voor de rol maar de stem klinkt schril en, erger, af en toe verslikt de zangeres zich in de coloraturen. Ze komt ook probleemloos boven orkest en koor uit maar dat vonden we toch onvoldoende om de technische gebreken te compenseren.

Attila - Makvala Aspanidze als Odabella, Michele Pertusi als Attila en Giuseppe Gipali als Foresto. (Foto: Jacques Croisier)We hadden in dit repertoire Paolo Arrivabeni in de orkestbak verwacht maar zijn taak werd waargenomen door een andere Italiaan, Renato Palumbo. Deze man, een specialist in het repertoire, legde het uitstekend spelend orkest van de Opéra Royal de Wallonie een bijwijlen hels tempo op dat meer dan eens de solisten in moeilijkheden bracht. Onder zijn leiding beleefden we in elk geval een spannende voorstelling in een uitverkocht theater. Verdienstelijk was ook de versterkte koren van de ORW en de solisten in de kleinere rollen.

Samengevat een mooie, meeslepende vertolking van een minder bekende Verdi-opera in een verfrissend traditionele enscenering. De moeite waard !

H.D. (Gepubliceerd op 25 september 2013)

Foto's van boven naar onder:

1) Michele Pertusi als Attila en Makvala Aspanidze als Odabella.
2) Giuseppe Gipali als Foresto, Makvala Aspanidze als Odabella, Michele Pertusi als Attila en Giovanni Meoni als Ezio.
3) Makvala Aspanidze als Odabella, Michele Pertusi als Attila en Giuseppe Gipali als Foresto.

Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“LA CARAVANE DU CAIRE”

Opéra Royal de WallonieOpéra-ballet in drie bedrijven van André-Modeste Grétry op een libretto van Etienne Morel de Chédeville. De wereldpremière vond plaats in Fontainebleau op 30 oktober 1783. We zagen op 20 oktober 2013 een concertante uitvoering door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège.

Tassis ChristoyannisArme Grétry. Niet alleen is zijn werk vandaag zo goed als vergeten, ook bij zijn tweehonderdste sterfdag staat hij in de schaduw van Richard Wagner en Giuseppe Verdi die beiden exact twee eeuwen geleden geboren werden. Gelukkig is er nog de Opéra Royal de Wallonie die de Luikse componist gedenkt met een geënsceneerde “Guillaume Tell” op het einde van vorig seizoen en nu deze concertante “La Caravane du Caire”.

Het zal ongetwijfeld geen toeval zijn dat de Luikse opera net deze opera van Grétry op het programma nam. Vanaf volgende week staat namelijk een nieuwe productie van “Die Entführung aus dem Serail” op het progamma, een opera met een vergelijkbaar thema maar met een totaal verschillende reputatie. En dat laatste lijkt ons na het beluisteren van deze “La caravane du Caire” meer dan terecht. Hoewel Grétry af en toe krampachtig tracht te ontkomen aan de conventies van zijn tijd, klinkt zijn muziek toch wat gedateerd. De hoogdravende recitatieven (we vermoeden dat hierin al redelijk wat geknipt werd) belemmeren het tempo van de opera. Hoogtepunt in de partituur is een aria in Italiaanse stijl die qua tempo en drama positief contrasteert met de rest van de opera.

Voor deze eenmalige voorstelling, die ook opgenomen werd voor CD, werkte de Opéra Royal de Wallonie samen met een aantal partners waaronder het orkest “Les Agrémens” en het Kamerkoor van Namen. Onder de leiding van hun muzikale leider Guy Van Waas zijn beide gezelschappen uitgegroeid tot specialisten in het barokgenre dat ze overigens vertolken op originele instrumenten. Orkest en koor zijn perfect op elkaar afgestemd en volgen Van Waas in de kleinste details. We denken dat deze muziek moeilijk beter vertolkt kan worden.

Ook bij de solisten waren een paar echte specialisten in het genre, samen met enkele minder ervaren zangers. Hierdoor was de balans tussen de volgroeide stemmen en de jongere vertolkers af en toe wat verstoord maar niemand viel uit de toon. Met Reinoud Van Mechelen hoorden we een echte belofte voor de toekomst, terwijl vooral Tassis Christoyannis en Chantal Santon vocaal indruk maakten in een opera met niet minder dan twaalf rollen waarvan een achttal van vergelijkbaar belang. Klik hier om Chantal Santon aan het werk te zien.

Guy van Waas en het orkest Les AgrémensHet is moedig van de Opéra Royal de Wallonie om werk van eigen streek op het programma te zetten. Tegelijkertijd vragen we ons af of er geen sterkere composities onder het stof liggen te wachten op herontdekking.

Het ging om een eenmalige voorstelling. Voor liefhebbers van Grétry nog deze tip: in april 2014 zijn voorstellingen gepland van “Zémire et Azor”. Het gaat wel om een bewerking voor een jong publiek.

H.D. (Gepubliceerd op 22 oktober 2013)

Foto's van boven naar onder:

1) Tassis Christoyannis.
2) Guy van Waas en het orkest Les Agrémens.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“DIE ENTFÜHRUNG AUS DEM SERAIL”

Opéra Royal de WallonieSingspiel van Wolfgang Amadeus Mozart op een tekst van Gottlieb Stephanie. Wereldpremière op 16 juli 1782 in het Burgtheater te Wenen. We woonden op 27 oktober 2013 een voorstelling bij door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège.

Die Entführung aus dem Serail - Wesley Rogers als Belmonte en Maria Grazia Schiavo als Konstanze. (Foto: Jacques Croisier)Die Entführung aus dem Serail” mist wat ons betreft een beetje de “punch” van de latere Mozart opera’s. Enerzijds kan het werk niet terugvallen op een libretto zoals een Da Ponte dat kon schrijven. Aan de andere kant blijkt de vorm van het Singspiel wat contraproductief. Bepaalde taferelen worden immers aan elkaar “gelinkt” via dialogen, wat de vaart uit de voorstelling kan halen. En net daar ligt ons voornaamste punt van kritiek op de voorstelling te Luik.

Regisseur Alfredo Arias ontdoet zijn enscenering van alle verwijzingen naar Turkije en harems. In plaats daarvan laat hij het drama afspelen in de fantasiewereld van een kamer die op zijn zijkant ligt. Voor hem draait het drama enkel om de innerlijke strijd van Konstanze die niet anders kan dan Belmonte te volgen maar heimelijk eigenlijk verliefd is op Selim. Nu kan dit wel een verdedigbaar uitgangspunt zijn, maar helaas is daarvan tijdens de voorstelling nauwelijks iets te merken of het zou de omhelzing van Selim door Konstanze moeten zijn bij haar vertrek met Belmonte. Bovendien is Selim, vertolkt door de Zwitserse acteur Markus Merz, eerder een soort meelijwekkende figuur dan een charismatisch man waarop Konstanze kan vallen. Vooral in het eerste deel (de pauze viel midden in het tweede bedrijf) vormden zijn gesproken teksten een soort pauze in de voorstelling en zagen we menig toeschouwer wat ongeduldig op zijn stoel heen en weer schuiven.

Die Entführung aus dem Serail - Maria Grazia Schiavo als Konstanze en Elizabeth Bailey als Blondchen. (Foto: Jacques Croisier)Nochtans zat het muzikaal allemaal snor in de voorstelling die we bijwoonden. De verdienste hiervoor lag voor een groot deel bij dirigent Christophe Rousset, die zijn ervaring in het barokgenre aanwendde om met een uitgedund en uitstekend spelend orkest van de Opéra Royal de Wallonie tot een transparante en sprankelende vertolking van de partituur te komen.

Maria Grazia Schiavo, ook een ervaren barokspecialist, bracht de bravourearia’s met aplomb en stijlgevoel maar bleef wat op de vlakte wat de vertolking van haar personage betreft, al kan dat laatste ook liggen aan de wat stereotiepe personenregie van Arias. Het zelfde kan gezegd worden van de Amerikaanse tenor Wesley Rogers die met een verbazend goed projecterende en heldere stem de rol van Belmonte vertolkte. Franz Hawlata, eerder bekend in het serieuze repertoire, wist het publiek te overtuigen van zijn gave als acteur evenals door zijn sonore basstem die ideaal is voor de rol van Osmin. Perfect in hun rollen waren Elizabeth Bailey als een levendig Blondchen en Jeff Martin als haar aanbidder Pedrillo.

Alles bij elkaar zagen we een muzikaal schitterende en visueel erg frisse voorstelling die helaas af en toe wat stil viel tijdens de dialogen.

Die Entführung aus dem Serail – Finale Ensemble met Maria Grazia Schiavo, Wesley Rogers, Markus Merz, Jeff Martin, et Elizabeth Bailey. (Foto: Jacques Croisier)Er zijn nog voorstellingen op 31 oktober en 2 november 2013.

H.D. (Gepubliceerd op 30 oktober 2013)

Foto’s van boven naar onder:

1) Wesley Rogers als Belmonte en Maria Grazia Schiavo als Konstanze.
2) Maria Grazia Schiavo als Konstanze en Elizabeth Bailey als Blondchen.
3) Finale Ensemble met Maria Grazia Schiavo, Wesley Rogers, Markus Merz, Jeff Martin, et Elizabeth Bailey.Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“ROMEO ET JULIETTE”

Opéra Royal de WallonieOpera in vijf bedrijven van Charles Gounod op een libretto van Jules Barbier en Michel Carré naar het gelijknamige toneelstuk van William Shakespeare. De creatie had plaats in het Théâtre Lyrique te Parijs op 27 april 1867 ter gelegenheid van de opening van de wereldtentoonstelling. We woonden op 26 november 2013 een voorstelling bij door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège.

Roméo et Juliette - Bruidstoet met Annick Massis als Juliette (Foto: Jacques Croisier)De meeste mensen associëren Charles Gounod in de eerste plaats met diens opera “Faust”, vrij gebaseerd op het verhaal van Goethe. Raar genoeg is deze opera, na ook lang populair geweest te zijn als “Margarethe” in een Duitse vertaling, vrijwel volledig uit het speelplan verdwenen. Dat maakt van “Roméo et Juliette” de enige opera van Gounod die nog met enige regelmaat gespeeld wordt. Deze opera, in de jaren na de première bijna vierhonderd keer opgevoerd, draait vooral rond een viertal duetten tussen de hoofdpersonages. Verder is ook Juliette’s wals “Je veux vivre” een bekend nummer dat vaak op concertprogramma’s en CD’s terug te vinden is. Later voegde Gounod nog een ballet toe waardoor het werk met zijn vijf bedrijven de vorm van een “grand-opéra” aannam. In Luik werd het ballet echter niet opgevoerd.

Regisseur Arnaud Bernard ziet weinig uitdaging in het regisseren van liefdesscènes. In tegendeel, naar eigen zeggen is het regisseren van taferelen met geweld voor hem het hoogste goed. De focus van zijn regie ligt dan ook vooral op de grotere taferelen en al voor aanvang van de opera gaan een zevental figuranten met elkaar in duel tot de laatste sneuvelt. Daarmee is de toon gezet. Hoewel, de gevechtscène in het derde bedrijf bevat dan weer onvoldoende geloofwaardigheid. De decorstukken van Bruno Schwengl zijn witte wanden om de aandacht van het publiek niet af te leiden. Al bij al een levendige en verzorgde enscenering die ons uiteindelijk beter beviel tijdens de intiemere ogenblikken tussen de protagonisten dan tijdens de grotere taferelen.

Roméo et Juliette – Confrontatie tussen Mercutio (Pierre Doyen) et Tybalt (Xavier Rouillon) (Foto: Jacques Croisier)Muzikaal was de voorstelling echt om van te genieten en dat kwam in de eerste plaats door de bekende Franse sopraan Annick Massis in de rol van Juliette. Hoewel ze wat moeite heeft om overtuigend over te komen als jong meisje, heeft haar stem niets van haar jeugd verloren. Precieze coloraturen, een stralende hoogte en een schitterend timbre gecombineerd met een grote toneelpersoonlijkheid bezorgden haar een grote en verdiende ovatie na afloop.

De kleinere rollen waren perfect bezet met meestal Belgische solisten. We onthouden vooral de sonore bas van Patrick Bolleire als Frère Laurent, de goed projecterende lyrische bariton van Pierre Doyen als Mercutio en de elegante tenorstem van Xavier Rouillon als Tybalt, allen met een perfecte dictie.

We hadden het iets moeilijker met de Venezolaanse tenor Aquiles Machado als Roméo. De man bezit stem te over en een meer dan gemiddeld acteertalent en temperament, maar maakt dat een ideale Roméo? We misten toch wat het slanke, het elegante van een Franse zanger, zeker in de aria “Ah! Lève-toi soleil” en in het laatste bedrijf.

Patrick Davin zorgde aan het hoofd van het orkest van de Opéra Royal de Wallonie voor een opwindende vertolking waarbij hier en daar toch wel wat subtiliteit ontbrak. Subliem waren de koren, voorbereid door Marcel Seminara.

Roméo et Juliette - Annick Massis als Juliette en Aquiles Machado als Roméo (Foto: Jacques Croisier)Ondanks een paar kleine bezwaren, waren we in de wolken met de voorstelling die we bijwoonden.

We zagen de laatste voorstelling uit de reeks.

H.D. (Gepubliceerd op 28 november 2013)

1) Bruidstoet met Annick Massis als Juliette.
2) Confrontatie tussen Mercutio (Pierre Doyen) et Tybalt (Xavier Rouillon).
3) Annick Massis als Juliette en Aquiles Machado als Roméo.

Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË