OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN PESARO

“CIRO IN BABILONIA”

Rossini Opera FestivalMuzikaal drama (eigenlijk een oratorium) van Gioacchino Rossini op een libretto van Francesco Aventi. De première vond plaats in het Teatro Comunale van Ferrara op 14 maart 1812. We woonden op 22 augustus 2012 in het Teatro Rossini een voorstelling bij in het kader van het Rossini Opera Festival.

Ciro in Babilonia - Het volledige gezelschap (Foto: ROF)De cirkel is bijna rond: na deze productie van “Ciro in Babilonia” blijft er nog slechts één opera van Rossini over die nog nooit op het Rossini Opera Festival te zien was: “Aureliano in Palmira”. Het zal dan uiteindelijk ongeveer vijfendertig jaar gekost hebben om het volledige opera-oeuvre (39 stuks, we rekenen de pasticcio’s niet mee) van de Italiaanse grootmeester niet enkel uit te brengen in hun definitieve vorm, maar ze ook op het toneel te presenteren. Een huzarenstukje dat alle lof verdient! We kunnen enkel hopen dat deze cirkel die zich sluit, ook in het licht van de huidige economische malaise, het bestaansrecht van dit evenement niet in vraag doet stellen.

Rossini schreef “Ciro in Babilonia” voor de vastentijd en behandelt dus een Bijbels thema. Het is één van de werken die bij de Rossini-renaissance aan het einde van de twintigste eeuw wat over het hoofd gezien werd. Ten onrechte eigenlijk, want hoewel het om een jeugdwerk gaat (de componist was 20 jaar bij de première en het gaat om zijn eerste “serieuze” opera) is de kiem van wat later Rossini’s succes zou worden al aanwezig: de bekende crescendi, de virtuoze zang en de voor die tijd eerder zware orkestratie. Tegelijkertijd voelt de luisteraar aan dat de componist nog wat onervaren is en de vereiste virtuositeit met adembenemende coloraturen en acrobatische registersprongen soms wat tegen de natuur van de menselijke stem ingaat. Het libretto is, zoals vaker bij Rossini, bijkomstig en van een bedenkelijke kwaliteit.

Ciro in Babilonia - Michael Spyres als Baldassare en Ewa Podles als Ciro (Foto: ROF)Een kleine anekdote nog in verband met deze opera. De zangeres die de rol van Argene moest vertolken bij de creatie had volgens Rossini een uiterst lelijke stem. Hij liet haar auditie doen en kwam tot het besluit dat één noot toch mooi klonk. Hij zette zich prompt aan het werk en componeerde een volledige aria op deze noot…

Wie vertrouwd is met Rossini’s muziek zou de indruk kunnen hebben dat “Ciro in Babilonia” een “pasticcio” is, een werk samengesteld met muziek uit andere werken. Niets is echter minder waar: het is net de muziek van “Ciro” die door Rossini later opnieuw gebruikt zal worden, wat bewijst dat de componist overtuigd was van haar kwaliteiten. En daar kunnen we hem alleen maar in bijtreden. Wel is het zo dat uit de vocale partijen duidelijk blijkt dat Rossini nog niet bedreven was in het schrijven voor de menselijke stem. De coloraturen en octaafsprongen, vooral voor de tenor en de alt, zijn op jet randje van onzingbaar.

Davide Livermore was al vaker te gast in Pesaro en zijn werk werd niet steeds unaniem met lof overladen. Met “Ciro in Babilonia” levert hij echter een mooi kunststuk af. Het referentiepunt is de stomme film van het begin van de twintigste eeuw. De opera speelt zich dan ook af als een zwart-witfilm die bijgewoond wordt door een publiek. De schitterende kostuums zijn eveneens kleurloos. Van decors en rekwisieten wordt nauwelijks gebruik gemaakt, alles wordt geprojecteerd op de achtergrond – ook de typische tussenteksten uit de stomme film worden daar geprojecteerd, waardoor de boventitels (toch, net zoals de voorgaande jaren, enkel in het Italiaans) kunnen wegvallen. De solisten acteren met de grootse, wijde gebaren zoals meer dan honderd jaar geleden gebruikelijk was. Alles bij elkaar een schitterende en spectaculaire voorstelling hoewel de vaak wijzigende projecties en vooral de flikkeringen af en toe begonnen te vermoeien.

Ciro in Babilonia - Michael Spyres als Baldassare, Jessica Pratt als Amira en Ewa Podles als Ciro (Foto: ROF)Voor haar debuut “in loco” in een operarol wist de Poolse alt Ewa Podles te imponeren in de titelrol. Ondanks haar leeftijd heeft ze nog altijd deze unieke, haast mannelijke klank in haar stem. Coloraturen zingt ze nog steeds feilloos en de hoge extensie van de stem blijft indruk maken. Wel heeft de zangeres nu wat meer tijd nodig om op te warmen en beginnen er langzaam breuken te ontstaan tussen de registers, maar daar kunnen we nog best mee leven. Zoals verwacht presteert Jessica Pratt met orkest en onder leiding van een dirigent beter dan tijdens haar recital enkele dagen eerder. De jonge Australische weet beter te doseren, zowel wat betreft volume als versieringen. Eens te meer moeten we vaststellen dat de zangeres groot potentieel heeft maar dat er nog wat werk aan de winkel is om uit te kunnen blinken in dit repertoire. Dit bleek zeker tijdens de cabaletta’s waar de teugels af en toe een beetje te veel gevierd werden.
Een zanger die zeker de nodige vooruitgang geboekt heeft sinds zijn eerdere optredens in onder andere Wildbad, is de Amerikaanse tenor Michael Spyres. Hij tracht zich meer en meer te profileren in rollen voor “baritenor”. Hij beantwoordt niet volledig aan deze definitie, maar wie wel, sinds Chris Merritt ons leerde hoe dergelijke stem kan klinken? Maar Spyres maakte als Baldassare indruk met de aartsmoeilijke coloraturen, de hoge noten en de octaafsprongen zo typisch voor dit soort rollen. Het zou ons niet verbazen als hij volgend jaar gevraagd wordt om Rodrigo te zingen in de geplande concertante voorstellingen van “La donna del lago”. In Wildbad zingt hij in juli 2013 normaal gesproken in een ultravolledige versie van “Guillaume Tell”. Carmen Romeu had de taak om de “aria op één noot” te zingen. Zonder dat de zangeres onverdienstelijk was, moesten we vaststellen dat het in elk geval niet om de mooiste noot in hààr stem ging. Waren verder correct: Mirco Palazzo als Zambri en Robert McPherson als Arbace.

Ciro in Babilonia -  Ewa Podles als Ciro (Foto: ROF)Het orkest van het Teatro Comunale di Bologna is van een duidelijk hoger niveau dan het “Orchestra Sinfonico G. Rossini” en speelde heerlijk onder de leiding van Will Crutchfield. We kenden deze dirigent nog niet. Hij heeft duidelijk gevoel voor de stijl in Rossini’s muziek en is vol aandacht voor de zangers. Wat we bij hem wel misten was een bepaalde spanningsboog in enkele scènes.

Al bij al waren we zeer onder de indruk van deze voorstelling die voor ons meteen de afsluiter was van het Rossini Opera Festival 2012.


Foto's van boven naar onder:

1) Het volledige gezelschap.
2) Michael Spyres als Baldassare en Ewa Podles als Ciro.
3) Michael Spyres als Baldassare, Jessica Pratt als Amira en Ewa Podles als Ciro.
4) Ewa Podles als Ciro.

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË

“CONCERTI DI BELCANTO”

Rossini Opera FestivalWat het aantal randactiviteiten betreft, lijkt het Rossini Opera Festival jaarlijks verder af te slanken. Voor de editie 2012 waren slechts een tweetal recitals voorzien en één concert met Mariella Devia. Nochtans bieden dit soort voorstellingen aan bepaalde zangers de kans om zich te tonen aan het publiek – meestal ten goede, soms ook met minder succes.

Jessica PrattOp 18 augustus was het de beurt aan Jessica Pratt. Deze jonge Australische sopraan kwam enkele jaren geleden voor het eerst in de aandacht toen ze met veel succes in Wildbad de rol van Desdemona in Rossini’s “Otello” vertolkte. Sindsdien geldt ze als één van de meest beloftevolle coloratuursopranen van de jongste generatie en is haar agenda goed gevuld. Ze maakte al vorig jaar haar debuut in Pesaro, in de titelrol van “Adelaide di Borgogna”.

Net als vorig jaar wist Pratt ons niet te overtuigen van haar capaciteiten. Toegegeven, de stem is krachtig (op dat punt overtreft ze het gros van de concurrentie) en flexibel. Maar is dit voldoende om uit te blinken in de muziek uit het begin van de negentiende eeuw? We denken van niet: de coloraturen bij componisten als Rossini of Bellini zijn niet bedoeld als louter trapezesprongen die een zangeres moeten toestaan om haar kunstjes te laten zien, neen, ze zijn een essentiële factor in de dramatische interpretatie van een personage. Bij Pratt klinkt het allemaal wat hetzelfde, of ze nu Donizetti, Rossini of Vaccaj zingt. Bovendien hebben we bedenkingen bij de goede smaak en de onstuimigheid waarmee bepaalde variaties gekozen en uitgevoerd worden. Enkel de langere vocale lijnen in Bellini’s muziek leken de sopraan beter te liggen.

Eén en ander maakte dat de bisnummers (Juliette’s wals en de aria van Cunegonde uit Bernstein’s “Candide”) eigenlijk de lichtpunten van het recital vormden. Bedenkelijk echter waren bepaalde variaties bij “Sempre libera” uit “La Traviata”, die Verdi waarschijnlijk koude rillingen bezorgd zouden hebben.

We kunnen ons inbeelden dat onze indruk van dit recital helemaal anders zou zijn indien Jessica Pratt begeleid zou worden door een orkest (met piano worden alle gebreken immers extra uitvergroot) en vooral met een dirigent die de zangeres af en toe in het gareel kan houden of bijsturen. Maar deze keer bleven we in ieder geval op onze honger zitten. Wat niet wegneemt dat Pratt een minder veeleisend deel van het publiek voor zich wist in te nemen en het concert met een grote ovatie eindigde.

Mariella Devia als Anna BolenaOp 20 augustus woonden we een concert bij door de bekende Italiaanse sopraan Mariella Devia. “Noblesse oblige”, dus dit keer was er wel gekozen voor een begeleiding met orkest en een aanvulling van het programma met enkele ouvertures. Het concert kreeg bovendien de titel “Voce che tenebra” mee.

De carrière van Devia telt al meer jaren dan het leven van Jessica Pratt en dat laat zich horen. De stem toont duidelijk tekenen van sleet, vooral in de hogere passages. Maar wat de sopraan met deze stem nog weet te verwezenlijken is werkelijk fenomenaal. Elke lettergreep krijgt zijn juiste betekenis en elke versiering krijgt net de juiste dosis dramatische kracht mee. Devia kent perfect de grenzen van haar stem en vermijdt deze soms met chirurgische precisie. Bovendien zorgt de opbouw van het programma (Rossini en Bellini, en vervolgens een zinderende finale uit Donizetti’s “Anna Bolena”) voor een steeds toenemende spanning. De enige bedenking die we hadden, was de ondertussen bijna legendarisch voorzichtigheid van de soliste die zich spaart (waarom bvb geen cabaletta na “Casta Diva” uit Bellini’s “Norma”?) om er dan de laatste tien minuten alles uit te halen. Resultaat was een werkelijke triomf waarmee het aanwezige publiek ongetwijfeld niet alleen zijn waardering voor het concert maar ook voor Devia’s lange en succesvolle carrière uitdrukte.

Het “Orchestra Sinfonica G. Rossini” stond onder de leiding van Antonino Fogliani. Zoals we dat van hem gewoon zijn, had hij meer oog voor tempo en dynamiek dan voor de details in de muziek, maar in een concert stoort ons dat geenszins. Wel vielen nogal wat aarzelende inzetten te betreuren, vooral bij de houtblazers.

Hoe dan ook was het concert van Devia van een ganse andere orde dan dat van Jessica Pratt. Deze laatste was aanwezig, we kunnen dus maar hopen dat ze één en ander heeft opgestoken. Want het potentieel is bij haar zeker aanwezig.

Op 23 augustus volgt er nog een concertante “Tancredi”, een voorstelling die niet door “Opera Gazet” bezocht wordt.

H.D. (Gepubliceerd op 21/8/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Jessica Pratt.
2) Mariella Devia.

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË