OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN WILDBAD

Festival Rossini in Wildbad

“LE CHALET”

Opera comique van Adolphe Adam op een libretto van Eugène Scribe en Anne-Honoré-Joseph Duveyrier genoemd: Mélesville, gebaseerd op Jery und Bäteli, een Singspiel geschreven door Goethe. Gecreëerd in de Opéra Comique te Parijs op 25 september 1834. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” in de Trinkhalle te Wildbad op 11 juli 2013. Bijgewoonde voorstelling op 19 juli 2013.

Le Chalet - Artavazd Sargsyan als Daniel en koor (Foto: Patrick Pfeiffer)“Rossini in Wildbad”vierde dit jaar zijn 25-jarig bestaan. De grote attractie voor dit evenement was de opvoering van de integrale “Guillaume Tell” zonder de gebruikelijke coupures die de opera tot een aanvaardbare speelduur terugbrengen. De tweede opera van Rossini was “Ricciardo e Zoraide” en de vergeten opera die een band heeft met één van deze werken van Rossini was “Le Chalet” van Adolphe Adam. Een bijzonder gelukkige keuze, aangezien deze eenakter zich afspeelt in Zwitserland en uit 1834 dateert. Maar deze komische opera is toch wel bijzonder kort. Wij zagen er destijds een opvoering van te Gent in combinatie met “La fille du régiment” van Donizetti, wat een mooi gevulde avond opleverde. Wij stellen ons de vraag of de directie van het Festival weet dat er nog een korte opera bestaat die een nauwe band heeft met “Guillaume Tell”, namelijk “Tell père, Tell fils” van Tiarko Richepin. Zoals voor “Le Chalet” zijn hier ook maar drie zangers nodig (vader en zoon Tell en Elsa Gessler). Weliswaar dateert dit werk uit 1919, maar het zou “Le Chalet” toch mooi aangevuld hebben en vooral nog een extra dimensie gegeven hebben aan het “Tell-evenement”. Een gemiste kans.

De handeling van “Le Chalet” heeft plaats in het Zwitserse Appenzell. De jonge mensen van het dorp hebben dolle vreugde om de poets die ze de jonge Daniel bakten. Ze schreven hem inderdaad een briefje waarin de mooie Betly van hem een huwelijksaanzoek aanvaardt. Vol vreugde komt de jonge man opzetten met het schrijven in de hand. Hij nodigt iedereen uit op de bruiloft. Wanneer Betly zelf aankomt worden hem echter alle illusies ontnomen. Het meisje weigert te huwen, ook niet wanneer duidelijk blijkt uit een brief van haar broer Max, die sinds jaren bij het leger is, dat hij een huwelijk met Daniel wenselijk acht. De jonge boer denkt aan zelfmoord, tot plots broer Max opduikt, aan het hoofd van een groepje soldaten. De handige sergeant zal nu een hele komedie op touw zetten om zijn zuster een lesje te leren. De woning van Betly wordt zogezegd door de soldaten leeggeplunderd, terwijl Daniel zelf, voor de vorm, een dienstverbintenis tekent. Max wordt door zijn zuster niet herkend. De soldaten brengen de nacht door in het berghuis, terwijl Betly en Daniel in een zetel vóór de deur moeten overnachten.
Le Chalet - Artavazd Sargsyan als Daniel, Marco Filippo Romano als Max en onder de tafel Diana Mian als Betly (Foto: Patrick Pfeiffer)Als Daniel slaapt, verschijnt Max die voorwendt dat hij dronken is en Betly lastig valt. Daniel verdedigt haar tegen de “indringer” met wie hij een duel zal aangaan. Betly wil kost wat kost het tweegevecht verhinderen en beweert dat Daniel haar echtgenoot is. Max, die nog altijd niet werd herkend, eist dat hem het huwelijkscontract zou worden getoond. Betly tekent het inderhaast, denkend dat het zonder de toestemming van haar broer ongeldig is, doch deze maakt zich plots bekend, zet zijn handtekening onder het document en zorgt aldus voor het geluk van zijn zus, die dan maar meteen haar vooringenomenheid tegen het trouwen opgeeft.

Wij waren bijzonder gecharmeerd door de uitvoering van deze Franse opéra comique waar de gesproken dialogen gelukkig niet te lang uitvielen. Muzikaal is het een pareltje, geschreven in de typische elegante stijl van Adolphe Adam, die wij vooral kennen van “Le postillon de Lonjumeau” en het ballet “Giselle”.

Ook de bezetting wist te bekoren. Vooral de lichte tenor Artavazd Sargsyan, die ondanks zijn vreemde naam een honderd procent Franse opleiding kreeg, was uitstekend in de rol van Daniel. Hij heeft niet enkel het juiste lichte, bijna zwevende, stemtype voor de rol, maar ook zijn naïeve verschijning en zijn spontaneïteit wisten - getuige het applaus dat hem te beurt viel - niet alleen het hart van Betly te stelen. De Italiaanse Diana Mian was Betly, een lichte sopraan die zich al even goed thuis voelde in dit bekoorlijk werkje, al had ze wel wat moeite met de Franse dictie. Een sterk contrast vormde de Siciliaanse bariton Marco Filippo Romano als de onstuimige broer Max. Zijn stem klonk als een klok en het leed geen twijfel dat er aan zijn militair gezag niet te tornen viel.

 Le Chalet - Artavazd Sargsyan als Daniel, Diana Mian als Betly en koor (Foto: Patrick Pfeiffer)Het Camerata Bach Chor en de Virtuosi Brunensis klonken voortreffelijk onder de leiding van Federico Longo.

De enscenering van Nicola Berloffa bracht geen verrassingen. De actie werd naar het heden verplaatst en er werd gebruik gemaakt van een bont kleurenpalet, een stijl die wel een kopie lijkt van vorige producties in Wildbad.

Een duidelijke Franse en Duitse boventiteling zorgden er voor dat de actie probleemloos kon gevolgd worden.

Het publiek was blijkbaar opgetogen met deze productie en bij het slot bleef het, ondanks de tropische hitte in de zaal, eindeloos applaudisseren.

G.M. (Gepubliceerd op 23/7/2013)

Foto's van boven naar onder:

1) Artavazd Sargsyan als Daniel en koor.
2) Artavazd Sargsyan als Daniel, Marco Filippo Romano als Max en onder de tafel Diana Mian als Betly.
3) Artavazd Sargsyan als Daniel, Diana Mian als Betly en koor.

Copyright foto's © Patrick Pfeiffer.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

“RICCIARDO E ZORAIDE”

Opera van Gioacchino Rossini op libretto van Francesco Berio de Salsa. De tekst is gebaseerd op cantos XIV and XV van Il Ricciardetto, een episch gedicht van Niccolò Forteguerri. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” in de Trinkhalle te Wildbad op 17 juli 2013. Bijgewoonde voorstelling op 20 juli 2013.

 José Miguel Pérez-Sierra. (Foto: Patrick Pfeiffer)Deze opera werd concertant uitgevoerd. Inhoudelijk is "Ricciardo e Zoraide" een nogal ingewikkelde liefdesaffaire waarbij op het einde alle plooien glad gestreken worden. De volledige inhoud vindt U hier.

Meer dan aan de korte inhoud, willen wij maximaal aandacht besteden aan de prestaties van de vertolkers. De rol van Zoraide werd gezongen door de Italiaanse sopraan Alessandra Marianelli. Haar jeugdig voorkomen maakte haar geloofwaardig als verliefde jonge vrouw. Zij heeft een heldere stem, die helaas soms iets te hard en te scherp klonk. De rol is niet zo gemakkelijk en naar het einde toe was haar voordracht zelfs een kwestie van overleven. Haar geliefde Ricciardo werd vertolkt door de tenor Maxim Mironov. Deze zanger bezit een kleine en lichte stem, die hij meestal met veel souplesse weet te hanteren. Hij had bovendien de goede smaak zijn klankdebiet niet te forceren, behalve op enkele momenten in de hoogste tessituur. Door zijn jeugdige postuur was hij een zeer bekoorlijke cavalier. Natuurlijk wordt Zoraide begeerd door nog een andere man, een koning die graag een tweede vrouw wil hebben. De Amerikaanse tenor Randall Bills zong deze rol van Agorante en hij deed dit met veel bravoure. Hij bezit een groot stemregister, de hoogte klonk heel overtuigend en elke belcanto liefhebber in de zaal was verkocht, maar in de diepte wist hij helaas minder te bekoren. Zijn echtgenote Zomira was een mezzosopraan zoals wij die graag horen. Silvia Beltrami heeft een diepe warme stem, met de nodige techniek voor de versieringen. Het was een waar genot deze zangeres te beluisteren zowel in de aria’s als in de ensembles. Iracano, de vader van Zoraide werd gezongen door de Argentijnse bas Nahuel Di Pierro. Het begin van zijn voordracht was niet zo geslaagd, maar in het verdere verloop van de opera kreeg hij meer resonantie en klonk hij zeer gewichtig, wat wel paste bij deze machtige heerser. De tenor Artavazd Sargsyan die ons zo bekoord had in “Le chalet” van Adolphe Adam, wist ons ook hier te verrassen door zijn aangenaam stemgeluid. De man geeft de indruk een scala aan stemtechnische mogelijkheden te bezitten. Op termijn zal hij waarschijnlijk niet meer de kleine rol van Ernesto, de vriend van Ricciardo zingen, maar zal hij naar grotere rollen evolueren.

Silvia Beltrami (Foto: Patrick Pfeiffer)De Italiaanse dirigent José Miguel Pérez-Sierra had het gehele ensemble goed in de hand en was vol aandacht voor alle zangers. Wij vinden het wel spijtig dat de meeste vertolkers steeds met hun neus in de partituur of tablet zaten. Zij zijn gewoon om teksten van buiten te leren, dat was voor deze avond een toegevoegde waarde geweest. Wij denken een de talrijke barokuitvoeringen van William Christie en/of René Jacobs waar de solisten vrij, zonder partituur, hun rol acteren. Een aangepaste kledij en enkele attributen kunnen van een steriele concertante uitvoering een boeiende semi-scenische opvoering maken. En dat zonder bijkomende kosten!

P.T. (Gepubliceerd op 23/7/2013)

Foto’s van boven naar onder:

1) José Miguel Pérez-Sierra.
2) Silvia Beltrami.

Copyright foto's © Patrick Pfeiffer.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

“GUILLAUME TELL”

Opera van Gioacchino Rossini op een libretto van Etienne de Jouy en Hippolyte Bis, gebaseerd op Friedrich Schiller’s toneelstuk Wilhelm Tell, dat op zijn beurt is gebaseerd op de legende van Willem Tell. Gecreëerd in het Théâtre de l'Académie Royale de Musique op 3 augustus 1829. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” in de Trinkhalle te Wildbad op 13 juli 2013. Bijgewoonde voorstelling op 21 juli 2013.

Guillaume Tell - Alessandra Volpe als Hedwige, Andrew Foster-Williams als Guillaume Tell, Tara Stafford als Jemmy en Nahuel Di Pierro als vader Melchtal. (Foto: Patrick Pfeiffer)De trekpleister van dit 25e Rossini Festival was ongetwijfeld de integrale opvoering van “Guillaume Tell”. Hiervoor werd de vertoning in twee delen gesplitst. De eerste twee bedrijven werden in de namiddag gespeeld en de laatste twee ’s avonds. Het geheel duurde van drie uur in de namiddag tot kwart na tien ’s avonds. Dat kan verbluffend lang toeschijnen, maar in feite was dat niet zo. Tussen elk bedrijf waren er pauzes en de onderbreking tussen de delen van de namiddag en de avond duurde meer dan twee uur. Als we al de muziek bij elkaar optellen, duurt de integrale “Guillaume Tell” niet langer dan “Die Meistersinger von Nürnberg” of “Parsifal” van Richard Wagner. Tussen de grote pauze speelden alphoornblazers van op de heuvel van het Kurhaus om in de sfeer te blijven.

Wij werden ook niet verrast door muzikale fragmenten die wij als een “tekort” of “ontbrekend” konden ervaren. Integendeel, de gebruikelijke coupures bleken vooral balletten, recitatiefdialogen, vrijheidskoren en gevechtscènes. Met uitzondering van het vrouwentrio en de tussenkomst van Mathilde in de vierde akte, vonden wij geen muzikale sleutelmomenten die wij bij vroegere opvoeringen zouden gemist hebben.

Dat wil niet zeggen dat wij de inspanningen en de energie die het Rossini Festival aan deze reconstructie besteed heeft niet waarderen. Meer dan door het “integrale” van deze “Guillaume Tell”, werden wij bij deze opvoering gefascineerd door de muzikale kwaliteiten en het spectaculaire schouwspel dat ons aangeboden werd. Laten we niet vergeten dan “Guillaume Tell” geschreven werd voor “La grande Boutique”, zoals de Parijse Opéra genoemd werd, waar het spectaculaire primordiaal was. De erbarmelijke technische en scenische mogelijkheden van de Trinkhalle in acht genomen, is het bijna een wonder wat Intendant en regisseur Jochen Schönleber hier bereikt heeft. Het veel te smalle podium werd zijdelings uitgebouwd en door een ingenieus trappensysteem en verhoogde stellages kregen de toeschouwers de indruk van een breed podium. Het koor en de solisten waren blijkbaar zelf opgetogen met deze ingenieus gecreëerde ruimte en gebruikten ze met een aanstekelijk enthousiasme. De kostuums waren hedendaags, een bont allegaartje van alle kleuren. De voorliefde die ze in Wildbad hebben voor vuurwapens hebben wij altijd al raadselachtig gevonden. Ook hier waren de vrijheidsstrijders gewapend met geweren, terwijl Tell zich tevreden moest stellen met een kruisboog, hoewel die er zo gesofistikeerd uitzag, dat hij niet zou misstaan in de handen van Lara Croft.

Guillaume Tell - Nahuel Di Pierro als Walter Furst, Michael Spyres als Arnold en Andrew Foster-Williams als Guillaume Tell. (Foto: Patrick Pfeiffer)Maar ook muzikaal werden wij verwend. Al bij de ouverture was duidelijk dat aan deze productie gewerkt was. De temperamentvolle Antonino Fogliani heeft duidelijk de hartslag van deze muziek in de vingertoppen. De lyrische delen klonken fraai verzorgd, maar ook de stuwende ritmiek ontbrak niet. Het orkest Virtuosi Brunensis overtrof zichzelf en verklankte zijn intenties feilloos, vier virtuoze hoorns voorop. De koren kregen er voor deze “integrale” opvoering het meeste werk bij. Het Camerata Bach Chor klonk niet alleen uiterst slagvaardig en gedisciplineerd, zij acteerden ook alsof hun leven er vanaf hing.

Echte heldenbaritons krijgen wij in Wildbad maar zelden te horen, maar Andrew Foster-Williams vormt ongetwijfeld de uitzondering. Met zijn goedliggende hoogte en zijn heldhaftige voordracht was hij geknipt voor de figuur van Guillaume Tell. De stem van Michael Spyres was in contrast iets te klein voor de rol van Arnold. Echt kernachtig klink hij nooit en ook de astronomisch hoge tenornoten die hij ten beste moet geven, zijn naar onze smaak niet echt geslaagd. Maar zoals gezegd is dat een kwestie van smaak, want het publiek was razend enthousiast voor deze vocale hoogstandjes.

Een regelrechte tegenvaller, althans bij de voorstelling die wij bijwoonden, was de sopraan Judith Howarth als Mathilde. De dame had kennelijk moeite met de Franse tekst die zij onverstaanbaar en met verkeerde klemtonen radbraakte. Zij miste ook enkele topnoten, waardoor haar vertolking helemaal ontsierd werd. Hartverwarmend was Tara Stafford als Jemmy, de zoon van Guillaume, een flinterdun en amper hoorbaar sopraanstemmetje dat door de ingetogenheid en de ongedwongenheid zijn effect niet miste. Uitstekend was ook de echtgenote Hedwige, vertolkt door de warme, luisterrijke mezzosopraan Alessandra Volpe. De valse Gessler was de bariton Raffaele Facciola, zijn harde, droge stem was geschikt voor deze partij, die misschien wel iets meer gezag had mogen uitstralen. De kleinere rollen werden stuk voor stuk goed bezet. Wij vermelden de bas Nahuel Di Pierro als Walter Furst en Melchtal, de tenor Giulio Pelligra als Rodolphe, de tenor Artavazd Sargsyan als de visser en Marco Filippo Romano als Leuthold.

Guillaume Tell - Michael Spyres als Arnold en Judith Howarth als Mathilde. (Foto: Patrick Pfeiffer)De (te) vele balletten waren niet veel zaaks. Een “corps de ballet” was natuurlijk uitgesloten door de beperkte toneelruimte en daarom werd geopteerd voor kleinschalige boeren- en folkloristische dansen. Dat had inventiever gekund en wij denken bijvoorbeeld aan het ballet van Verdi’s “Les vêpres siciliennes” dat in de productie van De Nederlandse Opera in 2010 tot een onderhoudende flashback omgetoverd werd.

Scenisch stelde de finale van de opera wat teleur. Hoe komt een regisseur op het idee om de moeilijke boottocht van Tell te illustreren met een fragment uit de Russische stomme film “Potemkin”?
Maar muzikaal was de finale een topper! Een volledig fortissimo zingend koor en het op volle kracht spelende orkest, lokte een ovationeel applaus uit dat de welverdiende bekroning was voor dit mooie “Tell-project”.

G.M.(Gepubliceerd op 23/7/2013)

Foto’s van boven naar onder:

1) Alessandra Volpe als Hedwige, Andrew Foster-Williams als Guillaume Tell, Tara Stafford als Jemmy en Nahuel Di Pierro als vader Melchtal.
2) Nahuel Di Pierro als Walter Furst, Michael Spyres als Arnold en Andrew Foster-Williams als Guillaume Tell.
3) Michael Spyres als Arnold en Judith Howarth als Mathilde.

Copyright foto's © Patrick Pfeiffer.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND