OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN BAD HALL

“DIE LUSTIGE WITWE”

Die lustige WitweOperette van Franz Lehar (muziek) en Victor Leon & Leo Stein (libretto) in een bewerking van Prof. Wilhelm Schupp voor de Operettenfestspiele Bad Hall. Wereldpremière op 30 december 1905 in het Theater an der Wien te Wenen. Première van deze productie in het Stadttheater Bad Hall op 15 juni 2012. Bijgewoonde voorstelling op 28 juli 2012.

Die lustige Witwe - Magdalena Anna Hofmann als Hanna Glawari en Prof. Wilhelm Schupp als Mirko (Foto: Operettenfestspiele Bad Hall)Deze overbekende "Lustige Witwe" werd uitgevoerd zoals men van een operette verwacht. Het origineel werd lichtjes ingekort, maar slechts enkele onbelangrijke zaken werden weggelaten. Tijdens een kort gesprek met de intendant Prof. Wilhelm Schupp, wilde hij niet over zichzelf praten, daar hij het gezelschap belangrijker vindt. Met een glimlach kwam er dan eindelijk wel uit dat hij eigenlijk alles doet.

In de eerste akte moesten sommige zangers nog een beetje warm zingen, maar de prestaties gingen crescendo in de volgende aktes.
De titelrol werd gezongen door Magdalena Anna Hofmann. Zij was een ideale Hanna Glawari en kon ons volledig overtuigen met haar stem en haar charme. Als Valencienne zagen we Petra Halper-König. Ook zij had alle kwaliteiten voor deze rol. In het grisettenlied waren wij verstomd door de manier waarop zij als een volleerde ballerina presteerde. Nog nooit zagen we een Valencienne die zo atletisch met de mannelijke solodanser presteerde.

Die lustige Witwe - Petra Halper-König als Valencienne (Foto: Operettenfestspiele Bad Hall)Alexander Klinger als Graaf Danilo Danilowitsch was volkomen geloofwaardig en vormde de ideale partner voor Hanna Glawari. Robert Remeselnik heeft een mooie stem en de gepaste figuur voor Camille de Rosillon. Wilhelm Schupp speelde zelf de rol van Mirko Zeta, de Pontevedrijnse gezant in Parijs. Hier zijn zeker superlatieven op hun plaats. Deze sympathieke figuur krijgt zonder problemen steeds de zaal op zijn hand. De grappige figuur van Njegus werd op een schitterende manier gespeeld door Fritz Goblirsch. Zijn onnavolgbare humor en handig gebruik van de Europese toestanden kreeg de zaal plat. Vicomte Cascada en Raoul de St. Brioche werden respectievelijk vertolkt door Peter Horak en Wolfgang Veith. Deze laatste zong ook al enkele concerten in Vlaanderen. Verder zagen we nog Josef Krenmair als Bogdanowitsch en Elke Schiestel als zijn vrouw Olga, Cornelius Mihai als Kromov en Vera Löve als zijn vrouw Praskowia, Rudolf Kocan als Pritschitsch en Lorenz Ivenz als Koskowitsch.

Het achtkoppige koor leverde een goede aanvullende prestatie, evenals de zes ballerina’s en één mannelijke sterdanser (Florian Poller), dit alles in een choreografie van Susanne Papez. Een samengesteld orkest speelde zeer muzikaal en stijlvol onder de leiding van MD Gerhard Lagrange. Achteraf konden we kort met deze man praten en zijn correcte opvattingen hadden wij al kunnen horen in de wals “Gold und Silber” die als “Einlage” gespeeld werd.

Tijdens de pauze kondigde de intendant de renovatie aan van het theater wat op een begrijpelijk applaus van het talrijke publiek kon rekenen. We kijken al uit naar de productie van volgend seizoen: “Die Fledermaus” van Johann Strauss.

H.V. (Gepubliceerd op 13/8/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Magdalena Anna Hofmann als Hanna Glawari en Prof. Wilhelm Schupp als Mirko.
2) Petra Halper-König als Valencienne.

Copyright foto's © Operettenfestspiele Bad Hall.

TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK