OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN PESARO

Rossini Opera Festival Pesaro

PESARO 2011: NIEUWE TECHNOLOGIEËN DOEN HUN INTREDE

Gioacchino RossiniVan 10 tot en met 23 augustus 2011 had in de Italiaanse badstad Pesaro het jaarlijkse Rossini Opera Festival (ROF) plaats. Het festival is ondertussen aan zijn tweeëndertigste editie toe en is doorheen de jaren uitgegroeid tot één van de belangrijkste evenementen in zijn soort. Logisch ook: wie kan weerstaan aan de unieke combinatie van zon, zee en prachtige muziek?

Hoewel het ROF ook dit jaar aan de normale verwachtingen voldeed - een mooie combinatie van opera’s, recitals en concerten van een meer dan behoorlijk artistiek niveau - werden we dit jaar vooral geconfronteerd met de intrede van de nieuwste technologieën. En dan hebben we het niet over spectaculaire ensceneringen of ingewikkelde machinerieën, neen het gaat om elektronica die door het publiek meegenomen wordt in de zaal en schaamteloos gebruikt wordt tijdens de voorstellingen. Vroeger was het eenvoudig: voor aanvang van de voorstelling schakelde het publiek de mobiele telefoons uit en dat was het. Dat is nu helemaal anders: de GSM-toestellen zijn meer en meer verworden tot kleine computers die een veelvoud van toepassingen aankunnen. De vraag blijft echter of die toepassingen echt thuishoren in het theater. Zo zagen we toeschouwers schaamteloos tekstberichten versturen, surfen op Internet of Facebook bezoeken tijdens de voorstellingen. Het mag duidelijk zijn dat al deze “lichtjes” in de zaal storend zijn en het constante getokkel ergerlijk. En hebben we hiermee de grens van het toelaatbare bereikt? Schijnbaar niet, want tijdens één voorstelling hoorden we een toeschouwer een telefoongesprek voeren !

Natuurlijk viel er ook nog heel wat te genieten, daar aan de Adriatische zee. Ook met een iets minder interessant programma dan de voorbije jaren - Adelaide di Borgogna” is niet één van Rossini’s beste werken en “La scala di seta” was een herneming van de productie van twee jaar geleden - konden we telkens meer genieten van de prachtige muziek van een componist die nog steeds een beetje miskend wordt. Rossini schreef meer dan “Il barbiere di Siviglia” of “La cenerentola”. Door zijn tijdgenoten werd hij vooral geroemd om zijn serieuze werken. En laat het nu net die opera’s zijn die vandaag “vergeten” zijn…

Opvallend was het aantal nieuwkomers bij de solisten. Waar bij de vorige edities vooral een beroep gedaan werd op jonge zangers uit de “Accademia Rossiniana”, maakten we nu kennis met solisten die elders gerekruteerd werden - met wisselend succes. Rossini’s muziek is nu eenmaal niet zo eenvoudig te vertolken. Niet iedereen is voor dit soort zang in de wieg gelegd en beloftevolle jongeren als Bogdan Mihai en Juan Francisco Gatell zullen ongetwijfeld een mooie carrière maken, maar we betwijfelen of het in dit repertoire zal zijn.

De volgende editie van het ROF ziet er, alvast wat betreft de programmering, opnieuw een stuk boeiender uit. Behalve een herneming van de productie van “Matilde di Shabran” uit 2006, nog steeds één van de meest memorabele voorstellingen die we in Pesaro zagen, staan “Il signor Bruschino” en, voor het eerst, “Ciro in Babilonia” op het programma. We kijken er al naar uit!

“ADELAIDE DI BORGOGNA”


Rossini Opera Festival PesaroOpera in twee bedrijven van Gioacchino Rossini op een libretto van Giovanni Schmidt. De wereldpremière had plaats op 27 december 1817 in het Teatro Argentina te Rome. We woonden op 13 augustus 2011 een voorstelling bij in de Adriatic Arena te Pesaro.

Adelaide di Borgogna - Bogdan Mihai als Adelberto en Jessica Pratt als Adelaide (Foto: ROF)Rossini schreef zijn opera “Adelaide di Borgogna” tussen twee werken voor het Teatro San Carlo in Napels: “Armida”en “Mosè in Egitto”. We vermoeden dat de smaak van het Romeinse publiek nog niet zo geëvolueerd was als in Napels, want de opera staat kwalitatief toch een stapje lager dan deze twee composities. “Adelaide” doet eigenlijk meer denken aan “Tancredi”, een opera die Rossini enkele jaren eerder schreef voor Venetië. Mogelijk waren de zangers die in Rome ter beschikking stonden niet van het allerbeste niveau, maar dat alleen volstaat niet om de minder interessante partituur - waar zijn de mooie ensembles zoals in andere Rossini-opera’s naartoe - te verklaren. Misschien een gebrek aan inspiratie of tijd? Bij andere composities had Rossini nooit last van deze factoren. Of het zwakke libretto (we gaan niet trachten het absurde verhaal hier na te vertellen)? Ook wat dat betreft liet Rossini zich normaal niet uit het evenwicht brengen. Hoe dan ook vinden we de opera van erg middelmatige kwaliteit. Uiteraard is het de plicht van het ROF om alle werken van de componist uit te voeren, maar wat ons betreft mag “Adelaide di Borgogna” opnieuw voor aanzienlijke tijd in de koelkast.

Eveneens van middelmatige kwaliteit vonden we de voorstelling die we bijwoonden. Regisseur Pier’Alli maakte veelvuldig en met wisselend succes gebruik van projecties tegen een achterwand. Op sommige momenten was dit spectaculair (de beelden van een vesting tijdens de ouverture of marcherende soldaten) of effectief (de marmeren muur van een zaal). Helaas waren de projecties vaak ook storend door soms minutenlange bewegende beelden, die niet alleen de aandacht afleidden van de muziek maar ook onaangenaam werden. Voor het overige kan het werk van ‘Alli gezien worden als een eerder traditionele illustratie van het verhaal, zonder poging om te interpreteren - wat misschien ook maar best is gezien de wat onnozele verhaallijn.

Adelaide di Borgogna - Ensemble (Foto: ROF)Wat het muzikale aspect betreft, stoorden we ons vooral aan dirigent Dmitri Jurowski. Zeker, hij zorgde voor een perfecte balans tussen orkest en solisten en zelden hoorden we een samenzang die zo harmonieus klonk. Maar hier zit ook net de zwakte van deze jonge Russische dirigent: alles klinkt gepolijst maar mist de ziel, de passie, de warmte, het engagement dat Rossini’s muziek zo broodnodig heeft. Maar ook wat de solisten betreft bleven we wat op onze honger zitten, op één uitzondering na: Daniela Barcellona bewees nog maar eens hoe ze scenisch en vocaal de ideale mezzo is om de mannelijke personages in Rossini’s opera’s te vertolken. Zelfs de meest virtuoze passages vormen voor Barcellona niet het minste probleem en de stemomvang is indrukwekkend. Enkel in de forte’s klinkt de stem soms wat ruw, maar dat is een detail. Zij was bovendien de enige solist die van haar personage iets wist te maken. Barcellona is al jaren één van de favorieten van het publiek in Pesaro en dat zal na deze vertolking niet veranderen.

Nadat we nogal wat erg lovende commentaren lazen op Internet, verwachtten we veel van de jonge Roemeense tenor Bogdan Mihai die zijn debuut op het ROF maakte als Adelberto - mogelijk te veel. Wat het zingen van coloraturen betreft staat Mihai inderdaad op een eenzame hoogte en doet hij wat denken aan Rockwell Blake. Maar daar eindigt elke vergelijking. De jonge man moet bij de klankvorming een zodanige inspanning leveren dat het al gauw erg vermoeiend wordt om naar hem te luisteren. Vooral de hoge noten, zo onontbeerlijk in Rossini’s opera’s, klonken alles behalve vrij. Zeker, de man is nog jong en zal wel zijn weg in de operawereld vinden. Maar we durven betwijfelen of het in dit repertoire zal zijn.

Ook de Australische sopraan Jessica Pratt kenden we tot nu toe alleen van wat anderen over haar schreven. Nadat ze enkele jaren geleden op het festival van Wildbad succes oogstte als Desdemona in “Otello”, werd ze van de ene dag op de andere gepromoveerd tot Rossini-specialiste. We waren niet erg onder de indruk van haar prestatie in de titelrol van deze “Adelaide di Borgogna”. De stem is weinig homogeen en heeft vooral weinig glans. Ook wat interpretatie betreft liet de zangeres ons wat op onze honger zitten. We moeten echter toegeven dat ze de aartsmoeilijke coloraturen van haar aria in het tweede bedrijf probleemloos het hoofd wist te bieden en zelfs tooide met originele en spectaculaire variaties - wat ons doet vermoeden dat ze zich tot dan toe gespaard had.

De kleinere rollen werden bevredigend vertolkt door Nicola Uliveri als een vocaal indrukwekkende maar weinig subtiele Berengario, Jeanette Fischer als een energieke en vocaal overtuigende Eurice en Francesca Pierpaoli als Iroldo.

Adelaide di Borgogna -Jessica Pratt als Adelaida en Daniele Barcellona als Ottone (Foto: ROF)Alles bij elkaar een eerder middelmatige vertolking van een al even middelmatige opera van een normaal gesproken alles behalve middelmatige componist.

Er zijn nog voorstellingen op 19 en 23 augustus 2011.

H.D. (Gepubliceerd op 16/8/2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Bogdan Mihai als Adelberto en Jessica Pratt als Adelaide.
2) Ensemble.
3) Jessica Pratt als Adelaida en Daniele Barcellona als Ottone.

Copyright foto's © ROF.

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË

"MOSE IN EGITTO”

Rossini Opera Festival PesaroAzione tragico-sacra in drie bedrijven van Gioacchino Rossini op een tekst van Leone Andrea Tottola naar de tragedie “L’Osiride” van Francesco Ringhieri. Het werk werd voor het eerst opgevoerd in het Teatro San Carlo te Napels op 5 maart 1819 en in een herwerkte versie op 7 maart 1819. We zagen op 14 augustus 2011 in de Adriatic Arena te Pesaro een voorstelling door het Rossini Opera Festival.

Mosè in Egitto - Totaalbeeld van de scène (Foto: ROF)Mosè in Egitto” zou gecreëerd worden in de vastentijd en dat had zo zijn consequenties: volgens de kerkelijke autoriteiten mochten in die periode geen opera’s met een wereldlijk onderwerp gespeeld worden. Rossini diende dus de obligate liefdesgeschiedenis, het centrale thema in zowat al zijn opera’s, te laten afspelen tegen een Bijbelse achtergrond. Bovendien moest de verhouding tussen de twee thema’s erg uitgebalanceerd zijn. De componist had in dezelfde omstandigheden “Ciro in Babilonia” gecomponeerd, maar die opera (eigenlijk een oratorium) wordt ruimschoots overklast door deze Mosè.
Omdat Rossini zoals steeds in tijdsnood verkeerde, leende hij niet alleen muziek uit zijn voorgaande werken, maar liet hij de meeste aria’s schrijven door zijn medewerker Michele Carafa. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de grote muzikale en dramatische kracht in de door de meester zelf gecomponeerde ensembles ligt. Later zal Rossini “Mosè in Egitto” zeer grondig herwerken tot “Moïse et Pharaon”, waarbij de liefdesgeschiedenis nog meer naar de achtergrond verschuift en daardoor ook het subtiele evenwicht in de opera verdwijnt.

De opera is los gebaseerd op de Exodus uit Egypte door de Israëlieten onder leiding van Mozes. De zoon van de Egyptische farao, Osiride, zorgt er voor dat zijn vader steeds weer terug komt op zijn beslissing om de joden te laten vertrekken. Hier speelt slechts zijn eigen belang: Osiride heeft een relatie met de joodse Elcia en dreigt zijn geliefde te verliezen wanneer de joden het land verlaten. Na elke weigering van de farao om zijn volk de vrijheid te schenken aanroept Mozes Jahweh om een plaag te laten neerdalen over Egypte. Uiteindelijk zullen de joden erin slagen te ontsnappen door de Rode Zee, waarbij de Egyptenaren de verdrinkingsdood sterven.

Wie de regie van een opera toevertrouwt aan Graham Vick, weet dat de controverse nooit ver weg zal zijn en dat was met deze “Mosè in Egitto” niet anders. Het verraste ons ook geenszins dat geopteerd werd voor een actualisering van het verhaal - als er één opera is die zich daar toe leent is het wel deze “Mosè in Egitto” met zijn conflict tussen joden en arabieren. Maar in de context van het verhaal is het moeilijk om deze interpretatie consequent door te trekken. Zo blijken bvb aan het einde van het eerste bedrijf de joden allemaal zelfmoordenaars te zijn - wat niet echt de werkelijkheid weerspiegelt.

Mosè in Egitto - Sonia Ganassi als Elcia en Dmitry Korchak als Osiride (Foto: ROF)“Mosè in Egitto” wordt soms benoemd als “grand opéra avant la lettre" en zo heeft Vick zijn regie in de gigantische Adriatic Arena ook opgevat. Het verhaal speelt zich af in de restanten van wat ooit een Middenoosters paleis geweest moet zijn, ontworpen door Stuart Nunn. Daarin wordt het verhaal op spectaculaire wijze weergegeven met invallen van soldaten, zelfmoordenaars en aan het einde zelfs een heuse tank. Uiteraard ontsnapt Mozes aan het einde niet door de Rode Zee maar laat hij in zijn schuilplaats een chemische bom achter die zijn achtervolgers doodt. Maar de enorme scène van de Adriatic Arena is niet voldoende voor Vick. Herhaaldelijk laat hij koorleden en figuranten door de zaal rennen. Niet zo’n goed idee wat ons betreft, want op de geïmproviseerde houten vloer zorgden deze interventies voor een erg hinderlijk lawaai. Maar, los van bovenstaande observaties, vonden we de regie van Vick volledig in de geest van het werk en genoten we met volle teugen. Vooral het laatste beeld was pakkend: een moslimkind doet een gordel met explosieven aan. Een Israëlische soldaat tracht hem te benaderen met een reep chocolade. Zal hij het vertrouwen van het kind kunnen winnen of wordt de jihad gewoon verder gezet door een nieuwe generatie? De toekomst zal het uitwijzen.

Ook muzikaal stond de voorstelling op een erg hoog niveau en opnieuw viel het ons daarbij op hoe belangrijk de dirigent is voor een productie. Roberto Abbado wist Rossini’s muziek met een zodanige spanning te brengen dat het publiek, vaak letterlijk, op het puntje van zijn stoel zat. Intimistisch waar het kon en dramatisch waar het moest, met steeds voldoende respect voor de solisten die op geen enkel moment overstemd werden, ook al bevond het orkest zich niet in een bak. Prachtig!

Ook de nagenoeg volledige cast presteerde op een erg hoog niveau, te beginnen met Alex Esposito als een indrukwekkende, haast heroïsche farao. Zijn stem vulde zonder problemen het ganse auditorium, maar ook in de meer ingehouden momenten kon hij overtuigen. Enkel als acteur zou hij nog wat kunnen verbeteren. Sonia Ganassi is steeds op haar best in rollen die vaak bezet worden met een sopraan (we zagen de opera ooit in Zürich met Eva Mei in deze rol). De donkere kleur van haar stem is een meerwaarde voor het personage van Elcia en de coloraturen vormen geen enkel probleem.
De grote verrassing kwam echter van de Russische tenor Dmitry Korchak. We hadden in het verleden vaak de indruk dat Rossini’s muziek en dan vooral de technische hoogstandjes hem niet echt lagen, maar hij lijkt op dat punt enorme vooruitgang geboekt te hebben. Hij vertolkte de rol van Osiride met branie en meesterschap en wist te imponeren in het hoge register. Het enige zwakke element in de rolbezetting vonden we Riccardo Zanellato, die niet alleen door zijn droge timbre maar ook door zijn gebrek aan affiniteit met deze muziek een vreemde eend in de bijt bleek. Het was ook opmerkelijk dat zijn aria in het tweede bedrijf niet uitgevoerd werd, evenmin als de aria van Amaltea, waarvan de rol nochtans waardig vertolkt werd door de Russische Olga Senderskaya. Opvallend waren ook de tussenkomsten van Enea Scala die ondertussen het niveau van comprimario eigenlijk ontgroeid is.

Mosè in Egitto - De indrukwekkende finale van de opera (Foto: ROF)Deze productie van “Mosè in Egitto”, met zijn spectaculaire enscenering en zijn vrijwel perfecte muzikale uitvoering is ongetwijfeld hét hoogtepunt van het Rossini Opera Festival 2011. Nu nog hopen dat de opera ook elders een kans zal krijgen.

Er zijn nog voorstellingen op 17 en 20 augustus 2011.

H.D. (Gepubliceerd op 16/8/2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Totaalbeeld van de scène.
2) Sonia Ganassi als Elcia en Dmitry Korchak als Osiride.
3) De indrukwekkende finale van de opera.

Copyright foto's © ROF.

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË