OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN DARMSTADT

“DER RING DES NIBELUNGEN”

John DewHet gebeurt zelden of nooit dat wij ons verplaatsen om de enscenering bij te wonen van een opera door een welbepaalde regisseur. Deze uitstap naar Darmstadt is een uitzondering. Wij hebben bijzonder goede herinneringen aan John Dew en zijn visie op “Der Ring des Nibelungen” intrigeerde ons. Toen hij nog intendant was in de Theaters van Bielefeld (1990-1993) en Dortmund (1996-2000), profileerde hij zich niet enkel als een begaafde regisseur, hij deinsde er ook niet voor terug opera’s te laten opvoeren die bij het Duitse publiek nagenoeg onbekend waren, zoals o.a. in Bielefeld: “Fennimore and Gerda” van Delius, “Der singende Teufel” van Schreker, “Der Sprung über den Schatten” van Krenek, “Julietta” van Martinu, “Der Schmied von Gend” van Schreker, “Till Eulenspiegel” van Karetnikow en “Historia von D. Johann Fausten” van Schnittke.
In Dortmund liet hij ons kennismaken met enkele vergeten Franse opera’s: “Le Roi Arthus” van Chausson, “Padmâvati” van Roussel, “Le pardon de Ploërmel” van Meyerbeer en “Julien” (het vervolg van “Louise”) van Gustave Charpentier. Ook moderne opera’s kwamen aan bod: “Harvey Milk”van Stewart Wallace (nu ook verfilmd met Sean Penn), “Kniefall in Warschau” van Gerhard Rosenfeld en “La belle et la bête” van Philip Glass. Verder had hij aandacht voor vergeten werken van bekende componisten: “Die Königin von Saba” van Karl Goldmark, “Macbeth” van Ernest Bloch en “Der arme Heinrich” van Hans Pfitzner.
Een indrukwekkend aantal onbekende werken die wij, dankzij John Dew, op amper tien jaar tijd in deze steden te zien kregen.
Bijzonder mooi was zijn enscenering van “Merlin” van Isaac Albeniz in Madrid.

“DAS RHEINGOLD”

Staatstheater DarmùstadtOpera van Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd te München op 22 september 1869. Première van deze reeks voorstellingen in het Staatstheater Darmstadt op 4 juni 2011. Bijgewoonde voorstelling op 5 april 2012

Das Rheingold - John In Eichen als Fasolt, Anja Vincken als Freia, Thomas Mehnert als Fafner, Ralf Lukas als Wotan en Gundula Hintz als Fricka (Foto: Barbara Aumüller)De eerste scène van “Das Rheingold” heeft plaats in de diepte van de Rijn, maar John Dew verplaatste het naar de oppervlakte. De Rijndochters speelden in het ondiepe, maar snel stromende water. De golven werden zo woest weergegeven dat wij onze ogen moesten sluiten om niet zeeziek te worden. Alberich deed zijn schoenen uit om de Rijndochters achterna te zitten en om een klein, maar fel belicht klompje goud te roven. Het was een vrij traditionele, maar niet erg geslaagde start.
Het tweede tafereel had plaats in de woonruimte/bureel van Wotan. Hij was gekleed in een keurig maatpak. Ook Fricka liep er netjes bij. De speer stond statig in een verlichte glazen kast: niet meer dan een goed bewaard museumstuk. Freia, in Beierse kledij, had steeds haar korfje met appelen bij. Froh en Donner waren militairen. De reuzen waren uitgedost als bouwvakkers. Fasolt deed het woord en gedroeg zich keurig, maar Fafner was aanstellerig en onbeschoft. De meest opvallende figuur was Loge, die Albert Einstein moest uitbeelden. Na de afvoering van Freia en haar appelen, ondergingen de goden een plotse metamorfose. Fricka zag er plots uit als de oude Judi Dench, Donner leed aan de ziekte van Parkinson en Wotan ging met een stok.

Nibelheim was weinig indrukwekkend. De tarnhelm was een bolhoed, die ook gedragen werd als hij zijn functie van tarnhelm niet had. De draak was een oude Rolls Royce waarvan de motorkap openvloog en een rode gloed en rook produceerde. De pad was een klein autootje.
De slotscène verliep tamelijk traditioneel. Het goud bestond uit valiezen die keurig opgestapeld werden en Freia écht volledig aan het zicht van de reuzen onttrok. De verschijning van Erda was als een prent uit het geïllustreerde boek van de “Ring” van Ul de Rico. Donner doorkliefde de wolken met een handslag, want een hamer had hij niet. De goden beschermden zich daarna met regenschermen tegen een flinke regenbui, waarna er een enorme regenboog verscheen. Op de achtergrond zagen wij geen Walhalla-slot maar een kerncentrale. Tijdens het klagen van de Rijndochters schreef Loge de formule E=mc2 op een wand, waarna een groep demonstranten met spandoeken de zaal instormden.
Das Rheingold - Arnold Bezuyen als Loge, Gundula Hintz als Fricka en Ralf Lukas als Wotan (Foto: Barbara Aumüller)Dat het een en ander niet klopte met de teksten van Wagner, hoeft geen betoog, maar we hebben natuurlijk al erger gezien. Er was geen boventiteling, maar het ontging ons niet dat zelfs de tekst lichtjes aan de enscenering aangepast was. Zo zong Donner niet over zijn “Hammer”, maar over een fonetisch evenwaardig klinkende “Hand” en “Arm”.

Dat brengt ons bij de vocale kwaliteit van deze “Rheingold” en die was niet altijd om over naar huist te schrijven.
Wij beginnen met Ralf Lukas, een basbariton met een aangenaam timbre, maar naar onze smaak toch iets te bescheiden om een geloofwaardige Wotan uit te beelden. Bovendien was zijn hoogte niet altijd even zuiver. De mezzosopraan Gundula Hintz stelde teleur als Fricka. Zij klonk wel zuiver in de hoge regionen, maar was onzeker met storende borsttonen in het medium en de diepte. Wij waren meer opgetogen met het Nibelungenpaar: de bariton Olafur Sigurdarson als een kernachtige, nijdige Alberich en de tenor Lasse Penttinen als een sonore, vinnige Mime. Ook het reuzenpaar was lovenswaardig bezet, met twee robuuste bassen: John In Eichen als Fasolt en Thomas Mehnert als Fafner. Ronduit teleurstellend was echter de Loge van John Pickering, een tenor die er al een carrière van meer dan dertig jaar heeft opzitten. Hij miste het sarcasme en de vlijmscherpe nijd, die zo broodnodig zijn voor de figuur van Loge. De jeugdige, frisse sopraanstem van Anja Vincken was dan weer ideaal voor Freia en ook haar wat klungelige “bodyguards” Carl-Christof Gerhardt als Froh en Oleksandr Prytolyuk als Donner klonken lovenswaardig. Voor Erda verkiezen wij een alt met meer kruim dan hetgeen Elisabeth Hornung in haar korte interventie liet horen. De drie Rijndochters Catalina Bertucci , Erica Brookhyser en Gae-Hwa Yang waren wat wisselvallig, vooral de sopraan miste wat uitstraling.

Das Rheingold - De slotscène met Anja Vincken als Freia, Gundula Hintz als Fricka en Ralf Lukas als Wotan (Foto: Barbara Aumüller)Wij besluiten met het Staatsorchester Darmstadt dat onder de leiding van Ralf Weickert weinig heldhaftig klonk. De man hield er bijzonder trage tempi op na en kon geen spanningen opbouwen. Soms klonk het ensemble zelfs als kamermuziek. Dat had natuurlijk het voordeel dat de zangers niet overstemd werden, maar Wagner is toch helemaal iets anders.

G.M. (Gepubliceerd op 8/4/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) John In Eichen als Fasolt, Anja Vincken als Freia, Thomas Mehnert als Fafner, Ralf Lukas als Wotan en Gundula Hintz als Fricka.
2) Arnold Bezuyen (alternerende bezetting) als Loge, Gundula Hintz als Fricka en Ralf Lukas als Wotan.
3) De slotscène met Anja Vincken als Freia, Gundula Hintz als Fricka en Ralf Lukas als Wotan.

Copyright foto's © Barbara Aumüller.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“DIE WALKÜRE”

Staatstheater DarmùstadtOpera van Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd te München op 26 juni 1870. Première van deze productie in het Staatstheater Darmstadt op 26 juni 2011. Bijgewoonde voorstelling op 6 april 2012.

Die Walküre - Christian Elsner als Siegmund, Susanne Serfling als Sieglinde en John In Eichen als Hunding (Foto: Barbara Aumüller)De eerste akte van "Die Walküre", de woonplaats van Hunding, zagen wij al in de meest uiteenlopende bouwstijlen: een hut, een ruime hal, een armzalige IKEA-keuken, maar nog nooit, zoals hier, een smaakvol interieur, met een Chesterfield zetel, een zware tafel met bijpassende stoelen en een antieke kast die in de handel een fortuin moeten kosten, het geheel aangevuld met allerlei kleinigheden om een warme, knusse living te creëren. Sieglinde was een aantrekkelijk, jong, blondje met een mooi kleedje, smeltend van hartstocht voor de hoorbare charmes van de al even jeugdige en keurige Siegmund, zijn Arafat sjaal uitgezonderd. Hunding was ronduit de tegenpool, een man van de oproerpolitie, ruw en ongemanierd. Hij dronk bier uit het flesje en at zijn soep als een zwijn.

Het eerste deel van de tweede akte speelde zich trouwens af in ditzelfde decor, rijk genoeg om voor Wotan en zijn familie dienst te doen. Brünnhilde is een piloot (van Walhalla Airlines?). Slank en in uniform kwam zij over als een jongen. De derde akte was gesitueerd in de controletoren van een luchthaven. Drie Walküren, blijkbaar de verkeersleiders, waren gekleed als vrouwelijke soldaten van rond de tweede wereldoorlog. De vijf andere waren piloten. Anachronisme was hier troef: een microfoon van de jaren veertig stond statig naast moderne “flatscreens”. Er waren nog meer elementen die ons stoorden: Siegmund werd door Hunding doodgeschoten zonder de minste tussenkomst van Wotan. Waarom al dat gezeur over goddelijke interventie als Hunding de klus zo probleemloos kon klaren? En waar was Wotan’s speer naartoe? Wotan zonder speer is als een café zonder bier, je voelt gewoonweg dat er iets ontbreekt!

Die Walküre - Katrin Gerstenberger als Brünnhilde en Ralf Lukas als Wotan (Foto: Barbara Aumüller)Vocaal was deze voorstelling een voltreffer. Susanne Serfling klonk zoals zij eruit zag, jeugdig en fris. Haar timbre was misschien wat te licht voor de rol van Sieglinde, maar zij had een aangename uitstraling in de hoogte die zij tot het einde probleemloos volhield. Vincent Wolfsteiner was al even bekoorlijk als Siegmund, een tenor met een niet altijd even gemakkelijke hoogte, maar jeugdig van klank en met veel gevoel voor poëzie. Ralf Lukas was nog steeds een betrouwbare Wotan en Katrin Gerstenberger een uitbundige, weingig doserende Brünnhilde. Jammer dat zij enkele intonatieproblemen had en haar stem niet beter naar de topnoten kon leiden. Gundula Hintz bleek als Fricka beter bij stem dan de avond ervoor. De acht Walküren waren wat wisselvallig. Enkele kordate stemmen trokken de boot en contrasteerden met de minder genietbare. Het is de laatste jaren de gewoonte geworden om de “Walkürenrit” als een losstaand shownummer te beschouwen, los van de actie van de opera en daar was de visie van John Dew geen uitzondering op.

Met de muzikale leiding van Ralf Weikert konden wij ons nog steeds niet verzoenen. Het ontbreekt hem aan voorwaartse kracht en aan elan. Het orkest had nochtans een goede individuele beheersing en een lovenswaardige ensembletechniek.

G.M. (Gepubliceerd op 8/4/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Christian Elsner (alternerende bezetting) als Siegmund, Susanne Serfling als Sieglinde en John In Eichen als Hunding.
2) Katrin Gerstenberger als Brünnhilde en Ralf Lukas als Wotan.

Copyright foto's © Barbara Aumüller.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“SIEGFRIED”

Staatstheater DarmùstadtOpera van Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd in het Festspielhaus te Bayreuth op 16 augustus 1876. Première van deze productie in het Staatstheater Darmstadt op 2 oktober 2011. Bijgewoonde voorstelling op 8 april 2012.

Siegfried - Norbert Schmittberg als Mime en Ralf Lukas als Der Wanderer (Foto: Barbara Aumüller)De eerste akte van “Siegfried” was hier geen donker oord, zoals het libretto van Wagner voorschrijft, maar een zonnige tuin, waar een milieubewuste Mime zijn eigen groenten kweekt: pompoenen, tomaten, wortelen… De smidse was duidelijk aanwezig, met alle nodige attributen.
Siegfried zag er uit als een overjarige hippie. Al het smeedwerk dat hij ten beste gaf, leverde slechts een minizwaardje op, niet groter dan een keukenmes.
In de tweede akte (het woud) was geen sprietje gras, geen boom te bespeuren. Het was een bijzonder donkere plek met als enig teken van leven, een hoop vuilniszakken tegen de muur van het domein van Fafner. De projectie van de draak op een scherm was zeer realistisch, maar weinig mobiel, zodat Siegfried de klus toch kon klaren met zijn klein zwaardje.
De derde akte bracht ons terug naar de tweede scène van “Das Rheingold”. Het zag er uit als een sinds jaren niet meer bewoond, met spinnennetten overwoekerd pand, maar de speer bevond zich nog steeds in de verlichte museumkast. Wotan brak het glas en haastte zich naar het volgende tafereel om daar de speer door Siegfried te laten stukhakken.
Voor het ontwaken van Brünnhilde was de scène volkomen leeg, maar door de mooie belichtingen werd de juiste sfeer gecreëerd.

Siegfried werd gezongen door Leonid Zakhozhaev, een tenor van het gezelschap van het Mariinsky Theater, die wij in 2006 al te Baden-Baden hoorden als Siegfried en als Tristan. Hij is geen uitgesproken heldentenor en miste de bravoure die zo broodnodig is op het einde van de eerste akte. Hij was op zijn best in het lyrische “Waldweben” van de tweede akte. Naar het einde toe was duidelijk dat hij al zijn kruit verschoten had. In het slotduo met Brünnhilde moest hij vechten om zonder kleerscheuren het einde te bereiken.
De Brünnhilde van Katrin Gerstenberger had bij haar ontwaken een kleine metamorfose ondergaan. Tijdens de jarenlange slaap was haar kapsel gegroeid en zij zag er nu veel vrouwelijker uit dan de jongensachtige piloot uit “Die Walküre”. Haar inzet “Heil dir, Sonne!” was zeer geslaagd, maar zoals in “Die Walküre” kon zij haar stem niet goed naar de topnoten leiden. De dame heeft blijkbaar wel de juiste stem, maar zij mist technische vaardigheid.

Siegfried - Christian Voigt als Siegfried en  Katrin Gerstenberger als Brünnhilde (Foto: Barbara Aumüller)Norbert Schmittberg hoorden wij als een weinig genietbare Siegfried bij een opvoering van de “Ring” in Weimar in 2008. Hij is nu gedegradeerd tot Mime, maar ook deze partij is hem al te zwaar. Zijn timbre is te donker voor de rol en zelfs de zeldzame topnoten kon hij niet meer aan. Wel kon hij de rol goed verkopen. Hij acteerde alsof zijn leven ervan af hing en wist als dusdanig toch nog de gunst van het publiek te winnen. Elisabeth Hornung was als Erda helemaal beneden peil, zij miste zowel resonantie als diepte.

De beste elementen van de avond waren Ralf Lukas als Der Wanderer, Olafur Sigurdarson als Alberich en Thomas Mehnert als Fafner.
Aki Hashimoto was een pittig woudvogeltje.

Positief was nu ook de muzikale leiding van Ralf Weikert. Vooral in de lyrische delen klonk het Staatsorchester Darmstadt fraai verzorgd. Wij waren gecharmeerd door de glasheldere strijkers bij de scènewisseling van de derde akte. Ook de blazers waren in topconditie en de hoornsolo van Siegfried verliep vlekkeloos.

G.M. (Gepubliceerd op 9/4/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Norbert Schmittberg als Mime en Ralf Lukas als Der Wanderer.
2) Christian Voigt (alternerende bezetting) als Siegfried en Katrin Gerstenberger als Brünnhilde.

Copyright foto's © Barbara Aumüller.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“GÖTTERDÄMMERUNG”

Staatstheater DarmùstadtOpera van Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd in het Festspielhaus te Bayreuth op 17 augustus 1876. Première van deze productie in het Staatstheater Darmstadt op 16 oktober 2011. Bijgewoonde voorstelling op 9 april 2012.

Götterdämmerung - Oleksandr Prytolyuk als Gunther, Susanne Serfling als Gutrune en Thomas Mehnert als Hagen (Foto: Barbara Aumüller)Götterdämmerung”, de laatste avond van de tetralogie, zorgde nog voor enkele verrassende toneelbeelden. Siegfried vertrekt in de eerste akte vanuit een weinig luxueuze woonruimte naar het hof van de Gibichungen in een keurig maatpak, met bolhoed, aktetas en een regenscherm.
Met een zicht op wolkenkrabbers zag de Gibichungenhalle er, naar moderne maatstaven, vrij traditioneel uit. De aankomst van Gunther en Brünnhilde in de tweede akte was echter een heuse showstopper. Ze waren beiden in vol ornaat, waarbij vooral de royaltyoutlook van Brünnhilde opviel. De vernedering van Gunther was hier opvallend pijnlijk.
De derde akte bracht ons terug naar het stromende water van de Rijn en tenslotte naar een bijna lege toneelruimte voor de slotscène. Zoals verwacht bracht Loge een atoombom tot explosie, maar dat werd verder niet visueel uitgewerkt. De laatste toneelbeelden vonden wij dan ook weinig geïnspireerd en zelfs wat teleurstellend.

Wij kregen op deze laatste avond nog slechts één nieuwe solist te horen: Craig Bermingham. Hij was beslist een betrouwbare Siegfried, maar met een luide, onsubtiele tenorstem. Wij verkozen in feite nog de Siegfried van de dag ervoor, Leonid Zakhozhaev, die wel minder krachtig was, maar een veel mooier stemtimbre had.
Katrin Gerstenberger was een Brünnhilde die goed bij deze tenor paste, ook zij zong doorgaans luid en weinig geraffineerd, maar bleef tot het einde onvermoeid.
Thomas Mehnert was een fenomenale Hagen met een donkere, sonore basstem. Hij zong echter niet met zijn verstand en achtte het nodig om in de tweede akte nog wat (onnodige) extra decibels te produceren, wat hem in de problemen bracht. Zijn stem weigerde plots haar medewerking aan deze krachtpatserij!

Götterdämmerung - Susanne Serfling als Gutrune), Craig Bermingham als Siegfried, Katrin Gerstenberger als Brünnhilde en koor (Foto: Barbara Aumüller)Oleksandr Prytolyuk die wij als Donner hoorden in “Das Rheingold” was een bijzonder mooie Gunther, die zijn rol zeer intens beleefde. Ook Susanne Serfling, de Sieglinde van “Die Walküre”, was optimaal.
De mezzosopraan Anja Jung nam waardig de ondankbare partij van Waltraute voor haar rekening en Olafur Sigurdarson was nog steeds een trefzekere Alberich. De Nornen en de Rijndochters klonken probleemloos, behalve Elisabeth Hornung als de eerste Norn, die kennelijk met vocale problemen te kampen heeft, want ook in “Siegfried” was zij als Erda beslist een vlek op de voorstelling.

Last but not least, het Staatsorchester Darmstadt onder leiding van Ralf Weikert, dat ons in “Das Rheingold” wat teleurstelde, maar zich de volgende avonden tot een volwaardig ensemble ontpopte. Opvallend waren op deze laatste avond de rijke blazerssectie, met voortreffelijke hoorns.

Het was voor de vier avonden opvallend dat John Dew de muziek met respect behandelde. De tussenspelen werden gebracht met gesloten doek, zoals het hoort. Daar primeert de muziek, die op zichzelf een verhaal te vertellen heeft. Weinig consciëntieuze regisseurs (en dat zijn er heel wat) gebruiken deze momenten van muzikale bezinning om het publiek visueel met andere dingen bezig te houden.
De personenregie was niet opvallend, maar zo hoort het ook. Overdreven gesticuleren en nodeloos van links naar rechts lopen hoeft voor ons niet.

Götterdämmerung - Katrin Gerstenberger als Brünnhilde (Foto: Barbara Aumüller)John Dew is geen regisseur die achter de heersende mode aanrent. Het werk zelf, alsmede het muzikale aspect, wordt niet tot een ondergeschikte rol gedegradeerd. Zijn visie was beslist verdedigbaar, maar daarom niet steeds in overeenstemming met wat het libretto voorschrijft.

Wij wachten al vijftig jaar op een filmregisseur die de ganse “Ring” honderd procent naar de aanwijzingen van het libretto wil verfilmen. De laatste jaren denken wij natuurlijk aan Peter Jackson. Een volledige “Ring” in de geest van “The lord of the rings”… Het zal wel een droom blijven.

G.M. (Gepubliceerd op 11/4/2012)

Foto's van boven naar onder:

1) Oleksandr Prytolyuk als Gunther, Susanne Serfling als Gutrune en Thomas Mehnert als Hagen.
2) Susanne Serfling als Gutrune), Craig Bermingham als Siegfried, Katrin Gerstenberger als Brünnhilde en koor.
3) De slotscène met Katrin Gerstenberger als Brünnhilde.

Copyright foto's © Barbara Aumüller.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND