OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN MANNHEIM

“TEMISTOCLE”

Nationaltheater MannheimOpera seria in drie akten van Johann Christian Bach op een libretto van Pietro Metastasio, bewerkt door Mattia Verazi. Wereldpremière op 5 november 1772 in het Kurpfälzischer Hoftheater te Mannheim. Première van deze productie door het Nationaltheater Mannheim op 6 juli 2012. Bijgewoonde voorstelling 20 juli 2012.

Temistocle - Netta Or als Neocle, Cornelia Ptassek als Aspasia en Iris Kupke als Rossane (Foto: Hans Jörg Michel)Temistocle heeft het Griekse leger in de slag bij Salamis tot een overwinning gevoerd, maar valt later in ongenade en vlucht het land uit samen met zijn dochters Aspasia en Neocles. Hij krijgt asiel aan het Hof van Perzië bij Koning Serse. Deze bemint Aspasia, maar deze liefde wordt niet beantwoord. Aspasia houdt van Lisimaco. Dit is een Griekse gezant, die naar het hof van Perzië kwam om de uitlevering van Temistocle te bekomen. De liefde tussen beiden wordt echter overheerst door het dreigende lot van Temistocle. Serse benoemt ondertussen Temistocle tot hoofd van het Perzische leger. Rosanne, de vrouw van Serse, is overtuigd dat haar man haar bedrogen heeft en zint op wraak. Temistocle weigert ten strijde te trekken tegen zijn vaderland. Daar hij het bevel van Serse negeert, wordt hij gevangen gezet. Aspasia en Neocle smeken de koning hun vader vrij te laten. Rosanne ontmoedigt Aspasia. Neocle is vertwijfeld over het onrecht van het noodlot, maar Temistocle legt zich bij zijn lot neer. Hij weet dat de dood hem wacht en neemt afscheid van zijn dochters. Aspasia tracht nog het lot van haar vader te veranderen door zichzelf aan Serse aan te bieden, maar slaagt hier niet in. De beide dochters worden vrij gelaten, maar Temistocle wordt ter dood gebracht.

Dit hele verhaal kwam echter niet tot uiting op het podium. Er werd gespeeld op twee niveaus op smalle richels, waar de zangers zich telkens moesten vastklikken om dan schuin voorover te gaan hangen aan kabels. Het kleine spreekkoor riep een aantal bijna onverstaanbare teksten in de Duitse taal, terwijl de zang in het Italiaans uitgevoerd werd. Dit vijfkoppig ensemble stormde ook regelmatig trap op, trap af, met veel lawaai en liet zich regelmatig gewoon op de grond vallen.
Temistocle - Szabolcs Brickner als Temistocle, Cornelia Ptassek als Aspasia en Netta Or als Neocle (Foto: Hans Jörg Michel)De dood van Temistocle werd zinnebeeldig uitgevoerd door hem volledig van kop tot teen in het zwart te schilderen en hem dan als een soort Christusfiguur.omhoog te hijsen. Een raadsel was ook waarom Neocle een deel van de avond met een reusachtige kinderkop als een soort masker rondliep. Dit alles was waren ideeën van regisseur Joachim Schlömer.

Het muzikale gedeelte beviel ons echter beter. De dirigent Reinhard Goebel wist samen met het Orchester des Nationaltheater Mannheim de mooie muziek van Johann Christian Bach tot een aangename uitvoering te brengen. Dit maakte het de zangers mogelijk om, hierdoor gesteund, goede zangprestaties te leveren.

De rol van Temistocle werd gezongen door Szabolcs Brickner. Deze tenor won in België de Koningin Elisabethwedstrijd voor zang in de voorlaatste uitgave. Zijn stem schijnt nog rijper geworden te zijn en de frasering was zeer goed. Zijn tegenspeler Serse was Lars Møller. Deze bariton bezit een volle, ronde en aangename stem, die hij uitstekend gebruikte. Lisimaco werd gezongen door Yuriy Mynenko. Hij is een zeer bekende countertenor, die reeds veel wedstrijden won. Hij wist indruk te maken in deze kleinere partij.
Bij de dames zagen we Cornelia Ptassek als Aspasia. Zij heeft een indrukwekkend en zeer breed repertorium en maakte een zeer goede indruk. Netta Or als Neocle heeft eveneens al diverse onderscheidingen ontvangen. Iris Kupka als Rossane is sedert het speeljaar 2003/04 een vast lid van het ensemble van het Nationaltheater Mannheim. Deze laatste twee sopranen hebben eveneens een groot repertorium en leverden uitstekende prestaties.

Temistocle - Lars Møller als Serse, Szabolcs Brickner als Temistocle en Schauspieler (Foto: Hans Jörg Michel)De cast werd vervolledigd door het “Schauspielchor”, gevormd door Sebastian Borucki, Lorentz Kandzior, Roman Kimmich, Daniel Mann en Benjamin Wendel.

De opera duurde 1uur en 40 minuten zonder pauze, wat door de onverklaarbare regie langdradig overkwam. Gelukkig werd er uitstekend gemusiceerd en gezongen, wat blijkbaar ook door het publiek geapprecieerd werd.

Er zijn nog voorstellingen op 21, 29 september, 6 en 24 oktober 2012.

H.V. (Gepubliceerd op 9/8/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Netta Or als Neocle, Cornelia Ptassek als Aspasia en Iris Kupke als Rossane.
2) Szabolcs Brickner als Temistocle, Cornelia Ptassek als Aspasia en Netta Or als Neocle.
3) Lars Møller als Serse, Szabolcs Brickner als Temistocle en Schauspieler.

Copyright foto's © Hans Jörg Michel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“LUCIA DI LAMMERMOOR”

Nationaltheater MannheimOpera van Gaetano Donizetti (muziek) en Salvatore Cammarano (libretto) naar de roman “The Bride of Lammermoor” van Sir Walter Scott uit 1819. Wereldpremière op 16 september 1835 in het Teatro San Carlo te Napels. Première van deze productie door het Nationaltheater Mannheim op 9 december 2011. Bijgewoonde voorstelling op 21 juli 2012

Désirée RancatoreDeze voorstelling van "Lucia di Lammermoor" werd aangekondigd als een galavoorstelling met ondersteuning van BW/Bank als slot van het seizoen 2011/12. Hiervoor werden drie speciale solisten aangetrokken.

De titelrol werd gezongen door Désirée Rancatore, een schitterende coloratuursopraan, die met zeer veel gevoel en muzikaliteit de hele zaal wist te begeesteren. Haar partner was de tenor Celso Albelo in de rol van Edgardo. We hebben zelden een dergelijke tenor gehoord. Hij bezit een prachtige stem en nuanceert zowel in de piano’s als in de forte’s. Ook alle hoge noten zijn van uitstekende kwaliteit en klinken moeiteloos. Daarbij acteerde hij zeer emotievol. De derde gastsolist was de bariton Ambrogio Maestri in de rol van Enrico Ashton. Deze zanger bezit een mooie ronde stem met een geweldig volume, dat hij op sommige momenten wel misbruikte. Ook ontbrak hem een beetje het adellijke dat deze figuur vereist.

De kleine rol van Arturo was in goede handen bij de tenor Benedikt Nawrath en Raimondo werd gezongen door Radu Cojocariu. Hij acteerde goed, maar had volgens ons niet de geschikte stem voor deze rol. Alisa was goed bezet met Andrea Szántó, terwijl Normanno goed gezongen werd door David Lee.

Het uitstekende koor van het Nationaltheater Mannheim was voorbereid door Tilman Michael en het huisorkest speelde zeer stijlvol. De dirigent Joseph Trafton dirigeerde met vaste hand en had slechts enkele kleine problemen met de tempi van de gastbariton.

Lucia di Lammermoor - Radu Cojacariu als Raimondo Jorge Lagunes als Enrico (alternerende bezetting), Benedikt Nawrath als de vermoorde Arturo en koor (Foto: Hans Jörg Michel)De regie was in handen van Christian Pade. Ondanks het gebruik van moderne kostuums, bleef het originele idee bewaard. Voor de scènewisselingen werd uitvoerig gebruik gemaakt van het draaitoneel. Naast de kostuums was het decor ook van Alexander Linti.

Er was uiteraard een daverend applaus, vooral voor de drie gastzangers.

H.V. (Gepubliceerd op 11/8/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Désirée Rancatore.
2) Radu Cojacariu als Raimondo Jorge Lagunes als Enrico (alternerende bezetting), Benedikt Nawrath als de vermoorde Arturo en koor.

Copyright foto's © Hans Jörg Michel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“DER IDIOT”

Nationaltheater MannheimOpera van Mieczyslaw Weinberg op een libretto van Alexander Medwedjew, naar de gelijknamige roman van Dostojewski. Gecreëerd in de Moskauer Kammeroper in 1991. Duitse creatie in het Nationaltheater Mannheim op 9 mei 2013. Bijgewoonde opvoering op 17 juli 2013.

Dmitry Golovnin als Mischkin, Steven Scheschareg als Rogoschin en Lars Möller als Lebejew. Op de achtergrond: Uwe Eikötter als Gawrila en Ludmila Slepneva als Nastassja. (Foto: Hans Jörg Michel)Na „Die Passagierin“ in 2010 (Bregenz) en „Das Portrait“ in 2011 (Kaiserslautern en Opera North), werd opnieuw een vergeten opera van Mieczyslaw Weinberg aan het licht gebracht. Het betreft „Der Idiot“, een literatuuropera naar de roman van Dostojewski. De opvoering vergt een groot klankapparaat van twaalf zangsolisten, een mannenkoor, een orkest met sterke blazers, klavier, celesta en uitvoerig slagwerk.

De compositie klinkt overwegend mooi, ze is meesterlijk georkestreerd, vaak romantisch, maar ook donker en wrang met geweldige klankuitbarstingen die ons meermaals kippenvel bezorgden.

De opera volgt nauwgezet het verhaal van de roman van Dostojewski, voor het grootste deel een geromantiseerd zelfportret. De hoofdfiguur gedraagt zich misschien niet zoals zijn entourage het verwacht, maar een idioot is hij zeker niet! Voor de toeschouwers die niet vertrouwd zijn met het boek, zal de opera nogal ingewikkeld overkomen. Dat is meestal eigen aan opera’s die gebaseerd zijn op lijvige literaire werken. Er zijn teveel personages, er moet te veel verteld worden op een te korte tijdpanne, de toeschouwer geraakt de draad kwijt en dat komt de spanning van de opvoering natuurlijk niet ten goede. Dat was voor deze ruim vier uur durende “idioot” niet anders.

Wij vertellen in het kort waarover het gaat. De jonge vorst Myschkin lijdt aan epilepsie. Hij werd hiervoor gedurende vijf jaren behandeld in Zwitserland en nu keert hij terug naar zijn vaderland Rusland. In de trein naar Sint Petersburg ontmoet hij de rijke Rogoschin, die bezeten is van Nastassja, een “gevallen” vrouw die door de ganse stad begeerd wordt. De naïeve vorst die nog in de goedheid van de mensen gelooft, wil deze luxehoer redden.
Ludmila Slepneva als Nastassja en Dmitry Golovnin als Mischkin. (Foto: Hans Jörg Michel)Maar er is ook Aglaja. Tussen deze jonge vrouw en de vorst ontstaat een relatie vol aantrekking, maar ook afstoting want Nastassja is steeds aanwezig in het leven van de vorst. Uiteindelijk wordt Nastassja vermoord door Rogoschin. De moordenaar en de vorst houden elkaar goed vast en houden zo de wacht bij het lijk. Daar eindigt de opera die niet vertelt dat de politie hen later vindt: Rogoschin wordt veroordeeld tot vijftien jaar dwangarbeid in Siberië, de vorst, compleet idioot, vertrekt terug naar Zwitserland. De Jepantschins komen hem op het einde van het boek nog eens een bezoek brengen: het blijkt dat Aglaja is gevlucht met een vermeende Poolse graaf.
Een meer uitvoerige inhoud vindt U hier.

Het Nationaltheater van Mannheim heeft geld noch moeite gespaard om de opvoering van deze opera tot het evenement van het speeljaar te maken. In de eerste plaats werd er een eersteklas bezetting samengebracht met Dmitry Golovnin in de rol van Myschkin. Deze uitstekende Russische lichte tenor heeft niet enkel het juiste stemtype, hij heeft ook zijn figuur mee en hij acteert de rol met een aanstekelijke eenvoud en overtuiging. In de rol van Nastassja hoorden wij de sopraan Ludmila Slepneva, eveneens een Russische. Haar onmiskenbare stemkwaliteiten kwamen het best tot hun recht in de lyrische passages. Onheilspellend donker en bedreigend klonk de bas Steven Scheschareg als Rogoschin. Ook de andere solisten deden niet voor elkaar onder: de baritons Bryan Boyce als Tozkij en Lars Möller als Lebedjew, de mezzo’s Elzbieta Ardam als Jepantschina en Cornelia Ptassek als haar dochter Aglaja en de bas Alexander Vassiliev als Jepantschin.

Koor en orkest klonken overweldigend onder de leiding van Thomas Sanderling. De enscenering van Regula Gerber boeide door haar eenvoud en haar functionaliteit. De actie werd gelukkig niet naar een andere periode dan die van het boek verplaatst en er werd niet nutteloos geëxperimenteerd of gezondigd tegen de goede smaak. Dat is al een hele prestatie!

Dmitry Golovnin als Mischkin en Steven Scheschareg als Rogoschin. (Foto: Hans Jörg Michel)Ondanks het warme zomerweer, was de zaal zo goed als uitverkocht.

Wij woonden de laatste voorstelling van dit speeljaar bij, maar de opera wordt nog opgevoerd op 12 januari en 22 februari 2014.

G.M. (Gepubliceerd op 20 juli 2013)

Foto’s van boven naar onder:

1) Dmitry Golovnin als Mischkin, Steven Scheschareg als Rogoschin en Lars Möller als Lebejew. Op de achtergrond: Uwe Eikötter als Gawrila en Ludmila Slepneva als Nastassja.
2) Ludmila Slepneva als Nastassja en Dmitry Golovnin als Mischkin.
3) Dmitry Golovnin als Mischkin en Steven Scheschareg als Rogoschin.

Copyright foto's © Hans Jörg Michel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“DON CARLO”

Nationaltheater MannheimOpera van Giuseppe Verdi op een libretto van Camille du Locle en Joseph Méry. Gecreëerd in de Opera van Parijs op 11 maart 1867. Première van deze productie in het Nationaltheater Mannheim op 2 februari 2013. Bijgewoonde voorstelling op 18 juli 2013.

Galina Shesterneva als Elisabetta en Roy Cornelius Smith als Don Carlo (Foto Hans Jörg Michel)De voorstelling die wij te horen kregen was de versie in vier akten die voor het eerst werd opgevoerd in Milaan op 10 januari 1884.

De korte inhoud van dit werk hoeven we niet te vertellen, want elke operaliefhebber is bekend met dit dramatisch werk. Wie de inhoud niet kent, vindt hem hier.

De opera “Don Carlo” heeft voor ons altijd een speciaal plaatsje gekregen in het repertoire van Verdi. Er is de vriendschap (geen homorelatie, zoals sommige regisseurs suggereren) tussen Rodrigo, de markies van Posa en Don Carlo met verschillende mooie duetten. We denken verder aan twee prachtige aria’s van Elisabetta. De intrigante prinses Eboli krijgt ook een paar moeilijke zangoefeningen. Philipp II wordt niet vergeten met zijn indringende monoloog in de derde akte en ja, er is ook nog de titelrol die een uitdaging vormt voor elke tenor.

Wat kregen wij nu te horen in Mannheim. De bas Marko Spehar had het figuur voor de godsdienstfanaat Philipp II, maar de stem was nogal aan de magere kant en miste warmte. De rol van Posa werd vertolkt door de heldenbariton Thomas Berau. Hij was geloofwaardig als begripvolle diplomaat, maar vocaal kwam hij wel wat tekort. De mezzosopraan Edna Prochnik typeerde niet slecht de rol van Eboli, maar haar stem was hard als staal, een geluid dat door merg en been ging. Zij is verliefd op de kroonprins Don Carlo, maar hij heeft maar één geliefde en dat is Elisabetta, gezongen door de sopraan Galina Shesterneva. Zij trakteerde ons op een klasse vertolking. Nooit riep deze zoet gevoosde sopraan, altijd wist zij te doseren en dat was een verademing in deze voorstelling.
Panorama ensemble, Chor, Extrachor und Statisterie des Nationaltheaters. (Foto Hans Jörg Michel)De rol van Don Carlo werd gezongen door de tenor Ray Cornelius Smith. Van het begin van de opera tot op het einde zong hij veel te luid. Soms zouden wij het zelfs “brullen” durven noemen. Het woord “doseren” staat blijkbaar niet in de woordenschat van deze zanger. Ook de bas Mihail Mihaylov als de grootinquisiteur wist zijn stem niet temperen, maar zijn tussenkomst is slechts van korte duur en als godsdienstige ijzervreter was dit wel aanvaardbaar. De zes Vlaamse afgevaardigden klonken mooi homogeen. De sopraan Iris Kupke zong de “stem uit de hemel” vooraan op het podium en ze klonk helemaal niet hemels!

De grote schuldige van deze vele ongenietbare momenten bij de zangers was de dirigent Alois Seidlmeier. Hij liet zijn orkest veel te hard spelen en wist het maar zelden in te tomen, wat de zangers als het ware verplichtte om luid te zingen.

De regie was in handen van Jens-Daniel Herzog. Uiteraard waren er heel wat anomalieën, zoals het anachronisme tussen de kostuums, maar we willen hierover niet verder uitweiden. De bijgaande foto’s maken een en ander overduidelijk.

Roy Cornelius Smith als Don Carlo, Heike Wessels als Prinses Eboli en Jorge Lagunes als Rodrigo (alternatieve bezetting) (Foto Hans Jörg Michel)De zaal was goed gevuld, hoewel de toeschouwers een vertoning met veel tekortkomingen te horen kregen. Natuurlijk worden wij verwend door verschillende CD en DVD uitvoeringen met eersteklas zangers en dan vormt een live voorstelling soms wel een teleurstelling.

Er zijn nog opvoeringen op 23 juli, 29 december 2013, 26 januari, 8 februari, 2 april en 29 juni 2014.

P.T. (Gepubliceerd op 20/7/2013)

Foto’s van boven naar onder:

1) Galina Shesterneva als Elisabetta en Roy Cornelius Smith als Don Carlo.
2) Panorama ensemble, Chor, Extrachor und Statisterie des Nationaltheaters.
3) Roy Cornelius Smith als Don Carlo, Heike Wessels als Prinses Eboli en Jorge Lagunes als Rodrigo (alternatieve bezetting).

Copyright foto's © Hans Jörg Michel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“THE TURN OF THE SCREW”

Nationaltheater MannheimOpera van Benjamin Britten (muziek) en Myfanwy Piper (libretto) naar de gelijknamige novelle van Henry James. Wereldpremière op 14 september 1954 in het “Teatro La Fenice” in Venetië. Première in het Nationaltheater Mannheim op 12 juli 2013. Bijgewoonde voorstelling op 19 juli 2013 (B-première).

The turn of the screw - Iris Kupka, Uwe Eikötter en Statisterie (Foto: Hans Jörg Michel)Het verhaal van "The turn of the screw" gaat over de strijd van het goede tegen het kwade, over lust en onschuld en dodelijke bezetenheid. Een jonge gouvernante komt aan in een eenzaam Engels landhuis om de opvoeding van de kinderen Flora en Miles over te nemen. Zij moet de voogd van de kinderen beloven hem nooit met problemen lastig te vallen. Zij bemerkt snel dat de kinderen door de geest van hun vroegere opvoeders Miss Jessel en Peter Quint bezeten zijn. Beiden zijn onder vreemde omstandigheden om het leven gekomen. Met de hulp van de huishoudster Mrs Grose probeert zij de kinderen aan de invloed van deze beide geesten te onttrekken, maar wordt hierin tegengewerkt door de grote invloed die zij hebben op de kinderen.

Benjamin Britten wist met zijn muziek de typische sfeer van het wezenlijke met het onwezenlijke op te wekken. Tot het einde toe blijft het onduidelijk wanneer de realiteit versmelt met de hallucinaties.

De muzikale leiding lag in handen van Joseph Trafton, die zeer beslist en duidelijk het Orchester van het Nationaltheater Mannheim dirigeerde.

The turn of the screw - Astrid Kessler, Jonathan Schuchardt enUwe Eikötter (Foto: Hans Jörg Michel)Scenisch wist regisseur Frank Hilbrich de juiste sfeer op te wekken. Het decor bestond uit vier kamers: twee beneden en twee boven, alle vier volledig hetzelfde, maar beneden het tegengestelde van boven, de voorkant is hier de rugzijde van de kamers. Zo staat boven de canapé met de zit naar voor, beneden met de rug naar voor. Tijdens bepaalde scènes werden de zangsolisten gedubbeld door mimespelers, die dan in de omgekeerde kamer konden laten zien wat er in tegengestelde vorm gebeurde. Op een bepaald ogenblik waren er zelfs drie dubbels voor Flora. Zij speelden met veel overtuiging. Dit was een prachtige vondst van de regisseur, wat men in de huidige tijd niet veel meer tegenkomt.

De sopraan Eunju Kwon zong prachtig en bracht een zeer geloofwaardige gouvernante. De beide kinderen Julian Lörch (12 jaar) als Miles en Lara Brust (13 jaar) als Flora waren formidabel in hun rol en hun zangtalent was voldoende voor deze partijen. De tenor Uwe Eikötter zong zowel de proloog als de rol van Quint, de vroegere dienaar. Marie-Belle Sandis was een zeer uitdrukkingsvolle huishoudster, terwijl de rol van Miss Jessel, de vroegere gouvernante, met prachtige stem gezongen werd door Cornelia Plassek.

Als recensent is het aangenaam om ook eens positief te kunnen zijn, zowel qua muziek, regie als vertolkers.

The turn of the screw - Astrid Kessler, Antonia en Jonathan Schuchardt (Foto: Hans Jörg Michel)Het talrijk opgekomen publiek reageerde, welverdiend, zeer enthousiast.

H.V. (Gepubliceerd op 11/8/2013)

Foto’s van boven naar onder:

1) Iris Kupka, Uwe Eikötter en Statisterie.
2) Astrid Kessler, Jonathan Schuchardt enUwe Eikötter.
3) Astrid Kessler, Antonia en Jonathan Schuchardt.

Copyright foto's © Hans Jörg Michel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND