OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN BREDA

“CATULLI CARMINA” & “CARMINA BURANA”

Internationale Opera ProductiesCatulli Carmina” op muziek van Carl Orff. De basis van de teksten ligt bij gedichten van de Romeinse dichter Catullus. Wereldpremière op 6 november 1943 in de Opera van Leipzig.
Carmina Burana” op muziek van Carl Orff. Gebaseerd op 24 teksten uit de middeleeuwse verzameling “Liedboek van Benediktbeuern”. Wereldpremière op 8 juni 1937 in de Opera van Frankfurt.
De première van deze reeks voorstellingen door de Internationale Opera Producties vond plaats op 1 oktober 2011 te Groningen. Bijgewoonde voorstelling op 8 oktober 2011 in het Chassé Theater te Breda

Carmina Burana - de zwaan (Foto: Rossen Donev)Dit reuzenproject bestond dus uit twee delen, waarvan dikwijls de “Carmina Burana” alleen wordt uitgevoerd. Deze beide werken werden gebracht in een enscenering van Marianne Berglöf, volgens de regie aanwijzingen en lichtplan van Carl Orff zelf. Vooral de stijl van de “Carmina Burana” is te beweeglijk om een cantate of oratorium genoemd te worden en te weinig beweeglijk om een opera te zijn. In werkelijkheid is de “Carmina Burana” het eerste deel van de cyclus “Trionfi” en “Catulli Carmina” het tweede deel. Het derde deel, “Il trionfo di Afrodite”, wordt zelden uitgevoerd. De volledige cyclus werd scenisch opgevoerd in 1968 in de Opera van Gent.

Een korte inhoud weergeven van deze beide werken is niet eenvoudig.
“Catulli Carmina” begint met Romeinse jongelingen die verliefd zijn en uitgelachen worden door de oude mannen. In Act I verklaart Catullus zijn liefde aan Lesbia, in Act II slaapt Catullus voor het huis van Lesbia, die op de achtergrond het liefdespel speelt met haar minnaar, in Act III kiest Catullus voor de mooie Ipsitilla, maar krijgt de lelijke Ammania. In het slotgedeelte zien de ouderen dat ze geen invloed hebben op de jongelingen. En alles blijft zoals het begon.

Carmina Burana - de dood en de liefde (Foto: Rossen Donev)“Carmina Burana”, start met een lofzang aan Vrouwe Fortuna, in deel I wordt de lente bezongen, deel II speelt in de herberg en deel III is de hof der geliefden waar men zingt over de balans tussen liefde en kuisheid. Tot slot komt vrouwe Fortuna weer op en aldus eindigt alles zoals het begon met de hymne “O Fortuna”.

In enkele theaters wordt deze productie concertant uitgevoerd. Wij zagen gelukkig de volledige scenische opvoering, die zeer afwisselend en kleurrijk om te bekijken was. Drie koren (Staatsopera Varna, Staatsopera Rousse en leden van het koor van Jeugdopera van Varna) leverden samen een heerlijk indrukwekkend geheel. De sopranen klonken jeugdig en fris en haalden zelfs in piano zeer fijne hoge noten. Anderzijds lieten enkele bassen zeer diepe tonen horen, alsof deze op basinstrumenten gespeeld werden. Op bepaalde momenten was het geheel dan weer overweldigend en uitbundig groots. Kleine onenigheden met het orkest waren wellicht te wijten aan hun beweeglijkheid en door de onmogelijkheid om naar de dirigent te kijken. In hun evoluties werden ze versterkt door het ballet van dezelfde operahuizen. Ook de niet vocale solisten waren zeer effectief in de uitbeelding van het geheel.

De grootste brok was voor twee zangsolisten in de “Catulli Carmina”, n.l. de sopraan Karina Skrzeszewska als Lesbia, die onzichtbaar achter het podium zong en de tenor Valeri Georgiev (Catullus). In de “Carmina Burana” kwam daar dan nog de bariton Dieter Goffing bij.
Ons beviel vooral de sopraan die in de “Carmina Burana” wel op het toneel verscheen. Zij bezit een heerlijke stemkleur, gekoppeld aan mooie topnoten. De bariton verraste door zijn uitzonderlijke stem, die soms zeer hoog, bijna als een heldentenor klonk en verder zeer vol baritonaal. Ook de aartsmoeilijke tenorpartij in de “Carmina Burana” werd waardig verdedigd.

Carmina Burana - de herberg (Foto: Rossen Donev)Het groot orkest van de hoger genoemde theaters speelde zeer gedisciplineerd onder de leiding van Nayden Todorov. De choreografie van Martin Sommerlatte was zeer beweeglijk en vindingrijk.
Na het eerste deel was er enkel een kort applaus met gesloten doek. In beide werken kwam er geen enkel open doekje, maar aan het slot volgde er een welverdiende typisch Nederlandse staande ovatie.

Er zijn nog voorstellingen tot 16 oktober 2011, o.a. op 13 oktober 2011 in Hasselt. Klik hier voor de volledige lijst.

Vanaf 6 november volgt een tournee door dit productiehuis met “Carmen” van Geoges Bizet en vanaf 2 maart 2012 met “Die lustige Witwe” van Franz Lehar.

H.V. (Gepubliceerd op 9/10/2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Carmina Burana - de zwaan.
2) Carmina Burana - de dood en de liefde.
3) Carmina Burana - de herberg.

Copyright foto's © Rossen Donev.

TERUG NAAR KEUZELIJST NEDERLAND

“KATJA KABANOVA”

Opera ZuidOpera van Leoš Janácek (muziek en libretto) met medewerking van Vincenc Cervinka, gebaseerd op het toneelstuk Groza (De Storm) van Alexander Ostrovsky. Wereldpremière op 23 november 1921 in het Nationaltheater te Brno. Première van deze productie door Opera Zuid op 18 november 2011 te Maastricht. Bijgewoonde voorstelling 24 november 2011 in het Chassé Theater te Breda.

Katja Kabanova - Johanni van Oostrum als Katja en Michael Baba als Tichon (Foto: Morten de Boer)De opera "Katja Kabanova" handelt over de liefde van een vrouw (Katja) voor twee mannen. Kabanicha, haar rijke, tirannieke schoonmoeder misgunt Katja de liefde van haar zoon Tichon en stuurt deze laatste weg naar de jaarmarkt. Tijdens Tichon’s afwezigheid komen Boris en Katja nader tot elkaar en verklaren zij elkaar hun liefde. Wanneer Tichon terugkomt, bekent Katja hem haar overspel met Boris, waarna ze, verteerd door haar schuldgevoel, zich van het leven berooft door in de Wolga te springen.

De korte muzikale inleiding was reeds een goede start. Het Limburgs Symfonie Orkest werd vakkundig en stijlvol geleid door Stefan Veselka. Bij het openen van het doek zagen we een functioneel decor dat ontworpen werd door Hans Schavernoch. Dit werd geregeld technisch aangepast aan de diverse scènes.

Katja Kabanova - Miranda van Kralingen als Kabanicha (Foto: Morten de Boer)De titelrol werd vertolkt door de Zuid-Afrikaanse sopraan Johanni van Oostrum. Het was de juiste keuze: een sterke maar soepele sopraanstem die tevens een aangrijpende vertolking bracht. De weduwe Kabanicha werd als een persiflage op alle (slechte) schoonmoeders gebracht door de bekende en terecht vermaarde Nederlandse sopraan Miranda van Kralingen, tevens de artistieke leidster van Opera Zuid. Karin Strobos was een jeugdige en vlotte Varvara met een mooie lichte sopraanstem.

Bij de heren: vier tenoren! De Amerikaan Mark Duffin was Boris, terwijl Tichon gebracht werd door de Duitser Michael Baba. Beiden leverden een sterke prestatie door hun krachtige stem en het juiste dramatische accent. De IJslandse tenor Elmar Gilbertsson bezat de mooiste stem en zong o.a. een zeer muzikale serenade in de rol van Kudrjas. Zijn jeugdige verschijning was ook heel efficiënt voor zijn rol. Uit het koor zong de Belg Glenn Desmedt de zeer kleine rol van Muz.

De Nederlandse basbariton Henk van Heijnsbergen was een uitstekende Dikoj. Verder hoorden we nog Jacques de Faber (Kuligin), Marjolein Bonnema (Glasa), Saskia Voorbach (Feklusa) en Florine Vopgel (Zena).
Het kleine Zuidelijk Theaterkoor werd zeer actief en vlot betrokken in de grote scènes.

Katja Kabanova - Johanni van Oostrum als Katja en Mark Diffin als Boris (Foto: Morten de Boer)De wereldberoemde Harry Kupfer voerde een duidelijke en zeer beweeglijke regie met veel ruimte voor intiemere gevoelens.

Dit werk bevat prachtige muziek, zowel vocaal als orkestraal, maar is jammer genoeg onbekend bij het grote publiek. Ondanks de lage opkomst was het enthousiasme zeer groot en kreeg het podium een langdurig applaus.

Er zijn nog voorstellingen tot 10 december 2011, die zeker de moeite waard zijn om te gaan zien en luisteren. De lijst van de voorstellingen vindt U hier.

H.V. (Gepubliceerd op 26/11/2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Johanni van Oostrum als Katja en Michael Baba als Tichon.
2) Miranda van Kralingen als Kabanicha.
3) Johanni van Oostrum als Katja en Mark Diffin als Boris.

Copyright foto's © Morten de Boer.


TERUG NAAR KEUZELIJST NEDERLAND

“PLATEE”

Nationale ReisoperaBallet-bouffon in een proloog en drie bedrijven van Jean-Philippe Rameau (muziek) en Adrien-Joseph Le Valois d’Orville (tekst) naar een toneelstuk van Jacques Autreau. De wereldpremière van dit werk vond plaats op 31 maart 1745 in het Kasteel van Versailles. Wij zagen een coproductie van de Nationale Reisopera en het Onafhankelijk Toneel/Opera O.T. in samenwerking met het Combattimento Consort Amsterdam. De première van deze productie was op 30 augustus 2002 in de Stadsschouwburg te Utrecht. Première van de huidige reeks op 12 november 2011 in het Rabotheater te Hengelo. Bijgewoonde voorstelling op 15 december 2011 in het Chassé Theater te Breda.

Platée - Le Folie (Claron MacFadden) en Clarine (Eugénie Warnier) (Foto: Hermann & Clärchen Baus)"Platée" is een komisch meesterwerk, vol opwindende, grappige en wrange momenten. De van oorsprong Griekse fabel vertelt het relaas van de ijdele afzichtelijke moerasnimf Plataea die zich inbeeldt dat oppergod Jupiter werkelijk in haar is geïnteresseerd. Daarmee haalt ze zich de woede van zijn echtgenote Juno op de hals, maar dat is slechts van korte duur. Na een blik onder de sluier blijkt dat Juno’s jaloezie alles behalve gegrond is en barst zij in schaterlachen uit. De titelrol wordt vertolkt door een tenor, die als travestiet de meest hilarische situaties weet uit te buiten.

Het orkest Combattimento Consort Amsterdam speelde zeer stijlvol onder de bezielende leiding van Jan Willem de Vriend. We hadden wel liever een beetje minder donder vanuit de orkestbak gehad, want deze overstemde soms de zangers. Het grote koor was erg beweeglijk en vocaal goed. Zij werden in de choreografie van Ton Lutgerink en Marieke den Dulk bijgestaan door leerlingen van de vooropleiding van de Rotterdamse Dansacademie van Codarts, Hogeschool voor de Kunsten. Om het parodierend karakter van het geheel te onderlijnen dansten zij zelfs op een bepaald ogenblik een zeer levendige Line-dance, volledig in cowboy uitrusting en atmosfeer.

Het mooie decor van Gerrit Timmers bestond vooral uit sprookjesachtige kastelen. Bepaalde wisselingen en accessoires werden openlijk door technici in hedendaagse kledij verzorgd, wat helemaal niet stoorde. Om de humor te accentueren, noemen wij de autootjes, naar model van de “ botsauto’s” op de kermissen, die op de muziek in een soort balletvorm reden. De opkomst van Platée in een reuzenbal, vastgehouden door een reuzenkikker was een zeer hilarisch moment. Het was ook een leuke vondst, dat er op het podium soms een camera gebruikt werd, waarvan de beelden op een scherm geprojecteerd werden en waardoor men zeer duidelijk de mimiek en de reacties van sommige personages kon zien. Deze regie van Mirjam Koen en Gerrit Timmers roept herinneringen op aan diverse uitvoeringen van “La Belle Hélène” van Offenbach die op dezelfde manier een parodie leverde op klassieke thema’s. Dit concept had hier voor ons nog veel meer mogen uitgediept worden.

Platée -Platée (Harry Nicoll), Junon (Machteld Baumans) en Jupiter (Philippe Kahn) (Foto: Hermann & Clärchen Baus)De titelrol werd met veel gevoel voor humor gebracht door de tenor Harry Nicoll. Hij bezit een heldere stem, die vlot gebruikt werd, met een klein voorbehoud voor het zware vibrato. We hebben begrepen dat hij met deze voorstelling zijn carrière afsloot. Onze landgenoot tenor Vincent Lesage zong in de proloog de rol van Thespis. Hier was de stem een beetje onstabiel. Daarna zong hij de rol van Mercure, waar de stem zekerder klonk maar niet altijd toonvast was. In aktes twee en drie zong een derde tenor, n.l. Ashley Catling de partij van Momus op een zeer degelijke manier. In de proloog werd Momus gezongen door de bas-bariton Frans Fiselier, die daarna de rol van Cithéron voor zijn rekening nam. Bij aanvang werd de Sater gezongen door de bas Philippe Kahn die daarna de rol van Jupiter vertolkte. De drie damespartijen waren vocaal van een iets hoger niveau en zeer sterk in hun uitbeeldingen. We hoorden Claron McFadden als Thalie en later La Folie, Machteld Baumans als Junon en Eugénie Warnier als L’amour en later Clarine.

Het niet zo talrijk opgekomen publiek was wel iets minder enthousiast dan we in Nederland gewoon zijn, maar ging toch hoorbaar tevreden naar huis.

Dit was de laatste voorstelling. Volgende producties staan nog aangekondigd: “La Traviata”, “Le Nozze di Figaro” en “Lucia di Lammermoor”.

H.V. (Gepubliceerd op 17/12/2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Le Folie (Claron MacFadden) en Clarine (Eugénie Warnier)
2) Platée (Harry Nicoll), Junon (Machteld Baumans) en Jupiter (Philippe Kahn)

Copyright foto's © Hermann & Clärchen Baus.

TERUG NAAR KEUZELIJST NEDERLAND