OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN PESARO

Rossini Opera Festival

“PESARO 2012: A STAR WAS BORN”

Gioacchino Rossini - caticatuurDe drieëndertigste editie van het jaarlijkse Rossini Opera Festival te Pesaro ging dit jaar door van 11 tot en met 23 augustus. Ondanks het feit dat de economische crisis het voorbije jaar ook in Italië hard toesloeg, was het ook nu vrijwel onmogelijk om nog aan kaartjes te komen. Blijkbaar is de aanwezigheid van één grote naam op de affiche, die van de Peruviaanse tenor Juan Diego Florez, voldoende om de melomanen weer in grote getale naar de charmante badstad aan de Adriatische zee te lokken.

Het feit dat “Matilde di Shabran” dit jaar weer op het programma stond, bracht bij veel trouwe bezoekers oude herinneringen boven. Het was immers in deze opera dat in 1996 een nieuwe ster aan het operafirmament geboren werd. Toen Bruce Ford kort voor de première afzegde voor de aartsmoeilijke rol van Corradino, werd een beroep gedaan op de toen drieëntwintigjarige Juan Diego Florez die gepland was voor een kleine rol in een andere productie. Op één avond werd Florez wereldberoemd en binnen het jaar volgde zijn debuut in verschillende grote operahuizen waaronder ook de Milanese Scala. Sindsdien is hij uitgegroeid tot de nummer één onder de belcantotenoren en staat hij bekend om zijn betrouwbaarheid - zelfs op de dag dat zijn eerste kind geboren werd zong hij alsof er niets aan de hand was.

Matilde di Shabran 1996 - Elizabeth Futral als Matilde en Juan Diego Florez als Corradino (Foto: Amati Bacciardi)Dat de kans klein is dat we in Pesaro nog dergelijke spectaculaire ontdekking meemaken is alleen al op statistische basis erg onwaarschijnlijk. Te meer omdat dit jaar eigenlijk de show gestolen werd door de “oudjes”. Om te beginnen was er een memorabel concert met Mariella Devia, al enige tijd de zestig gepasseerd maar nog steeds onovertroffen als belcantosopraan en, om op zijn minst onduidelijke redenen, al tien jaar de grote afwezige op het Rossini Opera Festival. En dat laatste is nog meer van toepassing op haar leeftijdgenote, de Poolse alt Ewa Podles die dit jaar in Pesaro zowaar haar debuut maakte in een operarol nadat ze er eerder slechts twee maal in een concert zong. Onbegrijpelijk hoe de directie van het festival deze unieke stem, zo ideaal voor rollen als Tancredi, Arsace of Falliero, decennialang negeerde. Speelt hier misschien een zeker chauvinisme mee omdat ook haar Italiaanse collega Daniela Barcellona in deze rollen uitblinkt?

We moeten ook vaststellen dat de jongere generatie die enkele jaren geleden geïntroduceerd werd, en vaak ook komt uit de “kweekvijver” die het Rossini Festival van Wildbad geworden is, blijft bevestigen. Na mensen als Olga Peretyatko en in mindere mate Jessica Pratt was het nu de beurt van Michael Spyres om indruk te maken op het publiek. Het lijkt dus dat de toekomst verzekerd is.

Samengevat kunnen we zeker stellen dat het ROF jaargang 2012 succesvol was met als hoogtepunten de producties van “Matilde di Shabran” en “Ciro in Babilonia” en het concert van Mariella Devia.

De editie 2013 kondigt zich in alweer afgeslankte vorm aan: slechts twee opera’s worden scenisch gebracht in nieuwe producties: “L’Italiana in Algieri” en “Guillaume Tell”, de laatste volgens de geruchtenmolen met Nicola Alaimo (Tell) en Juan Diego Florez (Arnold). Tenslotte is nog een concertante “La donna del lago” gepland. Voor “Aureliano in Palmira”, de enige opera die in Pesaro nog niet aan bod kwam, is het blijkbaar nog even wachten.

H.D. (Gepubliceerd op 22/8/2012)

Foto: Matilde di Shabran 1996 - Elizabeth Futral als Matilde en Juan Diego Florez als Corradino.

Copyright foto's © Amati Bacciardi.

“MATILDE DI SHABRAN”

Rossini Opera FestivalOpera semiseria in twee bedrijven van Gioacchino Rossini (in samenwerking met Giovanni Pacini) op een libretto van Giacomo Ferretti. De wereldpremière had plaats op 24 februari 1821 in het Teatro Apollo te Rome. We woonden op 20 augustus 2012 een voorstelling bij in de Adriatic Arena te Pesaro.

Matilde di Shabran - Olga Peretyatko als Matilde en Juan Diego Florez als Corradino (Foto: ROF)Als we Stendahl, de bekendste negentiende-eeuwse biograaf van Rossini mogen geloven, is “Matilde di Shabran” een mindere opera van Rossini en vooral bekend omwille van zijn onmogelijk libretto. Die reputatie is niet terecht: ondanks het inderdaad krakkemikkige tekstboek bevat de partituur een aanzienlijk aantal zalige muzikale momenten met als hoogtepunten een kwintet in het eerste en een sextet in het tweede bedrijf. De nadruk ligt echter op de ensembles en niet op de aria’s wat de opera minder geliefd maakt bij solisten die uit zijn op persoonlijk succes.

Door het tijdgebrek bij de compositie (twee maanden voor een opera met drie en een half uur muziek was zelfs voor Rossini snel) moest de componist een beroep doen op zijn collega Giovanni Pacini die een groot deel van het tweede bedrijf en de recitatieven voor zijn rekening nam. Ook werden nogal wat fragmenten van eerder geschreven opera’s ingevoegd. Later in hetzelfde jaar bewerkte Rossini de partituur voor voorstellingen in Napels waarbij hij de muziek van Pacini en de delen die hij “leende” uit zijn vroegere oeuvre verving door nieuwe composities. Het is ook toen dat de rol van de dichter Isidoro omgezet werd naar Napolitaans dialect. Voor de voorstellingen in Pesaro werd een kritische editie van deze versie samengesteld, vooral op basis van een manuscript dat zich zowaar in Brussel bevindt.

We herinneren ons de voorstellingen van “Matilde di Shabran” uit 2004 nog alsof het gisteren was. Ze zullen waarschijnlijk voor eeuwig in ons geheugen gebrand staan als het beste dat in Pesaro te zien was: één van Rossini’s interessantste opera’s (wat een melodische rijkdom !) in een productie die moeilijk verbeterd kan worden en met een vrijwel ideale cast. Grote vraag voor 2012 was dan ook hoe deze schitterende productie van Mario Martone de verhuis van het intieme Teatro Rossini naar de ongezellige Adriatic Arena zou verdragen.

Matilde di Shabran - Juan Diego Florez als Corradino en Paolo Bardogna als Isidoro (Foto: ROF)We kunnen de lezer onmiddellijk geruststellen: de productie had ook na acht jaar en in een andere omgeving niets van haar frisheid verloren. Het vrijwel onveranderde toneelbeeld bestaat uit twee in elkaar verweven en roterende draaitrappen. Op een paar stoelen en een reiskoffer na worden geen rekwisieten gebruikt waardoor de nadruk vooral komt te liggen op de personenregie die dan ook tot de kleinste details is uitgewerkt. Het enige punt van kritiek is dat duidelijk voor een “komische” interpretatie gekozen wordt, wat betekent dat de tiran Corradino als een halve gek wordt neergezet. Daardoor neigt het geheel af en toe gevaarlijk over naar een vaudeville wat “Matilde di Shabran”, laat dat duidelijk wezen, zeker niet is. Hoe dan ook, ondanks het wat absurde verhaal lijken alle protagonisten te geloven in het personage dat ze spelen, of het nu gaat om de burleske dichter Isidoro, de verleidelijke Matilde of haar karikaturale rivale Contessa d’Arco. En dan is er natuurlijk Juan Diego Florez die we in geen enkele andere productie met zoveel overtuiging zagen spelen.

Meteen komen we ook aan de kern van het succes van deze “Matilde di Shabran” en ongetwijfeld de reden waarom de opera opnieuw op het programma van het Rossini Opera Festival stond: de aanwezigheid van Florez. Uiteraard zal zijn optreden altijd verbonden blijven met zijn eerste optreden in 1996, maar er is meer dan dat: het lijkt wel of de rol van Corradino voor hem persoonlijk geschreven werd. Of het nu gaat om de hoge tessituur, de snelle coloraturen of de meer lyrische passages, alles past Florez’ stem als een handschoen. We kunnen dan ook begrijpen dat het zingen van deze rol hem veel plezier bezorgt, een plezier dat zich ook verder zet in zijn spel. Corradino is wat ons betreft voor Florez wat Otello van Verdi was voor Mario del Monaco of Arnold voor Chris Merritt. Bovendien moeten we vaststellen dat de stem van Florez na zestien jaar carrière nog steeds lijkt te verbeteren. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Peruviaanse tenor aan het einde van de voorstelling een verdiende persoonlijke triomf oogstte.

Matilde di Shabran - Chiara Chialli als Contessa d’Arco, Juan Diego Florez als Corradino en Olga Peretyatko als Matilde (Foto: ROF)We zouden echter de andere solisten onrecht aandoen door het succes van de voorstelling volledig toe te schrijven aan Juan Diego Florez. De bezetting die door het ROF werd verzameld was immers van een uitzonderlijk hoog niveau. De jonge Russische sopraan Olga Peretyatko (die na afloop van het Festival in het huwelijkbootje stapt met dirigent Michele Mariotti) is een gepast spittante en verleidelijke Matilde die Corradino rond haar duim draait met haar charme en tegelijkertijd het publiek verovert met haar goddelijke timbre en haar perfecte techniek. Vooral in haar slotaria waar ze de macht van de vrouw bezingt, vallen al deze stukjes mooi in elkaar zoals bij een puzzel. Tussen haar en Florez was er duidelijk chemie. Paolo Bordogna heeft een hemels gevoel voor humor en timing en is ook vocaal een bijna ideale Isidoro (een rol in Napolitaans dialect) hoewel we soms de indruk hadden dat hij zijn stem wat onder druk zette om de enorme Adriatic Arena te vullen. Niets daarvan bij de nog jonge en wat ons betreft één van de meest beloftevolle baritons van dit moment: Nicola Alaimo. Hij weet orkest en koor moeiteloos te bedwingen met zijn ronde stem. Voor hem is waarschijnlijk een grote toekomst weggelegd als Verdi-bariton. De Spaanse bas Simon Orfila maakte indruk bij zijn debuut in Pesaro, net als de Russische mezzo Anna Goryachova in de broekrol van Edoardo, al vonden we haar wat licht klinken. Perfect waren ook de zangers in de kleinere rollen en het koor van ht Teatro Cummunale di Bologna.

Michele Mariotti stond aan het hoofd van “zijn” orkest van het Teatro Communale di Bologna. Hij is ongetwijfeld één van de grootste Rossini-dirigenten van dit moment.
Matilde di Shabran - Juan Diego Florez als Corradino en Olga Peretyatko als Matilde (Foto: ROF)Zijn interpretatie is stilistisch perfect met een goed gevoel voor tempo en dynamiek. Tegelijkertijd weet hij details uit de partituur op te diepen die door menig andere dirigenten verwaarloosd worden. Hij heeft op bepaalde momenten een wat persoonlijke interpretatie van Rossini’s muziek die misschien niet iedereen waardeert, maar de ovatie aan het einde van de voorstelling bewees dat de overgrote meerderheid van het publiek zijn werk op prijs stelde.

Onze indrukken van de eerste reeks voorstellingen in 2004 werden dit jaar enkel maar bevestigd. We vonden de bezetting dit jaar zelfs licht beter dan toen. En er is goed nieuws: de opera werd gefilmd om uitgebracht te worden op DVD en/of BD. We kijken al vol ongeduld uit naar de release!

H.D. (Gepubliceerd op 22/8/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Olga Peretyatko als Matilde en Juan Diego Florez als Corradino.
2) Juan Diego Florez als Corradino en Paolo Bardogna als Isidoro.
3) Chiara Chialli als Contessa d’Arco, Juan Diego Florez als Corradino en Olga Peretyatko als Matilde.
4) Juan Diego Florez als Corradino en Olga Peretyatko als Matilde.

Copyright foto's © ROF.

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË

“IL SIGNOR BRUSCHINO”

Rossini Opera FestivalFarsa giocosa van Gioacchino Rossini op een tekst van Giuseppe Foppa naar het toneelstuk “Le fils par hasard, ou Ruse et Folie” van de Chazet en Ourry. Het werk werd op 27 januari 1813 gecreëerd in het Teatro San Moisè te Venetië. We zagen op 21 augustus 2012 een voorstelling in het Teatro Rossini te Pesaro in het kader van het Rossini Opera Festival.

Il Signor Bruschino - David Alegret als Florville en Maria Aleida als Sofia (Foto: ROF)Rossini is de geschiedenisboeken ingegaan als een luiaard. Hoe deze mythe ontstaan is, is een verhaal op zich maar ze zal zeker niet dateren van uit het begin van de carrière van de componist: in 1812 gingen niet minder dan vijf werken van zijn hand in première, waaronder één meesterwerk: “La pietra del paragone”. Begin 1813 volgden nog twee creaties, beide in Venetië: “Il signor Bruschino” in het Teatro San Moisè en “Tancredi”, de opera die definitief Rossini’s reputatie vestigde, nauwelijks enkele dagen later in het Teatro La Fenice. Het zelfde jaar zouden nog twee opera’s volgen…

Van al deze werken was “Il signor Bruschino” ongetwijfeld het minst succesvol. Vandaag waarderen we deze farsa voor de schitterende, sprankelende muziek en de originele vondsten, zoals de strijkers die tijdens de ouverture met hun strijkstok op hun partituurhouder moeten tikken. Of de tenor die absoluut de titelrol wilde zingen maar door Rossini bedacht werd met een rolletje van nauwelijks 30 seconden. Neen, vermoedelijk valt het gebrek aan succes niet te verklaren vanuit de kwaliteit va de compositie, wel vanuit een aantal externe factoren. Zo bestond ten tijde van de creatie een conflict tussen Rossini en de impresario van het Teatro San Moisè, vermoedelijk omdat Rossini op basis van zijn ondertussen gevestigde reputatie meer geld wilde dan oorspronkelijk afgesproken. Bovendien waren de hoogdagen van de farsa stilaan voorbij: nadat deze vereenvoudigde vorm van de opera seria aan het einde van de achttiende en het eerste decennium van de negentiende eeuw erg in de mode was, begon de smaak van publiek en critici stilaan in een andere richting te evolueren. Ook Rossini zelf zou na “Il signor Bruschino” nooit nog naar dit genre terugkeren.

Il Signor Bruschino - Carlo Lepore als Gaudenzio (Foto: ROF)Voor de productie die dit jaar in Pesaro in première ging, werd het “Teatro sotterano” aangezocht, een gezelschap dat geen ervaring met opera kan voorleggen. Zij creëerden voor de gelegenheid een pretpark onder de naam “Rossiniland” waar alle attracties toepasselijk de naam van een opera van Rossini dragen. Uiteraard wordt enkel de attractie “Il signor Bruschino” in beeld gebracht, met af en toe een knipoog naar de andere activiteiten in het park. Tijdens de ouverture komen de solisten in burger op het toneel en verkleden zich in negentiende-eeuwse kostuums. De opera zelf wordt continu verstoord door bezoekers die popcorn etend foto’s nemen van de “show”.
Naar hedendaagse normen was het visueel allemaal erg “braafjes” maar er werd gezondigd tegen de belangrijkste principes die een farsa zo aantrekkelijk kunnen maken. Om te beginnen haalden de intermezzi met de bezoekers al te vaak het tempo uit de actie en leidden ze onnodig de aandacht van het publiek af. Veel erger was het gesteld met de interactie tussen de personages: deze was vrijwel onbestaande. Dit is extra jammer omdat met Roberto de Candia en Carlo Lepore twee protagonisten meespeelden die zich normaal als echte “toneelbeesten” gedragen maar in deze enscenering in hun creativiteit geremd werden. Enkele fragmentarische goede humoristische vondsten maken dergelijke essentiële gebreken helaas niet goed.

Helaas was de voorstelling ook muzikaal verre van een voltreffer. Het “Orchestra Sinfonica G. Rossini” speelde onder de correcte en geëngageerde leiding van Daniele Rustione wel een stuk verzorgder dan bij het Devia-concert twee dagen eerder, maar klonk af en toe wat te luid. Erger was het gesteld met een aantal solisten, die een festival als dit werkelijk onwaardig zijn. We denken daarbij in de eerste plaats aan de Cubaanse sopraan Maria Aleida. Blijkbaar oogstte zij vorig jaar op het festival van Martina Franca een groot succes als Zenobia in “Aureliano in Palmira”, een andere opera van Rossini, maar als Sofia kwam ze duidelijk te kort: de stem is nauwelijks groot genoeg om comprimariorollen te zingen en de zangeres heeft bovendien af en toe last met de intonatie. Een goed ontwikkeld hoog register is onvoldoende compensatie voor deze gebreken. Ook David Alegret als Florville, ingevallen voor de oorspronkelijk voorziene Alexei Kudrya, is een maatje te klein voor zijn opdracht. Hij doet ons denken aan de kleinere, nasale stemmen die in Rossini-opera’s gecast werden vóór de Rossini-renaissance die ondertussen toch al een twintigtal jaar achter ons ligt.

Il Signor Bruschino - Roberto de Candia als Bruschino padre en Maria Aleida als Sofia (Foto: ROF)Gelukkig waren er ook twee schitterende bassen die de voorstelling alsnog naar een aanvaardbaar niveau tilden. Roberto de Candia en Carlo Lepore, beide vocaal in grote vorm, voelen zich in dit soort opera’s als een vis in het water waardoor hun tussenkomsten de weinige hoogtepunten van de avond vormden. Zij werden na afloop dan ook uitbundig toegejuicht door het voor de rest eerder onverschillige publiek.

Als we kijken naar wie in het verleden op het ROF al in “Il signor Bruschino” zong (Mariella Devia, Juan Diego Florez, …) begrijpen we niet waarom de directie dit jaar niet hoger gemikt heeft. Al zou het resultaat met deze enscenering nooit erg succesvol geweest zijn.

H.D. (Gepubliceerd op 23/8/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) David Alegret als Florville en Maria Aleida als Sofia.
2) Carlo Lepore als Gaudenzio.
3) Roberto de Candia als Bruschino padre en Maria Aleida als Sofia.

Copyright foto's © ROF.

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË