OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN STUTTGART

“LA TRAVIATA”

Staatsoper StuttgartOpera van Giuseppe Verdi (muziek) en Francesco Maria Piave (libretto). Wereldpremière in het Teatro La Fenice te Venetië op 6 maart 1853. Première van deze productie door de Staatsoper Stuttgart op 15 juli 2011. Bijgewoonde voorstelling op 26 juli 2011.

La Traviata - Alfredo (Roman Shulackoff) en Violetta (Ermonela Jaho) ( Foto: Sigmund)De toon bij deze opvoering van "La Traviata" werd al direct gezet: het Staatsorchester Stuttgart speelde een prachtige prelude onder leiding van Patrick Fournillier en deze muzikale lijn werd de hele avond doorgetrokken. Het Staatsopernchor, voorbereid door Johannes Knecht, opende zeer klankrijk de eerste scènes tot en met het “Libiamo” drinklied. Ook in het derde tafereel leverden ze uitstekend werk.

Ermonela Jaho vertolkte de rol van Violetta Valery. Zij bezit een mooie volle stem met een zuivere hoogte en zingt zeer stijlvol. De extra hoge noten, die niet in de partituur staan werden hier weggelaten. Roman Shulackoff, met zijn jeugdige verschijning en klankrijke stem, kon ons ten volle overtuigen in de rol van Alfredo Germont. In deze versie werd ook het cabaletta na zijn aria in de tweede scène weggelaten. De rol van vader Germont werd gebracht door Tito You. Deze zanger bezit een volle baritonstem, maar door het overdreven gebruik van forte’s, kon hij moeilijk overtuigen. Toch werd hij ovationeel toegejuicht bij het slotapplaus, terwijl de andere solisten een dergelijk applaus ook verdienden.

Emonela JahoIn verdere rollen hoorden we Kora Pavelic (Annina), Daniel Kluge (Gastone), Christoph Sökler (Baron Douphol), Szymon Chojnacki (Markies d’Obigny) en Mark Munkittrick (Dokter Grenvil).

De koordames waren in het zwart gekleed. In de eerste akte droeg Violetta een wit mannen rokkostuum dat volgens ons meer thuishoorde in een circus en in de laatste akte bij de sterfscène droeg de meid dan weer een rood kleed. Deze kostuums werden ontworpen door Marie-Louise Strandt.
In het overladen zwarte decor van Erich Wonder, waarvan het niet altijd duidelijk was wat het moest verbeelden, kwam er dan nog bij dat het koor meestal op de grond zat en in de kaartscène zelfs ook de solisten. De regie van Ruth Berghaus kon ons op geen enkel moment bekoren. Jammer voor dit prachtige ensemble.

H.V. (Gepubliceerd op 13/8/2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Alfredo (Roman Shulackoff) en Violetta (Ermonela Jaho)
2) Ermonela Jaho.

Copyright foto 1 © Sigmund.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“DIE GLÜKLICHE HAND”

Staatsoper StuttgartMuziekdrama in één bedrijf van Arnold Schönberg op een tekst van de componist zelf. De opera werd voor het eerst opgevoerd te Wenen op 24 oktober 1924. We woonden op 23 juni 2012 een voorstelling bij in de Staatsoper Stuttgart als deel van een tweeluik met "Osud" van Leos Janacek.

Die Glückliche Hand - Shigeo Ishino als de man (Foto: A.T. Schaefer)Het muziekdrama “Die glückliche Hand” is gebaseerd op het leven van Arnold Schönberg zelf en verbeeldt een cyclus die zichzelf steeds herhaalt omdat de mens steeds dezelfde fouten blijft maken. Meer bepaald wordt het hoofdpersonage, “de man”, verliefd op een vrouw om vervolgens door haar verlaten te worden. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Schönberg dit werk schreef kort nadat zijn echtgenote Mathilde een affaire had met de schilder Richard Gestl.

De partituur van “Die glückliche Hand” vraagt om een uitgebreid orkest. Schönberg toont zich een bekwaam orkestrator en laat zijn orkest zweven tussen dramatische uitbarstingen en ingehouden kamermuziek. Er is geen plaats voor atonaliteit.

Regisseurs Sergio Morabito en Jossie Wieler ensceneren het verhaal als een droom van “de man”. De vrouw die hij ontmoet, normaal een mimespeelster, is bij hen een gigantische opblaasbare pop wat tot hilarische taferelen leidt.

De Japanse bariton Shigeo Ishino gaat volledig op in zijn rol. Niet alleen weet hij met zijn kernachtige baritonstem de muziek op heroïsche wijze te overwinnen, hij toont zichzelf ook als een begaafd acteur en mimespeler met een haast elastisch lichaam.

Die Glückliche Hand - Shigeo Ishino als de man (Foto: A.T. Schaefer)Het Staatsorchester Stuttgart wist onder de leiding van Sylvain Cambreling steeds de juiste dynamiek en klankkleuren te vinden voor Schönberg's muziek. Hij bewees hiermee een goede keus te zijn als de nieuwe muziekdirecteur van de Staatsoper Stuttgart.

De voorstelling vloog voorbij, niet alleen omwille van de korte tijdsduur van het werk, maar ook dankzij de spannende vertolking van Shigeo Ishino.

We zagen de laatste voorstelling van het tweeluik “Osud” en “Die gelükliche Hand” voor het seizoen 2011/12. Tijdens het volgende seizoen wordt de productie echter hernomen vanaf 10 april 2013. Een aanrader voor wie eens wat nieuws wil proberen.

H.D. (Gepubliceerd op 26 juni 2012)

Foto van boven naar onder:

1) Shigeo Ishino als de man en koorleden.
2) Shigeo Ishino als de man

Copyright foto's © A.T. Schaefer.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“OSUD”

Staatsoper StuttgartOpera in drie bedrijven van Leos Janacek op een tekst van de componist zelf in samenwerking met Fedora Bartosova. De creatie had plaats te Brno op 25 oktober 1958. We zagen een uitvoering in het Staatstheater Stuttgart op 23 juni 2012 als deel van een tweeluik met “Die glückliche Hand” van Arnold Schönberg.

Osud - Rebecca von Lipinski als Mila Valkova, Michael Ebbecke als Konecny en Heinz Göhrig als Dr. Suda (Foto: A.T. Schaefer)Na het afwerken van zijn opera “Jenufa” en de dood van zijn dochter Olga, verbleef Janacek een tijd lang in het kuuroord Luhacovice waar hij kennis maakte met een jonge dame die hem inspireerde met het onderwerp voor zijn nieuwe compositie.

Janacek heeft “Osud” tijdens zijn leven nooit gehoord. De première van deze opera vond pas plaats ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van het overlijden van de componist nadat eerder slechts in 1934 één radio-uitvoering te noteren viel. Voor deze première in Brno werd dan nog eens gebruik gemaakt van een gemutileerde versie van de partituur waarbij onder meer de volgorde van de bedrijven omgekeerd werd en het verhaal als een flashback gespeeld werd – een benadering die ons, na het bijwonen van de voorstelling in Stuttgart, eigenlijk niet zo vreemd over komt. Hoe dan ook, het werk is dramatisch niet zo sterk, hetgeen vermoedelijk de oorzaak is van de vergetelheid waarin het uiteindelijk belandde.

De Opera van Stuttgart organiseerde van 22 tot en met 24 juni 2012 een heus Janacek-weekend. Niet alleen was er de opvoering van deze “Osud” en van “Katja Kabanova” de volgende dag, er waren ook lezingen en een colloquium over de componist en een tweetal liederavonden met solisten zoals Cristianne Stotijn en Mark Padmore. Voor “Osud” werd bovendien gebruik gemaakt van een nieuwe kritische editie die terugvalt op het originele manuscript, zonder de wijzigingen die de componist later aanbracht. We waren verbaasd door de aantrekkelijke melodieën en de fraaie folkloristische invloeden die Janacek in deze partituur verweven heeft. We zijn nooit een liefhebber geweest van zijn werken maar “Osud” ligt werkelijk mooi in het oor en bevat enkele memorabele dramatische momenten. Helaas blijft de boog af en toe onvoldoende gespannen en mist de opera dramatische eenheid. De manier waarop Janacek in het eerste bedrijf de sfeer van een Tsjechisch kuuroord weet weer te geven, is dan weer meesterlijk.

Osud - Rebecca von Lipinski als Mila Valkova en John Graham-Hall als Zivny (Foto: A.T. Schaefer)Op zijn minst even meesterlijk is de manier waarop regisseurs Jossie Wieler en Sergio Morabito en decorontwerper Bert Neumann voor elk bedrijf de juiste toon vinden en dit met een absoluut minimum aan decors en rekwisieten. Het kuuroord? Een grote ruimte met één tafel en twee stoelen en voor de rest een optimaal geregisseerd koor. Het huis van Zivny? Een eenvoudige woonkamer. De muziekschool? Een paar stoelen en een piano. Voeg hierbij een boeiende personenregie voor de protagonisten en er ontstaat een ongemeen boeiende voorstelling, ondanks de dramatische tekortkomingen van het werk.

In Stuttgart werden de drie belangrijkste rollen op uitmuntende wijze bezet. De Britse tenor John Graham-Hall is een echte karaktertenor, onder meer gespecialiseerd in het werk van Britten. In deze “Osud” zet hij een verbeten, fanatieke Zivny neer. De stem is niet van de mooiste en heeft een wat onaangename hoogte, maar de dramatische kracht waarmee hij zijn personage gestalte geeft doet al onze kritiek verstommen. Hetzelfde geldt voor de Engelse mezzosopraan Rosalind Plowright, in een vorig leven nog een gevierde sopraan, in de rol van Zivny’s schoonmoeder. Een andere Engelse, de sopraan Rebecca von Lipinski, was een overtuigende, lyrische Mila Valkova. De talloze kleinere rollen werden eveneens voorbeeldig bezet.

Sylvain Cambreling stond aan het hoofd van het schitterende Staatsorchester Stuttgart dat hij voldoende vrijheid liet om deze muziek van Janacek te laten ademen.

Osud - Heinz Göhrig als Dr. Suda, Rosalind Plowright als Mila's moeder, Karl-Friedrich Dürr als Lhotsky en koorleden (Foto: A.T. Schaefer)Misschien, of beter gezegd ongetwijfeld, is “Osud” geen meesterwerk maar het is zeker de moeite van het horen waard, zeker in deze productie in de Opera van Stuttgart. Een mening die door het enthousiaste publiek duidelijk gedeeld werd.

We zagen de laatste voorstelling van het tweeluik “Osud” en “Die gelükliche Hand” voor het seizoen 2011/12. Tijdens het volgende seizoen wordt de productie echter hernomen vanaf 10 april 2013. Een aanrader voor wie eens wat nieuws wil proberen.

H.D. (Gepubliceerd op 26 juni 2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Rebecca von Lipinski als Mila Valkova, Michael Ebbecke als Konecny en Heinz Göhrig als Dr. Suda.
2) Rebecca von Lipinski als Mila Valkova en John Graham-Hall als Zivny.
3) Heinz Göhrig als Dr. Suda, Rosalind Plowright als Mila's moeder, Karl-Friedrich Dürr als Lhotsky en koorleden.

Copyright foto's © A.T. Schaefer.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND