OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN BAD HALL

“WIENER BLUT”

Stadttheater Bad HallOperette van Johann Strauss (muziek) en Victor Leon & Leo Stein (libretto), bewerkt door Adolf Müller. Wereldpremière op 26 oktober 1899 in het Carltheater te Wenen. Première van deze productie door de Operettenfestspiele Bad Hall in een nieuwe bewerking van professor Wilhelm Schupp op 17 juni 2011. Bijgewoonde voorstelling in het Stadttheater te Bad Hall op 30 juli 2011.

Wiener Blut - Ensemble (Foto: Operettenfestspiele Bad Hall)Bij aanvang waren we aangenaam verrast door de opzet: professor Wilhelm Schupp, regisseur en intendant, kwam namelijk het verhaal vertellen van "Wiener Blut" en stelde de voornaamste personages voor. Graaf Zedlau is gehuwd met Gabriele, die bij haar ouders verblijft. Hij woont met zijn minnares, de danseres Cagliari, in het buitenverblijf van zijn vrouw. Zijn dienaar Josef is verliefd op de “Probiermamsel” Pepi, waar de graaf ook een oogje op heeft. Als alle personages elkaar ontmoeten, is het een complete chaos. Uiteindelijk wordt de graaf verliefd op zijn eigen vrouw, Pepi en Josef vinden elkaar en Cagliari blijft bij haar vader.

Elena Schreiber was een mooie Gravin Zedlau met veel uitstraling en een prachtige stem met heerlijke hoge noten. Franziska Cagliari werd op elk gebied zeer vlot vertolkt door Petra Halper König. Verena te Best als Pepi, de “Probiermamsel” met haar jeugdige verschijning, zong goed, acteerde goed en danste grappig mee met het ballet. Michael Suttner is al enkele jaren de eerste tenor te Bad Hall en zette als acteur en zanger weer zijn beste beentje voor als Graaf Zedlau.
Wiener Blut - Graaf Zedlau (Michael Suttner) en Franziska Cagliari (Petra Halper-König) (Foto: Operettenfestspiele Bad Hall)Josef Krenmair was een geknipte eerste minister, die met gepaste humor zijn rol speelde. Zijn tekstscène met Kagler was een voorbeeld van operettehumor. Thomas Malik is een zeer goede buffo tenor en leverde ook weer een goede prestatie. Fritz Goblirsch gaf een zeer grappige vertolking van graaf Bitowski. De andere kleine rollen waren zeer goed getypeerd. Als laatste vermelding willen we een speciale hulde brengen aan professor Wilhelm Schupp in zijn rol als Kagler, de vader van Cagliari. Hij speelde de rol afwisselend vrolijk en voornaam en zoals meestal, gaf hij ook een klein Weens lied ten beste.

De dirigent Gerhard Lagrange leidde het geheel in de volledige Weense traditie. Susanne Papez bedacht een uitstekende choreografie, waarin vooral Florian Poller schitterde. De traditionele kostuums waren van Lucya Kerschbaumer en het twaalfkoppige koor, voorbereid door Anita König vulde het geheel zeer goed aan.

Tijdens de pauze kondigde de intendant aan dat volgend jaar “Die lustige Witwe” gespeeld wordt. Het publiek was zeer enthousiast en wij ook. Het was operette zoals het moet zijn.

H.V. (Gepubliceerd op 14/8/2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Ensemble.
2) Graaf Zedlau (Michael Suttner) en Franziska Cagliari (Petra Halper-König)

Copyright foto's © Operettenfestspiele Bad Hall.

TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK