OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN DORTMUND

“BEATRICE CENCI”

Theater DortmundOpera van Berthold Goldschmidt op een libretto van Martin Esslin naar het toneelstuk “The Cenci” van Percy Bysshe Shelley. Gecomponeerd in 1951. Concertante creatie in de Queen Elizabeth Hall te Londen op 16 april 1988. Scenische creatie in het Theater am Jerichower Platz te Magdeburg op 10 september 1994. Première van deze productie in het Theater Dortmund op 26 mei 2012. Bijgewoonde voorstelling op 9 juni 2012.

Beatrice Cenci - Ensemble met koor (Foto: Thomas Jauk)Er zijn maar weinig componisten die een mensenleven moeten wachten voor ze de eer krijgen die ze toekomt en dat dan ook nog mogen meemaken! De ontstaansgeschiedenis van “Beatrice Cenci” en de ontvangst van het werk in 1951 toont duidelijk welk onrecht Berthold Goldschmidt ondergaan heeft. Al in zijn studententijd in de twintiger jaren maakte hij kennis met de “Cenci”stof door het boek van Henry Stendhal. Het idee om er een opera over te componeren kon pas veel later ontwikkeld worden omdat zijn verplichte vlucht uit Nazi-Duitsland een pijnlijke breuk in zijn carrière bracht. Het was pas ter gelegenheid van een compositiewedstrijd van het Engelse Arts Council in 1951 dat hij de opera "Beatrice Cenci" componeerde. De partituur werd anoniem ingediend en won een prijs. Bij de onthulling van de identiteit van de componist, werd het werk echter niet uitgevoerd omdat een jurylid van de BBC zich er tegen verzette. Het zou nog tot 1988 duren alvorens de opera zijn eerste volledige concertante uitvoering beleefde. Het echte succes kwam echter pas in 1994 ter gelegenheid van de integrale cd-opname door Sony in Berlijn. Rond dezelfde periode werd ook zijn opera “Der gewaltige Hanhrei” in de Komische Oper Berlin opgevoerd en verscheen ook dit werk integraal op cd in de Decca-reeks “Entartete Musik”. De toen 91-jarige componist heeft wel zeer lang op herkenning moeten wachten, maar hij heeft gelukkig het succes nog enkele jaren kunnen beleven.

De inhoud van de opera is bijzonder dramatisch. In het paleis van Graaf Cenci, dromen diens dochter Beatrice, haar stiefmoeder Lucrezia en haar broer Bernardo van een leven ver weg van de brutale Cenci. Ze vraagt de priester Orsino, een vriend van de familie, om haar te helpen een huwelijk te bemiddelen via een verzoekschrift aan de paus. Hij doet alsof hij akkoord gaat, maar stiekem heeft hij plannen om haar voor zich zelf te winnen.
Beatrice Cenci - Ileana Mateescu als Bernardo, Christiane Kohl als Beatrice en Katharina Peetz als Lucrezia (Foto: Thomas Jauk)Graaf Cenci vermaakt zijn gasten, maar vervult hen met afschuw door het drinken van een toast op de moord van zijn twee zonen in Spanje. Beatrice doet een beroep op de gasten om het resterende gezin te redden van hun gekwelde leven, maar ze wordt overgeleverd aan haar vader die wraak neemt door een incestueuze verkrachting. Beatrice is radeloos maar durft zich niet over haar vaders misdaad te uiten. Orsino stelt voor Cenci te vermoorden en Beatrice levert het slaapmiddel.
Twee huurmoordenaars gooien de graaf uit een raam. Kardinaal Camillo komt als de moord wordt ontdekt. Een van de moordenaars wordt gevangen met op zak een brief van Orsino die de medeplichtigheid van Beatrice en Lucrezia openbaart. Ondanks protesten worden zij gearresteerd.
In de gevangenis hopen de dames op de hulp van Orsino, maar deze is gevlucht. Lucrezia wordt gemarteld en bekent hun medeplichtigheid. De rechters verklaren hen schuldig, hoewel kardinaal Camillo akkoord gaat om genade te vragen aan de paus. De volgende morgen keert hij terug met het nieuws van een onverbiddelijke paus en dat de uitvoering van het vonnis moet doorgaan. Aan de voet van het schavot vertelt Bernardo aan Beatrice en Lucrezia dat zijn eigen pleidooi bij de paus ook is mislukt. De vrouwen worden terecht gesteld bij de klanken van een Requiem voor hun ziel. Kardinaal Camillo mompelt: "We zijn allemaal verstrikt in een groot web van zonde en schuld".

Goldschmidt schreef de muziek voor “Beatrice Cenci” bewust in een moderne belcanto stijl. Het is alleszins een meer romantisch, minder avant-gardistisch werk dan zijn voorganger “Der gewaltige Hahnnrei” en bevat enkele van zijn meest gepassioneerde muziek. Er wordt echt gezongen, de muziek is kleurrijk, stimulerend en ontroerend, de zangers worden daarbij geholpen door de eenvoudige zanglijnen en de luisteraar wordt verrast door de uitdrukkingskracht van deze stijl.

Beatrice Cenci - Andreas Macco als Graaf Francesco Cenci (Foto: Thomas Jauk)De opvoering in Dortmund werd zeer degelijk bezet, al kunnen wij niet spreken van een vijf sterren de luxe ensemble. De rol van Beatrice werd gezongen door Christiane Kohl, een licht dramatische sopraan, iets te metalliek getimbreerd en niet écht bekoorlijk van klank. Ze was wel bijzonder overtuigend in haar uitbeelding en had absoluut geen problemen met de hoge tessituur van deze partij. Ook de bas Andreas Macco ontplooide geen rijke, volle stem als graaf Cenci. Bovendien kwam hij niet over als de doortrapte valsaard die hij moest uitbeelden. Overtuigender was Katharina Peetz als Lucrezia, die haar lichte milde mezzosopraanstem uitstekend beheerste en bij het slot het meest wist te ontroeren.
De bleke, strakke tenorstem van Christoph Strehl paste volkomen bij de figuur van de klerikale gluiperd Orsino, terwijl de bas Christian Sist de nodige autoriteit uitstraalde als Kardinaal Camillo.
De wat oppervlakkige rol van Bernardo, de jonge broer van Beatrice, werd voortreffelijk vertolkt door de mezzosopraan Ileana Mateescu. Twee donkere, sonore bassen, Karl Heinz Lehner en Wen Wei Brock, gaven gestalte aan de moordenaars van Cenci. De tenor Hannes Brock, een veteraan die al meer dan dertig jaar met overtuiging kleine rollen zingt in theaters in en om het Ruhrgebied, was de onverbiddelijke rechter.
Het koor speelt in deze opera een belangrijke rol en deze werd door het Opernchor des Theater Dortmund met veel slagvaardigheid en discipline ingevuld.

De Dortmunder Philharmoniker speelde correct en beheerst onder leiding van Philipp Armbruster. Zeker positief was het feit dat de zangers nooit overstemd werden en dat deze bijgevolg niet moesten roepen om boven de orkestklank uit te komen, een euvel dat wij al te vaak in Duitse operahuizen moeten ondergaan.

De regie van Johannes Schmid was bijzonder sober, bijna Spartaans, met een geloofwaardige, niet te felle personenregie. De kostuums van Andrea Schmidt-Futterer waren uit de juiste stijlperiode. Het sfeerloze decor van Roland Aeschlimann met beweegbare pilaren en trappen vonden wij minder bekoorlijk, maar misschien paste het toch wel bij het troosteloze gegeven…

Beatrice Cenci - Christiane Kohl als de gemartelde Beatrice (Foto: Thomas Jauk)De opera werd in de originele Engelse taal gezongen, met Duitse boventiteling.

De zaal was maar mager bezet en dat vonden bij toch bijzonder jammer, omdat de opvoeringen van deze opmerkelijke, mooie opera toch maar dun gezaaid zijn. Dezelfde avond werd op TV de voetbalmatch Duitsland-Portugal voor het Europees kampioenschap uitgezonden. Was dat de reden voor de schrale belangstelling?

Er zijn nog voorstellingen op 26 juni en 5 juli 2012.

G.M. (Gepubliceerd op 12/6/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Ensemble met koor.
2) Ileana Mateescu als Bernardo, Christiane Kohl als Beatrice en Katharina Peetz als Lucrezia.
3) Andreas Macco als Graaf Francesco Cenci.
4) Christiane Kohl als de gemartelde Beatrice.

Copyright foto's © Thomas Jauk.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND