OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN FRANKFURT

“KÖNIGSKINDER”

Oper FrankfurtSprookjesopera in drie bedrijven van Engelbert Humperdinck op een libretto van de componist zelf, naar het gelijkaardige verhaal van Ernst Rosmer. Het werk werd voor het eerst opgevoerd in de Metropolitan Opera in New York op 28 december 1910. We waren op 11 oktober 2012 aanwezig bij een voorstelling in de Oper Frankfurt.

Königskinder - Daniel Behle als de koningszoon en Armanda Majeski als de ganzenhoedster (Foto: Wolfgang Runkel)Nadat Humperdinck in 1893 een triomf vierde met de kinderopera “Hänsel und Gretel”, trachtte hij uiteraard dit succes te herhalen met andere opera’s voor een jong publiek. Zijn “Die sieben Geislein” en “Dörnroschen” kenden weinig succes. Met “Königskinder” nam de componist afstand van zijn reputatie als Wagner-adept. Oorspronkelijk was het werk immers geconcipieerd als een muziekdrama met gesproken dialogen tegen een achtergrond van muziek. Toen Humperdinck in 1910 dit drama herwerkte naar een echte opera, bleef hij vasthouden aan muziek op het ritme van de menselijke stem.

“Königskinder” stond zowat 20 jaar lang op het programma van de Duitse operahuizen tot de nazi’s ontdekten dat de naam van de librettist Ernst Rosmer een pseudoniem was voor Elsa Bernstein-Porges, een Joodse schrijfster. Vanaf dat moment werd de opera als ongewenst beschouwd. Het volledige oeuvre van Bernstein-Porges werd trouwens vernietigd zodat het operalibretto van “Königskinder” alles is wat overgebleven is. Het verhaal is overigens geen sprookje voor kinderen maar een met symbolen overladen stuk voor volwassenen.

De jonge Duitse regisseur David Bösch heeft gekozen voor een minimalistische enscenering waarbij de nadruk vooral ligt op de sfeer. Wat ons betreft een verdedigbare keuze gezien ook het sfeerscheppende karakter van Humperdinck's muziek. De ganse opera speelt zich af op een vrijwel leeg toneel, decorstukken zijn zo goed als afwezig, enkel een aantal rekwisieten geven de toeschouwer een idee van de locatie.
Königskinder - Nikolai Borchev als de speelman met kinderkoor (Foto: Wolfgang Runkel)Vanaf het begin is het duidelijk dat voor de koningskinderen geen hoop is, gezien de apocalyptische atmosfeer van de enscenering. Nochtans is de regie voor de rest erg traditioneel: het libretto wordt trouw gevolgd op de finale na: de kinderen sterven niet door het eten van vergiftigd brood maar doden elkaar. Een uitzonderlijk goede personenregie (en uiteraard het acteertalent van de solisten) dragen bij tot de geloofwaardigheid van het verhaal.

Het is voor een volwassenen niet zo eenvoudig om een kind te spelen, maar de zangers die de Oper Frankfurt engageerde voor deze productie, doen dit buitengewoon goed. Vooral de wat slungelachtige sopraan Armanda Majeski kruipt op een uitermate geloofwaardige manier in de huid van het ganzenhoedstertje. Nochtans is deze rol allesbehalve voor een kind geschreven. Majeski weet met een schitterende hoogte en een mooi timbre ook op dat punt te overtuigen. De tenor Daniel Behle, voormalig lid van het ensemble van de Oper Frankfurt, is eveneens een haast perfecte koningszoon. Zijn stem heeft wat tijd nodig om op te warmen maar weet dan zonder moeite de orkestklanken te overwinnen. Misschien wel de mooiste rol is die van de speelman. De nog jonge Russische bariton Nikolai Borchev is een speelman vol panache. Als akteur wekt de man sympathie, als zanger bewondering voor zijn stijlgevoel en de manier waarop hij betekenis geeft aan de zangtekst. Van de talrijke kleinere rollen onthouden we vooral de naam van Nina Tarandek, een jonge Kroatische mezzo die we graag willen terughoren in een grotere rol, en Julia Juon, erg overtuigend als de heks. Chiara Bäuml tenslotte, lid van het kinderkoor, speelde en zong de rol van het dochtertje van de bezembinder met een uitzonderlijk zelfvertrouwen.

Königskinder - Daniel Behle als koningszoon, Amanda Majeski als ganzenhoedster en op de achtergrond Nikolai Borchev als de speelman (Foto: Wolfgang Runkel)We hoorden het Frankfurter Opern- und Museumorchester al vaker in het Duitse repertoire en vooral onder zijn muziekdirecteur Sebastian Weigle worden we telkens weer ontroerd door de schitterende klanken die uit de orkestbak oprijzen. Niet alleen de voorspelen klinken als hoogtepunten, de ganse opera eist het orkest de hoofdrol voor zich op zonder dat Weigle de zangers laat overstemmen. De inbreng van het koor is niet zo groot, maar er is wel een belangrijke bijdrage van het kinderkoor dat prachtig voorbereid werd door Michael Clark en Felix Lemke. Het is een plezier om deze zangers van morgen nu al aan het werk te kunnen zien en horen.

“Königskinder” is bij het grote publiek niet zo bekend en het vraagt zeker een inspanning om de partituur van het begin tot het einde uit te zitten. Maar het loont absoluut de moeite, zeker in de productie die de Oper Frankfurt nog tot 27 oktober 2012 aanbiedt.

H.D. (Gepubliceerd op 14 oktober 2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Daniel Behle als de koningszoon en Armanda Majeski als de ganzenhoedster.
2) Nikolai Borchev als de speelman met kinderkoor.
3) Daniel Behle als koningszoon, Amanda Majeski als ganzenhoedster en op de achtergrond Nikolai Borchev als de speelman.

Copyright foto's © Wolfgang Runkel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“KHOVANCHSHINA”

Oper FrankfurtOpera in vijf bedrijven van Modest Mussorgsky op een eigen libretto. Postume première van de versie van Rimski-Korsakov te Sint Petersburg op 21 februari 1886. Première van de bewerking door Shostakovich eveneens te Sint Petersburg op 25 november 1960. Op 12 oktober 2012 woonden we een uitvoering bij in de Oper Frankfurt.

Khovanchshina - Lars Erik Jonsson als Golizyn en Elena Cassian als Marfa (Foto: Thilo Beu - seizoen 2004/05)Toen Mussorgsky in maart 1881 op tweeënveertigjarige leeftijd het loodje legde, bleven de meeste van zijn opera’s onafgewerkt achter. Nikolai Rimski-Korsakov voelde zich geroepen om onder andere “Khovanchshina”, waarvan enkel een pianoversie bestond, te orkestreren. Hij paste de partituur echter op veel plaatsen aan en maakte talrijke coupures waardoor het de vraag is wat de opera nog met Mussorgsky te maken heeft. Dmitri Shostakovich ontwierp decennia later een andere versie die veel dichter aansluit bij de bedoelingen van de componist. Het is deze versie, aangevuld met een vijfde bedrijf in een bewerking van Igor Stravinsky uit 1913, die in Frankfurt gespeeld wordt.

“Khovanchshina” is een politieke opera maar in tegenstelling tot gelijkaardige werken, worden de hoofdpersonages niet geïnspireerd door de liefde maar wel door hun politieke idealen. Het verhaal speelt zich af tijdens het machtsvacuüm net voordat Peter de Grote tot tsaar gekroond werd en confronteert de drie visies voor de toekomst van Rusland: de oudgelovigen willen een terugkeer naar de oude normen waarden, Ivan Khovansky wil zijn macht consolideren en Golizyn wil verregaande hervormingen doorvoeren. In het tweede bedrijf worden deze overtuigingen tegenover elkaar gesteld. De geschiedenis leert echter dat geen van de drie zijn doel bereikte: de geestelijke leider van de oudgelovigen stak zichzelf en zijn familie in brand, Ivan Khovansky werd gearresteerd op beschuldiging van verraad en terechtgesteld terwijl Vassili Golitzyn verbannen werd. Overigens is er weinig dramatische structuur in de opera: de verschillende bedrijven staan eigenlijk grotendeels los van elkaar.

Khovanchshina - Anatoli Kotcherga als Dossifei en het koor van de oudgelovigen (Foto: Thilo Beu - seizoen 2004/05)Niet geheel onverwacht ziet regisseur Christian Pade in het verhaal parallellen met het heden en de toekomst. Hij kiest voor een tijdloze enscenering in een grauw, spectaculair decor van Alexander Lintl dat grotendeels bestaat uit een immense muur die op verschillende manieren kan bewegen. Opvallend is de grauwheid en de onpersoonlijkheid van het gebeuren. De toon wordt al onmiddellijk gezet tijdens de ouverture wanneer grafschenders de bezittingen van een overledene opgraven of een dief die voor het stelen van een jas simpelweg vermoord wordt. Spijtig genoeg weet Pade de spanning die hij in het begin opbouwt niet tot het einde vol te houden. Na een tijd begint het verschuiven van de muur wat eentonig te worden. Ook de personenregie kon beter. Hoe dan ook, met deze enscenering toont Pade een weinig hoopvol beeld van de toekomst.

Mussorgsky’s opera vraagt het uiterste van orkest, koor en solisten. Zoals steeds is de Oper Frankfurt er in geslaagd om aan deze eisen te voldoen. We waren onder de indruk van het uitgebreide koor dat met zijn engagement en uitstekende voorbereiding onder Matthias Köhler de epische taferelen afdoende weet te kruiden. Het Frankfurter Opern- und Museumsorchester speelde zoals steeds schitterend onder de leiding van Lawrence Foster die met deze productie zijn debuut in loco maakte. Hij gaf wel een erg "gepolijste" versie van de partituur waarbij hij de rauwe orkestklanken die zo typisch zijn voor Mussorgsky's muziek af en toe wat te veel afvlakte.

Een opera van Mussorgsky vraagt steeds om een paar goede bassen. Wat onverwacht, werd voor de rol van Dossifei in de persoon van Clive Bayley geen Russische maar een Engelse zanger aangetrokken. We hebben het ons niet beklaagd: met zijn goed projecterende stem weet Bayley de scènes waarin hij meespeelt moeiteloos te domineren, ook wanneer zijn Russische stemvakgenoot Askar Abdrazakov meespeelt. Deze laatste heeft een wat doffer stemgeluid waardoor hij af en toe wat autoriteit mist voor de rol van Ivan Khovansky. De Nederlandse tenor Frank van Aken schittert als een heroïsche Golitzyn, een rol die hem schijnbaar weinig moeite kost. De Engelse tenor John Daszak zet dan weer een heel lyrische Andrei Khovansky neer. De jonge Grieks-Amerikaanse mezzo Daveda Karanas maakt haar Europese debuut in de moeilijke rol van Marfa. Ze geeft blijk van charisma, muzikale intelligentie en uithoudingsvermogen en we rekenen er op haar in de toekomst nog terug te zien. De andere rollen worden op meer dan verdienstelijke manier gezongen door leden van het ensemblevan de Oper Frankfurt.

Khovanchshina - Elena Cassian als Marfa en Lars Erik Jonsson als Andrei Khovansky (Foto: Thilo Beu - seizoen 2004/05)“Khovanchshina” is een opera die buiten Rusland niet vaak te zien is. Het is dan ook opmerkelijk dat de Oper Frankfurt dit werk op het repertoire houdt. De productie wordt dit seizoen immers voor de derde keer in acht jaar hernomen. Dit verklaart misschien mee waarom het theater recent enkele malen verkozen werd als beste operahuis van Duitsland: een origineel repertoire dat steeds op hoogwaardige manier gebracht wordt. En de voorstelling die we bijwoonden past perfect in dat plaatje.

Er zijn nog voorstellingen tot en met 2 november 2012.

H.D. (Gepubliceerd op 14 oktober 2012)

De foto's dateren van de première tijdens het seizoen 2004/05. van boven naar onder:

1) Lars Erik Jonsson als Golizyn en Elena Cassian als Marfa.
2) Anatoli Kotcherga als Dossifei en het koor van de oudgelovigen.
3) Elena Cassian als Marfa en Lars Erik Jonsson als Andrei Khovansky.

Copyright foto's © Thilo Beu.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“RIENZI, DER LETZTE DER TRIBUNEN”

Oper FrankfurtOpera in vijf bedrijven van Richard Wagner op een eigen libretto, gebaseerd op “Rienzo, or the last of the Tribunes” van Edward Bulwer-Lytton. De eerste opvoering had plaats op 20 oktober 1842 in het Hoftheater te Dresden. Op 17 mei 2013 waren we aanwezig bij een concertante uitvoering door de Oper Frankfurt in samenwerking met de Alte Oper.

Sebastian WeigleIedere operaliefhebber heeft wel een geheime wens over welke zanger hij graag ooit zou willen zien, welk theater hij eens hoopt te bezoeken of welke opera hij zeker een keer wil zien. Voor de auteur van deze tekst is dat laatste een volledige versie van Wagners “Rienzi”, een werk dat in zijn totaliteit bijna vijf uur muziek telt en daardoor de langste opera is van een componist die sowieso al niet bekend staat voor zijn kleinschaligheid. En in 2013, naast het Verdi- ook het Wagnerjaar, lagen de kaarten schijnbaar goed. Producties van “Rienzi” duiken her en der op, vooral in Duitsland maar ook in Spanje en Italië. Maar ze hebben helaas één ding gemeen: de partituur wordt tot een minimum herleid, wat betekent dat gewoonlijk slechts 50 tot 60% van de muziek gespeeld wordt. Zo ook in Frankfurt waar muziekdirecteur Sebastian Weigle de versie die hij enkele jaren geleden samenstelde voor Barcelona, voor de gelegenheid nog een beetje aanpaste.
Net als “Die Feen” en “Das Liebesverbot” zijn opvoeringen van “Rienzi” uiterst zeldzaam. In deze jeugdwerken zit nog weinig van de vernieuwingen die Wagner later in het muziektheater zou brengen en de componist zelf beschouwde ze niet als eigenlijk deel van zijn oeuvre – dit jaar worden ze pas voor het eerst opgevoerd op de Bayreuther Festspiele, zij het niet in het Festspielhaus. Met “Rienzi”, oorspronkelijk geschreven voor de Parijse Opéra, plooide Wagner zich naar de mode van de tijd. Onder invloed van ondermeer Auber en Meyerbeer was de Franse “grand-opéra” ontstaan met zijn historische massataferelen, marsen en koren.

Een andere reden waarom uitvoeringen van “Rienzi” lang moeilijk lagen, is het feit dat de opera door Hitler gebruikt werd als een symbool voor zijn eigen visie op Duitsland. Meerbepaald in “Mein Kampf” zou hij geschreven hebben dat alles voor hem begonnen is na het bijwonen van een voorstelling van “Rienzi” in Graz.

De grootste uitdaging bij een uitvoering van “Rienzi” is uiteraard de schaal van het werk. Niet alleen scenisch stelt het werk de hoogste eisen (dit wordt meestal omzeild door het werk concertant te geven) ook aan koor, orkest en solisten worden torenhoge eisen gesteld – wat overigens één van de argumenten is om ijverig in de partituur te gaan knippen. Al lost dat niet alles op, je kan probleemloos de pantomime van 40 minuten (!) knippen maar dat betekent wel dat de solisten minder tijd krijgen om te recupereren. Bij recente uitvoeringen is gebleken dat dit vooral voor de vertolker van de titelrol wel eens een slechte zaak kan zijn.

We schreven al eerder over de kwaliteit van het Frankfurter Opern- und Museumorchester dat onder de leiding van zijn muziekdirecteur Sebastian Weigle steeds weer zichzelf weet te overtreffen. Weigle laat de muziek ademen en zet vaak in op grote effecten bij koper en slagwerk, maar laat toch voldoende ruimte voor de solisten. We hadden af en toe een beetje bedenkingen bij de keuze van de tempi maar dan gaan we eigenlijk muggenziften. In grote vorm was ook het koor en extrakoor van de Oper Frankfurt – wat ons extra doet betreuren dat zo veel van hun muziek weggelaten werd.

Peter BroderOok de solisten, die bijna allen debuteerden in hun rol, riepen weinig of geen reserves op. Tenor Peter Bronder had zeker de moeilijkste taak, Rienzi is bijna voortdurend op het toneel en de rol bevat een aantal hoge noten waar elke heldentenor kippenvel van krijgt. De stem van Bronder is echter wat lichter dan we voor de rol gewoon zijn waardoor deze hoogte nauwelijks een probleem vormt. Zijn stem glijdt bovendien vrij probleemloos op de muziek. Ondanks een lichte verkoudheid bereikte hij het einde van de voorstelling zonder te verzwakken – en dat op zich is al een prestatie. De ster van de avond was voor ons echter de Duitse mezzo Claudia Mahnke in de broekrol van Adriano. Met haar krachtige, homogene stem wist ze alle moeilijkheden van de partituur te overwinnen terwijl ze haar complexe personage geloofwaardig neerzette.

Groot slachtoffer van alle coupures was ongetwijfeld de Duitse sopraan Christiane Libor als Irene, die met haar krachtige en hoogtezekere stem wist te imponeren, maar helaas te weinig te zingen had. Falk Struckmann was een luxebezetting voor de rol van Stefano Colonna. De vertolkers van de kleinere partijen waren allemaal probleemloos tegen hun taak opgewassen.

De grote ovatie aan het einde van de voorstelling doet ons voorzichtig opperen dat “Rienzi” misschien toch wel ten onrechte zo weinig in de speelplannen wordt opgenomen. Hopelijk wordt wat dat betreft de tendens die in dit Wagnerjaar werd aangevat, nadien verder gezet.

Er is nog een voorstelling in de Alte Oper Frankfurt op 20 mei 2013.

H.D. (Gepubliceerd op 18 mei 2013)

Foto's van boven naar onder:

1) Sebastian Weigle.
2) Peter Broder.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“LA FANCIULLA DEL WEST”

Oper FrankfurtOpera in drie bedrijven van Giacomo Puccini op een libretto van Guelfo Civinini en Carlo Zangarini naar een toneelstuk van David Belasco. Het werk werd voor het eerst opgevoerd in de Metropolitan Opera te New York op 10 december 1910. We woonden op 14 juni 2013 in de Oper Frankfurt een voorstelling bij van een coproductie met de Koninklijke Opera Stockholm.

Eva-Maria Westbroek als Minnie en ensemble (Foto: Monika Rittershaus)De Oper Frankfurt werd zopas bij de eerste uitreiking van de “International Opera Awards” uitgeroepen tot “operahuis van het jaar”. Misschien kwam voor velen deze bekroning als een verrassing maar ze lijkt ons wel terecht. Zeker, de Oper Frankfurt valt niet op door de sterrenstatus van de solisten die er gasteren, maar brengt jaarlijks een erg groot aantal voorstellingen van zeer hoog niveau. Voor het seizoen 2013/14 kondigen zich niet minder dan 28 producties aan, waarvan 13 premières, bestaande uit een unieke mix van bekend en minder bekend repertoire. Het gezelschap beschikt bovendien over een schitterend orkest en met Sebastian Weigle over een muziekdirecteur met klasse. De ervaring leert ons dat de ensceneringen meestal modern en boeiend zijn zonder dat bepaalde grenzen overschreden worden.

De productie van “La fanciulla del West” die we bijwoonden past perfect in dit plaatje. Om te beginnen door de mooie regie van Christoph Loy, een vaste gast in Frankfurt. Hij ziet de gemeenschap van de goudzoekers als mensen die omgeven zijn door duisternis (zij hadden zich het leven in Californië allicht anders voorgesteld) maar steeds blijven hopen op verlossing. Loy geeft dan ook geen “moderne” enscenering omdat deze naïviteit van de personages vandaag ondenkbaar is. Wel voegt hij één origineel aspect toe: omdat een verhaal in het wilde westen nu vooral geassocieerd wordt met film, en dit medium ten tijde van de creatie van “La fanciulla del West” erg nieuw was, maakt Loy gebruik van filmische projecties in de stijl van de stomme film aan het begin van de twintigste eeuw. De toon is al van de aanvang gezet wanneer Minnie in de begingeneriek in de richting van de zaal loopt en vervolgens in levende lijve door het doek breekt.

Carlo Ventre als Dick Johnson alias Ramerrez, Eva-Maria Westbroek als Minnie en Ashley Holland als Jack Rance (Foto: Monika Rittershaus)Wie doet vandaag beter dan de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek in de titelrol? Westbroek is eenvoudigweg Minnie. Of zij als naïef meisje haar eerste kus krijgt, bij de goudzoekers smeekt om het leven van de bandiet Ramerrez te sparen of wanneer ze de orde in haar saloon moet herstellen, steeds weet Westbroek te overtuigen in haar spel. De scène waarin ze met Jack Rance pokert om het leven van Ramerrez is adembenemend. Bovendien is de sopraan momenteel vocaal op haar hoogtepunt zodat ook de dikke orkestratie van Puccini haar weinig problemen stelt. Een memorabele interpretatie en een verdiende triomf aan het einde van de voorstelling.

Haar tegenspeler, de Uruguayaanse tenor Carlo Ventre moet nauwelijks voor haar onderdoen. Het timbre van zijn stem is niet erg mooi maar in de rol van Ramerrez/Dick Johnson is dit geen nadeel. Zijn baritonaal getinte stem projecteert goed en in zijn aria aan het einde van de opera klinkt Ventre nog fris als een hoentje. Iets minder sterk dan zijn collega’s is de Engelse bariton Ashley Holland die het af en toe wat moeilijk heeft om zich hoorbaar te maken en bovendien de ruwheid voor de rol ontbeert: zo lijkt de sheriff Jack Rance af en toe eerder een Engelse lord dan een gezagsdrager te midden van een groep ruige goudzoekers. De talrijke kleinere rollen worden bezet met solisten uit het eigen gezelschap en mogen gehoord worden. Vooral Peter Marsch als saloonhouder Nick en Alfred Reiter als Ashby zijn een ware luxe in dit soort comprimariopartijen.

Het uitstekende Frankfurter Opern- un Museumsorchester ontwikkelt onder de leiding van zijn chef-dirigent de mooiste klanken. Wel hadden we graag gehad dat Weigle het orkest af en toe wat meer onder controle hield. Vooral in het eerste bedrijf werden de (kleinere) stemmen meer dan eens onnodig overstemd.

Carlo Ventre als Dick Johnson alias Ramerrez (liggend), Eva-Maria Westbroek als Minnie (geknield), Simon Bailey als Sonora, Peter Marsh als Nick, Ashley Holland als Jack Rance en ensemble (Foto: Monika Rittershaus)De uitvoering van “La fanciulla del West” die we zagen doet wat ons betreft de reputatie van de Oper Frankfurt als operahuis van het jaar alle eer aan. Dit seizoen zijn er helaas geen voorstellingen meer maar de productie wordt volgend seizoen hernomen, zij het met overwegend andere protagonisten.

H.D. (Gepubliceerd op 17 juni 2013)

Foto's van boven naar onder:

1) Eva-Maria Westbroek als Minnie en ensemble (Foto: Monika Rittershaus)
2) Carlo Ventre als Dick Johnson alias Ramerrez, Eva-Maria Westbroek als Minnie en Ashley Holland als Jack Rance (Foto: Monika Rittershaus)
3) Carlo Ventre als Dick Johnson alias Ramerrez (liggend), Eva-Maria Westbroek als Minnie (geknield), Simon Bailey als Sonora, Peter Marsh als Nick, Ashley Holland als Jack Rance en ensemble (Foto: Monika Rittershaus)

Copyright foto's © Monika Rittershaus.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND