OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN BRUSSEL

La Monnaie - De Munt

“LA DISPUTE”

Opera van Benoît Mernier op een libretto van Ursel Herrmann & Joël Lauwers naar de gelijknamige komedie van Marivaux. Gecreëerd in de Muntschouwburg te Brussel op 5 maart 2013. Bijgewoonde voorstelling op 19 maart 2013.

La Dispute - Stéphanie d'Oustrac als Hermiane, Stéphane Degout als Le Prince, Julie Mathevet als Eglé en Albane Carrère als Adine. (Foto: © Bernd Uhlig)Wie ligt aan de basis van de ontrouw in de liefde, de man of de vrouw? Die vraag stelt Marivaux in “La Dispute”, een van zijn meest onthutsende en scherpe teksten die de kern vormt van het libretto van Benoît Mernier’s tweede opera. Om voor eens en altijd dit filosofische dispuut te beslechten, brengt een experiment vier jongelui samen die ver van de beschaafde wereld opgroeiden en nu onder onze ogen de liefde zullen ontdekken, maar ook de ontrouw. Voor deze nieuwe opera werkte de Belgische componist Benoît Mernier nauw samen met de librettisten Ursel Herrmann en Joël Lauwers. Na “”Frühlings Erwachen” uit 2007 richt hij zich met dit werk opnieuw op het ontluiken van het verlangen.

Wie vertrouwd is met de komedie van Marivaux, weet dat dit experiment op touw gezet wordt door een prins en diens zieltogende geliefde Hermiane. In de opera zijn deze figuren herleid tot passieve toeschouwers, terwijl de goden Cupido en Amor de werkelijke handeling organiseren. Amor staat achter de reine liefde terwijl Cupido het zuiver genot nastreeft. Zoals het in een “barokopera” hoort, begint de actie met een dispuut tussen deze goden, die daarna menselijke gedaanten aannemen om hun slachtoffers verder gemakkelijk te manipuleren.

De vier jongelingen die het experiment moeten ondergaan, Eglé, Adine, Azor en Mesrin doorlopen de verschillende fases van hun affectieve verhouding zoals wij het verwachten: aanvankelijk is er geen vuiltje aan de lucht voor de twee verliefde koppeltjes. Maar als Eglé en Adine met elkaar geconfronteerd worden, beginnen zij al onmiddellijk te kibbelen. De mannen, van nature meer onderhoudende wezens, vinden het leuk samen spelletjes te doen. Tot de vrouwen ook hun verstandhouding komen verzuren en het al vlug één groot strijdtoneel wordt.
Het slot ligt voor de hand: Amor kan niet zonder Cupido en Cupido kan niet zonder Amor.

La Dispute - Stéphane Degout als Le Prince, Stéphanie d'Oustrac als Hermiane, Katelijne Verbeke als Cupidon/Mesrou en Dominique Visse als Amour/Carise. (Foto: © Bernd Uhlig)De countertenor Dominique Visse voelt zich als een vis in het water als hij zich in vrouwenkleren kan wringen en hij gaf dan ook met zijn gebruikelijke schwung gestalte aan de godin Amor. De gesproken rol van Cupido werd toevertrouw aan Katelijke Verbeke en dat brengt ons meteen naar de zwakke schakel in deze opera: er wordt te weinig in gezongen en te veel in gepraat.

De vier jongelingen werden vertolkt door de mooie lyrische sopraan Julie Mathevet als Eglé, de wat stroeve mezzosopraan Albane Carrère als Adine, de gestileerde tenor Cyrille Dubois als Azor en de lichte, speelse bariton Guillaume Andrieux als Mesrin. Het is jammer dat de zangpartijen niet mooier uitgewerkt werden. Echt lyrische momenten waren schaars en de meest genietbare muzikale momenten waren te vinden in de orkestratie.

Wel waren er enkele aangename reminiscenties aan “oude muziek” en de bariton Stéphane Degout was als de prins een uitstekende vertolker voor deze afwisselende “oudere” klanken. Zijn vertrouwdheid met de barokmuziek kwam hier goed van pas, evenals voor de mezzosopraan Stéphanie d’Oustrac, die ondanks de (te) vele en (te) luide gesproken dialogen, haar onmiskenbare vocale kwaliteiten kon bevestigen.

Een gereduceerd symfonieorkest van de Munt, duidelijk en subtiel van articulatie, werd met veel gevoel voor details gedirigeerd door Patrick Davin.

La Dispute - Guillaume Andrieux als Mesrin, Cyrille Dubois als Azor, Julie Mathevet als Eglé, Albane Carrère als Adine en Stéphane Degout als Le Prince. (Foto: © Bernd Uhlig)De enscenering van Karl-Ernst & Ursel Herrmann, die hier voor het eerst een hedendaagse compositie aanpakken, paste volkomen in de stijl van het gegeven: een sober decor, sfeervolle belichting zoals de foto’s aantonen en vlotte acteerprestaties.

Echt boeiend kunnen wij deze nieuwe opera echter moeilijk noemen, daarvoor zijn de zangpartijen veel te schaars en onevenwichtig! Wel waren wij geboeid door de goede teksten (van Marivaux, hoe kan het anders!) waarvan het originele Frans en een Nederlandse vertaling links en rechts van het podium geprojecteerd werden.

G.M. (Gepubliceerd op 21 maart 2013)

Foto's van boven naar onder:

1) Stéphanie d'Oustrac als Hermiane, Stéphane Degout als Le Prince, Julie Mathevet als Eglé en Albane Carrère als Adine.
2) Stéphane Degout als Le Prince, Stéphanie d'Oustrac als Hermiane, Katelijne Verbeke als Cupidon/Mesrou en Dominique Visse als Amour/Carise.
3) Guillaume Andrieux als Mesrin, Cyrille Dubois als Azor, Julie Mathevet als Eglé, Albane Carrère als Adine en Stéphane Degout als Le Prince.

Copyright foto's © Bernd Uhlig.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“OEDIPUS REX”

Bozar MusicOpera-oratorium van Igor Stravinsky op een libretto van Jean Cocteau naar Sophocles, vertaald in het Latijn door Jean Daniélou. Gecreëerd in het Théâtre Sarah Bernhardt te Parijs op 30 mei 1927. Bijgewoonde uitvoering in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel op 22 april 2013.

John Eliot GardinerDoor “Oedipus Rex” een “opera-oratorium” te noemen, is het duidelijk dat het de bedoeling was van Stravinsky om het werk zowel in de concertzaal als in de opera te laten uitvoeren. Maar ook de vorm van het werk is onmiskenbaar statischer dan een gewone opera. De uiterlijke handeling is zeer beperkt en tot het uiterste geconcentreerd, mede door het feit dat de Latijnse tekst niet gehanteerd wordt als een dramatische dialoog, maar hoofdzakelijk als “fonetisch materiaal”. Het was de bedoeling van Stravinsky dat de volledige aandacht van de luisteraars, die verondersteld werden de Griekse tragedie te kennen, zich zouden concentreren op de muziek. Maar dat bleek een misrekening, want het werk werd in de concertzaal niet erg enthousiast onthaald.

Een jaar na deze amper opgemerkte première in Parijs, werd “Oedipus Rex” scenisch opgevoerd in Wenen en in de Kroll-Oper te Berlijn. Daar had Otto Klemperer de muzikale leiding en was het een publieke gebeurtenis waar befaamde personen als Arnold Schönberg, Kurt Weill, Paul Hindemith, Albert Einstein en Hugo von Hoffmannsthal deel uitmaakten van het publiek. In een enscenering van Hans Curjel en met kubistische decors van Ewald Dülberg, waren de toeschouwers veel geestdriftiger dan in Parijs.

Stuart SkeltonOok bij de huidige concertante uivoering moesten wij het niet volledig zonder visuele hulp stellen. De koorleden waren in een aangepaste kledij, met een hoofdband, wit geverfde gezichten en reageerden met aangepaste bewegingen op de muzikale invallen. Zelfs de solisten waren geschminkt en acteerden met de stereotiepe handbewegingen die Stravinsky voorschreef.

De afwezigheid van decors werd ruimschoots gecompenseerd door de uitvoering die ons aangeboden werd: in de eerste plaats door het London Symphony Orchestra dat het glansrijke orkestrale klankpalet van de partituur optimaal tot zijn recht liet komen. John Eliot Gardiner, een man die onmiskenbaar zijn pluimen verdiend heeft in het barok- en het romantische repertoire, bleek in eerste instantie niet de voor de hand liggende keuze om dit avant-gardisch werk te dirigeren. Maar zijn leiding bleek bijzonder expressief en hij zorgde alleszins voor een flinke dosis innerlijke spanning. Ook het Monteverdi Choir klonk alert en trefzeker, een onmisbare vereiste voor de vele, sterk ritmische koorinterventies die meer dan eens aan Carl Orff deden denken.

Bij de solisten genoot vooral Stuart Skelton in de enige omvangrijke partij van Oedipus onze aandacht. Het is een tenor met een helder timbre, die toch genoeg dramatische expressie had voor deze tragische rol en – al was het niet steeds moeiteloos - de hoge tessituur aankon. De bas Gidon Saks had maar één korte solozang, maar door zijn enorm stemvolume straalde die het gezag van Creon overduidelijk uit. Jammer dat de mezzosopraan Jennifer Johnston dat niveau niet haalde. De stem klonk naar onze smaak te licht, te scherp en te kil voor Jocaste. Er waren ook enkele mooie solo’s door koorleden, o.a. een bijzonder sonore bas in de rol van Tiresias. Wij vonden het spijtig dat zijn naam niet eens in de rolbezetting van het programmaboekje vermeld werd.
Wie wel aandacht kreeg was Fanny Ardant als de spreekster. Filmfans zullen haar zeker kennen, maar ook voor melomanen is zij geen onbekende, sinds zij de rol van Maria Callas vertolkte naast Jeremy Irons in de film “Callas forever” van Franco Zeffirelli. Zij declameerde de bindteksten als een echte “tragédienne”. Onloochenbaar dat hier een topartieste aan het woord was!
Fanny Ardant als Maria CallasVooraf werd het ballet “Apollon musagète” (1927-1928) door de strijkersgroep van het LSO uitgevoerd. Opvallend was de opstelling van het orkest in een halve cirkel met de violen rechtstaand achteraan.

Er zijn nog opvoeringen in het Barbican Center te Londen op 25 april en in de Kölner Philharmonie te Keulen op 28 april 2013.

Er bestaan heel wat opnames van "Oedipus Rex" op CD en DVD. De meest merkwaardige is de DVD-opname o.l.v. Seiji Ozawa met Philip Langridge, Jessye Norman en Bryn Terfel, subliem geregisseerd door Julie Taymor. Kijk hier een fragment.

G.M. (Gepubliceerd op 25 april 2013)

Fotos's van boven naar onder:

1) John Eliot Gardiner (Foto: Sheila Rock/Decca)
2) Stuart Skelton (Foto Credit: John Wright)
3) Fanny Ardant als Maria Callas (Foto: Franco Zeffirelli film 2002)

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË