OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN DE ALTE OPER FRANKFURT

“GERGIEV IN DE ALTE OPER FRANKFURT”

Alte Oper FrankfurtOndertussen is het bijna vijfentwintig jaar geleden dat Valery Gergiev chef-dirigent werd in wat toen nog het Kirov-theater was. Onder zijn impuls werd dit theater, later opnieuw omgedoopt tot Mariinsky, het belangrijkste operatoneel van Rusland. Maar daar bleef het niet bij. Niet alleen slaagde de maestro erin om een platencontract te versieren met het label Philips, al jaren lang trekt hij de ganse wereld rond met zijn gezelschap om operavoorstellingen en klassieke concerten te geven. Met veel succes ook, de recensies zijn meestal euforisch. Toch is niet alles rozengeur en maneschijn. Zo zijn er van de oorspronkelijke orkestleden nog maar een handvol over en solisten worden schroomloos opzij gezet als ze niet meer optimaal presteren - vaak de prijs die ze betalen voor het moordende tempo dat Gergiev er op nahoudt.

Het Mariinsky-theater, Sint-PetersburgOok in België waren Valery Gergiev en zijn Mariinsky al meermaals te gast. Van 5 tot en met 10 februari 2012 was het ganse gezelschap dan weer aanwezig in Frankfurt en Darmstadt waar drie opera- en evenveel balletvoorstellingen werden gegeven. Vooral de concertante voorstellingen die we op zondag 5 februari in de Alte Oper Frankfurt bijwoonden waren een sterk staaltje: twee opera’s op één dag, de ene om 15 uur, de ander om 19 uur, beide gespeeld zonder pauze. En of dit nog niet genoeg was werd vooraf ook nog enkele uren gerepeteerd.

’s Namiddags zagen we de opera “De betoverde pelgrim” van Rodion Schtschedrin naar de gelijknamige roman van Nikolai Leskov. Deze concertopera werd gecomponeerd voor het New York Philharmonic Orchestra dat het op 19 december 2002 creëerde in de Avery Fisherhall. Dirigent Lorin Maazel was na afloop lyrisch.

De opdracht die Schtschedrin vanuit New York ontving was kort maar duidelijk: hij zou een opera componeren die uit het diepste van de Russische ziel moest komen. En dat is exact wat de componist gedaan heeft. Hij maakt in zijn compositie veelvuldig gebruik van oude Russische hymnen, pastoralen en volksmelodieën en schrikt er ook niet voor terug om typische instrumenten als de gusli of de balalaika te gebruiken. Schtschedrin schildert met deze elementen een zeer donker klankbeeld dat volgens ingewijden perfect de sfeer van Leskovs roman weergeeft. De muziek blijft steeds melodisch en blijft veilig binnen de grenzen van de tonaliteit. Helaas worden, zoals zo vaak bij moderne composities, de stemmen tot het uiterste gedreven zowel wat betreft tessituur als volume.

De betoverde pelgrim - Valery Gergiev en componist Rodion Schtschedrin (Foto: Wolfgang Runkel)Vormelijk is de opera eerder een soort oratorium waarbij de drie solisten afwisselend verschillende rollen in het verhaal vertolken of als verteller fungeren - een rol die ook af en toe het koor te beurt valt. Dat koor wordt overigens ook gebruikt als begeleiding voor de solisten, in plaats van het orkest. Voor de rest is er weinig actie in het werk, waarin de levensloop van een zekere Ivan Severyanovich Flyagin verteld wordt, een rol die met verve vertolkt werd door de bas Sergei Alexashkin, een veteraan in het Mariinsky-gezelschap. Het is haast ongelofelijk dat zijn stem zich nog in dergelijke staat bevindt na al die jaren, al begon de vermoeidheid naar het einde toe stilaan toe te slaan. De tenor Andrei Popov had de twijfelachtige eer om de haast onzingbare tenorpartij te vertolken. Hij deed dit naar onze tevredenheid maar we vragen ons af hoe lang de man zijn carrière zal duren wanneer hij in dit repertoire voortgaat. De mezzo Kristina Kapustinskaya had de meest dankbare rol - als zigeunermeisje Grusha had ze zowaar een romance te zingen - en gaf een doorleefde en vocaal sterke vertolking.

De betoverde pelgrim - solisten, koor en orkest van het Mariinsky-theater (Foto: Wolfgang Runkel)De muziek die we tijdens de avondvoorstelling hoorden was van een heel ander kaliber: “Boris Godounov”, een opera van Modest Moussorgsky. Helaas werd geopteerd voor de oerversie uit 1869 die, in tegenstelling tot de andere versies die circuleren, met zijn twee uur veruit de kortste is. Bovendien hadden we heimelijk gehoopt om een keer de Grigory-akte live te kunnen meemaken maar ook wat dat betreft bleven we op onze honger zitten.

In zekere zin is “Boris Godounov” voor het einde van de negentiende eeuw wat “De betoverde pelgrim” is voor het begin van de eenentwintigste: een werk dat uit het diepste van de Russische ziel ontsproten is. En het is vooral muziek die voor artiesten en publiek beter in het oor ligt.

Wat het niveau van de voorstelling betreft kunnen we kort zijn. We kunnen ons niet meer herinneren wanneer we nog op één avond zoveel ronduit fantastische stemmen hoorden. Of het nu gaat om Evgeny Nikitin, met zijn tattoos een wat atypische operazanger, die een vocaal onvermoeibare en scenisch uiterst geloofwaardige Boris neerzette of om de haarscherp door Evgeny Akimov neergezette verrader Shuisky, tot in de kleinste rollen werden we door het Mariinsky-theater vergast op stemmen van wereldniveau. En wat meer is, op een enkele uitzondering na ging het om solisten die nog erg jong zijn en nog een grote toekomst voor zich hebben. We zouden ze in elk geval graag allemaal nog terug horen!

Uiteraard blijft volgens velen Valery Gergiev dé ster van deze voorstellingen en dat kunnen we begrijpen. De Russische maestro zoekt het minder in de details maar weet met zijn hoogwaardige orkest de schitterendste klanken te ontwikkelen en injecteert de muziek bovendien met een haast unieke energie. Als je dan weet dat het koor op een zelfde hoog niveau preteert dan is het resultaat een vertolking die wat dit genre betreft nauwelijks verbeterd kan worden.

Evgeny Nikitin, fotograaf onbekendZoals steeds was het bezoek van het Mariinsky-gezelschap aan Frankfurt zeer vluchtig. Op 6 februari was er nog een concertante “Pikovaya Dama” in een sterbezetting en de volgende dag ging het al richting Darmstadt waar op 7, 9 en 10 februari balletvoorstellingen plaatsvonden. Een aanrader voor de liefhebbers van dat genre! Voor de andere, als Gergiev in de buurt is, aarzel niet en ga luisteren naar deze magiër met het dirigeerstokje.

H.D. (Gepubliceerd op 7 februari 2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Het Mariinsky-theater, Sint-Petersburg.
2) De betoverde pelgrim - Valery Gergiev en componist Rodion Schtschedrin.
3) De betoverde pelgrim - solisten, koor en orkest van het Mariinsky-theater.
4) Evgeny Nikitin.

Copyright foto's 1 tot 3 © Wolfgang Runkel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“L’AMICO FRITZ”

Alte Oper FrankfurtLyrische komedie in drie bedrijven op muziek van Pietro Mascagni op een tekst van Nicola Daspuro naar de gelijknamige roman van Emile Erckman en Alexandre Chatrian uit 1876. De wereldpremière vond plaats op 31 oktober 1891 in het Teatro Costanzi te Rome. We waren aanwezig bij een concertante uitvoering in de Alte Oper Frankfurt op 11 maart 2012. Het ging om een coproductie met de Oper Frankfurt.

L'amico Fritz - Zeljko Lucic als David en Grazia Doronzio als Suzel (Foto: Wolfgang Runkel)Welke melomaan kent het gevoel niet aanwezig te zijn bij een uniek evenement, een uitvoering die de perfectie benadert en waarbij alles lijkt te kloppen? De concertante uitvoering van “L’amico Fritz” die we bijwoonden in de Alte Oper beantwoordde wat ons betreft aan deze voorwaarden. Het samengaan van dit onterecht verwaarloosd werk met een ideale bezetting en een prachtig orkest was een ervaring die we niet snel zullen vergeten.

Nadat hij een jaar eerder het concours voor eenakters ingericht door uitgever Sanzogno had gewonnen met “Cavalleria Rusticana”, kreeg Mascagni de opdracht voor een opera voor het Teatro Costanzi in Rome. De verwachtingen waren hoog gespannen daar de componist met zijn debuutwerk een echte sensatie gecreëerd had. Mascagni besloot echter om een thematisch totaal verschillend werk te schrijven. Het wat melige verhaal van “L’amico Fritz”, eigenlijk zonder actie, kon geen groter contrast vormen met het ruwe karakter van “Cavalleria Rusticana” - waarschijnlijk de reden waarom de opera tot op heden haast nooit uitgevoerd wordt. Enkel het kersenduet uit het tweede bedrijf geniet enige bekendheid en ook Fritz’ aria uit het laatste bedrijf wil wel eens op een recital-cd voorkomen. Nochtans is de partituur van een grote melodische rijkdom en uit de orkestratie blijkt duidelijk dat de componist geëvolueerd is.

L'amico Fritz - Joseph Calleja als Fitz en Grazia Doronzio als Suzel (Foto: Wolfgang Runkel)Met Joseph Calleja en Grazia Doronzio als het liefdeskoppel Fritz en Suzel had de Oper Frankfurt een waarschijnlijk moeilijk te evenaren bezetting bij elkaar gebracht. De immer nog jonge en buitengewoon sympathieke Maltese tenor is enorm vooruitgegaan sinds zijn beginjaren. Weg het wat hinderende snelle vibrato en de wat moeilijke hoogte. In de plaats daarvan heeft de stem zich ontwikkeld tot een mooie lyrische tenor met veel kopstem, die de rol van Fritz probleemloos aankan. Voeg daarbij een paar schitterende piano’s en een aanstekelijk enthousiasme en u zal begrijpen dat het publiek in extase gebracht werd. Dezelfde muzikaliteit en inlevingsvermogen vonden we ook terug bij de nog jonge en ons voorheen onbekende Italiaanse sopraan Grazia Doronzio die met haar mooie lyrische stem een doorleefde vertolking bracht van haar rol.

Het voorgaande betekent geenszins dat de andere solisten onverdienstelijk waren, wel in tegendeel. De bariton Zeljko Lucic, vooral bekend voor zijn Verdi-rollen, was een sonore David. De andere zangers, waaronder de schitterende Duitse mezzosopraan Tanja Ariane Baumgartner als de zigeunerjongen Beppe maakten allemaal deel uit van het gezelschap van de Oper Frankfurt.

L'amico Fritz - het ganse ensemble met koor en orkest van de Oper Frankfurt (Foto: Wolfgang Runkel)Het orkest van de Oper Frankfurt stond onder leiding van de Italiaanse dirigent Carlo Montanaro. Zoals we van hem gewoon zijn, zorgde hij voor een uitvoering vol spanning en aan een hoog tempo. Helaas liet hij net iets te vaak het orkest de bovenhand halen op de zangstemmen, en dat is dan zowat het enige punt van kritiek dat we op deze onvergetelijke opera-avond kunnen geven.

Eens te meer blijkt dat een onbekende opera in de juiste omstandigheden het publiek in vervoering kan brengen. Het succes na afloop was naar Duitse normen overigens zo groot dat Calleja en Doronzio na afloop zelfs het kersenduet bisseerden. Om kippevel te krijgen!

Helaas is er nog slechts één voorstelling op dinsdag 13 maart 2012.

H.D. (Gepubliceerd op 12 maart 2012)

1) Zeljko Lucic als David en Grazia Doronzio als Suzel.
2) Joseph Calleja als Fitz en Grazia Doronzio als Suzel.
3) Het ganse ensemble met koor en orkest van de Oper Frankfurt.

Copyright foto's © Wolfgang Runkel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

"DAS LIEBESVERBOT, ODER DIE NOVIZE VON PALERMO"

Alte Oper Frankfurt“Grosse komische Oper” in twee bedrijven van Richard Wagner op een libretto van de componist zelf naar de komedie “Measure for Measure” van William Schakespeare. De creatie vond plaats op 29 maart 1836 te Magdeburg. Wij zagen een concertante uitvoering in de in de Alte Oper Frankfurt op de binnenkoer van het op 4 mei 2012.

De Alte Oper Frankfurt“Ich irrte einst, und möcht’es nun verbüssen. Wie mach’ich mich der Jugensünde frei?
Ihr Werk leg’demüthig Dir zu Füssen, da Deine Gnade ihm Erlöser sei.”

Bovenstaande tekst die Wagner aanbracht op het manuscript van “Das Liebesverbot” alvorens hij het overhandigde aan zijn beschermheer Koning Ludwig II, zegt duidelijk wat de componist zelf over zijn tweede opera dacht: een jeugdzonde om zo snel mogelijk weer te vergeten. Dat feit is op zichzelf niet onlogisch: “Das Liebesverbot” is een opera die volledig geschreven is in de traditie van zijn tijd en wel erg verwijderd is van het latere “Gesamtkunstwerk” dat de componist zo voor stond. Geen eindeloze melodieën of Leidmotieven. Muzikaal is het werk naar onze smaak eerder verwant aan Auber of Adam (de ouverture !) dan aan het Italiaanse belcanto waar wel eens aan gerefereerd wordt. Ook is de invloed van Weber en Marschner duidelijk aanwezig.

Christiane Libor (Isabelle)In elk geval is “Das Liebesverbot” een opera van een onervaren componist, die bij momenten al een paar glimpen van zijn genialiteit laat zien en die ons, hoewel geen meesterwerk, het toch wel waard lijkt om af en toe opgevoerd te worden. Maar het zijn net Wagners eigen woorden hierboven, die verdere opvoeringen van het werk in de weg gestaan hebben. Maar misschien is er verandering op til. In aanloop naar het Wagner-jaar 2013 verschijnt “Das Liebesverbot” hier en daar op de affiche en zelfs in Bayreuth zouden er plannen zijn om Wagner's jeugdwerken te brengen in een coproductie met de Oper Leipzig.

Palermo, 16e eeuw. Stadhouder Friedrich vaardigt op straffe des doods een verbod uit op karnaval en alle activiteiten die er verband mee houden. De edelman Claudio, die zijn geliefde Julia zwanger maakte, is het eerste slachtoffer van de nieuwe wet en wordt ter dood veroordeeld. Zijn zuster Isabella tracht hem te helpen door tussen te komen bij de stadhouder, maar die wil Claudio alleen genade schenken als Isabella zich aan hem geeft. Gelukkig ontdekt Isabella tijdig dat Friedrich het vrijlatingsbevel helemaal niet ondertekende en maakt het bedrog bekend aan het volk. Friedrich kan in deze situatie niet anders dan, onder druk van het volk, het karnavalsverbod opnieuw opheffen. Friedrich wordt afgezet en de teruggekeerde koning op gejuich onthaald. Eind goed al goed.

Het was geen slecht idee om “Das Liebesverbot” concertant te brengen. Niet alleen vermijden we op die manier de mogelijke confrontatie met een regie die afbreuk doet aan het werk, het biedt de zangers de mogelijkheid zich volledig op hun zangpartijen te concentreren. En vooral dit laatste is geen overbodige luxe. Wagner stelt aan de solisten nog niet dezelfde hoge eisen als in zijn latere werken, maar dat betekent niet dat de zangers het gemakkelijk hebben.

Dirigent Sebastian WeigleDe voorstelling in de Alte Oper Frankfurt werd zonder concurrentie gedomineerd door de Duitse dramatische sopraan Christiane Libor als Isabelle. Haast moeiteloos wist haar stem de stevige orkestratie van Wagner te overwinnen. Maar ook op de meer poëtische momenten maakte de zangeres indruk met een sterk inlevingsvermogen. Een dame die duidelijk op weg is naar een grote carrière.

De andere solisten, meestal met kleinere rollen, waren meer dan verdienstelijk. Zo was Michael Nagy met zijn lichte, heldere bariton een quasi ideale bezetting voor de rol van Friedrich. Peter Bronder als Luzio had het wat moeilijk om zich met zijn spieltenor hoorbaar te maken boven het orkest. Thorsten Gümbel was een gepast komische Brighella die een mooi koppel vormde met de vocaal eerder bescheiden Dorella van Anna Ryberg.

Sebastian Weigle stond met zijn gekende enthousiasme aan het hoofd van het grote Frankfurter Oper- und Museumsorchester. Misschien gaf hij af en toe blijk van wat te veel geestdrift en hoge tempi, waardoor de zangers in moeilijkheden kwamen. Ook had en iets kleinere orkestbezetting misschien te verkiezen geweest. Maar dat alles doet niks af aan de prachtige prestatie van koor, orkest en dirigent.

We zagen de laatste van twee voorstellingen die in coproductie met de Oper Frankfurt gegeven werden. Een samenwerking die, na “Die Feeën” vorig jaar, in mei 2013 ook zal instaan voor eveneens concertante uitvoeringen van “Rienzi”.

1) De Alte Oper Frankfurt.
2) Sopraan Christiane Libor (Isabelle).
3) Dirigent Sebastian Weigle.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND