OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN WILDBAD

Festival Rossini in Wildbad

“SEMIRAMIDE”

Tragisch melodrama van Gioacchino Rossini op een libretto van Gaetano Rossi naar de tragedie "Sémiramis" van Voltaire. Gecreëerd in het Theatro La Fenice te Venetië op 3 februari 1823. Bijgewoonde concertante première door “Rossini in Wildbad” in de Trinkhalle te Wildbad op 19 juli 2012.

Alex Penda alias Alexandrina PendatchanskaRossini schreef “Semiramide” in 1823 voor zijn vrouw Isabella Colbran, die toen niet meer op het hoogtepunt van haar carrière was, wat verklaart dat de titelrol relatief gemakkelijker is dan veel andere grote sopraanpartijen uit die jaren. Ook “Colbran op haar retour” beschikte echter nog over een virtuositeit die aan het einde van de 19e eeuw langzaam uit de mode raakte. De opera vraagt ook om een technisch zeer vaardige coloratuuralt voor de rol van Arsace en een virtuoze bas voor de valse Assur. De rol van Idreno blijft wat in de schaduw van de andere partijen en moet het stellen met twee aria’s die qua virtuositeit wat moeten inboeten in vergelijking met de vroegere bravourestukjes die Rossini voor zijn tenors schreef. Na de succesvolle première (met niet minder dan 27 herhalingen) werd de opera echter het onderwerp van hevige polemieken en wat aanvankelijk als een meesterwerk werd bestempeld, werd vervolgens als aanmatigend en mediocre verguisd. De opera verdween stilaan van het repertoire en van in het begin van de twintigste eeuw vertegenwoordigde enkel “Guillaume Tell” nog de serieuze opera’s van Rossini.
Tot Joan Sutherland in 1961 zich over “Semiramide” ontfermde en het werk terug uitgegroeide tot een van de meest uitgevoerde onder Rossini’s serieuze opera’s.

Voor de uitvoering in Wildbad werd de kritische uitgave van Philip Gossett en Alberto Zedda voor de Fondazione Rossini Pesaro gebruikt, wat een voorstelling van liefst vier uren en twintig minuten opleverde, inclusief een pauze van een half uur.
Concertante uitvoeringen in Wildbad zijn vaak met betere zangers bezet dan de scenische opvoeringen, waarbij wij vooral denken aan “Tancredi” (2001), “Maometto Secondo” (2002) en in mindere mate aan “Le siège de Corinthe” (2010).

Marianna PizzolatoDeze “Semiramide” was ongetwijfeld een topper met een zo goed als ideale bezetting. Wij denken in de eerste plaats aan de Bulgaarse Alexandrina Pendatchanska (die nu haar naam afkort tot Alex Penda ) als Semiramide, een licht dramatische sopraan met een goede coloratuurvaardigheid, een vleiende diepte en een trefzekere hoogte. Jammer dat de stem in de hoogste regionen iets aan smeuïgheid moest inboeten. Het ligt blijkbaar ook niet in haar aard om haar stem te sparen, wat haar toch een kleine inzinking kostte in het begin van de tweede akte en zich uitte door enkele storende borsttonen.
Zij werd van repliek gediend door de al even verdienstelijke Marianna Pizzolato in de rol van Arsace, een Siciliaanse coloratuuralt met een benijdenswaardige souplesse, fraaie hoogte, maar iets te weinig resonantie om (met bv. Barcellona en Horne) tot de topklasse van deze stemsoort te behoren.
Lorenze Regazzo, eveneens een Italiaan, maar afkomstig uit Venetië, gaf met veel expressie gestalte aan Assur. Het is een bas die volledig in de stijl van Samuel Ramey zingt, maar helaas wat tekort schiet in de hoogte en minder “creux” heeft dan zijn beroemde Amerikaanse collega. Wij werden vooral getroffen door zijn perfecte articulatie en juist tekstbesef.
Lorenzo RegazzoEr waren nog goede bassen van de partij: een ronduit sublieme Andrea Mastroni in de rol van de priester Oroe en een bijzonder sonore Raffaele Facciola in het kleine rolletje van de geest van koning Ninos.

De Amerikaanse tenor John Osborn zong de wat oppervlakkige en ondankbare rol van Idreno. Hij deed dat in een onmiskenbare Rossini-stijl en genoot terecht van twee open doekjes voor zijn aria’s. De mezzosopraan Marija Jokovic en de lichte tenor Vassilis Kavayas waren verdienstelijk in de kleine partijen van Azema en Mitrane.

Antonino Fogliani bleek eens te meer de juiste man op de juiste plaats te zijn. Hij dirigeerde met een enorme kracht en vaart, dynamisch in de snelle gedeelten en rijk expressief in de langzame lyrische bladzijden. Het orkest “Virtuosi Brunenses” verklankte zijn intenties voortreffelijk en wij waren, met name in de ouverture, gecharmeerd door de zuivere blazers met aan kop de hoorns en een opvallend virtuoze piccolo. Het Camerata Bach Chor Posen bestond uit amper een dertigtal leden. Misschien toch wel iets te klein in aantal voor een werk dat als een voorloper van de “grand opéra” beschouwd wordt. Ondanks een goede discipline klonken de forte passages wat schraal.

De Trinkhalle in Wildbad is niet de meest comfortabele plaats om van een werk van deze lengte bij te genieten. De stoïcijnse Rossini liefhebbers ondergingen de beproeving van hun zitvlak echter onverstoorbaar en applaudisseerden bij het slot dat het een lieve lust was.

Een memorabele voorstelling.

G.M. (Gepubliceerd op 24/7/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Alex Penda alias Alexandrina Pendatchanska.
2) Marianna Pizzolato.
3) Lorenzo Regazzo.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

“ADINA OSSIA IL CALIFFO DI BAGDAD”

Farsa van Gioacchino Rossini op een libretto van Marchese Gherardo Bevilacqua-Aldobrandini. Creatie in het Teatro Nacional de São Carlos te Lissabon op 22 Juni 1826. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” op 8 juli 2012. Bijgewoonde voorstelling in de Trinkhalle te Wildbad op 20 juli 2012.

Adina - Christopher Kaplan als Ali en Raffaele Facciola als Califfo (Foto: Patrick Pfeiffer)Deze farsa semiseria in één akte werd tijdens het leven van de componist niet officieel opgevoerd. Hierdoor kreeg deze opera ten onrechte een negatieve stempel inzake de kwaliteit van het werk. Ook het creatieproces was volledig atypisch voor de werkwijze van Rossini. Gewoonlijk componeerde en dirigeerde hij zijn opera’s op de plaats van de eerste opvoering. “Adina” was een privéopdracht van rond de jaarwisseling 1817/1818. Er hangt nog steeds heel wat geheimzinnigheid rond de Portugese opdrachtgever van dit werk, maar het is wel geweten dat Rossini zich goed liet betalen voor deze eenakter. In feite bestond er in het begin geen gedrukte partituur. Het is pas in 1859 in het kader van een volledige piano uitgave van Rossini’s werken bij Ricordi, dat er melding was van deze farsa. Het duurde tot 1963, tijdens de eerste Rossini renaissance, alvorens de compositie in Siena werd opgegraven. De muziekwetenschappers in Pesaro waren enthousiast en schreven dat het een typisch Rossini werk was.

De inhoud van “Adina” is te vergelijken met die van “Die Entführung aus dem Serail”, maar naar het einde toe ontdekt de kalief dat Adina (de Konstanze uit “Die Entführung”) zijn dochter is uit de relatie met zijn vorige geliefde Zora. De kalief keurt noodgedwongen het huwelijk van zijn dochter met haar ware geliefde Selimo goed. Happy end, behalve voor de kalief die in zijn harem moet zoeken naar een andere bedgenote.

Gezien het hier om een vrijwel onbekende opera gaat, willen wij even dieper ingaan op de muzikale inhoud. Er is geen ouverture en de toeschouwer krijgt onmiddellijk een introductiekoor te horen. Dan maken wij kennis met Selimo en zijn vriend/medeplichtige Mustafa. Een marsachtig thema kondigt de komst van de kalief aan, die met de nodige pathos zijn tuinen bezingt terwijl hij denkt aan zijn huwelijk met Adina. Hoe heviger de gevoelens van de kalief, hoe droeviger Selimo wordt. Er volgt een sterk en snel “stretta”. De secco recitatieven vormen de dialogen. Dan komt Adina op en de muziek die haar begeleidt is melancholisch en diepzinnig. Er volgt een koorgezang om Adina te loven. In een lang recitatief wordt de strijd in de gevoelens van Adina benadrukt. Het duet tussen Adina en de kalief is heel mooi en van een ingrijpende treurigheid.
Adina - Bruno Pratico als Mustafa, Rosita Fiocco (?) als Adina en Vassilis Kavayas als Selimo (Foto: Patrick Pfeiffer)Nadien horen we de nervositeit van de kalief, eerst met een lyrische frase en daarna met een woede uitbarsting. Eindelijk komt Selimo’s grote scene: een recitatief gevolgd door een lyrische, bijna gebedachtige aria. Met een orkestinleiding wordt het vluchtplan bekend gemaakt en krijgen wij het pathetische hoogtepunt van de ganse opera: de kalief ontdekt de vlucht van Adina en Selimo. Hij is woedend en de twee moeten sterven, wat uitgedrukt wordt in een glansrijk “cabaletta” voor de protagonisten, het koor en het orkest. Er volgt een korte aria voor Ali, de gladde vertrouweling van de Kalief. Adina valt bewusteloos neer en de kalief vindt een medaillon aan haar hals waaruit blijkt dat zij zijn dochter is. Adina wordt gewekt door het koor dat een droomachtig en schilderachtig gezang laat horen. Opluchting voor Adina, die nu niet enkel met haar Selimo kan trouwen, maar ook een grote stap zet op de sociale ladder.

Wat kregen wij in Wildbad te horen? De donker gekleurde bariton Raffaele Facciola bekoorde ons in “Semiramide” in het rolletje van de geest van koning Ninos, maar was minder overtuigend als de kalief. Hij was een deel van zijn resonantie kwijt en hij miste het fluweel van de grote Italiaanse baritons. Hij had wel kern in zijn stem, maar miste de gezaghebbende persoonlijkheid.
De lichte mezzosopraan Rosita Fiocco ontgoochelde als Adina. Zij zong de partij wel probleemloos, maar ook uitdrukkingloos en zonder de minste uitstraling in haar stem. Vassilis Kavayas is een tenor met te beperkte mogelijkheden om zich aan de leidende rol in een opera van Rossini te wagen. Het is best dat hij zich in de toekomst tot kleine tenor rolletjes beperkt. Christopher Kaplan als Ali is eveneens een tenor met een heel klein stemmetje, bovendien met een gebrek aan souplesse en hoogte. Hij mocht pronken met zijn bloot bovenlijf en dat mocht gezien worden, maar dat maakte zijn vertolking niet beter.
Tenslotte was er ook nog Bruno Pratico als Mustafa. Wat kunnen wij nog over deze veteraan zeggen dat wij niet reeds vroeger gezegd hebben? Hij is versleten tot op de draad, maar hij heeft nog steeds de stijl om Rossini te “zingen”. Hij hangt de clown uit en als het kan maakt hij er een "one-man show" van.

Adina - Rosita Fiocco (?) als Adina (Foto: Patrick Pfeiffer)Het Camerata Bach Chor Posen (12 man) zong weinig gedoseerd.
Het orkest werd geleid door de dirigent Antonio Fogliani. Hij probeerde het maximum uit de partituur te halen, maar wat er niet inzit, kon hij er natuurlijk ook niet uithalen. De Virtuosi Brunenses reageerden steeds alert op zijn aanduidingen en klonken over het algemeen zeer nauwgezet.

De regie van Antonio Petris had goede bedoelingen, het gegeven werd naar moderne tijden verplaatst, maar was niet steeds een schot in de roos. De kledij was in zwart en wit. De gezichten van de protagonisten waren wit geschilderd zoals in de commedia del arte. In feite werden alle middelen gebruikt om de armoede van deze voorstelling te verdoezelen en de algemene indruk was deze van een amateurgezelschap, in feite het Rossini Opera Festival niet waardig.

Een kleine opmerking terloops: in de 19e eeuw groeiden in het Nabije Oosten geen aardbeien, want de Westerse telers hadden nog niet de kans gekregen de nodige serres bij deze volkeren neer te zetten.

P.T. (Gepubliceerd op 24/7/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Christopher Kaplan als Ali en Raffaele Facciola als Califfo.
2) Bruno Pratico als Mustafa, Rosita Fiocco (?) als Adina en Vassilis Kavayas als Selimo.
3) Rosita Fiocco (?) als Adina.

Copyright foto's © Patrick Pfeiffer.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

"I BRIGANTI"

Opera van Saverio Mercadante op een libretto van Jacopo Crescini naar “Die Räuber” van Schiller. De eerste voorstelling had plaats in het Théâtre-Italien te Parijs op 22 maart 1836. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” op 14 juli 2012. Bijgewoonde voorstelling in de Trinkhalle te Wildbad op 21 juli 2012.

I Briganti - Vittorio Prato als Corrado en Petya Ivanova als Amelia (Foto: Patrick Pfeiffer)Saverio Mercadante was tijdens zijn leven een erkend componist waarvan de naam in één adem genoemd werd met Rossini, Bellini, Donizetti of Verdi. Hij genoot van zijn roem door de 57 opera’s die hij tussen 1818 en 1856 schreef. Deze werken werden opgevoerd door de meest vooraanstaande operahuizen en gezongen door de beste zangers. Ook kerk- en orkestmuziek kregen een groot aandeel in zijn scheppingsproces, alleszins voor een Italiaanse componist uit de 19 eeuw. Zijn roem begon te verbleken vanaf de tweede helft van de 19e eeuw en zijn werken verdwenen tot de jaren zeventig van de 20e eeuw volledig in de vergetelheid.
Sindsdien zijn er heel wat pogingen geweest om zijn opera’s weer tot leven te wekken. In Wexford zagen wij “Il Giuramento” (2002) en “La Vestale” (2004) en in Wildbad “Don Chisciotte alle nozze di Gamaccio” (2007). Riccardo Muti ontfermde zich tijdens de Salzburger Festspiele 2011 over “I due Figaro” en ook het Theater Giessen heeft in 2006 “Il Giuramente” opgevoerd. Maar het blijven steeds losstaande pogingen die geen navolging vinden.

Met “I Briganti” vestigt het Rossini Festival nogmaals de aandacht op Mercadante en de organisatoren hebben absoluut geen moeite gespaard om (met hun beperkte middelen) de opera de best mogelijke bezetting te geven. Tijdens de voorstelling die wij bijwoonden, werd de opera door camera’s opgenomen en wij durven hopen dat er een DVD opname zal van verschijnen. Andere operahuizen hebben dan geen excuses meer om Mercadante te negeren, niet in het minst omdat het een bijzonder mooie opera is, met een rijk palet aan melodieuze aria’s en ensembles.

I Briganti - Maxim Mironov als Ermano (Foto: Patrick Pfeiffer)Van “I Briganti” moeten wij de inhoud niet vertellen, want hij is identiek aan deze van “I Masnadieri” van Verdi. De personages hebben dezelfde stemsoort, al zijn de namen gedeeltelijk anders. Wij durven beweren dat deze “I Briganti” muzikaal sterker en zeker boeiender is dan het jeugdwerk van Verdi.

Wij hoorden Petya Ivanova en de rol van Amelia en waren overdonderd door de vocale kracht die dat klein vrouwtje ontplooide. Zij is gezegend met een milde coloratuursopraanstem, zeker geen ijzerdraadje, met een trefzekere en fenomenale hoogte. Naast haar had de tenor Maxim Mironov als Ermano (Francesco bij Verdi) het absoluut niet gemakkelijk. Bij het lezen van zijn curriculum vitae in het programmaboekje en, in acht genomen de vele Rossini-rollen die hij in vooraanstaande theaters zingt, kunnen wij enkel concluderen dat hij voor deze voorstelling niet erg bij stem, of zelfs ziek was. Natuurlijk hoorden wij dat hij de juiste, licht getimbreerde, heldere tenorstem heeft, maar zijn inzet was bijzonder onzeker, miste soepelheid en de hoogte was genepen. Zijn prestatie verbeterde naar verloop van de voorstelling, maar kwam toch niet tot een aha-erlebnis. Dat de man niet in topconditie was, hoorden wij daarna op Youtube in een fragment met koor en in de finale waar hij heel wat beter klinkt.

Voor de rol van Corrado, de valse broer van Ermano (Francesco bij Verdi) hadden wij een meer imponerende prestatie verwacht dan wat Vittorio Prato ons met zijn mooie, donkere, maar in omvang beperkte baritonstem kon bieden. De man hanteert zijn stem wel met veel vaardigheid, maar hij wou de allures aannemen van een heldenbariton, waardoor hij naar het einde toe al zijn kruit verschoten had.
I Briganti - Bruno Pratico als Massimiliano en Maxim Mironov als Ermano (Foto: Patrick Pfeiffer)Bruno Pratico verraste ons door de soberheid waarmee hij de rol van Massimiliano benaderde. Hij moest met hetzelfde euvel kampen als Luigi Lablache bij de creatie van zowel “I Masnadieri” als “I Briganti”: door zijn corpulentie kon hij niet geloofwaardig zijn als een uitgemergelde gevangene. Nochtans had regisseur Jochen Schönleber dat mooi opgelost door hem in losse lompen te wikkelen, maar deze goede indruk werd volkomen teniet gedaan toen Bruno bij het slot als een pronkende Zuid-Amerikaanse Generaal, in een wit uniform gesnoerd en met veel panache de scène opwandelde!

De kleine rollen werden verdienstelijk vertolkt door de lichte mezzosopraan Rosa Fiocco (de vorige dag als Adina nog Rosita Fiocco genoemd?), de bas Atanas Mladenov als de heremiet Bertrando en Jesus Ayllon als de rover Rollero.

Jochen Shönleber verplaatste het gegeven naar onze tijden (wanneer gaan regisseurs inzien dat zij daarmee tot in den treure in herhaling vallen!). De aanvankelijke soberheid van het decor en de projecties van de dromen van Ermano wisten ons te bekoren, maar wij waren minder opgetogen met de “revolver zwaaiende rovers” die daarna te pas, maar vooral te onpas, over de scène liepen.

Het Camerata Bach Chor Posen was natuurlijk te kleinschalig voor dit werk, maar de wat onbeheerste zangstijl die ons de vorige avond stoorde, kwam in de ensembles van de strijdlustige rovers beter tot zijn recht. Niets dan lof voor het orkest en de dynamische leiding van Antonino Fogliani, een man die kennelijk in het werk gelooft en zijn enthousiasme met het orkest weet te delen.

I Briganti - Maxim Mironov als Ermano en roverskoor (Foto: Patrick Pfeiffer)Een boeiende avond. De aanvang voor een echte Mercadante renaissance? Wij hebben zo onze twijfels…

Tot slot moeten wij nog vermelden dat de programmaboekjes van al de voorstellingen een bijzonder rijke bron aan informatie zijn en dat er steeds een tweetalige boventiteling voorzien was in de oorspronkelijke Italiaanse taal en in het Duits.

G.M. (Gepubliceerd op 24/7/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Vittorio Prato als Corrado en Petya Ivanova als Amelia.
2) Maxim Mironov als Ermano.
3) Bruno Pratico als Massimiliano en Maxim Mironov als Ermano.
4) Maxim Mironov als Ermano en roverskoor.

Copyright foto's © Patrick Pfeiffer.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND