OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN PESARO

“CONCERTI DI BELCANTO”

Rossini Opera Festival PesaroMoet de formule van de “concerti di belcanto” niet herbekeken worden? Niet enkel wekt de naam valse verwachtingen - we schreven dit al vaker in het verleden – maar ook de interesse van het publiek lijkt jaar na jaar af te nemen. Natuurlijk, het programma van deze recitals is meestal nog niet vrijgegeven wanneer de reservatie aanvangt en soms is zelfs de naam van de solisten op dat moment nog niet bekend. Maar waar in de wereld kan men solisten van dit niveau horen voor 20 euro? Hoe dan ook, het aantal lege plaatsen neemt stilaan zorgwekkende proporties aan.

Marianna Pizzolato als Angelina in "La Cenerentola" (2010) (Foto: ROF)We woonden dit jaar in het Auditorio Pedrotti twee van de vier “Concerti di belcanto” bij. De Italiaanse mezzosopraan Marianna Pizzolato beet op 13 augustus de spits af met een concert dat bijna volledig gewijd was aan barokmuziek. We kennen deze fijne zangeres al enige tijd, van bij haar debuut met de Accademia Rossiniana enkele jaren geleden. Sinds die tijd hebben we de artieste gestadig zien groeien in rollen als Tancredi, Isabella (“L’Italiana in Algieri”) en Angelina (“La Cenerentola”). Ook in België is Pizzolato al lang geen onbekende meer met optredens in Luik (we denken vooral aan haar prachtprestatie als Maffio Orsini in de concertante uitvoering van “Lucrezia Borgia” enkele jaren geleden) en de Vlaamse Opera.

Nu zijn we nooit erg geboeid geweest door barokmuziek en dit concert heeft daar niets aan veranderd. Maar we moeten toegeven dat Pizzolato zich in dit repertoire beweegt als een vis in het water. Een schitterend timbre, een stem ondersteund door een vrijwel perfecte techniek en een onfeilbare muzikaliteit maken van deze zangeres de ideale vertolkster voor deze muziek van Händel, Pergolesi en Monteverdi. En toch, bij de bisnummers “Cruda sorte” uit “L’Italiana in Algieri” en “Di tanti palpiti” uit “Tancredi” leek het publiek te ontwaken uit een soort sluimerslaap waarin het tot dan verkeerd had - uiteindelijk waren het dan ook vooral deze nummers die het succes van het concert bepaalden.

Dmitry KorchakOp 16 augustus was het dan de beurt aan de Russische tenor Dmitry Korchak om zijn opwachting te maken. Hij koos voor een gans ander programma. Het eerste deel van zijn concert bestond uit romances van Rachmaninov die met een voorbeeldig inlevingsvermogen gebracht werden. We konden, meer nog dan bij de opvoering van “Mosè in Egitto”, genieten van een van de betere tenorstemmen van het moment, geschroeid op een goeie techniek en egaal in alle registers. Bovendien vonden we ook de stemkleur mooier dan tijdens die opera, vermoedelijk omdat deze muziek minder coloraturen en hoge noten bevat, waardoor de zanger meer ontspannen zijn ding kon doen.

Bij het tweede deel van het programma hadden we wat meer bedenkingen. De liederen van Rossini vragen een andere, meer lichtvoetige benadering dan de muziek van Rachmaninov. Zonder afbreuk te willen doen aan de vocale capaciteiten van deze nog jonge zanger, vonden we zijn vertolking veel te gechargeerd, wat eigenlijk in contrast stond met de meer luchtige begeleiding van Alexander Pokidchenko. Het recital van Korchak zal ook de geschiedenisboeken in gaan als één van de kortste in zijn soort. Na vijftig minuten, inclusief één erg kort bisnummer, stonden we al weer op straat. Waar is de tijd dat zangers als Désirée Rancatore ons vergastten op bijna twee uur muzikaal genot?

H.D. (Gepubliceerd op 18/8/2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Marianna Pizzolato als Angelina in "La Cenerentola" (2010) (Copyright foto © ROF)
2) Dmitry Korchak.

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË

“LA SCALA DI SETA”

Rossini Opera Festival, PesaroFarse comica in één bedrijf van Gioacchino Rossini op een tekst van Giuseppe Foppa. Het werk kende zijn première op 9 mei 1812 in het Teatro “San Mosè” te Venetië. Op 18 augustus 2011 woonden we een uitvoering bij in het Teatro Rossini te Pesaro.

La scala di seta - Paolo Bordogna als Germano en Hila Baggio als Giulia (Foto: Rossini Opera Festival)Naast twee nieuwe producties van “Adelaide di Borgogna” en “Mosè in Egitto” stond ook een herneming op het programma van het Rossini Opera Festival. De productie van “La scala di seta” uit 2009 werd opnieuw opgevoerd met een overwegend andere bezetting. Enkel Paolo Bordogna werd weerhouden, de logica zelve want het regieconcept is voor een groot deel rond hem gebouwd.

Opnieuw vonden we de productie erg levendig en geslaagd, hoewel het “nieuwe” er ondertussen wat af was, temeer omdat we ondertussen nog werk van Michieletto zagen waarbij hij dezelfde techniek gebruikt. Op de grond van de bühne was de plattegrond getekend van een appartement. Door een grote, schuin opgestelde spiegel was deze plattegrond ook voor het parterrepubliek zichtbaar.
La scala di seta - Juan Francisco Gatell als Dorvil, Hila Baggio als Giulia, Simone Alberghini als Blansac en Paolo Bordogna als Germano (Foto: Rossini Opera Festival)We vonden deze uitbeelding zeer goed: op die manier werd het toneel voor de personages ingedeeld in verschillende ruimten en waren ze voor elkaar, ondanks de afwezigheid van muren, toch onzichtbaar. Het enige dat door overmatig gebruik wat stoorde, was het voortdurend openen en sluiten van fictieve deuren. De plattegrond werd dan aangevuld met moderne meubels. De sterke personenregie werd erg traditioneel gevoerd en de aanwezige gags werden met mate en meestal met goede smaak gebracht.

Het grote verschil met twee jaar geleden zit in de levendige, geëngageerde vertolking van het Orchestra Sinfonico G. Rossini onder de leiding van de jonge dirigent José Miguel Pérez-Sierra. Hij laat de muziek sprankelen en leidt zijn orkest en de solisten met vaste hand. Een groter contrast met de apathische Claudio Scimone in 2009 is niet denkbaar.

Dergelijk enthousiasme stimuleert natuurlijk ook de solisten zodat we ook daar een globaal gezien betere indruk kregen dan vorige keer. Meest opvallend daarbij was de jonge Argentijnse tenor Juan Francisco Gatell die niet alleen een sexy, maar ook een vocaal goed gestoffeerde en hoogtezekere Dorvil neerzette. Hij vormde een ideaal koppel met de Giulia van de Israelische sopraan Hila Baggio die, ondanks wat minder zuivere hoge noten, zeker niet moest onderdoen voor haar collega uit 2009. Simone Alberghini heeft niet het volume van Carlo Lepore maar bracht zijn rol, aangevuld met de aria “Alle voce dell’amore”, met aplomb. José Maria Lo Monaco was een pikante Lucilla en maakte van deze kleine rol wat ze kon.
La scala di seta - José Maria Lo Monaco als Lucilla en Simone Alberghini als Blansac (Foto: Rossini Opera Festival)Centrale figuur gedurende de ganse voorstelling was echter de dolkomische Germano van de Italiaanse bariton Paolo Bordogna. Het is steeds een plezier deze rol, die vaak gezongen wordt door zangers die over hun hoogtepunt heen zijn, te horen vertolken door een zanger die op de top van zijn kunnen is. Zonder te zeggen dat zijn stem van uitzonderlijke kwaliteit is. De zanger heeft een bijzonder gevoel voor timing en humor, al vonden we dat zijn “acts” in deze “La scala di seta” soms van het goede iets te veel waren. De aandacht van het publiek met een soort slapstickoptreden afleiden van de collega’s die zingen, lijkt ook niet zo collegiaal.

In elk geval een mooie voorstelling die wat ons betreft muzikaal het niveau van de eerste reeks overtrof.

H.D. (Gepubliceerd op 21 augustus 2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Paolo Bordogna als Germano en Hila Baggio als Giulia.
2) Juan Francisco Gatell als Dorvil, Hila Baggio als Giulia, Simone Alberghini als Blansac en Paolo Bordogna als Germano.
3) José Maria Lo Monaco als Lucilla en Simone Alberghini als Blansac.

Copyright foto's © Rossini Opera Festival.

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË