OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN LUIK

“LA FANCIULLA DEL WEST”

Opéra Royal de WallonieOpera in drie bedrijven van Giacomo Puccini op een libretto van Guelfo Civinini en Carlo Zangarini naar een toneelstuk van David Belasco. Het werk werd voor het eerst opgevoerd in de Metropolitan Opera te New York op 10 december 1910. We woonden op 22 februari 2013 de première bij door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège. Het betreft een coproductie met de Opera’s van Palermo en San Francisco.

La fanciulla del West - Deborah Voigt als Minnie en koor (Foto: Jacques Croisier)Naast de jeugdwerken “Le Villi” en “Edgar” is “La fanciulla del West” zowat het minst gespeelde werk van Puccini. Het dateert nochtans uit de rijpere periode van de componist die op dat moment al menig meesterwerk had geschreven, met name “Tosca” en “La bohème” gingen enkele jaren eerder in première. De mindere populariteit kan vermoedelijk toegeschreven worden aan het gebrek aan muzikale uitschieters die het publiek bijblijven. Nochtans is “La fanciulla del West” zowat de meest homogene, en met invloeden van onder andere Stravinsky en Debussy, de meest vernieuwende partituur in Puccini’s oeuvre.

Een andere oorzaak voor de mindere populariteit kan mogelijk gevonden worden in het gebrek aan Amerikaans karakter in de muziek. Vooral in het eerste bedrijf slaagt Puccini er niet echt in om de sfeer van een saloon te evoqueren. De couleur locale wordt vooral gecreëerd door de vele “hello’s” die de personages uitwisselen. Vanaf het tweede bedrijf, wanneer de intermenselijke relaties de overhand halen op de setting, komt het werk pas echt van de grond, om dan te eindigen met een wat “on-Pucciniaans” happy end.

 La fanciulla del West - Deborah Voigt als Minnie en Carlos Almaguer als Jack Rance (Foto: Jacques Croisier)Voor haar eerste productie van “La fanciulla del West” in 30 jaar is de ORW een samenwerking aangegaan met de theaters van Palermo en San Franciso. Het resultaat is een groots opgezette, magnifieke en traditionele opvoering in overweldigende decors van Maurizio Balo. De personenregie van Lorenzo Mariani sluit daar perfect bij aan en zorgt dat de vele nevenpersonages ondanks hun korte tussenkomsten allemaal een duidelijk profiel krijgen. Enkel de enscenering op zich maakt de voorstellingen in Luik al de moeite waard.

Het meest ophefmakende aan de Luikse productie is echter de aanwezigheid van de Amerikaanse sopraan Deborah Voigt in de titelrol. Deze sopraan is bij ons vooral bekend van haar verschijningen in de “live streams” uit de Metropolitan waarin zij onder andere te zien was als Brünnhilde in Wagners “Ring” en vorig jaar nog als Minnie in “La fanciulla del West”. Waren onze verwachtingen daarom misschien wat te hoog gespannen? Feit is dat Voigt haar personage in al zijn facetten scenisch beheerst maar vocaal lijkt het toch allemaal wat moeilijker te gaan. Van waar wij zaten klonken de hogere passages eerder onaangenaam en werd haar stem geregeld toegedekt door het orkest. Al kan dat laatste ook wel gelegen hebben aan de Italiaanse dirigent Gianluigi Gelmetti die aan het hoofd van het orkest van de ORW schitterende details uit de muziek wist te halen maar zich af en toe wat liet gaan wat decibels betreft.

De Amerikaanse tenor Carl Tanner is misschien niet de meest subtiele zanger in operaland maar voor de rol van de bandiet Dick Johnson is dit ook niet nodig. Hij weet vooral te imponeren met zijn enorme volume en de intensiteit van zijn zang. Wanneer hij aan het einde van de opera de bekende aria “Ch’ella mi creda” zingt, klinkt hij nog fris als een hoentje. We hoorden het ooit anders. Als Jack Rance klonk de Mexicaanse bariton Calos Almaguer af en toe wat vermoeid maar hij toonde zich in alle opzichten een ideale vertolker van zijn partij.
 La fanciulla del West - Carl Tanner als Dick Johnson, Deborah Voigt als Minnie, Roger Joakim als Sonora en koor (Foto: Jacques Croisier)Van de vele kleinere rollen onthouden we vooral Roger Joakim als een sonore Sonora en onze landgenoot Willem Van Der Heyden als een lyrische en geloofwaardige Nick.

De Luikse productie is een absolute aanrader om meer dan één reden: de schitterende enscenering, de mogelijkheid om Deborah Voight live te horen en de kans om kennis te maken met een minder bekende opera van Puccini zijn er daar enkele van. Gaan kijken en luisteren kan nog op 24, 26, 28 februari, 2 en 5 maart 2013.

H.D. (Gepubliceerd op 23 februari 2013)

Foto's van boven naar onder:

1). Deborah Voigt als Minnie en koor.
2). Deborah Voigt als Minnie en Carlos Almaguer als Jack Rance.
3). Carl Tanner als Dick Johnson, Deborah Voigt als Minnie, Roger Joakim als Sonora en koor.

Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

"L'ENFANT ET LES SORTILEGES"

Opéra Royal de WallonieLyrische fantasie van Maurice Ravel op een tekst van Colette. De wereldpremière had plaats op 21 maart 1925 te Monte Carlo. We zagen op 15 maart 2013 een voorstelling in het Théâtre Royal de Liège door de Opéra Royal de Wallonie.

L'enfant et les sortilèges - Nathalie Tran als het kind (Foto: Jacques Croisier)Maurice Ravel was een van toonaangevende Franse componisten aan het begin van de twintigste eeuw. Zijn bijdrage aan de opera is echter gering: naast “L’enfant et les sortilèges” schreef hij enkel nog “L’heure Espagnole”. Beide zijn korte eenakters die meestal samen opgevoerd worden om tot een avondvullende voorstelling te komen. In Luik was dit echter niet het geval.

"L'Enfant et les Sortilèges" is een opeenvolging van onafhankelijke tableaus in een veelheid van diverse muzikale stijlen, variërend van jazz tot foxtrot, af en toe een ragtime of een polka, een miauwduet, een wals en tot slot gewijde koraalmuziek. Ravel trekt hier letterlijk alle registers open en toont weer eens aan, dat hij op geniale manier kan orkestreren. Hij gebruikt voor dit doel ook ongebruikelijke 'muziekinstrumenten' als: kaasschaaf, ratel, zweep, crotales, woodblock, héliophone - meestal windmachine genoemd - en lotusfluit.

In Luik werd de opera gespeeld in functie van een jeugdig publiek. Marianne Pousseur en Enrico Bagnoli zorgden dan ook voor een speelse, levendige enscenering met veel variatie en veelvuldig gebruik van videobeelden. Soms hadden we daarbij de indruk dat het tempo van de enscenering wat hoger lag dan dat van de muziek maar alles bij elkaar was de voorstelling visueel boeiend.

L'enfant et les sortilèges - Nathalie Tran als het kind en koor (Foto: Jacques Croisier)Koor, orkest en solisten werden gerekruteerd in het Brusselse Conservatorium. Het was een plezier deze jonge mensen te horen en te zien musiceren, waarbij iedereen uiteraard het beste van zichzelf gaf. Dirigent Philippe Gérard wist al het jonge geweld in goede banen te leiden.

We vonden de voorstelling zeer het genieten waard, hoewel we ons afvragen of de partituur van Ravel echt toegankelijk was voor het aanwezige jonge publiek.

Er is nog een voorstelling op 17 maart 2013.

H.D. (Gepubliceerd op 16 maart 2013)

Foto's van boven naar onder:

1).Nathalie Tran als het kind.
2).Nathalie Tran als het kind en koor

Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“LA FORZA DEL DESTINO”

Opéra Royal de WallonieOpera in vier bedrijven van Giuseppe Verdi. Het libretto, gebaseerd op het drama “Don Alvaro o La Fuerza de Sino” van Angel de Saavedra is van de hand van Francesco Maria Piave en bevat ook en uittreksel uit “Wallensteins Lager” van Schiller. De wereldpremière had plaats op 10 november 1862 in Sint Petersburg. We zagen op 21 april 2013 een voorstelling door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège.

La forza del destino - Carla Dirlikov als Preziosilla, Giovanni Meoni als Don Carlo di Vargas en koor (Foto: Jacques Croisier)Muzikaal werd helaas geopteerd voor de “definitieve” versie van "La forza del destino" zoals die op 27 februari 1869 in première ging in het Teatro alla Scala te Milaan. Voordeel van die versie is uiteraard dat de oorspronkelijke prelude vervangen werd door een van Verdi’s beste ouvertures. Maar wat dramatische kracht betreft is de oerversie, vorig seizoen nog te zien in Antwerpen, een stuk sterker: na het duel aan het einde van het derde bedrijf volgt nog een scène voor Alvaro en aan het einde van de opera springt Alvaro van de rotsen zijn eigen dood tegemoet. In tegenstelling tot de definitieve versie is er geen redding van het noodlot mogelijk, een visie die waarschijnlijk niet aansluit bij de ideeën van regisseur Francesco Maestrini die de voorstelling laat eindigen met de zon die door de wolken breekt.

Hiermee zijn we aanbeland bij het sterke punt van de Luiks-Sloveense productie: de enscenering en het toneelbeeld. Waar de regie gewoon degelijk traditioneel is, zoals we dat in Luik ook gewoon zijn, waren we bijzonder onder de indruk van het visuele aspect van de voorstelling. Door het gebruik van projecties op doeken achteraan en vooraan het toneel werd een soort van 3D-effect gecreëerd. In combinatie met eenvoudige decors en een verzorgde belichting kon decorontwerper Guillermo Nova voor elk tafereel de juiste sfeer scheppen, of het nu gaat om een kerk, een slagveld of een rotsenpartij.

La forza del destino - Domenico Balzani als Fra Melitone, Daniela Dessi als Leonora, Luciano Montanaro als Padre Guardiano en koor (Foto: Jacques Croisier)Voor deze “Forza” heeft de Opéra Royal de Wallonie” opnieuw een beroep gedaan op het trio dat de voorbije seizoenen al tekende voor de Verdi-opera’s “Otello” en “Il trovatore”: Daniela Dessi, Fabio Armiliato en Giovanni Meoni. Voor de voorstelling die we zagen werd echter met de Bulgaarse tenor Zvetan Michailov een andere zanger ingehuurd voor de partij van Don Alvaro.

Onze observaties over “La forza del destino” leunen dan ook dicht aan bij hetgeen we schreven over de andere twee producties. Zo is Daniela Dessi na een niet onaardige carrière al een tijdje flink op de terugweg. Bepaalde passages, vooral mezza-forte, evoceren nog wel vervlogen tijden, maar wanneer het wat harder of hoger moet, komt de intonatie en de stabiliteit van de stem meer dan eens in het gedrang. Giovanni Meoni is een schitterende Verdi-bariton met net dat bijtende in de stem en zorgt samen met de komische maar wat betreft stem sterke Fra Melitone van Domenico Balzani voor de beste vocale prestaties. Luciano Montanaro laat in de rol van Padre Guardiano horen dat hij terecht steeds grotere rollen toegemeten krijgt. Carla Dirlikov is een elegante Preziosilla maar weet niet echt indruk te maken. Zvetan Michailov tenslotte heeft veel metaal in de stem en zet een heroïsche Don Alvaro neer.

Zoals steeds genoten we van de klank die het orkest van de Opéra Royal de Wallonie genereerde onder de leiding van zijn muziekdirecteur Paolo Arrivabeni. Ook het koor kreeg een verdiende ovatie.

La forza del destino - Carla Dirlikov als Preziosilla en koor (Foto: Jacques Croisier)Een aanbevelenswaardige voorstelling die nog hernomen wordt op 23, 26, 28 april en 2 mei 2013.

Nog interessant: op woensdag 24 april 2013 maakt de ORW het programma voor het seizoen 2013-14 bekend. We zijn nieuwsgierig…

H.D. (Gepubliceerd op 23 april 2013)


Foto's van boven naar onder:

1) Carla Dirlikov als Preziosilla, Giovanni Meoni als Don Carlo di Vargas en koor.
2) Domenico Balzani als Fra Melitone, Daniela Dessi als Leonora, Luciano Montanaro als Padre Guardiano en koor.
3) Carla Dirlikov als Preziosilla en koor.

Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“I DUE FOSCARI”

Opéra Royal de WallonieOpera in drie bedrijven van Giuseppe Verdi op een libretto van Francesco Maria Piave naar het toneelstuk “The two Foscari” van Lord Byron. Het werk werd gecreëerd in het Teatro Argentina te Rome op 3 november 1844. We woonden op 10 mei 2013 een concertante uitvoering bij door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège.

Leo NucciHet is tweehonderd jaar geleden dat Verdi geboren werd en zo’n jubileum heeft zo zijn voordelen. Zo halen heel wat theaters tijdens het lopende en het volgende seizoen operatitels die nooit of zelden gespeeld worden van onder het stof. De Luikse Opera koos voor “I due Foscari”, een van de “donkere” opera’s van de componist. Van in het begin is het verhaal immers somber, zonder een straaltje hoop en de muziek van Verdi sluit hier bij aan. Dat wil niet zeggen dat de partituur niet te genieten valt, in tegendeel. Zo is het terzet in het tweede bedrijf een echt muzikaal hoogtepunt. De figuur van Francesco Foscari, de oude doge die zijn zoon verbannen ziet voor een moord die hij niet gepleegd heeft en vervolgens van verdriet sterft, is een prachtige rol voor de bariton. De sopraanrol leunt aan bij de partijen in de vroege werken van Verdi, zoals Giselda (I Lombardi) of zelfs Abagaille (Nabucco) en is dus zeker niet gemakkelijk te bezetten.

Zoals gezegd draait het verhaal rond Francesco Foscari, een rol die in het verleden met veel succes gezongen werd door Renato Bruson en, recentelijk, door de would-be baritenor Placido Domingo. In Luik echter hoorden we de bekendste vertolker van de laatste twintig jaar: Leo Nucci. De ondertussen eenenzeventigjarige Italiaan zingt nog steeds in de grootste theaters en was voor het eerst te gast in de ORW, een debuut dat ze daar niet snel zullen vergeten en beschreven kan worden in één woord: sensationeel!

Om te beginnen was er de inleving in het personage waarbij Nucci, ondanks het om een concertante uitvoering ging, op onnavolgbare wijze de complexe emoties van de tragische vaderfiguur via zijn zang wist over te brengen. De intensiteit die Nucci in deze muziek legt is onbeschrijfelijk. Maar er is meer: na een carrière van meer dan veertig jaar lijkt Nucci’s stem nog vrijwel niets van haar intrinsieke kwaliteiten ingeboet te hebben: mooi legato, goed zittende hoge noten, volume te over. Wat een artiest! Het Luikse publiek werd uitzinnig en de zanger was zelfs zo gul om zijn aria “Questa dunque è l'iniqua mercede” aan het einde van de opera te herhalen.

Sonia SoloviyHoewel zijn collega’s hierbij uiteraard een beetje in de schaduw stonden, waren ook zij van grote klasse. De Oekraïense sopraan Sofia Soloviy was een gepast dramatische Lucrezia Contarini met zuivere coloraturen en veel temperament, maar een wat onzuivere hoogte. De Albanese tenor Giuseppe Gipali, vooraf aangekondigd als ziek, vertolkte de onderschatte rol van Francesco’s zoon Jacopo voortreffelijk gezien de omstandigheden. Het was een plezier om de Poolse bas Wojtek Smilek, in het verleden een vaste waarde in Luik, terug te zien als Jacopo Lorendano, de slechterik van dienst.

Zoals gewoonlijk speelde het orkest van de Waalse Opera geïnspireerd onder de leiding van zijn vaste dirigent Paolo Arrivabeni die zijn orkest volledig ten dienste stelde van de solisten, waarbij deze nooit overstemd werden. Mooi ook waren de bijdragen van het koor van de ORW, wat verdoeken opgesteld achter het orkest.

Waarschijnlijk zullen veel lezers het niet met ons eens zijn, maar zelf houden we veel van concertante opera-uitvoeringen. Geen gekheden van regisseurs die enkel zichzelf maar niet de opera ernstig nemen. Meer budget om goede solisten aan te trekken. En doordat de solisten voor het orkest staan komt het zwaartepunt van de voorstelling te liggen bij datgene waar het voor ons om draait: de zang. En op dat punt was de voorstelling van “I due Foscari” in Luik een mooi voorbeeld en een verdiende triomf voor Leo Nucci en zijn collega’s musici.

Er waren helaas maar twee opvoeringen van “I due Foscari”.

H.D. (Gepubliceerd op 12 mei 2013)

Foto's van boven naar onder:

1) Leo Nucci.
2) Sonia Soloviy.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË